Startpagina Mechanisatie

Altijd fierheid in (loon)werk gestoken

Roger en Liliane Raymaekers uit Willebringen (Boutersem) nabij Tienen stopten vorig jaar, enkele jaren na de pensioengerechtigde leeftijd, definitief met het loonwerk dat ze de laatste jaren reeds hadden afgebouwd. Eerder stopten ze al met het vetmesten van varkens. Naast het constant investeren in machines, is er nog een andere constante bij het koppel merkbaar: de fierheid en kwaliteit die ze in hun werk staken.

Leestijd : 6 min

Roger Raymaekers is zoon en kleinzoon van een loonwerker. Drie generaties lang is er dus aan loonwerk gedaan. In 1964 had Rogers vader 3 dorsmolens waarmee ze rondtrokken.

LBL: Dag Roger wanneer ben jij begonnen als loonwerker?

RR: “Dat is moeilijk om exact een ant-woord op te geven: al van kinds af aan hielp ik altijd mijn vader. Ik was zeker 9 jaar toen ik begon met rijden. Dat herinner ik mij nog heel goed: ik kwam uit het veld gereden met een Hanomag R55-tractor en wagen met graanschoven toen ik een rijkswachter op de fiets tegenkwam. Dat was nog zo een type met lange jas en hoge hoed. Van hem heb ik mijn eerste bekeuring gekregen omdat ik te jong was om te rijden.

Roger en Liliane Raymaekers voor een oude Hanomag tractor die nog van Roger zijn vader is geweest.
Roger en Liliane Raymaekers voor een oude Hanomag tractor die nog van Roger zijn vader is geweest. - Foto: TD

Mijn grootvader Emiel was boer en had destijds 2 ha land. Daarvan stond nog een halve ha gerst ongeoogst. We hadden aan een naburige loonwerker gevraagd om dat met zijn zelfrijder af te maaien. Die had toen een vijftal M103-pikdorsers. Maar die keek niet naar ons om, de pikdorsers stonden stil op het straat aan het café.

Dan heeft mijn vader de telefoon gepakt, naar Claas-invoerder Vandenabeele in Tienen gebeld en via telefoon zijn eerste zelfrijdende maaidorser, een Claas Matador Gigant, gekocht. We spreken over het jaar 1964, ik was toen 12 jaar en reed mijn eerste seizoen met een pikdorser. Vier jaar later, in 1968, is de eerste Claas Senator gekomen. Een jaar later kwam er nog zo een model bij en werd de Matador overgelaten.

De Ursus met kleine pakkenpers vertegenwoordigde een investering destijds van 600.000 Bef of zo’n 15.000 euro. De tractor start nu nog perfect van de eerste slag en werkt prima.
De Ursus met kleine pakkenpers vertegenwoordigde een investering destijds van 600.000 Bef of zo’n 15.000 euro. De tractor start nu nog perfect van de eerste slag en werkt prima. - Foto: TD

Mijn vader Rik richtte zich meer op het loonwerk: dorsen en sproeien. Dat sproeien gebeurde nog met een Willy’s jeep. Aan 200 Belgische Frank per ha (net geen 5 euro) werd er gespoten. Niet rendabel zei vader en hij vatte het idee op om varkens te houden: “meer mee te verdienen dan met het sproeien.” Tot begin jaren 2000 hebben we zo’n 20 zeugen en 100 vleesvarkens gehad.

De verzorging daarvan was vooral Liliane haar werk, maar ik bekommerde er mij ook om. Vooral ’s nachts controle doen of er geen zeug aan het werpen was. De kwaliteit van het varkensvlees was tiptop, handelaars kwamen van ver om onze varkens te kopen.”

Overname van vader

“In 1977 heb ik een ander merk pikdorser tweedehands gekocht. Daar heb ik niks dan miserie mee gehad. Die mag hier nooit meer den hof op komen. In 1983 heb ik hem dan overgelaten voor mijn eerste Claas Dominator 86, 3 jaar later kocht ik nog zo een model. In 1988 kocht ik een grotere Dominator, type 88. Nog 4 jaar later kocht ik er nog zo eentje. In 1995 kocht ik een Dominator 98 en in 2001 heb ik mijn laatste dorser gekocht, een Claas Dominator VX 98.”

