“Belgische varkensketen is aaneenschakeling van koninkrijkjes”

De Pig Rentability Day lokte bijna 300 geïnteresseerden naar de HippoLoggia in Waregem.
De Pig Rentability Day lokte bijna 300 geïnteresseerden naar de HippoLoggia in Waregem. - Foto: SN

De tweejaarlijkse Pig Rentability Day werd op vrijdag 14 oktober reeds voor de vierde keer georganiseerd. Na annulatie van de editie 2020 door corona, was er dit jaar opnieuw een fysiek evenement en daar hebben veel Vlaamse varkenshouders naar uitgekeken. Met enkele honderden waren ze naar de hippodroom in Waregem afgezakt voor 3 inspirerende uiteenzettingen en een debat. VRT-schermgezicht Hanne Decoutere mocht de avond aan elkaar praten en afsluitend was er buikspreker Armand Schreurs, die enkele uitspraken op een komische manier uitvergrootte.

Inspiratie uit tomaten

Wouter Vankeirsbilck kwam als eerste spreker de varkenshouders inspireren met het succesverhaal van snoep- en kerstomatenproducent Den Berk Délice. Dat begint bij 4 ondernemers die klassieke tomaten kweekten onder glas. Door samen te werken konden ze in relatief korte tijd groeien in volume, konden ze zich specialiseren, internationaliseren en rechtstreeks gaan onderhandelen met de retail. Aan de groei lijkt bovendien voorlopig geen einde te komen, want er zijn plannen om zowel de omzet als de oppervlakte te laten aandikken. Vankeirsbilck heeft een verleden in de veevoedersector en voelde zich dan ook meteen thuis tussen de varkenshouders.

Verschillen of kansen

Sommige van de aanwezige varkenshouders onthielden van zijn uiteenzetting vooral de verschillen tussen de sectoren: van “streven naar meer volume is voor varkenskwekers nu zeker niet aan de orde” tot “bij varkensvlees is de keten zoveel langer dan bij tomaten, wij kunnen als kweker nooit rechtstreeks met de retail praten”.

Andere aanwezigen zagen kansen in het verhaal van Den Berk Délice: “specialiseren loont misschien, want als we allemaal hetzelfde varken blijven kweken, kan niemand zich onderscheiden” en “misschien moeten we elk niet langer op ons onafhankelijk eilandje in de keten blijven, want de Poolse en Spaanse groepen die de prijzen van het varkensvlees bepalen, zijn geïntegreerd van het voer op het land over de hele kweek tot slachterijen, versnijderijen, verpakking en groothandel”.

Gasprijzen

Vankeirsbilck kaartte op de Pig Rentability Day bovendien één heel actueel onderwerp aan. “Wij hebben een manier gevonden om te kunnen omgaan met de hoge prijzen voor gas en elektriciteit. Als de tarieven op het huidige niveau blijven, betekent dat voor ons en waarschijnlijk voor heel wat andere glastuinbouwbedrijven het einde van de belichte en verwarmde teelt in België.

Wij hebben een partner gevonden in het zuiden van Europa. Daar hoeven ze hun serres niet of minder te verwarmen en zo kunnen we volgend jaar op ongeveer hetzelfde moment als dit jaar leveren aan onze klanten in de retail. In de zomer is het daar dan weer te warm in de serres om tomaten te kweken, maar tegen dan kunnen wij vanuit Vlaanderen onze partner in het zuiden van Europa beleveren met tomaten uit onze onverwarmde serres. Zo voorkomen we dat er bij ons in de zomer een overaanbod zal zijn. We verplaatsen onze productie voor een deel, maar dat wil niet zeggen dat we onze eigen serres voortaan leeg laten staan.”

Extreme versnippering

De extreme versnippering van de varkensvleesketen was een van de topics van Nederlander Marc Cox, CEO van AgriSyst, een bedrijf gespecialiseerd in data-analyse voor de veeteelt. Cox vergeleek de Belgische varkenssector met de chaos van de verschillende koninkrijkjes in de tv-reeks Game Of Thrones en zette daartegenover de strak gestructureerde en goed georganiseerde ketengeïntegreerde groepen die in Spanje en Polen varkensvlees produceren en die daardoor 20 tot 30% goedkoper vlees kunnen aanbieden.

