Aardappelen valoriseren als rundveevoeder

Aardappelen worden bij vleesvee dikwijls gebruikt om andere energiebronnen, zoals energieconcentraten, te vervangen.
Aardappelen worden bij vleesvee dikwijls gebruikt om andere energiebronnen, zoals energieconcentraten, te vervangen. - Foto: TD

Wanneer je een bijproduct in het voeder wil inmengen, moet je het aandeel hiervan in het rantsoen bepalen. Is het een noodoplossing (door droogte, onvoldoende voorraad)? Is het een opportuniteit (omwille van een aantrekkelijke prijs)? Of voorzie je regelmatig gebruik ervan? Hele rauwe aardappelen zijn gemakkelijk inzetbaar in veevoeder. Overtollige aardappelen kan je dus goed valoriseren in het rantsoen, op voorwaarde dat je de verwerking ervan – opslag, bewaring, gebruik – goed onder de knie hebt. Let onder meer bij elk gebruik in het voeder op de zuiverheid van de aardappelen. De aanwezigheid van aarde en stenen stellen immers een relevant, praktisch en economisch gebruik ervan in vraag.

Goede energetische waarde

Aardappelen hebben een energetische waarde van 1.128 VEM/kg droge stof (DS) en 1.247 VEVI/kg DS, wat hen voor deze eigenschap interessant maakt. De stikstofwaarden zijn minder gunstig. Het is altijd belangrijk om (aangekochte) voedermiddelen goed te karakteriseren alvorens deze te gebruiken in het voeder. Dit advies is dus ook van toepassing voor de aardappelen, alhoewel de voederwaarden van aardappelen behoorlijk stabiel zijn.

Gecontroleerde opslag

Goede bewaarmethoden zijn essentieel om goede zoötechnische resultaten te garanderen. Volledige aardappelen kan je bewaren in een sleufsilo, op hoop of zelfs ingekuild in een sandwichkuilsysteem. Het is echter moeilijk om de silo goed te vullen en aan te drukken door het lage drogestofgehalte. Daarom wordt aangeraden om de opslag goed af te dekken met een kwaliteitsvolle folie.

Vermijd alvast een te lange opslagperiode. Naargelang de weersomstandigheden wordt aanbevolen om de aardappelen niet langer dan 4 tot 5 maanden op deze manier te bewaren. Hoge temperaturen doen de kwaliteit van de aardappelen geen goed wanneer ze bewaard worden op niet-overdekte plaatsen.

Inmenglimieten

Hele aardappelen kunnen dus gebruikt worden in rundveerantsoenen en maken goede zoötechnische prestaties mogelijk, bij melkvee zowel als bij vleesvee of jonge dieren.

Tal van wetenschappelijke proeven die in de jaren 90 zijn uitgevoerd, toonden aan dat de melkproductie op peil blijft, dat het vetgehalte licht kan stijgen en het eiwitgehalte op niveau blijft. De kwaliteit van de melk is bij gebruik van aardappelen dus behoorlijk stabiel.

Melkvee : Voor melkkoeien bedraagt het maximale drogestofaandeel van de aardappelen 20 à 25%. Dit betekent dat je veiligheidshalve in de praktijk niet meer dan 10 kg aardappelen per koe per dag mag voederen in een goed gemengd rantsoen. Dit mag worden overschreden als het rantsoen minder dan 25% zetmeel en voldoende vezels bevat. Volg de melkkwaliteit goed op om zo de correcte inmenghoeveelheden te bepalen.

Voorbeeld van een rantsoen voor melkvee (brutogewicht):

- 37 kg kuilmaïs,

- 5 kg graskuil,

- 10 kg aardappelen,

- 5 kg stikstofcorrectie zoals koolzaadkoek,

- 1,5 kg energieconcentraat,

- 250 g mineralen.

Vleesvee: Voor vleesvee mag het aandeel aardappelen in het rantsoen oplopen tot 30 à 35%. Aardappelen worden dikwijls gebruikt om andere energiebronnen, zoals energieconcentraten, te vervangen. Ook hier moeten dezelfde voorzorgen genomen worden, zodat er geen ongunstige effecten bij de opname ontstaan.

Voorbeeld van een vleesveerantsoen (brutogewicht):

- 10 kg aardappelen,

- 21 kg bietenpulp,

- 1,5 kg stikstofcorrectie zoals koolzaadkoek,

- 100 g ureum,

- 100 g mineralen,

- 40 g zout.

Algemeen is het raadzaam om de aardappelen te verkleinen in een voermengwagen om verstikking te voorkomen.

Opletten bij omschakeling

Wanneer je start met aardappelen in het rantsoen van je rundvee moet je zorgen voor een gepaste overgang. Om optimaal gebruik te maken van dit alternatief ingrediënt zonder verteringsproblemen te veroorzaken, verhoog je dus het best geleidelijk het aandeel aardappelen in het voeder. Om een continue en ononderbroken aanvoer te garanderen, moet je dus ook over voldoende voorraad beschikken. Vergeet ook niet om altijd de zoötechnische resultaten te controleren.

Overtollige aardappelen kan je goed valoriseren in het rundveerantsoen.
Overtollige aardappelen kan je goed valoriseren in het rundveerantsoen. - Foto: TD

De overgang van het gebruikelijke rantsoen naar het nieuwe rantsoen gebeurt idealiter in 3 weken door de hoeveelheid om de 3 à 4 dagen gefaseerd te verhogen.

25 euro/ton voor melkvee en 35 euro/ton voor vleesvee

Naast de zoötechnische aspecten zijn natuurlijk ook de economische aspecten van belang bij het gebruik van aardappelen in het voeder. Met de rekentool Optim’Al, ontwikkeld door het Franse Institut de l’Elevage, kan je berekenen aan welke drempelprijs een ingrediënt (ruwvoeder, krachtvoeder, bijproducten) financieel interessant wordt in je melkvee- of vleesveerantsoen.

Dus afhankelijk van het type dier en het voorziene rantsoen verschilt die innameprijs tussen 30 en 45 euro per ton (bruto). Aan zo’n marktprijs moet je de aankoop van aardappelen in vraag stellen. Het is belangrijk om een interessante inkoopprijs te realiseren. Aan welke prijs beslis je om toch aardappelen te kopen...?

- om 10 kg aardappelen in een rantsoen voor melkkoeien te gebruiken, moet de prijs van de aardappelen, geleverd op het bedrijf, ongeveer 25 euro/ton bedragen;

- om 10 kg in een rantsoen voor jongvee te gebruiken, moet de prijs van de aardappelen, geleverd op het bedrijf, ongeveer 35 euro/ton bedragen.

Aan deze interessante aankoopprijzen is het wel mogelijk om aardappelen in te zetten als vervanger van een graan- of energierijk mengvoer. Ook de transportkosten moet je in rekening brengen, zeker wanneer je bedrijf ver gelegen is van aardappelproductieregio’s.

Interessante optie

Aardappelen zijn zeker een goed alternatief als voeder voor herkauwers, vooral om eventuele voedertekorten op te vangen of wanneer je kan inpikken op een goed marktaanbod. De inzet van aardappelen wordt liefst toegepast in regio’s met veel aardappelteelt. Maar sowieso moet je bij elke aankoop je prijsdrempel, inclusief de transportkosten, bepalen om de economisch relevantie te beoordelen.

naar Benoît Rouillé, Institut de l’Elevage

Meest recent

Meest recent