Startpagina Liefhebberstuin

Terug van weggeweest: de coloradokever

De aardappelen in de moestuin hebben het dit jaar hard te verduren. Er was niet alleen de droogte die zorgde voor vertraagde opkomst en een geremde groei. Ze hadden ook af te rekenen met hoge temperaturen, die gecombineerd met de aanhoudende droogte, het risico op doorwas en glazigheid sterk doen toenemen.

Leestijd : 5 min

E n alsof dat nog niet genoeg is, duikt op sommige plaatsen een oude bekende, de coloradokever, massaal op. Oplettendheid en tijdig optreden zijn nodig om erger te voorkomen. En dat het met dit beestje echt heel erg kan worden, wisten ze in de jaren ’40 van vorige eeuw maar al te goed. Toendertijd bereikte dit insect voor het eerst ons grondgebied en kon het zich bij gebrek aan natuurlijke vijanden en geschikte bestrijdingsmiddelen massaal verspreiden. De strijd werd met alle middelen gestreden. Er werden subsidies uitgekeerd voor de aankoop van spuittoestellen en pesticiden. Kinderen en werklozen werden gevorderd voor het handmatig afvangen van de kevers en zelfs het leger werd gemobiliseerd voor de bestrijding van deze “staatsvijand nr. 1”. Uiteindelijk kon men de plaag een halt toeroepen door het massaal inzetten van pesticiden.

De coloradokever en zijn veroveringstocht

De Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) behoort tot de familie van de bladhaantjes, een zeer grote groep van voornamelijk bladetende kevers. Hij wordt ongeveer 1 cm groot en is duidelijk te herkennen aan de 10 overlangse zwarte tot bruinzwarte strepen op de gele dekschilden. Zijn Nederlandse naam kreeg hij omdat men dacht dat de kever afkomstig was uit de Amerikaanse staat Colorado. Oorspronkelijk kwam de kever echter alleen voor op de hoogvlakten van Mexico, waar hij vrijwel uitsluitend leefde op de stekelnachtschade (nauw verwant met de aardappelplant), een geelbloemige distelachtige plant waarvan de zaden makkelijk in de vacht van dieren blijven hangen.

De Spaanse conquistadores namen de zaden van de plant aan de haren van hun ezels mee naar het Noorden. Samen met de plant kon ook de coloradokever noordwaarts oprukken. Dat was op zich geen probleem tot de oprukkende kolonisten de aardappel introduceerden in datzelfde gebied. Op dat moment maakte de kever een opvallende overgang van de ene waardplant (stekelnachtschade) naar de andere (de aardappel). Het gevolg was een catastrofale vermeerdering van de kever op zijn nieuwe waardplant. In amper 20 jaar tijd (1850 – 1870) bereikte hij bij New York de oostkust van Noord-Amerika, van waaruit hij de oversteek maakt naar Europa om in 1935 voor het eerst op te duiken in België.

Huidige situatie in België

In het verleden veroorzaakte de kever vaak heel veel schade, maar door allerlei maatregelen, vaak gestuurd vanuit de overheid, en het op de markt komen van geschikte insecticiden kreeg men de plaag goed onder controle. Eén van die maatregelen die nu trouwens nog steeds van kracht is, werd vastgelegd in het KB van 19 november 1987 en luidt als volgt: “De verantwoordelijke die de aanwezigheid van de coloradokever onder welke vorm ook vaststelt, is verplicht om onmiddellijk maatregelen te nemen tot vernietiging ervan.”

En hoewel de kever in de professionele aardappelteelt nog weinig voorkomt - als neveneffect van de bladluisbestrijding in de aardappelteelt wordt ook de coloradokever bestreden – kan hij in warme zomers, zeker als die voorafgegaan zijn door een zachte winter, toch plots massaal opduiken en kan een gerichte bestrijding nodig zijn. De laatste jaren zien we de aantasting door de coloradokever weer toenemen, iets wat mogelijk gerelateerd is aan de klimaatsverandering met steeds warmere voorjaren.

Bij hogere temperaturen worden door deze warmteminnende kever meer eitjes afgezet (tot 800 !! eitjes per kever) en verloopt de ontwikkeling een stuk sneller, waardoor er zeer uitzonderlijk 3 i.p.v. 2 generaties per seizoen kunnen voorkomen (tot 800 x 800 nakomelingen).