Neuzen moeten in dezelfde richting staan

“Hier in Vlaanderen en Nederland is het veel moeilijker om beslissingen te nemen die voor de hele keten gelden, want elke schakel in de keten vecht voor zijn eigen belangen. Niet iedereen in de keten wil met alle andere schakels praten om tot een beslissing te komen die de hele keten vooruithelpt.” Chaos moet plaats maken voor het collectieve belang. Hij geeft het voorbeeld van de slachthuizen die vragen om de gezondheidsaspecten van elk individueel dier te documenteren. Voor de varkenshouder is dat een hoop bijkomend administratief werk waar hij financieel niet extra voor vergoed wordt. “Die informatie kan ook geleverd worden door de veearts waarmee de veehouder samenwerkt, maar dan wordt de varkenshouder als schakel in de ketting wel aan de kant geschoven.”

‘Single focus’-oplossingen

Een ander struikelblok dat Marc Cox ziet, is dat heel wat innovaties in de varkenssector maar één probleem oplossen. “Daardoor mist de sector als geheel vooruitgang. Vooral de kleinere varkenshouder kan immers geen tijd en middelen vrijmaken voor innovaties die zijn activiteit toch niet fundamenteel zullen veranderen. Bij innovaties moeten we meer gaan denken aan het grotere plaatje en we moeten vooral gaan nadenken over wat het direct financieel oplevert voor de varkenshouder.”

Nichemarkten

“Elke varkenshouder wil graag nog extra toegevoegde waarde creëren met zijn vlees. Misschien ligt de oplossing daarvoor in nichemarkten. In Noord-West-Europa zijn de producenten van varkens doorgeslagen in het heel efficiënt produceren van extreem mager varkensvlees. Dat heeft nog weinig smaak, maar het levert wel heel exporteerbaar vlees op. Ook de Belgische consument heeft in de winkel of bij de slager een voorkeur voor mager, lichtroze varkensvlees, terwijl dat inzake smaak misschien niet het beste varkensvlees is. Door zo hard in te zetten op dat heel magere vlees is de consument ook gevoeliger geworden voor de sterke geur van berenvlees.”

Cox waarschuwt ervoor dat de consument in de toekomst nog kritischer zal worden. Met een knipoog naar James Bond noemt hij dat een licence to produce en een licence to deliver. “De consument zal bepalen van wie hij de producten wil kopen.”

Meer vakmanschap dan in het buitenland

Marc Cox ziet wel nog toekomstmogelijkheden voor de Vlaamse varkenssector. “Ik volg de varkensproductie in het buitenland en ik merk dat ze daar niet hetzelfde vakmanschap hebben als hier. Vlaanderen kan blijven excelleren inzake productie en efficiëntie, maar de productie hier moet transparanter worden voor de consument. Ook de traceerbaarheid en het waarborgen van de kwaliteit kan nog beter. En we moeten hier af van al die koninkrijkjes en met één collectief leger de strijd aangaan.”

Na de varkenspest

Michael Gore van FeBev – de nationale beroepsvereniging voor slachthuizen, uitsnijderijen en groothandels die actief zijn in de varkens-, runder-, paarden- en schapensector –k wam naar de Pig Rentability Day in Waregem met enkele ongemakkelijke vaststellingen. “Inzake de bestrijding van de Afrikaanse varkenspest leveren niet alle gewesten dezelfde inspanningen. Vlaanderen doet minder dan Wallonië. Er zijn nog steeds landen waar we niet naar kunnen exporteren door een embargo na de varkenspest en daar zijn enkele grote bij, zoals China.” Hij kijkt ook hoopvol uit naar het heroveren van die buitenlandse markten.

Slachthuizen

“Het aantal slachthuizen is op 12 jaar tijd met bijna een derde verminderd. Door de verordeningen inzake hygiëne zijn vooral de kleine slachthuizen op de schop gegaan.” De vraag of het ooit (opnieuw) mogelijk wordt om bij een middelgrote varkenshouder op het bedrijf te slachten, beantwoordt Gore negatief. “Elke slachtvloer in Vlaanderen moet aan dezelfde strenge normen voldoen als die van de grote slachterijen.”

Gore verklaarde kort aan de varkenshouders in Waregem waarom FeBev naar het Grondwettelijk Hof trekt voor strengere straffen voor dierenbeulen. “De proportionaliteit is helemaal weg. Een terugkerende inbreuk tegen het dierenwelzijn wordt nu strenger bestraft dan kindermishandeling.”

