God spelen in grassenveredeling

I n 1932 kreeg het Rijksstation voor Plantenveredeling de opdracht van de overheid om selectiewerk te doen in voedergewassen. Veredeling moest ervoor zorgen dat de kwaliteit en de opbrengst van de gewassen gras en klaver verbeterde. 85 jaar later is er al veel veranderd, én veredeld. Nu is dat onderzoek gesitueerd binnen de eenheid plant van het ILVO. Voor het veredelen van de landbouwgewassen zijn er vijf veredelaars die zich erop toeleggen. Marianne Malengier is er verantwoordelijk voor de business unit (kwekerszaad naar officiële proeven, en dan naar de handel), Joost Baert coördineert de veredeling van de landbouwgewassen en is bezig met de praktische veredeling van Italiaans, westerwolds en gekruist raaigras, timothee en beemdlangbloem.

De meeste aandacht gaat uit naar de veredeling van Engels raaigras gevolgd door Italiaans raaigras. “De overige grassoorten zijn kleinere maar niet onbelangrijke markten’, vertelt Baert. Timothee bijvoorbeeld is niet zo belangrijk voor België: het is een grassoort die heel goed tegen de koude kan, en is belangrijk in bijvoorbeeld Scandinavië, Canada, Oostenrijk en Zwitserland. “In de Ardennen wordt het vaak gecombineerd met rode klaver.” “De helft van de Europese timotheemarkt wordt gemaakt door ILVO-variëteiten”, voegt Malengier toe. In ieder geval blijft Engels raaigras het grootste veredelingsprogramma, want het is het belangrijkste gras in Noordwest-Europa.

Waarom Engels raaigras?

Engels raaigras is heel smakelijk, heel verteerbaar en productief als het over voldoende voedingsstoffen en water beschikt.. Nadeel is dat het niet goed tegen droogte kan, want dan stopt het met groeien. Andere grassoorten als rietzwenkgras kunnen veel beter tegen droogte, “maar rietzwenkgras wordt getypeerd door een slechte verteerbaarheid en smakelijkheid”, vertelt Baert. “Wijzelf veredelen geen rietzwenkgras, maar hebben ervoor gekozen om te werken aan de verbetering van de droogtetolerantie van Engels raaigras via selectie in droge omstandigheden. Daarnaast trachten we ook via kruisingen tussen de raaigrassen (Lolium) en de zwenkgrassen (Festuca), de zogenaamde Festulolium, te komen tot productief, goed verteerbaar en droogtetolerant gras.” Het nadeel van een soortkruising als Festulolium is evenwel dat deze genetisch minder stabiel is, wat ook kan leiden tot een verminderde zaadproductie. Festilo is het eerste Festuloliumras op de Belgische rassenlijst

Onderzoek in veredeling

“Het ILVO is een wetenschappelijke instelling. We doen aan wetenschappelijk onderzoek en brengen dat naar buiten via publicaties, maar ook via rassen”, vertelt Malengier. “Wij krijgen opdracht om onderzoek te doen vanuit de overheid maar worden ook gecontacteerd door bedrijven.

Samenwerken is dan ook nodig. Bedrijven gaan naar het ILVO voor het onderzoek, en financieren het dan ook. Het ILVO werkt ook samen met universiteiten en onderzoeksinstituten. “Op die manier kan je onderzoek doen dat je alleen niet zou kunnen. Zo kunnen bedrijven ook doctoraatstudenten financieren in een project om de veredeling vooruit te helpen”, aldus de business unit experte.

Het ideale ras creëren

Op wat moet je selecteren om een goed gras te hebben, is dan de vraag. Voor landbouwgewassen is het belangrijkste criterium de opbrengst. Bij gras is dat dus drogestofopbrengst. En voor opbrengst kan je dan ook nog selecteren naar het seizoen. In Noordwest-Europa vraagt de melkveehouderij naar gras dat snel groeit in voorjaar, zodat ze kunnen maaien, inkuilen en wintervoer kunnen opslaan. In Ierland of Nieuw-Zeeland echter vragen ze dat niet: ze maaien er niet en willen voor het ganse seizoen (van februari tot november) gras, omdat de dieren zo goed als het jaar rond bijna het hele jaar grazen.

