Startpagina Interpom 2022

Zowel droogte als bemesting zijn serieuze beproevingen in de aardappelteelt

Elk jaar is anders, ook in de aardappelteelt. Te natte jaren, zoals 2021, zijn een uitdaging. Een droog jaar, zoals 2022, is dat echter ook. We kenden zowel droogte als plaatselijk echte neerslagbommetjes. De gevolgen voor de bewaring zijn nu al zichtbaar, omdat er geen maleïnehydrazide toegepast kon worden en omdat de buitentemperaturen nog vrij hoog zijn. “Mechanische koeling valt te overwegen”, weet Ilse Eeckhout, coördinator van het PCA, te vertellen.

Leestijd : 8 min

Z e heeft 25 jaar ervaring als onderzoeker bij het Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA) en sinds vorig jaar treedt ze er op als coördinator. Ilse Eeckhout zag de aardappelteelt dus van dichtbij evolueren, en ziet de uitdagingen van de sector duidelijk voor zich. “De PCA-onderzoekers staan heel dicht bij de praktijk. Voor elk probleem of uitdaging zoeken we oplossingen die het best aansluiten bij een moderne bedrijfsvoering”, geeft ze mee.

Ook dit jaar volgde ze het seizoen op de voet. Ze geeft een overzicht van de hoogte- en laagtepunten in onze aardappelteelt.

Een seizoen met natjes en veel droogjes

Na een vrij sombere en natte winter, was het weer in het voorjaar opnieuw droog. Alle plantwerkzaamheden waren goed verlopen. Voor de eerste onkruidbestrijding was het misschien een beetje te droog, maar eind mei en begin juni regende het. Daardoor was er sprake van een goede nawerking van de herbiciden.

“Eind mei-begin juni was het wel de enige regen die we gehad hebben. Erna werd het droog. Door de warmte en de regen in het begin van het seizoen kende het gewas een groeispurt. De aardappelen waren 2 weken voor op schema. Dat was een geluk, want met de droogte is alles daarna stilgevallen”, vertelt Eeckhout verder. De vroege rassen hadden een voorsprong opgebouwd en op die manier deden ze het qua opbrengst nog goed. Het waren de halfvroege en de late rassen die op een bepaald moment sterk te lijden hadden onder de droogte.

In september keerde de regen terug. Percelen die nog wat groen loof vertoonden, hebben hiervan geprofiteerd om nog wat opbrengst te genereren.

Na onze laatste bemonsteringen op praktijkpercelen (17 september), werd bij de late rassen een opbrengstreductie van 17% verwacht. Voor een correctere schatting organiseerde het PCA op 10 november de jaarlijkse voorraadenquête. “Dan bellen we naar 130 aardappeltelers en vragen we wat hun producties en de hoeveelheid aardappelen in bewaring waren.”

Genoeg middelen tegen onkruid

In droge jaren is de werking van her biciden minder goed en heeft onkruid meer kans om te groeien. “Al bij al vind ik dat de onkruidbestrijding nog goed meegevallen is. Met doornappel moet je wel opletten. Als je die niet aanpakt, heb je de jaren erna een groot probleem”, waarschuwt ze terecht. Eén plant kan immers meerdere zaaddozen dragen, met elk gemakkelijk 100 zaden. De bestrijding staat alvast in de IPM-checklist als minor. Vanaf 2026 wordt de bestrijding ervan verplicht (major).

In aardappel bestaat er nog een mooi gamma aan middelen, waarmee telers een breed spectrum aan onkruiden kunnen bestrijden. Er staan wel een aantal middelen ter discussie. We moeten ons dus gaan voorbereiden op ernstige beperkingen.

Aandacht voor mechanische onkruidbestrijding

In aardappel hebben telers nog niet de gewoonte om mechanisch aan de slag te gaan, terwijl telers van cichorei, bieten, enkele groenten... daar al iets meer mee vertrouwd zijn. In deze teelten wordt geschoffeld en gewerkt met precisietechnieken. “In het onderzoek willen we de komende jaren meer gaan inzetten op mechanische onkruidbestrijding, zodat we klaar zijn voor de toekomst.”

Ook precisielandbouw wordt ongetwijfeld de toekomst. Voorlopig loopt het zo’n vaart nog niet. Pas als de (financiële) meerwaarde echt zal blijken, zullen telers massaal die weg inslaan. Veel van deze technieken zijn immers gericht op een curatieve aanpak en net dat is in aardappelen moeilijk als het gaat over bestrijding van onkruid, plaag of alternaria.

