Juridische positie van de gepensioneerde pachter
Met de regelmaat van de klok blijven ons vragen bereiken die te maken hebben met de pensionering van de pachter: blijft een gepensioneerde boer zijn pachtrechten behouden? Kan een gepensioneerde pachter worden opgezegd? Heeft mijn gepensioneerde pachter nog een recht van voorkoop? Het is maar een kleine greep uit de vele inlichtingen die ons gevraagd worden en die telkens weer peilen naar de juridische positie van de gepensioneerde pachter.

Met dit artikel willen we een overzicht geven van de rechten en plichten van een pachter na zijn pensionering.
De pachtovereenkomst loopt door
Beginnen doen we met het lot van de pachtovereenkomst zelf, en daarin kunnen we kort zijn. Het bereiken van de pensioenleeftijd of het ontvangen van een pensioen maakt in elk geval geen einde aan de pachtovereenkomst. Zowel na het bereiken van de pensioenleeftijd als na het ontvangen van een rustpensioen loopt de pachtovereenkomst gewoon voort. Een pachtovereenkomst eindigt dus niet door de pensionering van de pachter.
Meer zelfs, een pachtovereenkomst zal ook niet automatisch eindigen wanneer de gepensioneerde pachter zijn landbouwbedrijf zou stopzetten. Zelfs in die laatste hypothese blijft de pachtovereenkomst overeind. Wel begaat de gepensioneerde pachter in dat geval een inbreuk op zijn plicht om als pachter het gepachte goed in een professioneel landbouwbedrijf uit te baten. Een verpachter kan op die grondslag dan wel aan de rechtbank vragen om de pachtovereenkomst te ontbinden, zodat ze alsnog tot een einde komt. Onderneemt de verpachter in dergelijke hypothese niets, dan blijft de pachtovereenkomst voortlopen.
Bijkomende opzegmogelijkheid
De pensionering van de pachter brengt wel een belangrijke wijziging op het vlak van opzegmogelijkheden met zich mee, in die zin dat er een bijkomende opzegmogelijkheid voor de verpachter ontstaat. De verpachter kan dan immers de pacht opzeggen om zelf het gepachte goed volledig of gedeeltelijk persoonlijk te exploiteren of om de exploitatie ervan over te dragen aan een of meer bevoorrechte familieleden of aan een ander leefbaar landbouwbedrijf. Om deze bijkomende opzegmogelijkheid te kunnen aanwenden, moeten volgens art. 13 van het Vlaams Pachtdecreet 3 cumulatieve voorwaarden vervuld zijn: de pachter moet de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt, moet ook een rust- of overlevingspensioen ontvangen en hij mag geen bevoorrechte familieleden kunnen aanwijzen die zijn exploitatie kunnen voortzetten.
Om het de verpachter mogelijk te maken om na te gaan of aan de voorwaarden is voldaan, voorziet het Vlaams Pachtdecreet in een specifieke informatieverplichting voor de pachter. Vanaf het ogenblik waarop de pachter de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt, mag de verpachter hem vragen of hij een pensioen ontvangt. Antwoordt de pachter niet binnen 60 dagen en levert hij daarbij geen bewijs dat hij nog bedrijvig is, of wijst hij niet tijdig een bevoorrecht familielid als opvolger aan, dan wordt hij geacht een pensioen te ontvangen. Wijst de pachter een opvolger aan, dan moet die binnen een jaar de exploitatie effectief voortzetten. Start de aangewezen familiale opvolger niet binnen het jaar, dan kan de verpachter alsnog opzeggen.
Bijkomende beperking van voorkooprecht
Ook het voorkooprecht van de pachter wordt beïnvloed door de pensionering van de pachter. Bij de invoering van het Vlaams Pachtdecreet heeft de decreetgever immers een bijkomende uitzondering op het voorkooprecht voorzien voor de pachter, die op het moment van de voorgenomen verkoop een rust- of overlevingspensioen ontvangt en die geen bevoorrechte familieleden aanwijst die de landbouwexploitatie kunnen voortzetten.
Concreet zal de notaris de pachter schriftelijk moeten verzoeken om aan te tonen dat hij nog steeds bedrijvig is en dat hij geen rust- of overlevingspensioen ontvangt of om een of meer bevoorrechte familieleden aan te wijzen die de exploitatie kunnen voortzetten. De pachter moet op die vraag van de notaris binnen de 2 maanden een standpunt innemen. Reageert de gepensioneerde pachter niet of te laat, dan verliest hij zijn voorkooprecht. Wanneer de pachter wel reageert en het bewijs levert dat hij bedrijvig is en nog geen pensioen geniet of dat hij een bevoorrecht familielid aanwijst, behoudt hij het voorkooprecht.
Indien een notariële akte van verkoop van verpachte goederen zou verleden worden zonder dat de notaris de gepensioneerde pachter vooraf om de decretaal voorziene inlichtingen heeft verzocht, zal dit een miskenning van het voorkooprecht van de gepensioneerde pachter betekenen. Het voorkooprecht kan immers maar worden uitgeschakeld nadat de notaris de gepensioneerde pachter om inlichtingen vroeg. De gepensioneerde pachter wiens voorkooprecht geschonden wordt, kan vervolgens ofwel schadevergoeding vorderen of de terugkeer op het pachtgoed, al dan niet met schadevergoeding.
Zonder beperking in tijd
Zoals hoger al werd benadrukt, loopt de pachtovereenkomst na het bereiken van de pensioenleeftijd of het aanvragen van een rustpensioen gewoon voort. De verplichtingen voor de gepensioneerde pachter blijven dezelfde. Hij moet de gepachte goederen blijven uitbaten als een goede landbouwer en dat in een professioneel landbouwbedrijf. Uiteraard moet de gepensioneerde pachter ook de pachtprijs blijven betalen. De verpachter van zijn kant moet de pachter het rustig pachtgenot blijven garanderen. De gepensioneerde pachter kan, als hij zijn dubbele verplichting inzake uitbating en betaling blijft voldoen, voor onbepaalde duur voortboeren, zelfs al is het enkel als nevenactiviteit naast het pensioen, en dit zolang de verpachter geen opzegging geeft.