De jaartallen en types weet Roger nog goed, die staan opgeschreven op een blad dat aan de binnenzijde van een kast in zijn bureel is gekleefd. Roger blikt duidelijk tevreden terug op zijn Claas-maaidorsers. Hij kon er proper dorswerk mee verrichten. “Het geoogst graan kon je terug als zaaigraan gebruiken, zo zuiver werk dat hij afleverde.”

Graanoogst was de voornaamste activiteit van loonwerker Roger Raymaekers.
Graanoogst was de voornaamste activiteit van loonwerker Roger Raymaekers. - Foto: TD

Roger en Liliane blikken zichtbaar met fierheid terug op het werk dat ze realiseerden. “Andere loonwerkers zeggen: je krijgt toch aftrek voor onzuiverheden bij de graanhandel. Waarom moet het dan zo proper? Maar dat is een gedachte waar ik niet mee kan leven.”

In de jaren 80 werden er ook investeringen gedaan in pakkenpersen. In 1985 kwam er een nieuwe New Holland kleinpakpers en in 1989 de eerste grootpakpers, een Rivierre Casalis met pakkenmaat 80 x 80 cm. Vier jaar later kwam de eerste Claas Quadrant 1100 grootpakpers, opgevolgd door een nieuwe Quadrant 2200 in 1997. In 2003 werd de laatste investering in een kleinpakpers gedaan, een New Holland 570.

Gilles rooicombinatie aan Fendt tractor.
Gilles rooicombinatie aan Fendt tractor. - Foto: R.R.

Bieten

Het dorsen en persen van granen vormde de hoofdzaak van het loonbedrijf, daarna kwam de activiteit in de suikerbieten. Roger beschikte begin jaren 70 al over een bietenzaaimachine, maar niet over een rooier. In die activiteit werd in 1980 voor het eerst stevig geïnvesteerd door middel van een 2-fasen rooisysteem. Een Same 130-tractor werd ingespannen tussen een Gilles-ontbladeraar en rooier (3 zonnen). Om de gerooide bieten op te rapen werd er een occassie Ursus tractor van 120 pk gekocht en voor een Vigneron-opraapkar gespannen. Die kar bezorgde Roger en zijn werkvolk veel kopzorgen. “Het was op zich wel sterk gemaakt, maar met rot bietenblad kon de Vigneron moeilijk overweg en dat zorgde voor veel opstroppingen. Samen met de dealer is er dag en nacht aan gesleuteld om steeds verbeteringen door te voeren. Na 3 jaar heb ik het voor bekeken gehouden en een nieuwe Gilles RB-150-opraapkar gekocht en daar een Same Hecules 160 voor ingespannen.

Gilles bietenrooicombinatie aan Same tractor.
Gilles bietenrooicombinatie aan Same tractor. - Foto: R.R.

Nog 3 jaar later heb ik een nieuwe 12-rijïge Gilles-bietenplanter gekocht en 8 jaar nadien nog eens een 6-rijïge. In 1993 ben ik overgeschakeld van een getrokken bietenopraapkar naar een zelfrijdende opraper, een Gilles RB200.” Ondertussen passeerde een reeks Same-tractoren de revue in de jaren 80 en 90 om over te schakelen naar een Fendt Favorit 816 in de bietenrooier.

Het rooien van suikerbieten ging door tot en met het seizoen 2013. Eigenlijk werd de activiteit gestopt omdat aan de machine stevige investeringen moesten gebeuren. Roger, die zijn pensioen begon te ruiken, zag dat niet meer zitten en de overnameprijs was interessant.

Heb je ergens begeleiding gehad om je pensioen voor te bereiden?

Neen, ik heb dat allemaal zelf uitgerekend. Het bleek voor mij een goede formule te zijn om geleidelijk aan te minderen met werken tot ik vorig jaar voor het laatst actief was als loonwerker.

Zelfrijdende Gilles bietenopraper.
Zelfrijdende Gilles bietenopraper. - Foto: R.R.

Het bietenmateriaal is op een goed moment verkocht, in 2016-2017 ben ik dan pikdorsers en persen beginnen verkopen. Twee pikdorsers zijn naar Roemenië gegaan, met eentje rij ik zelf nog mijn oogst af en de jongste pikdorser is aan mijn opvolger verkocht.

Vertel eens meer over de opvolging?

