Startpagina Melkvee

Evalueer je runderen bij het opstallen en vermijd productieverliezen

Tijdens het weideseizoen komen runderen in contact met allerlei parasieten. Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ) wijst erop dat het opstallen hét moment bij uitstek is om je dieren hierop te controleren. Zo stuur je de parasitaire controle op je bedrijf tijdig bij en kun je productieverliezen vermijden.

Leestijd : 2 min

Jaarlijks wisselende weersomstandigheden tijdens de zomer zorgen ervoor dat parasitaire besmettingen enorm kunnen variëren van jaar tot jaar. Daarom is het ten zeerste aangewezen om deze besmettingen jaarlijks bij jouw dieren te evalueren. De belangrijkste inwendige parasieten zijn de maagdarmworm en leverbot.

Meten is weten

Door je evaluatie kort na het opstallen uit te voeren, sla je 3 vliegen in één klap. Je weet of een opstalbehandeling nodig is, of de controle op parasieten die je eerder dit jaar uitvoerde voldoende was en hoe je volgend jaar parasitaire bestrijding op jouw bedrijf wil aanpakken.

Omdat deze bestrijding altijd bedrijfsspecifiek is, overleg je dit het best met je bedrijfsdierenarts .Bij runderen zijn de maagdarmworm (Ostertagia ostertagi) en leverbot (Fasciola hepatica) 2 van de belangrijkste inwendige parasieten. Alle volwassen runderen met weidecontact zijn in uiteenlopende mate drager van O. ostertagi ter hoogte van de lebmaag. Bij leverbot speelt de aanwezigheid van de poelslak een cruciale rol als tussengastheer.

Parasitair Profiel geeft mate van besmetting aan

Met het ‘Parasitair Profiel’ kun je nagaan in welke mate jouw runderen tijdens het afgelopen weideseizoen in contact kwamen met bovenvernoemde parasieten. Dit kan eenvoudig met de ODR-bepaling op tankmelk. De ODR – of optische densiteit ratio – geeft weer hoeveel antistoffen (IgG Elisa) er aanwezig zijn die gericht zijn tegen O. ostertagi en F. hepatica. Deze waarde vertelt jou hoe ernstig de bedrijfsbesmetting is en of een behandeling nodig is.

Aan de hand van de ODR-waarde kun je ook het eventuele productieverlies door gedaalde melkproductie op het bedrijf inschatten.

Controleer het jongvee

Om het Parasitair Profiel compleet te maken, kan bij het opstallen ook het jongvee dat een eerste weideseizoen achter de rug heeft gemonitord worden. Dit kan door na te gaan hoeveel pepsinogeen in het bloedserum aanwezig is. Pepsinogeen wordt door een intacte lebmaagwand omgezet tot pepsine, een stof die nodig is voor de eiwitvertering. Bij een besmetting met O. ostertagi is de lebmaagwand beschadigd, waardoor deze omzetting verstoord is en het gehalte aan pepsinogeen in het serum stijgt.

De pepsinogeenwaarde geeft informatie over het voorbije weideseizoen en over de parasitaire blootstelling van de opgestalde dieren. De resultaten van de test geven ook aan welke maatregelen je het best kan treffen voor het komende weideseizoen.

Meer informatie over de interpretatie van de ODR-waarden van tankmelk en serum en over de pepsinogeenwaarden vind je bij de info over het Parasitair Profiel op de website www.dgz.be.

Naast deze parasieten bestaan er nog heel wat andere parasieten die tot productieverliezen kunnen leiden. Maak daarom de controle op parasieten een vast onderdeel van jouw bedrijfsmanagement.

Vragen? Contacteer je bedrijfsdierenarts of DGZ op tel. 078 05 05 23 of e-mail helpdesk@dgz.be.

Lees ook in Melkvee

Methaanemissie verminderen via pensvertering

Melkvee Met het Convenant Enterische Emissies Rundvee 2019-2030 engageerden 15 sectororganisaties zich om de enterische methaanemissies sterk te verminderen. Hoever staan we en wat zijn de mogelijkheden? In dit eerste artikel belichten we de aanpak via veevoeding.
Meer artikelen bekijken