Minder ziekten

Dit jaar was er duidelijk minder plaag en alternaria aanwezig door de droogte. Deze schimmels hebben vocht nodig om zich te vermeerderen en om te infecteren. Alternaria kwam er pas in september door de regen. “Alternaria is een afrijpingsziekte, het is normaal dat deze schimmel pas op het einde van het seizoen toeslaat. Het heeft om die reden ook geen zin om preventief te spuiten in juni of juli”, vertelt Eeckhout. Dit jaar adviseerde het PCA op 16 augustus dat de drempel bereikt werd en dat een eerste behandeling op zijn plaats was. “Alternaria heeft geen kilo's gekost dit jaar.”

Tegen plaag adviseerde het PCA in het nattere 2021 rond de 16 behandelingen, wat normaal is. Dit jaar werden 8 behandelingen geadviseerd, waarvan een drietal onderhoudsbespuitingen om het interval niet al te lang te maken. Eind mei-begin juni waren er wel infectiekansen, maar door de droogte ging de plaagontwikkeling niet van start. “We hebben in Vlaanderen geen plaag gezien en zo goed als geen meldingen gekregen. Dit doet ons hopen dat we volgend jaar minder vroege infectiebronnen zullen hebben. Plaag overleeft immers op knollen.

Minder coloradokever

In 2021 kreeg het volledig areaal bewaaraardappelen een behandeling met maleïnehydrazide. De omstandigheden voor een goede toepassing waren – in tegenstelling tot dit jaar – wél aanwezig. Mogelijk was dit een van de oorzaken dat er dit jaar minder opslag was, en dus ook minder coloradokever. “Die overleeft in de grond en na de winter komt de kever weer boven in het veld waarop vorig seizoen aardappelen werden geteeld. Als er geen opslagplanten staan, kan de kever zich niet voeden om aan te sterken en zich te vermenigvuldigen. Volgend jaar wordt dus anders, tenzij er de komende winter voldoende vorst optreedt, om opslag tegen te gaan.”

Dit jaar was er minder opslag, en dus ook minder coloradokever. Volgend jaar wordt meer opslag verwacht en dus meer coloradokever, tenzij er de komende winter voldoende vorst optreedt om opslag tegen te gaan.
Dit jaar was er minder opslag, en dus ook minder coloradokever. Volgend jaar wordt meer opslag verwacht en dus meer coloradokever, tenzij er de komende winter voldoende vorst optreedt om opslag tegen te gaan. - Foto: MV

Onvoldoende loofdoding

In jaren met groeizame omstandigheden en een vol gewas, moet er vaak 2 keer geloofdood worden vooraleer de aardappelen loskomen van de stengel en vooraleer de knollen velvast zijn. Met de huidige erkende loofdodingsmiddelen is dat mogelijk. Dit jaar bleek dit in de meeste gevallen niet nodig. Veel percelen waren al van nature sterk afgerijpt. “Door de droogte was er al niet veel loof meer”, merkt Eeckhout op. “Sommige telers beslisten om niet te loofdoden met het oog op nagroei en extra kilo’s. De regen in september zorgde er immers voor dat de plant weer een tweede adem vond, wat leidde tot instandhouding in plaats van afrijping van het loof.” Andere telers hebben maar 1 bespuiting toegepast op een gewas dat toch taaier bleek dan normaal. Die onvolledige loofdoding zorgde ervoor dat er bij de oogst nog veel loof meekwam. Knollen die niet loskomen van hun stolon, krijgen het in de rooier hard te verduren. Beschadigingen en stootblauw zijn onmiskenbare gevolgen.

Ze begrijpt de telers wel. De opbrengsten vielen immers tegen tot eind augustus, men hoopte bij de regen op wat extra kilo's. “Er werd inderdaad nog extra opbrengst gegenereerd, maar op een aantal percelen was dat in de vorm van doorwas. In dergelijke omstandigheden was een tijdige en dubbele loofdoding op zijn plaats geweest.”

En mechanische loofdoding?

Het PCA onderzoekt ook volop de mogelijkheden van mechanische loofdoding. Daarin ziet momenteel vooral de pootgoedteler heil. Die moet bij de juiste knolgrootte snel afdoden op een ogenblik dat het gewas nog zeer groen staat. Loofklappen, in combinatie met of gevolgd door een bespuiting van de stengelstompen, is een bekende keuze. Eeckhout ziet de consumptieteelt op termijn ook in de richting van mechanische loofdoding evolueren. “De meeste landbouwers kiezen vandaag voor chemische loofdoding omwille van efficiëntie en kostprijs. Als praktijkcentrum moeten we altijd een stap voor zijn en nu al de alternatieven van morgen uittesten.”

