Startpagina Liefhebberstuin

Hoe, wanneer en hoeveel kalk strooien in je tuin?

Wat veel tuinliefhebbers niet weten, is dat het late najaar en de winter ideaal zijn voor het strooien van tuinkalk. Dit komt omdat tuinkalk niet enkel een meststof is, maar vooral een bodemverbeteraar, die wat tijd nodig heeft om te reageren met de bodem.

Leestijd : 5 min

Als algemene regel geldt dat tuinkalk het best gestrooid wordt op losgemaakte, gespitte grond. In de moestuin kan men dus het best kalk strooien bij het spitten. In de siertuin of op het gazon, waar de grond niet bewerkt wordt, kan men het best (indien nodig) kalken in de winterperiode. De natte winterdagen en de afwisselende periodes van dooi en vorst zorgen ervoor dat de kalk verticaal in de bodem verspreid wordt.

De zuurtegraad (pH) van de bodem

Om goed te kunnen inschatten welke invloed een kalkbeurt heeft op de bodemgesteldheid en de bodemvruchtbaarheid is het belangrijk dat we het begrip ‘zuurtegraad’ en de invloed daarvan op de bodemvruchtbaarheid goed begrijpen. De zuurtegraad van de bodem wordt bepaald door de hoeveelheid vrije waterstof-ionen (H+) in de bodem en wordt uitgedrukt in de pH-waarde. Deze waarde kan schommelen tussen 0 en 14. Daarbij is een pH-waarde van 7 neutraal, een lagere pH-waarde duidt op een zure bodem en een hogere pH-waarde is typisch voor een alkalische bodem. De optimale pH-waarde van onze grond hangt in grote mate samen met de grondsoort en ligt tussen pH 5,5 en pH 8. Hoe lichter de grond, hoe lager de ideale pH-waarde is. Goede richtwaarden zijn: zandgronden: 5,7 à 6,3, zandleem-gronden: 6,3 à 7, leemgronden: 6,8 à 7,5 en kleigronden: 7,2 à 8.

De zuurtegraad van de bodem bepaalt voor een groot deel hoe de voedingselementen die in de bodem zitten zich zullen gedragen. Bij een te hoge of te lage zuurtegraad van de grond vormen sommige van die voedingselementen andere verbindingen, die niet meer kunnen opgenomen worden door de plantenwortels. De elementen zitten nog wel in de grond, maar zijn dan niet meer beschikbaar voor de planten, waardoor allerlei gebreksziekten kunnen ontstaan en de planten gevoeliger worden voor ziekten en plagen.

Effecten van bekalken

Door kalk te strooien, vinden er in de bodem chemische reacties plaats (binding van de vrije waterstofionen) die de pH verhogen of die met andere woorden de grond minder zuur maken. Magnesium (Mg) heeft een gelijkaardige werking en wordt vaak gecombineerd met kalk (magnesiumkalk), waardoor de zuurbindende waarde van het gestrooide product verhoogt. Afhankelijk van de soort tuinkalk is het effect per kilogram gestrooid product groter wanneer de zuurbindende waarde, die altijd op de verpakking vermeld staat, groter is.

Van een kalkmeststof met zuurbindende waarde 45 (mergelkalk) zal men meer moeten strooien dan van een kalkmeststof met zuurbindende waarde 57 (Dolokal supra, die bovendien nog eens 19% Mg bevat). In minder zure grond versnelt de mineralisatie van de organische stof (humus) in de grond, waardoor de voedingsstoffen sneller ter beschikking komen voor de planten. Bovendien verbetert het bekalken de bodemstructuur, vooral van zware leem- en kleigronden, waardoor de grond minder stug wordt en minder snel gaat dichtslempen.

Calcium en magnesium zijn daarnaast ook onmisbare voedingselementen voor de plant. Calcium zorgt voor stevige, minder ziektegevoelige planten en magnesium is onmisbaar bij de vorming van chlorofyl (bladgroen), waardoor het gazon na een Mg-bemesting een diepgroene kleur krijgt.

Elk jaar bekalken?

