Consument geeft landbouwer 7,3/10

Voor de vierde keer op rij peilde  professor Verleye (UGent) naar het imago van de landbouw bij de gemiddelde  Vlaming.
Voor de vierde keer op rij peilde professor Verleye (UGent) naar het imago van de landbouw bij de gemiddelde Vlaming.

D e Vlaamse landbouw en landbouwer krijgen volgens een nieuw imago-onderzoek een ruime voldoende van het grote publiek. “We zitten ook nog goed, maar we zaten op een plafond in 2012”, verklaart professor Gino Verleye de lichte daling. Verleye voerde het onderzoek in opdracht van Vilt uit. Vilt-directeur Griet Lemaire illustreert dit met cijfers die teruggaan tot 1992. “In 1997 had nog bijna de helft van de Vlamingen een negatief tot zeer negatief beeld van land- en tuinbouw. Tot en met 2012 verbeterde dit telkens aanzienlijk.”

Sinds de oprichting van Vilt in 2002 organiseert het informatiecentrum om de vijf jaar een grootscheepse enquête in samenwerking met professor Verleye van de Gentse faculteit Communicatiewetenschappen. Als voornaamste taak communiceert Vilt naar de buitenwereld toe over landbouw. Het is dan ook erg geïnteresseerd in wat die buitenwereld denkt over de sector, en hoe het in functie daarvan de communicatie bij kan sturen (zie kader onderaan).

Griet Lemaire: “Van 1997 tot en met 2012 verbeterde het beeld van de sector aanzienlijk.”
Griet Lemaire: “Van 1997 tot en met 2012 verbeterde het beeld van de sector aanzienlijk.”

Vóór slachthuisvideo en fipronil

942 Vlamingen duidden via een online formulier aan in hoeverre ze het eens waren met verschillende stellingen. Naast de klassieke vragen, waaronder de globale beoordeling, drongen zich in 2017 zes actuele thema’s op: economie, milieu, groene energie, open ruimte, schaalvergroting en dierenwelzijn.

Aangezien de deelnemers de vragen beantwoordden tussen 17 en 22 maart hadden zij de undercoverbeelden van Animal Rights nog niet gezien, noch gehoord over de fipronilcrisis. “De data zijn dus vergelijkbaar met vorige jaren”, verzekert de professor. Hij benadrukt ook dat de steekproef een goed beeld schetst van de gemiddelde Vlaming. Onder de ondervraagden zaten mensen van verschillende leeftijden, achtergronden en woonplaatsen.

Economie en schaalvergroting

Onder het thema ‘Economie’ valt op dat slechts 16  % van de deelnemers vindt dat landbouwers een eerlijke prijs krijgen voor hun producten. “De signalen van de landbouwers rond prijsvorming werden wel degelijk opgepikt”, leidt de professor daaruit af. Twee derde van de consumenten is bovendien van mening dat inkomenssteun relevant is, als daar milieu- en dierenwelzijnseisen tegenover staan.

Verder zegt 78  % van de ondervraagde Vlaamse consumenten dat de landbouw een belangrijke bijdrage levert aan de economie van ons land. Nog een opmerkelijk resultaat: vier op vijf Vlamingen vinden dat de Vlaamse landbouw mag produceren om te exporteren. Nog geen kwart beweert dat de landbouw kleinschalig moet zijn. “In se heeft de gemiddelde Vlaming geen probleem met agro-industrie”, interpreteert de professor. Directeur Lemaire besluit dat er dus voor alle soorten landbouw ruimte moet zijn in Vlaanderen.

Milieu en groene energie

Terwijl nog 23  % van de deelnemers vindt dat landbouw het milieu vervuilt, ziet 58  % dat landbouwers met steeds meer respect voor datzelfde milieu gaan produceren. “Landbouw wordt gezien als steeds minder vervuilend, en dat klopt ook met de realiteit”, bevestigt professor Verleye. “Die vooruitgang in perceptie staat in contrast met wat we zien in de media”, merkt hij op.

Bijna zes op tien respondenten duidde aan groene stroom of groene warmte te willen afnemen bij een boer uit de buurt. “Die oude perceptie van zeer vervuilend wordt hier omgedraaid, en dat is een goede zaak”, becommentarieert de professor. Hoewel maar 37  % van de Vlamingen wil dat de hele sector overschakelt op biologisch, vreest 45  % dat fytoproducten gevaarlijk zijn voor mens en milieu. “Er zijn meer inspanningen nodig om er minder van te gebruiken”, geeft de professor als raad om het imago op te krikken.

Open ruimte en dierenwelzijn

“Landbouw heeft een functie bij de creatie en het behoud van open ruimte. Daar is 63  % van de Vlamingen het mee eens”, stelt professor Verleye. Slechts een derde zou voorrang geven aan natuur, terwijl toch 65  % vindt dat het Vlaamse landbouwareaal niet verder mag krimpen. Lemaire besluit dat de consument beseft dat landbouw een belangrijke plaats inneemt op het platteland.