Looftrekken is ook een mooi systeem, omdat je alle loof in één keer kwijtraakt, en chemie niet meer nodig is.
Looftrekken is ook een mooi systeem, omdat je alle loof in één keer kwijtraakt, en chemie niet meer nodig is. - Foto: MV

Er zijn ook andere technieken op de markt. Het looftrekken is volgens Eeckhout ook een mooi systeem. “Dan ben je alle loof in één keer kwijt, en is chemie niet meer nodig. De weersomstandigheden moeten uiteraard altijd goed zijn.”

Weinig maleïnehydrazide toegepast

Dit jaar konden aardappeltelers omwille van de droogte en de hitte maar moeilijk een behandeling met maleïnehydrazide (MH) uitvoeren. “Dat merken we nu al in de bewaring. Aardappelen die 3 à 4 weken binnen zijn en geen MH hebben gehad, beginnen te kiemen. De eerste behandelingen met kiemremmers zijn achter de rug. Het wordt alleszins een grote uitdaging om aardappelen te bewaren tot juni volgend jaar. Voor telers die de kieming niet onder controle krijgen, zal dit ongetwijfeld resulteren in gewichts- en kwaliteitsverlies”, verwacht de coördinator.

Met de nieuwe middelen Restrain, 1,4Sight, Biox-M en Argos konden telers de voorbije 2 seizoenen al ervaring opbouwen. Bovendien hebben heel wat telers hun best gedaan om hun infrastructuur aan te passen. Als de buitentemperaturen in herfst en voorjaar meevallen, zullen ze de kieming wel onder controle houden. Wie niet beschikt over aangepaste bewaarinfrastructuur, moet de kieming goed opvolgen en de aardappelen tijdig afzetten.

Mechanische koeling in opmars

Mechanische koeling zit de laatste jaren in de lift. Zowel grote als kleine telers met thuisverkoop nemen het in overweging. “Als je de kost van kiemremming en de gewichtsverliezen door kieming berekent, dan wordt mechanische koeling een interessante piste. Nu zijn de energieprijzen echter sterk gestegen en dan is het niet overal voordelig. Dat zal mensen tegenhouden om te investeren, terwijl het wel een goed systeem is”, vindt Eeckhout.

Kort na de oogst was het buiten warm en waren er nauwelijks mogelijkheden om te drogen. Telers met mechanische koeling kunnen drogend koelen en de aardappelen remmen in de kieming. Mechanische koeling is ook zeer waardevol in het voorjaar, wanneer het buiten warmer wordt, en de teler de warmte uit de loods moet houden. “Een goed geïsoleerde loods en koude nachten zijn een eerste belangrijke stap, maar mechanische koeling kan zeker helpen. Vooral telers die lang bewaren, kunnen de rekening maken en de aanschaf overwegen.”

Bemesting, het eeuwige probleem

De meest actuele uitdaging ligt momenteel bij de bemesting. In een streven naar duurzaamheid en een goede waterkwaliteit moet de bemesting in aardappelen verder op punt gezet worden.

In de eerste plaats moet er bemest kunnen worden volgens de noden van de plant. Voor de juiste bemesting moet er rekening gehouden worden met voorvrucht, groenbedekker en bodemeigenschappen. Heel wat telers zijn zich hiervan bewust, anderen houden nog te veel vast aan gewoonten. Niettemin nemen aardappelen na eind juli geen stikstof meer op. Alle stikstof die in de daarop volgende maanden vrijkomt door mineralisatie zal ongetwijfeld terug te vinden zijn in het nitraatresidu, vandaar de vaak hoge waarden na aardappelen. “Met fractioneren kunnen we wel gerichter werken en bijsturen. Zo kan je beter inspelen op wat er vrijkomt uit organische bemesting of kan je een tweede fractie uitstellen als er genoeg bodemvoorraad blijkt.”

Rassenkeuze als oplossing op lange termijn

Een deel van de oplossing ligt misschien in de veredeling van rassen. Het probleem hierbij is dat het meerdere jaren duurt om een nieuw ras te ontwikkelen. “In het verleden was men in de klassieke veredeling vooral bezig met het ontwikkelen van rassen met een goede kwaliteit en opbrengst, en met resistenties tegen virus, plaag en nematoden. Nu komen daar nog de parameters droogte en bemesting bij.

Marlies Vleugels

Lees ook in Interpom 2022

“Het is onze taak om de aardappelteelt winstgevend te houden, ondanks MAP 7”

Interpom 2022 De nieuwe CEO van Belgapom, Christophe Vermeulen, is ondertussen al bijna 2 jaar aan de slag. En dat betekent niet ‘rustig inwerken’, want de crisissen volgden elkaar op. Hij zag de aardappel vorig jaar verzuipen, en dit jaar kreunen onder de vlakke zon. En ook economisch gezien kreeg de sector het hard te verduren met de lopende kostenstijgingen. Als klap op de vuurpijl ligt nu het nieuwe MAP 7 op tafel…
Meer artikelen bekijken