Startpagina Mechanisatie

Precisielandbouw helpen integreren

Het Vlaams-Nederlands Interreg-project ADaM & PreciLa, een afkorting voor Agri-DataManagement en PrecisieLandbouw, mikt in de fruitteelt en akkerbouw op de implementatie van precisielandbouw en op het efficiënter gebruik van datastromen.

Leestijd : 7 min

Het project wordt weldra afgesloten en daarom werd op een slotevent toelichting gegeven bij ervaringen en werden er workshops voor geïnteresseerden georganiseerd.

Uitdagingen vormen projectachtergrond

De achtergrond van dit Interreg-project is dat de Vlaamse en Nederlandse landbouw voor diverse uitdagingen staan. Daarnaast vindt er internationaal een datarevolutie plaats richting een slimmere landbouw waarbij data worden gegenereerd via allerlei sensoren. “Bijvoorbeeld sensoren in de bodem, op het gewas, drones, satellieten, robots en machines. Deze data worden vervolgens bewerkt met algoritmes en zijn uitwisselbaar. De mogelijkheden zijn enorm, maar worden nog onvoldoende benut”, kadert Maxime Versluys, coördinator aan de PIBO-Campus, de achtergrond bij het project. De PIBO-Campus was de trekker van het Interregproject voor wat het akkerbouwgedeelte betreft.

Het Interreg-project ADaM & PreciLa wil dankzij verbeterd Agri-DataManagement (ADaM), technische innovaties en praktijkdemonstraties PrecisieLandbouw (PreciLa) in Vlaanderen en Nederland tot bij de teler brengen. Precisielandbouw staat voor variabele toepassingen op basis van gegenereerde en verwerkte data.

“Verschillende variabele toepassingen, zoals bemesting, groeibeheersing, slimme irrigatie en variabel zaaien en planten, werden uitgetest in dit project. Op 9 verschillende percelen werden gedurende 3 jaar lang alle bewerkingen in de teeltrotatie opgevolgd”, legt Maxime Versluys verder uit. Dit gebeurde door het genereren en vertalen van ruwe gemeten data naar taakkaarten op maat voor de aan te sturen machines.

Optimaal geconnecteerde dataplatformen

Om de data die gegenereerd worden uit de verschillende precisietechnieken te beheren, streeft het project naar optimaal geconnecteerde dataplatformen. Zo hebben de teler en zijn adviseur alle informatie op één plaats en kunnen ze informatie uit verschillende bronnen met elkaar vergelijken en combineren tot taakkaarten voor variabele teeltmaatregelen.

Ten slotte moeten de telers een duidelijk inzicht krijgen in de investeringskosten ten opzichte van de potentiële meeropbrengst. Met een economische en technische evaluatie van de technologieën wordt hier inzicht in gegeven.

Onderzoeksaanpak van veld tot kantoor

In de eerste fase van het project werden, met behulp van bestaande en nieuw ontwikkelde sensoren, data gegenereerd. De ruwe datasets werden toepasbaar gemaakt in de vorm van taakkaarten en modellen. Op basis van dit technologische proces werden verschillende teeltmaatregelen in het veld intelligent vertaald in acties in het veld, door middel van precisielandbouwmachines.

Een adequaat datamanagement is vereist voor een vlotte (ver)werking van de verzamelde data. De geoptimaliseerde datacaptatie en -voorbewerking wordt gecombineerd met een duurzame en veilige manier van data-uitwisseling en -gebruik, met behulp van ILVO’s datadeelplatform DjustConnect. “Zo blijft de administratieve impact voor de landbouwers beperkt”, bemerkt Maxime Versluys. De boer geniet via de slimme(re) datakoppelingen tussen de platformen van gecombineerd advies.

Concreet werkten de projectpartners aan de uitbreiding van de bestaande platformen in de fruitteelt en akkerbouw, met functies noodzakelijk om data-interpretatie optimaal te laten verlopen en om gestandaardiseerde data-uitwisseling mogelijk te maken. Om precisielandbouw tot slot naar de praktijk te brengen, werden er economische en technische analyses uitgevoerd, zodat landbouwers inzicht krijgen in de bijhorende investerings- en werkingskosten ten opzichte van de potentiële meeropbrengst en de waarde van de data.