In de praktijk zien we dat de bodem jaar na jaar lichtjes zuurder wordt met 0,2 tot 0,3 pH-waarden. Dit komt onder meer door de voedingsstoffen die de plant uit de bodem opneemt. Bij dit proces neemt de plant allerlei voedingsstoffen op en geeft H+ionen af aan de bodem, waardoor deze geleidelijk aan verzuurt. Ook de regen zorgt voor een natuurlijke verzuring van de bodem. Regenwater heeft van nature een pH van 5 à 6. Door de uitstoot van het verkeer en de industrie kan de pH van regenwater echter zakken tot onder de 5, waardoor verzuring van de bodem door regen een belangrijke factor geworden is. Ook het gebruik van bepaalde chemische stoffen (meststoffen, antimosproducten) hebben een verzurende werking.

Gronden die gedurende verschillende jaren niet meer bekalkt zijn, zullen dus op een natuurlijke manier te zuur geworden zijn. Om te weten hoeveel kalk we moeten strooien om de bodemzuurheid te normaliseren, is het belangrijk om de juiste pH-waarde te laten bepalen. Voor een goede meting kan men terecht in gespecialiseerde tuincentra, waar men op een snelle manier de pH-waarde van een grondstaal kan bepalen.

Een grondstaal is eenvoudig zelf te nemen. Het best wordt een apart staal genomen voor de moes- en de siertuin, omdat beide op een andere manier bewerkt en bemest worden. Voor een goed bodemmonster dient men op verschillende plaatsen in de tuin een kleine hoeveelheid grond te nemen uit de bovenste 25 cm van de teeltlaag. De verzamelde grond wordt in een emmer goed gemengd, 500 g van dit grondmengsel volstaat om de pH van de bodem te bepalen. Op basis van de pH-meting kan het tuincentrum advies geven over de juiste hoeveelheid kalk die men dient te strooien om de pH te optimaliseren in functie van het type bodem (zand, zandleem, leem of klei).

Onderhoudsbekalking

Zoals reeds gezegd, verzuurt de grond op natuurlijke wijze. Een bodem met een goede zuurtegraad (na meting en bekalking) kan gerust enkele jaren zonder kalk. In de regel gaat men ervan uit dat een onderhoudsbekalking om de 3 jaar voldoende is om de zuurtegraad van de grond op peil te houden. In de handel zijn goedkope meetsets en pH-meters te koop. Die werken niet echt heel nauwkeurig, maar zijn wel uitstekend geschikt om te controleren of de zuurtegraad niet te veel afwijkt van de ideale pH-waarde van je bodemtype. Als de pH-waarde te laag wordt, kan het best een onderhoudsbekalking worden uitgevoerd. De verschillende soorten tuinkalk die in de handel verkrijgbaar zijn, vermelden op de verpakking hoeveel men moet strooien om een goede zuurtegraad op peil te houden.

Zuurminnende en kalkminnende planten

Zuurminnende planten houden van bodems met een lage pH-waarde. Afhankelijk van de grondsoort geven zij de voorkeur aan een waarde tussen 4,5 en 6. Deze planten hebben absoluut geen behoefte aan een bekalking, ook niet om de 3 jaar. De voornaamste zuurminnende planten zijn rododendron en tuinazalea, heideplanten ( Erica en Calluna ), pieris, skimmia, hortensia's en de meeste coniferen.In de moestuin kan het aardappelperceeltje beter niet gekalkt worden, omdat verse kalk gemakkelijk schurft veroorzaakt bij aardappelen. Aardbei ( Fragaria) is een echte zuurminner.

Kalkminnende planten geven de voorkeur aan kalkrijke gronden met een pH-waarde hoger dan 7. Deze planten kunnen het best jaarlijks een kalkbeurt krijgen. Respecteer daarbij altijd de dosis die op de verpakking aangeduid staat. Echte kalkminners zijn buxus, clematis, taxus, lavendel, haagbeuk en seringen.

In de moestuin kan een extra dosis kalk gegeven worden aan het perceeltje met koolgewassen. Kalk helpt knolvoet te voorkomen.

Geert Brantegem

Lees ook in Liefhebberstuin

Start-up ontwikkelt bioherbicide om glyfosaat te vervangen

Akkerbouw De Waalse start-up Apeo heeft een bioherbicide ontwikkeld op basis van essentiële oliën ter vervanging van glyfosaat. Het bedrijf wil begin 2024 het goedkeuringsdossier indienen in Europa en de Verenigde Staten. De door Apeo ontwikkelde oplossing zal in prijs iets hoger liggen dan glyfosaat. Het bedrijf wil het product in eerste instantie voor particulieren op de markt brengen en pas later voor de landbouw.
Meer artikelen bekijken