G oed grasland, dat betekent dus ook aandacht hebben voor de bemesting. In België, maar ook in Nederland, is hierbij de kringlooplandbouw een hot item. We moeten efficiënt omgaan met stikstof, met drijfmest... zodat men kwalitatief gras kan bekomen voor het vee, met voldoende eiwit en met voldoende opbrengst. En dat zonder al te veel verlies naar het milieu toe. "Eigenlijk is het een kwestie van aan de juiste knoppen te draaien", aldus Mark de Beer van het Nederlandse adviesbedrijf ‘Groeikracht’. Hij noemt dan ook vijf punten op waarop elke landbouwer zou moeten letten.
1. Bekalk regelmatig
De pH is een eerste punt waarop gelet moet worden bij de bodem. Er is namelijk een correlatie tussen de bodem-pH en de drogestofopbrengst. In een proef in 2016 werd namelijk aangetoond dat de drogestofopbrengst bij de eerste en tweede snede hoger was bij een hogere bodem-pH. "Het bekalken van blijvend grasland heeft zijn nut naar de onderste laag toe (10 tot 25 cm diepte). Daar zal de pH stijgen, wat zijn voordelen heeft bij het vernieuwen", klinkt het. Als je bekalkt, heeft dit ook in de bovenste 5 cm effect en daardoor is de groei van de eerste snede beter. Als je aan weidevernieuwing doet is het aangewezen om de pH op peil te brengen. Dit kan op het geploegde land gebeuren. Bij de juiste pH kunnen de jonge grasplanten de voedingselementen uiteindelijk beter opnemen.
2. Veel, vaak en vroeg
Veel zwavel en kali toevoegen geeft zijn meerwaarde naar grasland. Uit verschillende proeven op meerdere locaties is gebleken dat de opbrengst hoger is als naast stikstof ook zwavel werd toegediend. Ze staan namelijk samen in voor de vorming van eiwitten in het gras. ‘Groeikracht’ deed ook proeven met kali. Uit proeven waarbij kali werd bemesten bij de eerste en tweede snede, bekwam men een grotere opbrengst wanneer er kali werd bijbemest. De reden is dat kali een positief effect heeft op de sapstroom in de plant. "Wat belangrijk is in tijden van droogte zoals in 2018", klinkt het. In 2017 zagen de onderzoekers dat vooral de eerste snede van de kali kon profiteren, in 2018 was het voordeel vooral te zien bij de tweede snede. De Beer raadt dan ook aan om zeker de bodemanalyses te bekijken voor een correcte kaligift. "Dat betekent dat je soms meer moet doen dan drijfmest geven", waarschuwt hij. Daarnaast moet men beseffen dat als men kali bijmest, ook de graskuil meer kali zal bevatten. De uiteindelijke drijfmest van het vee kent dan ook een hoger kaligehalte. "Het is daarom misschien niet nodig om het jaar erop bij te bemesten." Hou die mest dus wel in het oog, is dus de boodschap.
Een volgende tip is dat je best vroeg in het seizoen begint, want dan kan je de grond goed sturen. In België mag je kunstmest en drijfmest toevoegen vanaf 15 februari. Van het moment dat de bodem voldoende draagkracht heeft - met ontwikkelende graswortels - kan je best aan de slag gaan. Zit je met gronden waar de draagkracht nog niet zo goed is, is het soms beter eerst kunstmest te geven, en daarna pas drijfmest. "Die drijfmest geef je ook best in kleine giften." Een richtlijn is dat de bodemtemperatuur boven de 8°C moet zijn, als je een kunstmestgift geeft moet je zorgen dat er een stikstofmeststof wordt gebruikt die traag oplosbaar is om geen uitspoeling te hebben.
3. Drijfmest aanlengen met water
Er zijn verschillende middelen op de markt om drijfmest beter te laten werken. "Maar het beste toevoegingsmiddel in mest is water: verdun je je drijfmest, dan verbeter je de werking ervan drastisch", tipt de adviseur. De mest wordt beter in de grond gebracht en de mineralen beter opgenomen. "Hoe meer water men bijvoegt, hoe groter het effect', voegt hij toe. Gebruikt men als dosis vier delen mest en één deel water bij de derde en vierde snede, dan krijg je de beste opbrengst als men ook rekening houdt met de kosten.