Zelf hebben we één dochter. zij is actief in een financiële instelling. Zij is niet in het loonbedrijf gestapt. Wel is Jens, de zoon van Jan Vandenbempt, een vroegere chauffeur van mij, begonnen met loonwerk in onze streek. Jens heeft mijn Dominator 98 VX gekocht. Die dorser is zo oud als Jens, 20 jaar. Jens reed van zijn 4 jaar al mee met zijn vader op de pikdorser.

Ondertussen heeft Jens een tweede pikdorser gekocht, zodat ook zijn vader nog kan dorsen. Daarnaast persen ze kleine pakken, maaien, schudden en harken ze gras. Maar ook ploegen, zaaien, maïs planten en sproeien doet Jens.

Wat waren de grootste uitdagingen in je carrière?

Eigenlijk dag en nacht werken, zeker in de bieten, dat was het zwaarste. En ’s nachts of ’s morgens sleutelen aan de machines en ze klaar zetten om opnieuw uit te rukken. Ondertussen moeten we ook nog regelmatig de varkens opvolgen.

Een apart aspect is wel de omgang met concullega’s. Er gaan veel verhalen rond, er wordt aan ‘prijskes’ gereden. Ik heb dat redelijk aan mij kunnen laten passeren. De kwaliteit van het uitgevoerde werk telde voor mij.

Ik weet nu dat het vinden van personeel een grote uitdaging is in het loonwerk, maar daar mag ik eigenlijk niet van klagen. We hebben trouwe, bekwame chauffeurs gehad. Daar hebben we heel veel toffe momenten mee beleefd: plezier maken en een grapje uithalen.

In 1985 nam ik van een loonwerker die stopte een pikdorser over en de vaste chauffeur daarop is toen meegekomen naar mij. Die had 12 jaar bij die loonwerker gereden en zat al van 1967 op de pikdorser, hij was toen hij begon 15 jaar. Hij is de gast die het langst gebleven is en nu 53 seizoenen met de pikdorser op zijn teller heeft staan. Een plezant, bijna berucht figuur, iedereen kent zijn bijnaam ‘Chico’, maar amper iemand kent zijn echte naam, Herman Humblet. Het is ongetwijfeld het grootste plezierbeest dat hier gereden heeft én met een gouden hart. “Als je hem friet en eten gaf, was hij content”, vult Liliane dankbaar haar man Roger aan. “’s Nachts als de chauffeurs thuis kwamen van het pikdorsen gingen ze graag naar Leuven of ergens een pintje pakken of iets eten. Ik heb er dikwijls ’s morgens moeten wakker bellen, maar Chico niet, die was terug trouw op post.

Chauffeur ‘Chico’, ofwel Herman Humblet, was meegekomen met de overname van een maaidorser van een loonwerker die stopte in 1985. Zelf zit hij van zijn 15 jaar op de dorser en heeft nu 53 seizoenen gereden.
Chauffeur ‘Chico’, ofwel Herman Humblet, was meegekomen met de overname van een maaidorser van een loonwerker die stopte in 1985. Zelf zit hij van zijn 15 jaar op de dorser en heeft nu 53 seizoenen gereden. - Foto: TD

Lilian geeft ontroerd aan dat ze dat het meeste mist, nu ze gestopt zijn als loonwerker: het sociaal contact met boeren en werkvolk. Die laatsten hadden regelmatig een verrassing in petto voor Liliane. Ze herinnert zich dat er ’s ochtends eens een boeket rozen door haar brievenbus stak. Dat hadden de mannen ’s nachts geplukt in de voortuinen van de straat.

Geleidelijk aan zijn de machines verdwenen, enkelen zijn er nog waarmee Roger een klein beetje eigen land bewerkt. Prachtige herinneringen aan het loonwerk, machines, klanten en chauffeurs blijven.

Tim Decoster

Lees ook in Mechanisatie

Eerste dealerday over precisielandbouw groot succes

Mechanisatie Fedagrim, Thomas More Geel en RTC Antwerpen organiseerden 28 oktober een eerste dealerday. Tractordealers, landbouwmechanisatiebedrijven, leerkrachten uit het land-en tuinbouwonderwijs kwamen samen met de studenten van de landbouw en landbouwmechanisatierichting in Geel samen voor dit event rond precisielandbouw.
Meer artikelen bekijken