Startpagina Recht

Recht: covid-19 maatregelen in de juridische sfeer

Op allerlei vlakken worden door de overheid heel wat maatregelen genomen in het kader van de Coronacrisis, zo ook in de juridische sfeer. Wij bieden een overzicht van de belangrijkste maatregelen.

Leestijd : 3 min

Een eerste maatregel die we onder de aandacht van onze lezers willen brengen is de verlenging van bepaalde termijnen. De verjaringstermijnen en de andere termijnen om een vordering in rechte in te stellen bij een burgerlijk gerecht en die verstrijken vanaf 9 april 2020 tot en met 3 mei 2020, worden van rechtswege verlengd tot één maand na afloop van die periode.

Concreet kunnen dagvaardingen die moeten betekend worden voor een bepaalde datum in de periode tussen 9 april 2020 en 3 mei 2020 toch nog worden betekend tot 3 juni 2020. Dit is bijvoorbeeld het geval voor dagvaardingen in geldigverklaring van een pachtopzeg, die verplicht betekend moeten worden binnen de maand na de datum van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de partijen niet tot een minnelijke schikking zijn gekomen.

Mogelijk wordt de datum van 3 mei 2020 nog verlengd, waarmee dan ook onmiddellijk automatisch de periode van uitstel om een procedure op te starten of een rechtsmiddel in te stellen verlengd zal worden.

Geen pleidooien meer

Klassiek is het eindpunt van de argumentatie van partijen in een gerechtelijke procedure de pleitzitting waarop de partijen of hun advocaten mondeling de rechter trachten te overtuigen van hun standpunt. In theorie stond in het Gerechtelijk Wetboek ook een alternatief ingeschreven, met name de schriftelijke behandeling van burgerlijke zaken, waarbij de partijen aan de rechtbank lieten weten dat de rechtbank hun zaak mocht beslissen op basis van de schriftelijke stukken. Dit waren dan de procedureaktes (dagvaarding en conclusies) waarin de partijen of hun advocaten de argumenten op papier hadden gezet en de overtuigingsstukken (bewijsstukken op papier of elektronische drager).

Deze schriftelijke behandeling wordt nu tijdelijk het principe voor zaken die voor behandeling zijn vastgesteld op rechtsdagen die plaatsvinden vanaf 11 april 2020 tot en met 3 juni 2020.

Een partij die niet kan instemmen met de schriftelijke behandeling, dient de rechter daarvan schriftelijk en gemotiveerd in kennis te stellen. Op die manier kan die partij proberen toch de zaak mondeling te bepleiten. Indien de rechtbank ingaat op dit verzoek moet de zaak wel worden uitgesteld naar een latere datum waarop pleidooien terug mogelijk zijn.

Deze tijdelijke maatregel gaat onmiddellijk en van rechtswege in. De partijen moeten dus het in beraad nemen zonder pleidooien niet vragen, de rechter moet ze ook niet bevelen.

Schorsing verjaring strafrecht

De verjaringstermijnen van de strafvordering voorzien voor de misdrijven van het Strafwetboek en voor de misdrijven van de bijzondere wetten worden geschorst gedurende de periode van 18 maart 2020 tot en met 3 mei 2020. Ook de verjaringstermijnen van de straffen worden voor dezelfde duur geschorst.

Concreet, als er een verjaringstermijn van 1 jaar geldt voor het negeren van een rood licht op 26 augustus 2019, dan zal die verjaring geschorst worden in de periode van 18 maart 2020 tot en met 3 mei 2020. Mochten er geen andere oorzaken de verjaring schorsen of stuiten, dan zal de Procureur des Konings dus tijd hebben tot 47 dagen na 26 augustus 2020 om de overtreder toch nog te dagvaarden voor de politierechtbank.

Vlaamse justitie

Ook Vlaanderen heeft zijn eigen (administratieve) rechtbanken en ook daarvoor werd reeds bijzondere regelgeving uitgevaardigd die de noodsituatie veroorzaakt door het coronavirus Covid-19 moet opvangen.

Met een Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 2020, dat onmiddellijke uitwerking heeft, zijn bijzondere regels bepaald voor de proceduretermijnen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) en het Handhavingscollege (HHC).

De termijnen om beroep in te stellen bij de RvVb en het HHC die lopen op 27 maart 2020 of die aanvangen in de periode vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 worden met 30 dagen verlengd.

De vervaltermijnen die gehanteerd worden voor de RvVb en het HHC, bijvoorbeeld om een antwoordnota in te dienen, die lopen op 27 maart 2020 of die aanvangen in de periode vanaf 27 maart 2020 tot en met 24 april 2020 worden verlengd met 30 dagen. Deze termijnverlenging geldt niet voor de vervaltermijnen in vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

De Dienst Bestuursrechtscolleges die onder meer de RvVb en HHC overkoepelt, vraagt met aandrang om af te zien van de behandeling ter zitting van de vordering tot vernietiging. Net zoals op het federale niveau voor de burgerlijke rechtbanken wordt ook hier toevlucht gezocht naar een schriftelijke afhandeling van het dossier.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Meer artikelen bekijken