4. Drogestofgehalte bepaalt kuilkwaliteit
Vaak wordt de vraag gesteld wat het juiste drogestofgehalte is van een graskuil. Wanneer het gras dat erin gaat nat is, worden er zuren gevormd en gaat de pH dus naar beneden. De fermentatie die er plaatsvindt, gebeurt vooral onder zure omstandigheden, wat goed is voor het vee. Is het gras droger, dan is er een betere conservering. Toch is het hiermee oppassen: wanneer het drogestofgehalte boven de 60% zit, is het slecht voor de conservering. 40 à 50% drogestofgehalte geeft een hogere verteerbaarheid in vergelijking met 30 à 40% drogestofgehalte. Welk percentage het beste is, hangt echter wel af van de situatie. Men kan beter wat droger (meer dan 40%) inkuilen bij jonge grassnedes of bij eerste snedes, en wat natter inkuilen (ongeveer 30%) bij zwaar doorgeschoten snedes.
5. Onderhoud is behoud
Als je goed grasland hebt, is het de kunst om er zorg voor te dragen. Zo kan men eggen om onkruid, slecht en oud of dood gras te verwijderen. Zeker na een droogteperiode haal je zo ruwbeemd en straatgras eruit. Op die manier is er sprake van meer uitstoeling van de aanwezige plantjes en krijg je een dichtere zode. "Als je het dan nog kan plannen enkele dagen voor de regen, dan kan het gras weer wat snellerhergroeien", voegt de Beer toe. Het eggen kan met een wied-eg of weide-sleep of een combinatie ervan. "De wied-eg is het agressiefst."
Een andere activiteit op het veld is rollen, en dat gebeurt het liefst als de bodem wat luchtiger is gemaakt. Dit zorgt ervoor dat het grasland vlak ligt, waardoor je ook efficiënt kan maaien. "Het kan in het voorjaar, maar ook in het najaar', voegt hij toe. In het voorjaar zorgt rollen na inzaai van gras voor meer uitstoeling van het gras, ten nadele van onkruid. In het najaar zou rollen bijdragen in de bestrijding van engerlingen, maar dat is nog niet volledig wetenschappelijk bewezen.
Als het over de maaihoogte gaat, geeft de Beer de voordelen mee om te maaien op 7 cm. "Sommigen doen het op 4 cm, maar 7 cm is eigenlijk beter", vertelt hij. Je krijgt op die manier een hogereruwvoerkwaliteit, want de meeste voederwaarde zit in het blad en niet in de stengel. Verder krijg je een sneller hergroei want het groeipunt van het gras wordt niet beschadigd. Er zit zo ook minder ruw as in de kuil en er is minder kans op boterzuur. Ten slotte is maaien op 7 cm schoon werken. Wanneer je grasklaver op een hogere hoogte maait, heeft de rode klaver een betere hergroei zodat deze niet te snel weg is uit het perceel.
Wanneer je gras goed is, is moeilijk te zeggen, volgens de adviseur. "Goed gras is groen, maar slecht gras ook", klinkt het. Er zijn echter wel indicaties voor wanneer men best doorzaait of vernieuwt. Als het aandeel goede grassen en klaver meer dan 80% bedraagt in het grasland, is dat een gezonde toestand. Is dat slecht 50-80%, dan is het grasland van iets mindere kwaliteit en kan je beter doorzaaien. Menmoet vernieuwen bij meer dan 20% kweek en minder dan 50% goed gras en klaver.
"We hebben wel uit ervaring geleerd dat als er wat bruine plekken zijn, het gras zich wel snel herstelt. Wacht tot het weer regent en beoordeel je grasland erna", geeft hij mee. Zie je een groene spruit , dan komt het wel goed met je grasland. Bij een holle stand en open zode of zie je bruin gras met witte wortels, dan kun je best doorzaaien. Wanneer het gras echt kapot is, zie je bruine wortels en is opnieuw zaaien het enige wat je kan doen.
MV