Startpagina Liefhebberstuin

Meloenen: dé zonnekloppers van de moestuin

Dat het ene gewas meer warmte nodig heeft dan het andere is de reden dat heel wat mediterrane planten het in ons klimaat niet zo goed doen. Onze zomers zijn misschien wel warm genoeg, maar vaak te kort om jaar na jaar een goede groei of oogst te garanderen. De laatste jaren echter, dankzij de warme en lange zomers, lukt het steeds beter om deze gewassen ook bij ons met succes te telen. Zelfs een zonneklopper als de meloen doet het steeds beter in onze tuinen.

Leestijd : 5 min

J e kan pompoenen zelf zaaien als de temperatuur voldoende hoog is (minimaal 18°C ) om het zaad te laten kiemen. Maar als we nu nog zelf gaan zaaien duurt het nog een dikke maand voor de plantjes naar buiten kunnen waardoor het groeiseizoen te kort wordt. Gelukkig kunnen we in de handel terecht voor jonge plantjes die klaar zijn om uitgeplant te worden in de volle grond.

De meloen

Meloenen zijn afkomstig uit de tropen en de subtropen van Azië en Afrika. De suikermeloen (Cucumis melo ) is al duizenden jaren in cultuur in landen als India en Iran en was ook voor de oude Grieken en de Egyptenaren geen onbekende. Er bestonden toen nagenoeg geen varianten. In de 15e eeuw werd de suikermeloen door Karel VIII vanuit Italië geïntroduceerd in Frankrijk. Het was de landbouwkundige La Quintinie, de tuinman van Lodewijk de XIV, die meloenen kweekte in de koninklijke tuinen, die door kruising en selectie heel wat verbeteringen aanbracht in het assortiment. Sedertdien zijn er steeds maar nieuwe rassen en types bijgekomen, zodat het nog heel moeilijk is om een correcte indeling te maken van de gangbare 'soorten' meloenen. Grofweg worden de meloenen bij ons ingedeeld in een drietal groepen.

Cantaloup-meloenen zijn Europese meloen die in kassen wordt gekweekt en daardoor het hele jaar door te verkrijgen zijn. Ze hebben oranje vruchtvlees en zijn rond of iets afgeplat van vorm. Aan de buitenkant zijn ze verdeeld in segmenten (geribd) of bedekt met wratachtige knobbels. Het meest geteelde ras binnen deze groep is de Charentais of Cavaillon. Ook het ras Oranje Ananas, waarvan de zaden soms opduiken in het zadenrek behoort tot dit type. Cantaloup meloenen zijn half vroeg, makkelijk te telen en met wat geluk kunnen we de teelt ook buiten succesvol afronden.

Netmeloenen , met als bekendste vertegenwoordiger de Galiameloen, worden gekenmerkt door opvallend grijze, kurkachtige tekeningen en strepen op hun schil. Het vruchtvlees is lichtgroen tot oranje. Het zijn meloenen die reeds vroeg op het seizoen afrijpen en daarom ook kans van slagen hebben als ze in open lucht geteeld worden.

Galiameloen, de meest gekweekte netmeloen.
Galiameloen, de meest gekweekte netmeloen.

Gladde meloenen, ook wel eens Spaanse meloenen genoemd, hebben een gladde, meestal gele of grijsgroene buitenkant. Ze missen, ook als ze rijp zijn, de typische meloengeur. Ze zijn vrij lang te bewaren en hebben een friszoete smaak. Deze types zijn enkel onder glas te kweken.

Meloenen uitplanten

Meloenen zijn tropisch van oorsprong en doen het bij ons best onder glas (koude bak of serre) maar sommige rassen (de vroege rassen – waarvan sommige al op 80 dagen rijpe vruchten produceren) kunnen we ook succesvol in open lucht telen, op een warme, beschutte plek of tegen een zuidermuur. In de serre kunnen ze uitgeplant worden vanaf half mei, in een koude bak of onder plastiekfolie eind mei en in volle grond van begin juni in een bodem met een minimumtemperatuur van 12°C en een dagtemperatuur van rond de 20°C.

Bodem en bemesting

Meloenen houden van warme, losse en diep bewerkte grond die voldoende vochtig is maar ook voldoende drainerend vermogen heeft. Een oud spreekwoord verwoordt de vochtbehoefte van de meloen als volgt: “Een komkommer giet je groot, een meloen giet je dood.” Dus wel voldoende vocht maar geen nattigheid. Wordt er toch extra gegoten, gebruik dan liefst water op omgevingstemperatuur. Veel compost onderwerken en de meloen eventueel op een heuveltje planten helpen om het vochtgehalte op peil te houden. Meloenen hebben net als de meeste vruchtplanten heel wat meststof nodig om productief te zijn. Voorzie daarom een goede voorraadbemesting onder de vorm van ondergewerkte halfverteerde stalmest of compost. Bij het begin van de bloei kan dan nog eens bijbemest worden (12+10+18).

Opkweek

Meloenen zijn rankende planten en kunnen dus zowel liggend als staand geteeld worden. In de koude bak zal dit natuurlijk liggend zijn, buiten en in de serre kan men hem laten klimmen op ursusdraad en in de serre worden ze vaak opgebonden aan een klimdraad of aangebonden aan een stok. Voor de twee laatste teeltwijzen dient er wel gesnoeid te worden om een plant met één sterke scheut te bekomen. Daartoe worden de planten getopt als ze drie echte bladeren gevormd hebben. Van de drie zijscheuten die nu zullen uitgroeien worden de twee zwaksten verwijderd en de overblijvende scheut wordt gebruikt om naar boven te leiden. Naderhand worden alle zijscheuten op het moment dat ze vier bladeren hebben, teruggezet op twee bladeren. Ook voor de liggende teelt wordt aangeraden om te snoeien, er ontstaan dan sneller vrouwelijke bloemen en de groei is minder bossig. Voor de liggende teelt topt men als de plant ongeveer 1m lang is en selecteert men naderhand vier sterke scheuten die men kruisgewijs laat uitgroeien. Naderhand worden deze zijscheuten weer getopt na vier bladeren, de dan ontstane scheuten na drie en die daarna na twee. Op die manier wordt de groei in de hand gehouden en zijn er toch voldoende vrouwelijke bloemen om een goede opbrengst te bekomen. Planten die buiten groeien, hebben al hun bladeren nodig en worden dus niet gesnoeid. Zorg ervoor dat bestuivende insecten toegang hebben tot de serre of de koude bak want meloenen hebben mannelijke én vrouwelijke bloemen en hebben dus hulp (desnoods menselijke) nodig voor de bestuiving.

Meloenen doen het steeds beter in onze tuinen.
Meloenen doen het steeds beter in onze tuinen.

Oogsten

Afhankelijk van het ras kan je rijpe vruchten oogsten van augustus tot midden oktober. De vruchten zijn rijp wanneer de schil rond de vruchtsteel begint te barsten en verspreiden dan ook de typische meloengeur. Een rijpe vrucht kan men makkelijk oogsten door ze eventjes naar links en rechts te draaien, zonder te trekken. Meloenen rijpen best aan de plant, maar kunnen net als tomaten ook binnenskamers narijpen. Als ze rijp zijn worden ze best zo snel mogelijk geconsumeerd.

GB

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken