Ammoniakemissiereductie bepaalt systeemkeuze

De wetgeving bepaalt de contouren waarbinnen men kan bouwen. Maar sowieso kiest de veehouder best een systeem dat bij hem én zijn management past.
De wetgeving bepaalt de contouren waarbinnen men kan bouwen. Maar sowieso kiest de veehouder best een systeem dat bij hem én zijn management past. - Foto: AV

Suzy Van Gansbeke en Tom Van den Bogaert volgen al vele jaren stallenbouw en dierenwelzijn op binnen het departement Landbouw en Visserij. Sinds de komst van Katrien Boussery dit voorjaar werden de taken binnen het team wat herverdeeld. Suzy Van Gansbeke richt zich nu voornamelijk op thema’s in de varkenssector, Tom Van den Bogaert volgt de stallenbouw en dierenwelzijn op bij de andere diersectoren en Katrien Boussery neemt de uitgebreide emissieproblematiek in de veehouderij voor haar rekening.

Tom Van den Bogaert, Suzy Van Gansbeke en Katrien Boussery (v.l.n.r.) benadrukken dat ammoniak(emissie) geen ‘oude koek’ is.
Tom Van den Bogaert, Suzy Van Gansbeke en Katrien Boussery (v.l.n.r.) benadrukken dat ammoniak(emissie) geen ‘oude koek’ is. - Foto: AV

“Wij staan in voor het sectoradvies in de veehouderij”, legt Suzy van Gansbeke uit. “Er zijn heel wat thema’s die we van nabij volgen. Wij capteren het beleid en zetten dit om in bruikbare informatie voor de praktijk. We informeren de veehouders onder andere via studiedagen, artikels in de vakpers en andere publicaties.” Het drietal maakte recent 3 brochures over ammoniakemissiereductie in respectievelijk pluimvee-, varkens- en rundveestallen. “Dat is een belangrijke, maar ook moeilijke thematiek. We vonden het daarom aangewezen om de beschikbare informatie over de maatregelen zelf, overwegingen bij de keuze en aandachtspunten bij de toepassing nog eens op een rijtje te zetten. Het zijn dus technische en praktische brochures die moeten helpen bij de keuze en de toepassing, het is geen leidraad om een vergunning te verkrijgen.”

Vooral nodig bij nieuwbouw

Sinds 2004 is het voor de bouw van nieuwe varkens- en bepaalde pluimveestallen verplicht om een systeem toe te passen dat op de lijst van ammoniakemissiearme stalsystemen staat. In 2011 volgde deze verplichting ook voor vleeskippenstallen. Daar er op deze lijst geen stalsystemen werden opgenomen voor rundvee was deze verplichting niet van toepassing voor nieuwe rundveestallen.

Ruim tien jaar later werd in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen natuur ook de PAS-regelgeving (Programmatische Aanpak Stikstof) uitgewerkt. PAS heeft als doel om de ammoniakuitstoot in de nabijheid van de zogenaamde beschermingszones te reduceren. “Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt nagegaan welke impact het bedrijf heeft op de beschermingszones en of maatregelen noodzakelijk zijn in nieuwe of bestaande stallen. De maatregelen die kunnen toegepast worden, zijn opgenomen in een PAS-lijst en omvatten zowel management-, voeder- als stalsystemen. Doordat een gekozen maatregel wordt opgenomen in de omgevingsvergunning, is deze voor de volledige duur van de vergunning van toepassing. De invoering van PAS zorgde ervoor dat sommige rundvee- en overige veebedrijven ook genoodzaakt zijn om reductietechnieken toe te passen. Het belang van de ammoniakemissiefactor nam ook toe.”

Ammoniakvorming

Ammoniak (NH3) is niet alleen een vervelend, sterk geurend en prikkelend gas, maar is vooral schadelijk voor het milieu. In hoge concentraties is ammoniak giftig. Het gas irriteert al bij concentraties van 20 ppm (parts per million) luchtwegen en slijmvliezen, zowel bij de dieren als bij de verzorgers, en heeft ongunstige gevolgen op het vlak van gezondheid, uitval, groei en voederconversie. NH3 wordt onder meer als een van de belangrijkste oorzaken aanzien van de verzuring en vermesting van de bodem.

In stallen van varkens en runderen ontstaat NH3 door de afbraak van ureum in de urine van de dieren. Dit proces wordt versneld door het enzym urease, dat in vaste mest aanwezig is. Ammoniak ontstaat waar mest en urine met elkaar in contact komen, dus zowel in de mestkelder als op het vloeroppervlak. Bij varkens en rundvee, wordt de mest gewoonlijk in een mestkelder onder de stal opgeslagen. Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen de emissie uit de mestkelder en de emissie van op de vloer. In het geval van varkens wordt er van uitgegaan dat de kelder de voornaamste bron van de emissie is, bij rundvee is de verhouding andersom.

Bij pluimvee verloopt de vorming van NH3 op een andere manier. Dit komt doordat het stikstof bevattend eindproduct van het eiwitmetabolisme bij kippen urinezuur is en geen ureum zoals bij zoogdieren. Dit urinezuur (ca. 70%) en de onverteerde eiwitten (ca. 30%) worden eerst afgebroken tot ureum vooraleer NH3 wordt gevormd. Bij pluimvee is dat dus een trager proces, waardoor er in principe meer tijd is om in te grijpen. De afbraak van urinezuur wordt bevorderd door een hoog vochtgehalte in de mest. Een belangrijk reducerend principe bestaat dus uit het drogen of droog houden van de mest en van de strooisellaag, hetzij door verwarmen, door beluchten of door beide.

Nood aan informatie

Van Gansbeke: “Het is dus zaak om de NH3-concentratie in stallen zo laag mogelijk te houden, zowel voor mens als voor dier. De meeste veehouders investeren echter vooral in een ammoniakemissiearme stal omdat het moet van de overheid… Het is immers noodzakelijk om een vergunning voor een nieuwbouw te verkrijgen. Een goed en passend systeem kiezen, was zeker in die beginjaren niet evident. Bij die eerste betrokkenen gebeurde dit met vallen en opstaan.”

Ook Katrien Boussery herinnert zich dit uit haar jarenlange werkervaring bij een adviesbureau. “Soms kreeg de veehouder geen keuze en was er slechts één welbepaald systeem mogelijk. Wat mocht, was dikwijls niet praktisch in gebruik. Een systeem uit een boekje, is daarom niet passend...”

Intussen zijn we al 16 jaar verder sinds de eerste lijst met ammoniakemissiearme systemen werd gepubliceerd. Is de informatie intussen niet voldoende bekend? “Vandaag zijn er in Vlaanderen nog veel stallen die niet NH3-emissiearm zijn”, antwoordt Tom Van den Bogaert. “De verplichting geldt immers enkel bij nieuwbouw. Veel bedrijven zullen nog keuzes moeten maken. Het is dus belangrijk om de opgebouwde ervaring te delen. Onze brochures zijn weliswaar niet de enige bron van informatie, maar we probeerden allesomvattend te zijn en bovendien zijn we als overheid een neutrale adviseur.”

“Voor rundveehouders is deze thematiek trouwens nog behoorlijk nieuw”, vult Katrien Boussery aan. “Ze zijn er nog minder mee vertrouwd. Door PAS is ook het belang van de ammoniakemissiefactor van een ammoniakemissiearm systeem sterk toegenomen, waardoor de keuze voor een specifiek systeem belangrijke gevolgen kan hebben. Bovendien zijn er nog andere emissies. Stalsystemen hebben bijvoorbeeld ook een toegekende geur- en stofemissiefactor. Dat maakt het verhaal nog complexer.”

Verschillende sectoren, verschillende problematiek

“Onze eerste brochure – van midden 2019 - beschrijft de beschikbare systemen voor de pluimveesector. In deze sector staat men het verst met toepassing van ammoniakreducerende systemen”, vertelt Suzy Van Gansbeke. “Deze sector kende het voorbije decennium een forse groei inzake vleeskippen en de leghennensector moest voor 2012 ook omschakelen van legbatterijen naar andere huisvestingssystemen. Het aandeel nieuwe of grondig verbouwde stallen is er dus groter dan in de varkenshouderij. De stalconstructies in de pluimveesector verschillen ook sterk van deze bij varkens. Een kippenstal is eigenlijk een ‘lege doos’ die men inricht met een passend systeem, terwijl er bij varkens nagenoeg altijd een complexe mestkelderconstructie aanwezig is die je niet gemakkelijk kunt aanpassen.”

Bij varkens komt vooral NH
3
 uit de mestkelder. In de lijst met ammoniakemissiearme systemen worden dus voornamelijk putsystemen voorgesteld.
Bij varkens komt vooral NH 3 uit de mestkelder. In de lijst met ammoniakemissiearme systemen worden dus voornamelijk putsystemen voorgesteld. - Foto: Dep. Landbouw en Visserij

Pluimvee, varkens, rundvee… het zijn eigenlijk 3 aparte sectoren met elk hun eigen technieken om de ammoniakemissie aan te pakken. “Bij vleeskippen kijken we naar methoden om het strooisel droog te houden. Sommige systemen bieden bijkomende voordelen op het vlak van energiebesparing, waardoor de extra milieu-investering beter ‘verteerbaar’ wordt. Bij leghennen wordt het beluchten en dus drogen van de mest gecombineerd met frequente mestafvoer. Vermits er bij varkens vooral NH3 uit de mestkelder komt, namelijk een aandeel van 70% bij vleesvarkens en 90% bij biggen (figuur 1), worden voornamelijk putsystemen voorgesteld in de lijst. Dat zijn vaak dure, onzichtbare investeringen onder de roosters. Bij rundvee gaat de aandacht eerder naar het beperken van de emissie vanaf de vloer. Bij varkens en rundvee staan ook systemen met gescheiden opvang op de lijst, die vermijden dat mest en urine met elkaar in contact komen.”

Figuur 1: Aangenomen aandeel emissie uit kelder en vloer bij varkens
Figuur 1: Aangenomen aandeel emissie uit kelder en vloer bij varkens - Bron: Dep. Landbouw en Visserij

Figuur 2: Aandeel van ammoniakemissies in een rundveestal
Figuur 2: Aandeel van ammoniakemissies in een rundveestal - Bron: Dep. Landbouw en Visserij

In de brochures voor de pluimvee- en varkenssector werden ook de kosten mee onder de loep genomen. “Naast de emissiefactoren zijn immers ook de investerings- en werkingskosten niet voor alle systemen dezelfde. Het zijn dus belangrijke criteria bij de keuze van een systeem.”

In rundveestallen is voorlopig minder NH3-reductie haalbaar dan bij pluimvee- of varkenssystemen. Op heel wat bedrijven worden bovendien - door de weidegang - de stallen ook maar een half jaar intensief gebruikt. Een bijkomend probleem is dat ammoniakemissie moeilijk meetbaar is bij natuurlijk geventileerde stallen.

Nog steeds actueel

Zoals reeds aangehaald is (ammoniak)emissie een complex gegeven. De uitstoot is immers het resultaat van de concentratie maal het ventilatiedebiet. En de ventilatie is verbonden aan het gewenste klimaat. Het is dus ook een evenwicht vinden tussen emissie en dierenwelzijn.

Met deze 3 brochures willen de sectorspecialisten van het departement Landbouw en Visserij de veehouders een overzicht aanbieden dat hen kan helpen om de bomen door het bos te zien. “Ammoniak is geen ‘oude koek’, integendeel de problematiek is nog erg actueel”, benadrukt Suzy Van Gansbeke. “Veehouders met een groene PAS-brief hebben soms een vals gevoel van veiligheid, maar uitbreiden met één koe kan ook hen al in een andere situatie brengen.

In de brochures bundelden we de vandaag bekende informatie. Het is nuttige info als men een investering plant. De wetgeving bepaalt de contouren waarbinnen men tewerk moet gaan. Sowieso kiest de veehouder het best een systeem dat bij hem én zijn management past.”

Anne Vandenbosch

De 3 brochures zijn digitaal beschikbaar. Je kunt ze downloaden op https://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/publicaties/dier.

Toekomst

Het emissieverhaal is zeker nog niet op zijn einde. Katrien Boussery: “Naast NH3, zijn er natuurlijk ook nog methaan en andere broeikasgassen, geur, stof… NH3 is vooral een lokaal probleem. Broeikasgassen vormen een wereldprobleem. Daarom is ook het convenant enterische emissies dat de sector rond methaanemissie opstelde erg belangrijk. Enterische emissies zijn het gevolg van de spijsvertering, daarnaast wordt methaan vooral gevormd bij mestopslag. Men zoekt dus naar systemen om zo snel mogelijk de verse mest weg te halen uit de stalkelder. Mestvergistingsinstallaties, zoals meer en meer toegepast in de rundveesector, leveren ook energie en zijn dus een win-winsituatie voor de gebruiker. Ook in de varkenshouderij zoekt men volop naar systemen om de verse mest snel te verwijderen en te vergisten. Er volgen in dat kader ongetwijfeld nog nieuwe ontwikkelingen.”

Meest recent

Meest recent