Stef Keppens, onderzoeker aan PVL-Bocholt, werkte mee aan de uitbouw van een economische rekentool voor precisielandbouw. “Eigenlijk is dit een Excel-rekenblad geworden om te kijken hoe nuttig een bepaalde investering in een variabele toepassing is.” Verschillende parameters en variabele kosten zijn opgenomen in het rekenblad, net als richtwaarden. Uit de uitleg van Keppens leren we dat de winst niet altijd zit in een besparing bij de toepassing, maar ook kan zitten in een hogere gewasopbrengst. Die kan kwantitatief en/of kwalitatief hoger zijn door de precisielandbouwtechnieken.

Hij raadde ook aan om als landbouwer steeds goed na te denken of je het eens bent met de uitkomst van de rekentool. “De vraag of deze rekenformule effectief afgestemd is op zijn bedrijf, moet men zich stellen.”

Stappenplan met bodemscan als basis

Tijdens het slotevenement hadden de organisatoren een stappenplan uitgewerkt om te tonen hoe aan precisielandbouw gedaan kan worden. De didactische opstelling hiervoor was voorzien van enkele gepaste machines.

De toelichting werd gestart bij het scannen van de bodem. Hiervoor werd een quad getoond die een bodemscanner op een slee voorttrok. Voor Jacob Van Den Borne, die de toelichting hierbij verzorgde, is dit bewezen techniek. Om de 5 m wordt een werkgang gereden en de scanner kan tot 3 m diep werken. Het doel is om de elektrische geleidbaarheid van de bodem te meten, omdat deze sterk gecorreleerd is met het opbrengstniveau van de veldgewassen. Jacob Van Den Borne gaf aan dat het hem niet zozeer gaat over de absolute waarde of over het cijfer dat gemeten wordt, maar wel om de variatie die het cijfermateriaal aantoont. De metingen lopen immers sowieso al uit elkaar naargelang de bodem vochtig of droog is. Je moet dus leren van de variatie die in beeld is gebracht.

Tijdig correct inschatten

De eerste stap in precisielandbouw is voor Maxime Versluys de bodemscan. Hierop kan je dan verder in het seizoen gaan zaaien of poten volgens een variabele dosering. De bodemscan laat de heterogeniteit in het perceel zien, waarop je jouw zaaddosering of pootafstand kan variëren. Besparing op zaai- of pootgoed is niet de eerste beweegreden. Dat kan een strategie zijn, maar in het project werd ervoor geopteerd om het zaad- of pootgoed anders op het veld te verdelen dan volgens een homogene dichtheid. De getoonde pootmachine was er eentje waarbij je per rij de pootafstand in de rij kan laten variëren aan de hand van een vooraf opgemaakte taakkaart.

In de proefveldwerking met consumptieaardappelen werd duidelijk een meeropbrengst gezien door variabele te poten, zowel in de goede als minder goede zones van het veld. In een proef met aardappels voor pootgoedvermeerdering werd gezien dat er meer poters werden geproduceerd in de goede potermaat van 35-55 mm in de goede zones van het perceel als daar dichter op elkaar in de rij werd gepoot. In de slechte zones werden de poters verder uit elkaar gelegd in de rij en zagen ze bij het rooien dat de knollen hier al in een doorgaans te grote sortering zaten. “Daar hadden ze dus toch beter iets korter op elkaar geplant. Maar dit is nog de moeilijkheid aan precisielandbouw om vooraf juiste inschattingen te maken”, stelde Versluys.

Hij wees er ook op dat de manuele proefrooiingen een ander beeld gaven dan de machinale rooi met opbrengstmeting op de rooier. Dit wordt toegeschreven aan de ‘tarra’ die de rooier nog mee heeft in de machine en die ook gemeten wordt.

Variabel bemesten en spuiten

Dominique Cammaert is onderzoekster bij het Nederlandse kennis- en onderzoeksbedrijf Delphy uit Wageningen. Zij begeleidde in het project mee de variabele bemesting. Ook dit vond plaats na een bodemscan, waarbij de EC-waarde genomen werd om de mestgift te variëren van 80 tot 120%. Waar de EC-waarde laag was, werd minder mest gegeven. “Dit is een discussiepunt waar iedereen een eigen mening over heeft”, gaf ze aan.