De onderzoekers selecteren ook op ziekteresistentie. “De belangrijkste ziekte in Engels raaigras is kroonroest, vooral in augustus en september. De groei vertraagt en koeien eten dan het gras niet meer graag.” Er wordt geselecteerd uit de natuurlijke variatie die er bestaat binnen de soorten. “We infecteren kunstmatig grasplantjes in het voorjaar in de serre met roestsporen die we de vorige zomer op het veld verzameld hebben, zodat we kunnen selecteren op roestresistentie” voegt de veredelaar toe.

Het proces om een nieuw ras Engels raaigras te creëren duurt ruim 10 jaar. Engels raaigras is immers meerjarig en blijft bij goede verzorging 5 tot 10 jaar aanliggen onder intensieve uitbating. De selectie gebeurt dan ook op basis van waarnemingen over meerdere jaren. Westerwolds raaigras daarentegen is eenjarig en Italiaans raaigras is tweejarig. Elke kweker heeft de vrijheid te selecteren in bestaande rassen die op de markt zijn. Op die manier wordt de genetische vooruitgang, bekomen door de ene kweker, ingekruist in het materiaal van de andere kweker. “Als dat niet zou mogen, dan was ieder bedrijf met hetzelfde bezig en geraak je langzamer vooruit”, aldus Malengier.

Naast de lange duur om een nieuw ras te maken, is ook het kostenplaatje ervan niet niets. Ongeveer 100.000 euro is nodig om een nieuw ras Engels raaigras te maken. “En dan moet je weten dat de levensduur van rassen steeds korter wordt, want er staan er steeds betere aan de deur. Je moet constant mee zijn.”

Zonder moleculaire technieken

Moleculaire technieken worden in de grasveredeling nog niet routinematig toegepast. Grasrassen zijn op dit ogenblik geen hybride maar synthetische rassen. Dit betekent dat ze uit meerdere ouderplanten zijn samengesteld, die bovendien heterozygoot zijn, waardoor kenmerken moeilijker te fixeren zijn. Maar het onderzoek loopt om via moleculaire technieken ook in grassen gerichter en sneller te kunnen vooruitgaan.”

Van kwekerszaad tot gecertificeerd zaad

Als kandidaat-rassen slagen in de officiële rassenproeven, komen ze op een rassenlijst en mogen ze gecommercialiseerd worden. De eerste 20 kg zaad dat beschikbaar is na het veredelingsproces wordt kwekerszaad genoemd. “Van die 20 kg moeten tonnen gemaakt worden”, verduidelijkt Malengier. Het kwekerszaad wordt op het ILVO gezaaid en nauwlettend in het oog gehouden om de raszuiverheid te behouden. De oogst van het zaad hiervan is het prebasiszaad. Op die manier krijg je zo’n 1.000 kg zaad, dat via landbouwers verder vermeerderd wordt tot basiszaad. “Het ILVO gaat een contract aan met die landbouwers, en die worden ervoor vergoed.” De prijs is gerelateerd met de tarweprijs. “We zorgen ervoor dat de landbouwer minstens evenveel meer verdient met de graszaadteelt als met tarwe. We werken zo samen met een 40-tal landbouwers.”

Het zaad dat de landbouwer oogst, wordt gedroogd, geschoond en gecertificeerd als basiszaad op het ILVO. Dit kwaliteitsvol basiszaad wordt verkocht basiszaad af aan de (exclusieve) mandataris van het ras. Wanneer die het zaait en oogst, is er pas sprake van gecertificeerd zaad dat verkocht wordt aan de landbouwer. Per kg dat de mandataris produceert, betaalt die een kwekersvergoeding aan het onderzoeksinstituut.

Het ILVO commercialiseert niet

Het ILVO commercialiseert eigen rassen dus niet, in tegenstelling tot bedrijven. We zoeken partners die dat doen”, vertelt Malengier. Met eigen onderzoeksresultaten van kandidaatrassen gaan ze naar geïnteresseerde partners. Die partners situeren zich over heel de wereld, maar toch vooral in Europa. Bij een overeenkomst met een partner kan die exclusief dat ras vertegenwoordigen hebben. “Dan zal het ILVO alleen aan hen basiszaad van dit bepaald ras leveren. Die mogen het vermeerderen en verkopen.” Het ILVO heeft een 25tal partners die een exclusiviteit hebben op een of meerdere rassen. Daarnaast ontwikkelt het ILVO een aantal vrije rassen: die mag elke handelaar-bereider kopen, vermeerderen en verkopen. Er zijn namelijik mandatarissen (bedrijven) die enkel vrije rassen gebruiken.

