Correct bataat telen van planten tot bewaring

Vooral de oranje bataat valt in de smaak bij consumenten en bij de industrie.
Vooral de oranje bataat valt in de smaak bij consumenten en bij de industrie. - Foto: MV

Onderzoeker Annelien Tack: “In 2016 deden we al een eerste verkennend onderzoek, en dat gaf al beloftevolle resultaten. Daarom startten we ook het project ‘Succesvolle uitbouw van de teelt van bataat in Vlaanderen’ op. We hebben in de voorbije 4 jaar onderzoek toegespitst op verschillende aspecten van de teelt.” Het project kreeg steun van het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen. Het PCG onderzocht aspecten zoals de plantwijze, bemesting, irrigatie en rasverschillen. Het PCA richtte zich vooral op de bewaring.

Start van de teelt

Een goede start van de teelt houdt in dat je ook moet starten met het juiste plantmateriaal. Het PCG deed zo onderzoek naar het gebruik van slips en pluggen. Slips zijn ongewortelde stekken van ongeveer 25 à 30 cm. “Het best hierbij is dat er zo veel mogelijk knopen onder de grond zitten. Dit kan door schuin te planten. Zo profiteren de slips optimaal van de warmte bovenaan in de rug. Gemiddeld kregen we immers 23% minder opbrengst bij het verticaal planten ten opzichte van schuin planten”, aldus onderzoeker Tack.

Met pluggen kan het ook, maar daar waren in 2017 en 2018 wel wat problemen mee: door te ver gewortelde pluggen kreeg men gedraaide knollen bij de oogst. “Door het werk van de plantenleveranciers werden de pluggen geoptimaliseerd, waardoor in 2019 en 2020 wel goede resultaten verkregen konden worden.”

Weinig bemesting, wel irrigatie en folie

Bij het begin van de teelt moet ook bemest worden. Uit literatuur is geweten dat in de bataatteelt weinig stikstof nodig is. “Veel stikstof geeft eerder negatieve gevolgen.” Uit een trappenproef van 2018 bleek alvast dat een beperkte basisbemesting van ongeveer 140 E N en 200 E K volstaat voor een optimaal resultaat. Zelfs met lagere dosissen werden al bruto-opbrengsten boven de 50 ton/ha gehaald. Hogere stikstof- of kaliumgiften geven geen enkele meerwaarde meer in opbrengst.

Uit een proef rond mulchfolie en irrigatie in 2018 bleek bovendien dat het aanleggen van zwarte mulchfolie en een T-tape voor irrigatie de beste resultaten gaf in vergelijking met enkel folie of enkel T-tape. “Met de combinatie folie en T-tape kregen we een opbrengst rond 58 ton/ha, de opbrengst was 10 ton/ha lager zonder folie. Met gebruik van folie, maar zonder irrigatie, werd in deze extreem droge zomer slechts de helft van de opbrengst gehaald. In 2021 zou er weinig verschil geweest zijn tussen wel en niet irrigeren.”

Continu rassenonderzoek

Van 2018 tot en met 2020 werd bovendien een heus rassenonderzoek opgezet, waarbij zowel opbrengst als drogestofgehalte werd onderzocht. Over de 3 jaar bleken verschillende oranjekleurige rassen een standvastig resultaat te geven met een goede opbrengst, namelijk Orleans, Bellevue, Bayou Belle, Beauregard en Indosweet. Gemiddeld schommelden de verkoopbare opbrengsten tussen de 33 en 40 ton/ha. Bij deze opbrengsten zijn de kleinste (<150g) en de grootste maat (>850g) en de onverkoopbare knollen niet meegerekend, aangezien ze niet geschikt zijn voor de versmarkt.

Daarnaast werden ook de opbrengsten van de rassen met witte en paarse schil vergeleken. In het algemeen bleken de rassen met paarse schil, zoals Diana en purple ‘Sakura’, mindere opbrengsten te halen dan het ras met bleke schil, Bonita. Het droge stofgehalte, wat een maat is voor het gehalte aan opgeloste stof (vaak gecorreleerd met de aanwezige suikers), is bovendien ook rasafhankelijk. “We merken ook dat de rassen geproduceerd in de Verenigde Staten en Afrika een hoger drogestof- gehalte behalen, in vergelijking met België, vermoedelijk door invloed van het klimaat”, vertelt Tack.

De oranje rassen in proef behaalden een drogestofgehalte tussen 14 en 19%, de witte en paarse rassen een hoger drogestofgehalte. “De industrie wil echter vooral oranje rassen met een hoog drogestofgehalte. Voor bepaalde producten bij Ardo bijvoorbeeld moet het drogestofgehalte meer dan 20% bedragen. Daar moet nog aan gewerkt geworden.”

Veel aandacht voor de bewaring

Vorig seizoen werd ten slotte een bewaarproef aangelegd met bataat. Hierbij werden de knollen 5 dagen bij 27° C bewaard voor de wondheling en erna op ongeveer 13° C. De relatieve vochtigheid bedroeg rond de 95%. “De relatieve vochtigheid is ideaal als het tussen 85 en 95% ligt. De bewaartemperatuur mag ook nooit lager gaan dan 13° C, anders is dit nefast voor de kwaliteit”, geeft PCA-onderzoeker Ilse Eeckhout mee.

Het zijn echter ook de omstandigheden op het veld die belangrijk zijn, zoals de temperatuur en de omstandigheden van het rooien. De schil is immers erg gevoelig voor wondjes, die voor gewichtsverlies kunnen zorgen. “Het is daarom erg belangrijk dat de wondheling goed gebeurt. Bovendien is de manier van reiniging cruciaal”, geeft Eeckhout mee. Borstelt men de bataat, dan is de kans op verwondingen groter. De knollen afwrijven of wassen is daarom een beter idee.

Marlies Vleugels

Meest recent

Meest recent