“Als een plek in het veld tijdens het groeiseizoen een slechte gewasstand laat zien, maar je hebt bij teeltaanvang wel normaal bemest, is het meestal niet een gebrek aan stikstofbemesting”, gaf Jacob Van Den Borne zijn ervaring mee. “Dan moet je gaan kijken naar zuurtegraad, organischestofgehalte, vochtgehalte... van die specifieke plaats om de oorzaak van de mindere gewasstand te vinden.

De meerwaarde van variabel bemesten werd alvast niet snel gezien tijdens de proefveldwerking, wat opbrengst betreft, maar wel bij de nitraatresidu’s”, gaf Dominique Cammaert aan. “Variabel bemesten levert alleen voordeel wanneer bodemverschillen ook tot daadwerkelijke groeiverschillen leiden.”

Na haar uiteenzetting gaf Dieter Bergez (VDBorne) toelichting bij het variabel spuiten. Dat werd uitgevoerd bij de loofdoding van aardappelen in 2024 en 2025. Beide teeltjaren laten duidelijk een besparing op middel zien, met waardes tussen de 15 en 35%. Afhankelijk van de toestand van het gewas werd tijdens het spuiten van het loofdodingsmiddel meer of minder spuitvloeistof gedoseerd. Dieter Bergezgaf aan dat er vorig jaar zelfs maar één loofdodingsbehandeling werd uitgevoerd. “De precisielandbouwtechniek laat hier duidelijk een economische en ecologisch voordeel zien.”

Stef Keppens, onderzoeker aan PVL-Bocholt, gaf toelichting bij een rekentool.
Stef Keppens, onderzoeker aan PVL-Bocholt, gaf toelichting bij een rekentool. - Foto: TD

Slimme irrigatie en opbrengstmeting

Stef Keppens van het PVL te Bocholt stelde dat slim irrigeren op verschillende manier kan bekeken worden. Gaan we overlap vermijden om zo water te besparen of gaan we (vocht)sensoren gebruiken om de gift te optimaliseren, zijn zo maar enkele vragen die we ons bij dit onderwerp kunnen stellen. Hij raadde ook aan om de gemeten data van bijvoorbeeld een vochtsensor goed te interpreteren of te kennen. De sensor geeft een waarde aan, maar zijn we dan op tijd of net te laat om te gaan beregenen? Sensoren kunnen heel handig zijn als de landbouwer percelen op verre afstand van zijn boerderij heeft. De data van sommige sensoren kunnen makkelijk via wifi van op afstand geconsulteerd worden.

Tijdens het Interreg-project werd een proef in maïs opgevolgd waarbij druppeldarmen gebruikt werden voor de irrigatie en niet een haspel. Er werd zowel op een natter als droger deel van het perceel beregend via druppelirrigatie. De conclusie luidt dat er geen grote opbrengstverschillen werden waargenomen. Wel zagen ze dat delen in het veld met een hogere EC-waarde, ook vochtiger waren en hogere opbrengsten leverden.

Stef Keppens durft toch pleiten voor het gebruik van sensoren. Tijdens de proefveldwerking realiseerden de onderzoekers effectief een waterbesparing. Een voordeel van druppelirrigatie is ook dat, eens het werk in het voorjaar gedaan is om ze te installeren, ze er de rest van het seizoen liggen en je snel kan starten met de watergift. Bijkomend kan je dit sturen richting het ideale moment om water te geven. Haspels plaatsen en verplaatsen tijdens het groeiseizoen vergt heel wat meer arbeid.

Jeroen Viaene is softwareprogrammeur bij Vervaet (fabrikant van mestinjecteurs en bietenrooiers). Hij gaf tot slot toelichting bij een bietenrooier waarbij de fabrikant met camera’s en beeldanalyses de kwaliteit van het rooiwerk wil monitoren. Er wordt gewerkt aan een systeem waarbij de machine aan zijn chauffeur kan zeggen of het ontbladerwerk voldoende is, of dat er slecht gekopt is of te agressief gereinigd. Vervaet is deze mogelijkheid momenteel nog aan het ontwikkelen. De vraag is ook of de machine de chauffeur moet informeren over de kwaliteit van zijn werk of de machine zelf overgaat tot een optimalere afstelling. De techniek is alvast veelbelovend.

Meer info over het Interreg-project kan je bekomen via: https://interregvlaned.eu/adam-precila

Tim Decoster

Lees ook in Mechanisatie

Meer artikelen bekijken