“Elk ras heeft een naam die moet toegelaten worden. De bedrijven steken het Engels raaigras in mengsels die dan een eigen productlabel krijgen. Op het certificaat zijn de rasna men steeds terug te vinden

Veel vraag naar

Malengier is trots op de prestaties van het ILVO: “We hebben momenteel een 130 rassen op de rassenlijst, waarvan heel veel goede rassen, en er is vraag naar. Grote firma’s, zelfs met eigen veredelingsprogramma, gaan naar het ILVO voor aanvulling van hun portfolio. Er zijn ook firma’s die zelf niet veredelen en rassen aankopen, ze willen onafhankelijk zijn van enkele grote wereldspelers.” Als ‘kleine veredelaar’ in de grote zaaizaadwereld, mogen we als Vlaamse onderzoeksinstelling terecht fier zijn op onze producten. Het ILVO heeft op dit ogenblik meerdere rassen die aan de top staan op buitenlandse rassenlijsten, waardoor ze zeer gegeerd zijn. “We kijken ook naar het buitenland want de Belgische markt is relatief klein terwijl veredelen heel veel geld kost. ”

MV

Veredelingsproces

De uitgangspopulatie bestaat uit bestaande cultivars en ecotypes, verzameld materiaal (vb. in oude weiden) en eigen kweekpopulaties. Binnen het veredelingsprogramma van Engels raaigras worden hieruit jaarlijks 15.000 planten (genotypes) kunstmatig met kroonroestsporen geïnfecteerd, waarvan de meest roestgevoelige (ongeveer twee derde) weggeselecteerd worden.

De overgebleven 5.000 planten worden in het voorjaar op het veld geplant. Die blijven daar drie jaar staan, en ondertussen worden waarnemingen uitgevoerd op groei, ziektetolerantie en langleefbaarheid. Bij de langleefbaarheid wordt gekeken naar o.a. winterhardheid en droogtetolerantie. In het derde jaar worden er de 10% (500 genotypen) beste planten uitgeselecteerd..

Die 500 planten worden vegetatief vermeerderd: er worden klonen van gemaakt om ze beter te beoordelen. De klonen worden in rijtjes geplant en gedurende enkele jaren beoordeeld op hun landbouwkundige kenmerken (zie foto). Bij de klonen wordt ook gekeken naar een aantal andere eigenschappen. Een ras mag slechts gecommercialiseerd worden als het een reeks proeven doorlopen heeft. Zo zijn er de OHB-proeven, waarbij men gaat testen of het nieuwe ras onderscheidbaar is van bestaande rassen en of homogeen is en bestendig is, wat wil zeggen dat de eigenschappen over de generaties heen bewaard blijven. Er zal dan ook gekeken worden naar doorschietdatum, kleur, groeiwijze (opgericht of plat). Verder zijn er de CGW-proeven voor cultuur en gebruikswaarde: het nieuwe ras wordt vergeleken met de betere bestaande rassen op dat ogenblik, en moet minstens even goed zijn.

Van die 500 gekloonde genotypes worden er nog 100 overgehouden, en degene die op elkaar gelijken, worden in dezelfde groep gestoken in een polycross. Het zaad van de klonen binnen die polycross wordt geoogst (halfzusterfamilies) en gezaaid in veldjes om de waarde van die moederklonen te testen. .De veldjes worden 3 jaar gemaaid waarbij bij iedere snede de opbrengst bepaald wordt en monsters worden genomen voor de kwaliteitsbepaling. Op basis van deze resultaten grijpt men terug naar klonen binnen de polycross die de beste families gegeven hebben. Zo verkrijgt men de beste klonen die samen een synthetisch ras vormen, dat klaar is voor de officiële proeven.

Wist je dat...

... koeien eerder voor tetraploïd Engels raaigras kiezen dan voor diploïd? Tetraploïd bevat meestal meer suiker en is gemiddeld minder roestgevoelig. Diploïd gras is minder grof en sluit beter de zode waardoor het gras beter betreding verdraagt. Diploïd gras heeft ook een hoger drogestof gehalte (bevat minder water).

Meest recent

Meest recent