Inzake de castratie van varkens loopt FeBev naar eigen zeggen tegen een muur aan. “Andere landen hebben een goed werkend systeem, hier wachten we na jaren nog altijd op regelgeving. Ik hoop dat we nu eindelijk in de laatste rechte lijn zitten, want het castratieverhaal heeft ook een impact op de exportmogelijkheden.”

Dierenwelzijnslabel

Michael Gore is geen grote fan van het dierenwelzijnslabel waar Vlaams minister Ben Weyts aan werkt. “Een nationaal label waarin de retail meegaat, zou interessanter zijn dan een Vlaams label waar enkel de consument op kan rekenen.”

Het is voor de sector van het varkensvlees evenwel niet allemaal kommer en kwel. “Als je enkel afgaat op de media, lijkt het alsof de Vlaming massaal minder vlees consumeert. Ik kan u geruststellen: uit onderzoek blijkt dat er in de consumptie nog niet zo veel veranderd is: 90% eet gewoon vlees. De consument heeft het wel moeilijk om het bos door de bomen te zien als het gaat over labels inzake duurzaamheid of dierenwelzijn. Daar ligt een kans voor de hele sector om blijvend in dialoog te gaan met de consument en de burger”, stelt Gore.

Stikstof duwt ondernemers uit de veeteelt

Over de stikstofcrisis in Vlaanderen en de Europese landbouwstrategie van eurocommisaris Frans Timmermans had Gore maar weinig goeds te zeggen. “De veeteelt – en vleessector – werden pas heel laat betrokken bij het stikstofdossier. Het beleid wil een afbouw van de veestapel, maar stelt daar geen beslist beleid tegenover. Door het blijven herhalen van het politieke doel en het uitblijven van beslissingen of middelen creëert men een aanhoudende onzekerheid. Die zorgt voor een organische uitvloei van ondernemers die uit de veeteelt geduwd worden en zo krijgt het beleid die uitvloei zomaar cadeau zonder dat ze die hebben moeten financieren.” Hij stelt ook dat de varkensketen weerbaarder moet gemaakt worden tegen het beleid.

Net als vele anderen vraagt Michael Gore zich af of de afbouw van de veeteelt en de landbouw in het algemeen te rijmen valt met de groeiende vraag naar nationale voedselzekerheid, in het licht van de buitenlandse afhankelijkheid die blootgelegd werd door de energiecrisis.

FeBev alleen kan de crisis door de lage prijzen in de varkenshouderij niet oplossen. “We hadden in 2015 al een crisis. De problemen en uitdagingen werden toen niet fundamenteel aangepakt. Oplossingen op lange termijn verdwenen op de achtergrond en maakten plaats voor oplossingen op korte termijn.”

’Framing’ bij Pano

In de zaal was er bij het debat met de gastsprekers veel animo over de framing en boerenbashing in de Pano-reportage over landbouw en stikstof en vroeg men waarom de FeBev en de retail niet gereageerd hebben op de plannen voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) van minister Demir. FeBev heeft een nota gepubliceerd, maar die werd niet of nauwelijks opgepikt door de media. Op de beschuldigingen van framing in de Pano-reportage voelde Hanne Decoutere, de presentatrice van de Pig Rentability Day, zich wel aangesproken, maar ze kon niet dieper ingaan op de eenzijdige aanpak in de uitzending, omdat ze zelf niet aan die reportage heeft meegewerkt.

Het besef is er dat er meer moet samengewerkt worden in de ganse keten van het varkensvlees, maar hoe dat dan concreet moet en wat er anders moet, daar antwoordden de sprekers in heel algemene termen op.

Meer verdienen met minder

Marc Cox sloot de debatronde in Waregem af met een opmerkelijke quote. Hij ziet kansen in de prijzencrisis en in het stikstofverhaal voor de Vlaamse varkenshouderij. “Misschien moet de varkenssector geen schrik hebben voor een inkrimping van de varkensstapel met bijvoorbeeld 20%. Misschien maakt dat de sector net gezonder en leefbaarder voor wie overblijft.”

Boerensjaal

Alle aanwezigen kregen een rode boerensjaal mee om thuis hun solidariteit met de landbouw te kunnen tonen. De tweejaarlijkse Pig Rentability Day is een organisatie van Denkavit, studie- en adviesburau DLV, For Farmers, Agro Logic, CID Lines, Hypor, Ceva, Merko, Debra Group, Duynie Feed, Elindus, VSI, ING en Landbouwleven. De volgende editie wordt georganiseerd in 2024.

Filip Van der Linden

Meest recent

Meest recent