Bladmeststoffen bieden vooral flexibele bemesting

Of bladmeststoffen met stikstof een meerwaarde zullen geven, hangt dus duidelijk af  van het perceel.
Of bladmeststoffen met stikstof een meerwaarde zullen geven, hangt dus duidelijk af van het perceel. - Foto: LBL

Om een goede aardappel-oogst te verkrijgen, zijn er meerdere factoren die gunstig moeten zijn. Het klimaat is er één van, en dat heb je niet in de hand zo bleek de voorbije jaren/zo bleek tijdens de bladbemestingsproef. 2016 had een extreem nat voorjaar, 2017 was droog, 2018 was extreem droog en 2019 was extreem heet.Waar je meer vat op hebt, is de bodemgezondheid. Door op structuur, textuur, organischestofgehalte, vochthuishouding en nutriëntengehalte op de juiste manier in te spelen, geef je het aardappelgewas een gezonde bodem en dus een goede start mee. Naast rassenkeuze is een beredeneerde bemesting cruciaal. Bladbemesting kan daar een deel van uitmaken, en geeft de landbouwer de mogelijkheid de bemesting te spreiden over het seizoen.

Te gemakkelijk overbemesting

Aardappeltelers overbemesten wel te gemakkelijk, met als gevolg dat er te veel nitraten in de bodem onbenut blijven en uitspoelen naar het oppervlaktewater en grondwater. Dat is deels te wijten aan het klimaat en het seizoensverloop. Is het seizoen minder groeizaam, bijvoorbeeld door droogte, dan neemt het gewas minder stikstof op, waardoor het in de bodem blijft. “Aardappelen hebben een beperkt wortelgestel en zijn over het algemeen vrij droogtegevoelig waardoor ze minder efficiënt met stikstof omgaan”, aldus de BDB.

Er zijn echter ook andere factoren die meespelen in overbemesting. Landbouwers willen door bladmeststoffen te gebruiken op zeker spelen en zo een goede opbrengst halen met hun aardappelen. Het is bovendien gemakkelijk toe te passen, in combinatie met ziektebestrijding. Extra arbeid is hierdoor niet nodig.

Bladmeststoffabrikanten stimuleren landbouwers ook bladmeststoffen toe te passen bovenop de basisbemesting. “Dat leidde eerder tot overbemesting dan hogere opbrengsten”, was in het rapport te lezen. Meestal wordt via potproeven en bladanalyses de werking van bladmeststoffen aangetoond, en dus niet op perceelniveau met de heersende bodemomstandigheden.

Bodemgezondheid cruciaal

Als het over bladbemesting gaat, is de BDB niet aan zijn proefstuk toe, met zijn bladmeststofproef in 2019. Voor 2016 richtten de proeven zich niet op het element stikstof, maar op andere hoofdelementen, zoals fosfor, en spoorelementen, zoals mangaan. Hieruit bleek dat bij een gezonde bodem en correcte voorraadbemesting, er een beperkte meerwaarde is van bladmeststoffen tijdens het groeiseizoen. Zijn er bodemproblemen, zoals een tekort, dan kunnen bladmeststoffen wel soelaas bieden en nog goede aardappeloogsten garanderen.

In de periode 2016-2018 en in 2019 volgden nog 2 bladmeststofproeven, gericht op de bemesting van stikstof en kalium. Bij beide proeven bleek de staat van de bodem cruciaal. BDB: “Op percelen waar de bodemkwaliteit en de zuurtegraad in orde was, bleek de bodembemesting (al of niet gefractioneerd) te voldoen in de stikstofvraag van het gewas en boden bladmeststoffen geen meerwaarde.”

Bladmeststoffen bieden flexibiliteit in het seizoen

Of bladmeststoffen met stikstof een meerwaarde zullen geven, hangt dus duidelijk af van het perceel. Als uit de bodemanalyse blijkt dat er voldoende stikstof in de bodem aanwezig is, is het gebruik van bladstikstofbemesting niet nodig. Ook als een landbouwer met bodembemesting (in één keer of gefractioneerd) voldoende stikstof in de bodem kan brengen, is bladbemesting niet nodig. Wel bladstoffen toedienen, is zinloos en vergroot de kans op overbemesting.

In plaats van in één keer de basisbemesting toe te passen, kan een landbouwer er ook voor kiezen te fractioneren doorheen het seizoen. Zo kan een landbouwer de N-basisbemesting in het voorjaar verminderen met 50 kg/ha, en later beslissen de overige 50 kg N/ha toe te passen door middel van bladmeststoffen of vloeibare stikstof. Dat is zeker mogelijk én aangeraden in een groeizaam seizoen. Dat wil echter niet zeggen dat er een meeropbrengst aan gekoppeld is. “Op slechts enkele percelen, waar in het voorjaar minder bemest was dan het advies én waar de hitte/droogte van 2019 niet doorslaggevend was, konden bladmeststoffen een meerwaarde betekenen”, klinkt het bij de BDB.