“Wat betreft dierenwelzijnsperceptie hebben wij een hele lange weg afgelegd. Er is heel wat inspanning rond gebeurd”, kadert de professor de positieve cijfers. Slechts 12  % is van mening dat landbouwers hun dieren niet met respect behandelen.

Onjuiste beeldvorming

Ik denk dat wij als sector op deze vlakken heel wat inspanningen hebben geleverd. Toch merk ik een kloof tussen wie we zijn, en hoe mensen ons zien”, merkt directeur Lemaire op. Hoe komt dit?

Het onderzoek van professor Verleye wees uit dat de belangrijkste bronnen voor informatie omtrent landbouw de televisie, het internet en de krant zijn. De berichtgeving over landbouw daar gebeurt niet helemaal objectief, meent de professor: “De collega’s van Leuven voerden een onderzoek uit naar de berichtgeving in populaire Vlaamse kranten. Zij observeerden dat kleinschalige boeren meer en positiever in beeld komen, terwijl landbouworganisaties doorgaans de gangbare landbouwers vertegenwoordigen. Pas bij crisissen als extreme weersomstandigheden of mislukte oogsten zoomen de media op hen in. Door dat gebrek aan objectieve info krijgt de burger een vertekend beeld. Hier is nog werk aan de winkel.”

De Nieuwe Consument

Ook milieu- en dierenwelzijnsorganisaties profileren zich meer en meer op landbouw. Zij overstemmen niet zelden de landbouwers in het maatschappelijk debat. “Dit gaat op één of andere manier mee tussen de oren van de mensen”, meent professor Verleye. “Mensen verwachten veel, maar willen er niet voor betalen.”

Consumenten die regelmatig op het erf voeding aankopen, lopen hoger op met de landbouw dan mensen die dat niet doen (7,7/10 ten opzichte van 7,0/10). Deelnemers die zich niet interesseren voor de sector beoordelen deze beduidend negatiever. Het gaat in deze studie vooral om jonge, eerder laag opgeleide mensen, die zich ook niet voor milieu of gezondheid interesseren.

Professor Verleye herkent in hen een nieuw soort consument, beschreven in ander onderzoek. “Dit type gedraagt zich passief, staat zeer negatief in de wereld, heeft weinig contacten en weet zich geplaagd door een donker toekomstbeeld. Naar schatting zou één vijfde van de consumenten tot dit type behoren, en de groep wordt steeds groter”, waarschuwt de professor.

D.C.

4 tips voor een beter sectorimago

Professor Verleye formuleerde op basis van de bevindingen uit het onderzoek enkele aanbevelingen voor betere communicatie.

1. Communiceer proactief: “Er is een discrepantie tussen de inspanningen die de sector doet en hoe de Vlaming dit ziet. De inspanningen die gebeuren op het vlak van milieu, dierenwelzijn, innovatie ... moeten voldoende belicht worden.”

2. Geef de gangbare landbouw een podium: “Nicheproducenten krijgen vaker een forum, terwijl gangbare landbouwers vooral in crisissituaties in beeld komen. Dat zorgt voor een vertekend beeld bij de burger. Door meer transparantie kan de consument meer voeling krijgen met de gangbare voedselproductie.”

3. Ga de dialoog aan met ngo’s: “De koerswijziging die zij verlangen hoeft niet meteen een bedreiging te zijn. Het kan ook een opportuniteit betekenen voor de landbouw. De sector kan beter het voortouw nemen in deze debatten dan een afwachtende houding aan te nemen.”

4. Verduurzaam de hele keten: “Moet de landbouw leren leven met een consument die veel eist maar weinig betaalt, of slaagt de sector erin om de hele keten te verduurzamen? Nog actiever de dialoog aangaan met de ketenpartners kan hier misschien voor een kentering zorgen.”

Reacties uit de sector

Vlaams Minister van Landbouw Joke

Schauvliege:

“Wij moeten de consumenten ervan blijven overtuigen om een eerlijke prijs te betalen voor de producten van bij ons. Op termijn levert dat alleen maar voordelen op voor de boer, de handelaar en de consument.”

Boerenbond-voorzitter Sonja De Becker:

“Dit onderzoek toont aan dat de imago-inspanningen niet alleen volgehouden, maar zelfs opgedreven moeten worden. Daarbij moeten we de Vlaamse land- en tuinbouw tonen in al zijn diversiteit, weg van crisissituaties en concrete syndicale dossiers. Daarvoor heeft Boerenbond een plan klaar dat in de loop van volgend jaar uitgerold wordt. Wij hopen dat we hiervoor ketenbreed partners zullen vinden.”

ABS-voorzitter Hendrik Vandamme:

“Het betere cijfer bij consumenten die rechtstreeks bij de boer of tuinder kopen is voor mij geen verrassing. Wie de afstand tussen boer en consument verkleint, kan duidelijk op meer respect voor zijn dagelijkse bezigheden rekenen. Ook voor wie niet rechtstreeks verkoopt moet daar nog extra op ingezet worden. Het is daarom heel belangrijk dat boeren en tuinders zelf hun verhaal delen via sociale media en blogs, en niet alleen recreatief.”

Meest recent

Meest recent