Opinie: Landbouwers in en rond Turnhouts Vennengebied opgeofferd voor waterlobelia
Het stikstofdossier blijft de gemoederen beroeren, zeker bij de landbouwers in het Turnhouts Vennengebied. Naar aanleiding van de tussenkomst van Frank Smeets (cd&v, intendant voor de 5 maatwerkgebieden stikstof) in de commissie Landbouw en leefmilieu van 19 mei, bezorgde pluimveehouder Gunter Klaasen uit Ravels ons namens de Stuurgroep Vennengebied een opiniestuk.

Wij, landbouwers actief in het Turnhouts Vennengebied, hebben met stijgende verbazing geluisterd naar de gedachtewisseling tussen de leden van de commissie Leefmilieu in het Vlaams Parlement en intendant Frank Smeets. Niet omdat wij de ernst van het dossier onderschatten. Integendeel: wij staan er mee op en gaan er mee slapen. Maar precies daarom stellen wij ons de vraag of de politici rond die commissietafel werkelijk beseffen waarover dit debat gaat en wat er op het spel staat.
Want wij hebben iets wat de commissieleden, de intendant en de natuurorganisaties niet hebben: skin in the game (rechtstreekse betrokkenheid). Onze bedrijven, ons levenswerk, onze gezinnen, alles staat op het spel. Wie zijn bedrijf mag behouden, wie moet stoppen, wie mag investeren en wie niet: dat wordt beslist in verslagen zoals dat van de intendant. En net daarom is het zo pijnlijk om vast te stellen dat je de concrete, onderbouwde argumenten die wij herhaaldelijk hebben aangedragen, in zijn verslag niet terugvindt.
Beleid op basis van wensdenken
Laten we even stilstaan bij wat hier eigenlijk gevraagd wordt. Om habitattype 3110, - de zogenaamde waterlobelia – terug in goede staat te brengen, moet de bodem ‘uitgehongerd’ worden. Geen bemesting, geen nutriëntenrijke wateraanvoer, geen activiteit. Een terugkeer naar een volledig arme grond. Jaar na jaar, perceel na perceel, bedrijf na bedrijf. Dat is het plan.
Maar VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) berekende en bevestigde al lang geleden: zelfs als heel Vlaanderen morgen op slot gaat, de veestapel volledig verdwijnt, de industrie stilvalt en de lucht- en zeehavens dichtgaan, in alle realistische scenario’s de achtergronddepositie vanuit het buitenland alleen al voldoende is om de kritische depositiewaarde voor habitattype 3110 te overschrijden.
Feit is dat de overheersende west-zuidwestelijke wind stikstof naar het Turnhouts Vennengebied blaast vanuit Brussel, Zaventem en de havens van Antwerpen en Zeebrugge. Dat is geen mening van boeren. Dat is wetenschap, gepubliceerd door het VITO en erkend door de vorige intendant Piet Vanthemsche in zijn rapport van oktober 2022. Maar dit staat niet in het verslag van de huidige intendant Frank Smeets. Waarom niet?
Ganzen vreten het plantje op voor jullie
En laten we even aannemen, bij wijze van hypothese, dat het toch zou lukken. Dat de bodem na verdrijving van de landbouw en na uithongering opnieuw arm genoeg zou zijn. Dat de waterlobelia opnieuw weelderig zou tieren langs de venoevers. Dan landt er een zwerm ganzen... De intendant weet dit zelf ook. In zijn verslag beschrijft hij de aanpak van zomerganzen als een absolute prioriteit, met brede consensus bij alle betrokkenen, omdat hun uitwerpselen tot eutrofiëring (vermesting) leiden. Hij wil daar snel mee aan de slag. Goed. Maar de intendant erkent in datzelfde verslag ook dat eerdere herstelmaatregelen voor habitattype 3110 in het Turnhouts Vennengebied slechts een tijdelijk effect hadden: het habitattype herstelde zich aanvankelijk gedeeltelijk, maar verviel nadien opnieuw in een ongunstige toestand. Daarvoor is de voortdurende aanvoer van nutriënten verantwoordelijk en watervogels spelen daarin een niet te onderschatten rol. Maar bovenal, zij vreten de waterlobelia binnen de kortste keren tot op de wortel kaal. Zonder een structurele oplossing voor die ‘herbivoriedruk’ is elke herstelpoging gedoemd om te mislukken. De politici zouden zich moeten afvragen of zij die moeizame en kostelijke cyclus eindeloos willen blijven herhalen.
700 ha die niemand meetelt
Tijdens de gedachtewisseling stelde de intendant ook voor om extra budget te vragen voor grondaankopen en het recht van voorkoop van de VLM in te zetten over het hele SBZ-gebied (Speciale Beschermingszone-gebied), zelfs met agrarische bestemming. Alsof er een schreeuwend tekort is aan grond voor de natuur. Maar op basis van de officiële ANB-beheergegevens die wij als Stuurgroep Vennengebied analyseerden, hebben natuurorganisaties in ons gebied al 2.000 ha in beheer. Voor alle Natura 2000-doelen samen heeft men 1.300 ha nodig. Er is dus al een overschot van 700 ha beschikbaar voor grondruil. Er is geen nood aan een extra grondenbank. Er is geen nood aan extra budget. Er is geen nood aan het voorkooprecht. Die 700 ha kan morgen worden ingezet om actieve landbouwers elders grond te geven. Ook dit staat niet in het verslag.
De nu te volgen weg
We vragen geen vrijstelling van verantwoordelijkheid. We begrijpen dat er een Europese verplichting bestaat. Maar de Natura 2000-richtlijnen zijn geen doodvonnis zonder beroepsmogelijkheid. Ze voorzien in een Europese procedure voor gebieden en soorten waarvoor de doelstellingen aantoonbaar onhaalbaar zijn door externe, niet-beïnvloedbare omstandigheden. Als niet redelijkerwijs kan worden aangetoond dat bepaalde doelstellingen realiseerbaar zijn, biedt het Europese kader de mogelijkheid om die doelen te herzien of over te dragen. Andere EU-landen deden dit al succesvol, zelfs ook voor habitat 3110. Die weg moet nu worden bewandeld, in overleg met de Europese Commissie, maar met de vastberadenheid die dit dossier verdient.
De wetenschappelijke onderbouwing daarvoor is ijzersterk: een onoverkomelijke buitenlandse én binnenlandse achtergronddepositie die in alle realistische scenario’s de kritische depositiewaarde overschrijdt, de impact van klimaatverandering op droogvallende vennen die habitattype 3110 structureel bedreigt, aanhoudende herbivoriedruk door trekvogels die elke regeneratie tenietdoet, en aantoonbaar gewijzigde ecologische omstandigheden ten opzichte van het moment van de oorspronkelijke aanwijzing. Het zijn geen noodargumenten van wanhopige boeren, maar wetenschappelijk gedocumenteerde feiten.
Die piste moet nu worden gevolgd. Niet omdat we de natuur niet genegen zijn, maar omdat we weigeren nog langer economische én psychische schade op te lopen voor doelen waarvan bij voorbaat geweten is dat ze niet haalbaar zijn. Wij zijn de eersten die dreigen alles te verliezen, voor nul resultaat. Het wordt tijd dat de politici dat onder ogen zien.