Is dat niet het geval, bijvoorbeeld door droogte, kan de N-bijbemesting zelfs achterwege gelaten worden. Op die manier worden te hoge nitraatresidu’s in het najaar, en bijbehorende boetes, vermeden in het kader van MAP6.

Kalium rendeert

Om de kwaliteit van aardappelen (stootblauw en onderwatergewicht) te garanderen, wordt geadviseerd kaliumbladmeststoffen toe te passen. Ook hier speelde de aanwezige hoeveelheid kalium in de bodem een grote rol. Uit de proef van 2019 bleek dat bij een hoge kaliumvoorraad, het toepassen van extra bladstoffen geen hogere aardappelopbrengst gaf.

Is er minder kalium in de grond, dan is een geadviseerde kaliumbemesting aangewezen. Dit kan in één keer of gefractioneerd (een verminderde basiskaliumbemesting + bijgift door middel van kaliumbladmeststoffen). Krijgt een perceel over heel het seizoen te weinig kalium, dan leidt dit tot opbrengstverlies en verlies in kwaliteit.

Bodemanalyse informeert...

Hoeveel je van welk element toedient, dat kan enkel een bodemanalyse uitwijzen. “Meten is weten. Zonder kennis van de N-voorraad in het bodemprofiel en de verwachte N-mineralisatie riskeer je nodeloze uitgaves aan kunstmeststoffen.” Bodemanalyses moeten wel op het juiste manier worden ingezet, op het juiste moment, laat de BDB ons weten. “Bij gebruik van organische mest (bijvoorbeeld drijfmest of digestaat) in het voorjaar is het aanbevolen om vanaf 5 weken na deze bemesting de bodemstalen te nemen voor het N-indexonderzoek. Dan krijgt men een goed zicht op de N-levering vanuit de organische mest en kan er correct worden geadviseerd voor de bijbemesting, al of niet onder de vorm van bladmeststoffen.” De staalname kan best goed gepland worden. Weet bovendien dat tussen de staalname en het advies doorgaans minstens een week tussen zit.

Naast de N-index kom je via een staalname ook het organischestofgehalte, de zuurtegraad en het gehalte aan minerale stikstof te weten. “De bepaling van het organischestofgehalte en de zuurtegraad is belangrijk om te berekenen hoeveel stikstof er nog door de bodem geleverd zal worden. Het gehalte aan minerale stikstof geeft de onmiddellijk beschikbare voorraad aan. De N-index houdt rekening met de actuele mineralestikstofreserve (nitraat-N en ammonium-N) en de minerale stikstof die gedurende het groeiseizoen zal vrijkomen via mineralisatie van organische stof. Bij een staalname tijdens het groeiseizoen wordt voor de berekening van het bemestingsadvies in functie van de plantdatum rekening gehouden met de door het gewas reeds opgenomen hoeveelheid stikstof.”

En de bodemscanner? De bodemanalyse geeft enkel alleen de gemiddelde vruchtbaarheidstoestand van het perceel weer, niet de variatie. De BDB zet daarom ook in op de bodemscanner, in samenwerking met Veris, bijvoorbeeld in het demoproject ‘SMART-bodem’ en het Leader-project ‘Blik op de bodem’. “Daarbij passen we bijvoorbeeld variabele bekalking toe op basis van de variatie in de zuurtegraad die gemeten wordt. Rekening houden met de variatie in het perceel is zeker zinvol voor een correctere bemesting en voor het behalen van betere opbrengsten”, klinkt het.

...en is aangeraden

Hoewel zo’n bodemanalyse niet verplicht is, wordt het wel aangeraden. De kennis van je bodem laat toe te weten wat en hoeveel te bemesten. Dat gaat nodig zijn, zeker omdat MAP 6 in gebiedstype 2 en 3 lagere stikstofbemestingsnormen oplegt. Een gerichtere en meer verfijnde bemesting zal ook de toekomst zijn. Niet alleen fractioneren, maar ook rijenbemesting en fertigatie zullen meer de norm worden. Via het demo project ‘Aardappelen telen binnen de restricties van MAP VI’ sensibiliseert de BDB samen met de partners PCA en Inagro de aardappeltelers om de resultaten van de bodemanalysen correct in te zetten in de praktijk.

De juiste bladmeststof gebruiken is één voorbeeld van goed bemesten. Ken het product dat je aanschaft, is dus de boodschap. Welke voedingselementen zitten erin? In welke vorm is de stikstof in het product aanwezig? Informeer je over de samenstelling en dosissen, en vergelijk producten. “Vervolgens moet de gebruiker kijken welke nutriënten voor zijn percelen de grootste meerwaarde kunnen geven. Op basis hiervan en op basis van de prijs van de aangeboden producten kan dan een beredeneerde keuze gemaakt worden”, besluit BDB.

Marlies Vleugels

Meest recent

Meest recent