Startpagina Uw stem

Opinie: Wanneer de constitutionele rechter zwijgt

Dr. Peter De Swaef, ondervoorzitter bij vzw Verenigde Veehouders, kroop in zijn pen en bezon zich over het Grondwettelijk Hof, dat nog steeds een uitspraak moet doen over het Stikstofdecreet. Dat laat nu toch bijzonder lang op zich wachten.

Leestijd : 3 min

De kernopdracht van een grondwettelijk hof in een democratische rechtsstaat is helder: burgers beschermen tegen ongrondwettige wetgeving. Die opdracht is geen politieke keuze, maar een constitutionele plicht. Wanneer een wet ernstige aanwijzingen vertoont van strijdigheid met de Grondwet en fundamentele rechten, wordt van de constitutionele rechter verwacht dat hij tijdig, zichtbaar en effectief optreedt.

Scherp advies werd niet gevolgd

Precies daar wringt vandaag het schoentje in het dossier van het Vlaamse Stikstofdecreet. Er was immers een uitzonderlijk scherp advies dat niet gevolgd wordt door rechterlijke actie.

Het advies van de Raad van State over het Stikstofdecreet was allesbehalve routine. De Raad stelde expliciet dat het decreet niet aantoont hoe het verenigbaar is met de 5 bepalingen van het EU-Handvest van de grondrechten (waaronder eigendomsrecht, gelijkheid en vrijheid van ondernemen). Daarnaast ook niet met 4 kernartikelen van de Belgische Grondwet (artikelen 10, 11, 22 en 23).

Dat is juridisch uitzonderlijk zwaar. De Raad van State heeft hiermee niet louter ‘technische opmerkingen’ gemaakt, maar structurele mensenrechtelijke en grondwettelijke bezwaren geformuleerd.

Toch toepassing van Stikstofdecreet

Niettemin wordt het decreet vandaag volop toegepast. Vergunningen worden geweigerd, economische activiteiten worden verplicht gereduceerd of stopgezet, vermogensrechten (zoals NER’s) werden geannuleerd... zonder dat het Grondwettelijk Hof reeds uitspraak heeft gedaan.

Dit creëert een fundamentele spanning: regelgeving waarvan de grondwettigheid ernstig wordt betwijfeld, produceert ondertussen onomkeerbare rechtsgevolgen.

Hoe noemt men dit juridisch?

In de rechtsleer bestaan hiervoor duidelijke termen.

Rechterlijke onthouding (‘judicial restraint’) Dit is het bewust afzien van tussenkomst door een rechter, zelfs wanneer fundamentele rechten op het spel staan. In beperkte mate kan dit legitiem zijn, maar niet wanneer grondrechten systematisch worden aangetast.

Constitutionele inertie Een toestand waarin een grondwettelijk hof wel bevoegd is, maar door talmen of stilzitten zijn beschermende functie feitelijk neutraliseert.

’Denial of effective judicial protection’ In het Europees mensenrecht geldt dat rechtsbescherming effectief en tijdig moet zijn. Rechtspraak die pas komt nadat de schade is aangericht, is geen echte bescherming meer.

De facto opschorting van de Grondwet Wanneer ongrondwettige normen langdurig worden toegepast bij gebrek aan rechterlijke tussenkomst, wordt de Grondwet in de praktijk buiten werking gesteld, zonder formele herziening.

Is dit verenigbaar met een democratische rechtsstaat?

Een democratische rechtsstaat veronderstelt 3 pijlers: de wetgevende macht, de uitvoerende macht en een onafhankelijke rechterlijke macht als tegengewicht.

Wanneer die derde pijler nalaat in te grijpen terwijl fundamentele rechten worden beperkt, eigendom zonder billijke vergoeding wordt aangetast, en gelijkheid en rechtszekerheid worden ondermijnd, dan ontstaat een structureel democratisch deficit.

Dat betekent niet dat ‘de rechtsstaat niet bestaat’, maar wel dat hij functioneel faalt. In zo’n situatie geldt niet langer het primaat van het recht, maar het primaat van het voldongen feit: wie over regulerende macht beschikt, bepaalt de realiteit, terwijl de rechter achteraf slechts kan vaststellen wat reeds verloren is gegaan.

Rechtstaat in naam, niet in werking

Beschermt het Grondwettelijk Hof dan nog de burger? Dat is de ongemakkelijke vraag die zich opdringt. Wanneer een grondwettelijk hof weet dat regelgeving ernstig betwist wordt, weet dat de toepassing ervan onherstelbare schade veroorzaakt, en toch geen tijdige uitspraak doet, dan verzaakt het niet formeel, maar wel materieel aan zijn beschermingsopdracht.

De Grondwet wordt dan geen schild meer voor de burger, maar een document waarvan de werking afhankelijk is van politieke timing en institutionele terughoudendheid. De kern van het probleem is niet één decreet, maar een precedent. Een rechtsstaat waarin grondrechten slechts achteraf en theoretisch worden beschermd, terwijl burgers nu en concreet hun rechten verliezen, is een rechtsstaat in naam, maar niet in werking.

De vraag is niet of dit ‘het primitieve recht van de sterkste’ is, want dat is het ongetwijfeld, maar of wij bereid zijn om te aanvaarden dat constitutionele bescherming optioneel wordt.

Peter De Swaef (Verenigde Veehouders)

Lees ook in Uw stem

Opinie: De biodiversiteitsrekening wordt niet betaald in Leuven

Uw stem Op 20 maart 2026 presenteerde een werkgroep van de KU Leuven haar visietekst ‘Een robuuste biodiversiteit in Vlaanderen’. 75 pagina's, 29 aanbevelingen en één gemeenschappelijke noemer: de Vlaamse boer moet opnieuw betalen voor een verhaal dat anderen schrijven. Zo stelt Stefaan Sintobin, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Vlaams Belang en woordvoerder Landbouw in een opiniestuk.
Meer artikelen bekijken