Levenscyclus

Ondergronds overwinterende kevers bevriezen als de bodemtemperatuur lager zakt dan -7°C. De larven kunnen koude winters echter overleven door tot 50 cm diep in de grond te kruipen. Afhankelijk van de temperatuur ontwaken de larven/kevers vanaf april uit hun ondergrondse winterslaap en gaan ze allereerst op zoek naar voedsel en een geschikte plaats om hun eitjes af te zetten. Vaak vinden ze een ideale kweekplaats in aardappelopslag (resten van een vorige aardappelteelt) die zich als gevolg van de zachte winters goed kan ontwikkelen in graan-, maïs-, of bietenpercelen en ook vaak wordt aangetroffen in slecht onderhouden moestuinen.

Na het leggen van zijn massale hoeveelheid oranjegele, ovale eitjes sterft de winterkever af. Na 5 tot 20 dagen verschijnen de rode vraatzuchtige larven die zich in 3 tot 5 weken helemaal vol vreten om daarna in de bodem te kruipen en daar te verpoppen. Na ongeveer 2 weken komen dan de zogenaamde zomerkevers massaal uit de grond tevoorschijn. Afhankelijk van ontwikkelingssnelheid (temperatuursgebonden) volgt er al dan niet nog een generatie. In augustus kruipen de zomerkevers/larven weer in de grond om daar te overwinteren.

Bestrijding

In de moestuin kan je veel onheil voorkomen door ervoor te zorgen dat de winterkevers zich niet kunnen voortplanten. Controleer daarom het aardappelloof in april en mei regelmatig op symptomen (bladvraat) van de coloradokever. Ga desgevallend op zoek naar de kevers, vang ze af en vernietig ze (plattrappen). Controleer dan ook de onderkant van de blaadjes op eitjes en knijp ze plat of pluk de bladeren met de eitjes af en vernietig ze. Als je in dit stadium kan ingrijpen, is de kans zeer groot dat er in het verder verloop van de teelt geen coloradokevers meer opduiken, tenzij er vanuit buurtpercelen zomerkevers opduiken.

Problemen met de zomergeneratie los je het best op door de kevers af te vangen en de eitjes te vernietigen. De kevers hebben de neiging om zich op de grond te laten vallen als de tak waarop ze zich bevinden wordt aangeraakt. Raap de kevers van de grond en verzamel ze in een potje met wat zeepwater (anders kruipen ze er onmiddellijk weer uit) en vernietig ze nadien. Zien de eitjes toch een kans om te ontluiken, dan krijg je te maken met de vraatzuchtige larven die in een mum van tijd hele planten kunnen kaalvreten. Je kan de larven proberen af te vangen, maar de kans is klein dat je ze allemaal te pakken krijgt.

 

Chemische bestrijding

Sedert de opsplitsing van de erkenningen in producten voor beroeps – en amateurgebruiker kunnen we kort zijn. Er zijn nog twee middelen die wettelijk toegelaten zijn voor de bestrijding van de coloradokever door de niet-professionele gebruiker.

Spinosad (conserve garden): is een mengsel van twee toxines die geproduceerd worden door een van nature in de bodem aanwezige schimmel en is ook toegelaten in de bioteelt. Het middel werkt goed tegen de larven van de kever. Het product wordt opgenomen door het blad en blijft een 10-tal dagen werkzaam. In die periode doodt het alle insecten die van het blad eten of sap zuigen. Omdat het vochtige residu schadelijk is voor bijen, mag je het niet toepassen op bloeiend gewas of in de buurt van in bloei staand onkruid.

Pyrethrinen (Pyrethro Pur): dit middel is heel effectief tegen de larven, op voorwaarde dat je er rekening mee houdt dat het een contactmiddel is en je de larven dus goed raakt met het middel. Voor een effectieve bestrijding spuit je het product 2 maal met een tussentijd van ongeveer 1 uur, waarbij je erop let dat het middel alle delen van de plant (ook de onderkant van het blad) goed raakt. De kevers zijn, dankzij hun dekschilden, met dit product moeilijker te bestrijden.

G.B.

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken