Limagrain: Huidige evolutie richting ‘beren van maïs’

Limagrain: Huidige evolutie richting ‘beren van maïs’

Op de jaarlijkse proefvelddemo toonde Limagrain welke maïsrassen het in huis heeft, en wat er de komende jaren in de pijplijn schuilt. Verder pakt Limagrain uit met een biologische maïscoating die de beworteling van het gewas stimuleert.

Het bedrijf heeft evenzeer aandacht voor andere gewassen, en dat beperkt zich niet tot wintergranen. “Wij zijn actief in alle gewassen in de Belgische landbouw”, maakt Marc Ballekens, directeur strategie en marketing, zich sterk. Bijgevolg krijgen ook winterveldbonen, voederbieten en zelfs zonnebloemen de nodige aandacht, op of naast het veld.

Voederbieten

Op het proefveld in Otegem houdt productmanager voedergewassen en groenbedekkers Walter Vervoort als eerste halt aan de voederbieten. “Dit gewas is perfect als derde teelt. Er is geen enkel voedergewas dat zoveel droge stofopbrengst per hectare geeft, 20 ton en meer.”

Het Rhizoctonia-resistente voederbietenras Rialto heeft in België  een marktaandeel van 50 %.
Het Rhizoctonia-resistente voederbietenras Rialto heeft in België een marktaandeel van 50 %.

De heer Vervoort gaat prat op de voedingswaarde en smakelijkheid van bieten: “Als je dat voor het voederhek gooit: de koeien vliegen erop. Je wordt daar instant gelukkig van. Tot nader order is dit het enige ruwvoedermiddel dat een koe in de winter vers eet. Al de andere zijn verzuurd: gras, maïs ... Stel je voor dat je de hele winter door zuurkool moet eten. Je zou ook niet meer dan twee lactaties meegaan, hé.”

“Ons ras Rialto heeft in België een marktaandeel van 50 %. Het dankt zijn populariteit vooral aan het feit dat het rhizoctoniatolerant is.”

Groenbedekkers

Vervolgens gaat het richting groenbedekkers. De heer Vervoort introduceerde zelf ‘Greencover Humus’, een mengsel dat naast gele mosterd en Japanse haver ook zonnebloem bevat. “En waarom niet? Zonnebloem is even subtropisch als maïs. Bij Limagrain zijn we zeer sterk in de veredeling ervan, en het geeft een enorme droge stofopbrengst per hectare.”

Zonnebloem (rechts) geeft een enorme droge stofopbrengst per hectare. Greencover Humus combineert het met gele mosterd (links) en Japanse haver.
Zonnebloem (rechts) geeft een enorme droge stofopbrengst per hectare. Greencover Humus combineert het met gele mosterd (links) en Japanse haver.

De heer Vervoort spreekt over 5 ton droge stof per hectare, onder- en bovengronds. “Gele mosterd alleen geeft 1.400 kg DS/ha”, merkt hij nog op. “Het mengsel komt zeer goed op. Na de winter laat het nooit zonnebloemen achter. De vogels eten alles op. Natuurpunt is er dolgelukkig mee”, grapt hij. Intussen is dit het meest gezaaide mengsel uit het gamma.

Trends in de maïs

In de kleinere onderzoeksveldjes test Limagrain ondermeer het effect van de tussenrijafstand. Bij een zaaidichtheid van 95.000 korrels/ha lieten medewerkers respectievelijk 12,5; 37,5; 50 en 75 cm tussen de rijen. In afwachting van de oogst somt de heer Vervoort de bevindingen van anderen op: “In de Hooibeekhoeve te Geel zagen onderzoekers 20  % meer droge stofopbrengst voor kuilmaïs in echte zandgronden bij 50 cm. Andere firma’s maken melding van 15  % meer opbrengst met een tussenrijafstand van 37,5 cm en 5  % met tussenrijafstand 50 cm.”

De heer Vervoort is ervan overtuigd: “Dit gaat toch komen, al zal het niet met de volle goesting van de loonwerkers zijn.”

“Te laat”

“Kuilmaïs oogsten doe je best op een droge stofgehalte tussen 33 en 36  %. Dat kan je schatten door naar de kolf en de plant te kijken. De gratis app MaïsManager helpt je daarbij. Op dit moment is het in feite al te laat”, meent de heer Vervoort. “Veel landbouwers zitten nog met dat zwart puntje in hun hoofd, dat verschijnt bij een droge stofgehalte van zo’n 40  %. Vandaag de dag zit je dan al te ver. Dat komt omdat er nu meer zetmeel in de korrels zit dan vroeger. Zetmeel is droog, dus mag er meer water in de korrel.”

Het doel voor de volgende jaren is een hoge opbrengst en voederwaarde combineren. LG 31.237, die normaal vanaf december op de rassenlijst verschijnt, lijkt daarin te slagen. “Deze variëteit combineert een hoge celwandverteerbaarheid met een hoge opbrengst. Net als ‘broertje’ Mantilla is het een groot gewas, een beer van een maïs, zoals we zeggen. We gaan die kant uit.”

Reiken naar de hemel

De nieuwe genetica toont inderdaad wat meer lengte. Toch zijn ze zeer verteerbaar, volgens de heer Vervoort. Bij een plot met bijzonder uit de kluiten gewassen planten staat hij even stil. “Dat ras hier is iets heel speciaals. Professor Reheul (Universiteit Gent, departement plantaardige productie) zegt graag dat als je hoort over een meeropbrengst van 10  %, dat je dan de kamer moet verlaten omdat het ruikt naar maffiapraktijken. Deze LZM 166/71 (LG 31.205*) komt echter wel in de buurt. En dat terwijl het om een vroeg ras gaat (fao 200). Dit is een klepper!”

Het vroege ras LZM 166/71 zou zijn stevige lengtegroei combineren met een goede verteerbaarheid en een uitzonderlijk hoge opbrengst.
Het vroege ras LZM 166/71 zou zijn stevige lengtegroei combineren met een goede verteerbaarheid en een uitzonderlijk hoge opbrengst.

Ook Mantilla belooft hoge opbrengsten met veel massa en lengtegroei te combineren, al boet het iets in aan verteerbaarheid. “Lengte staat niet altijd gelijk aan opbrengst natuurlijk”, nuanceert de heer Vervoort. “LG 30.248, één van onze meest verkochte rassen, is kleiner dan de rest, maar is één van degene met de hoogste opbrengst.”

Mantilla belooft hoge opbrengsten met veel massa en lengtegroei te combineren, al boet het iets in aan verteerbaarheid.
Mantilla belooft hoge opbrengsten met veel massa en lengtegroei te combineren, al boet het iets in aan verteerbaarheid.

TSSV-2-zaadcoating

Op het proefveld vergelijkt de heer Vervoort ook het ras LG 31.237 mét en zonder de nieuwe maïscoating. “Dat is iets waar wij 100  % in geloven. We hebben dat getest in heel Europa, van Denemarken tot Italië.” Waarom zou je zo’n coating nodig hebben? “Met het huidige onvoorspelbare, extreme weer is een sterke jeugdgroei een must”, legt Walter Vervoort uit.

“De biologische maïscoating TSSV-2 is iets waar wij 100 
% in geloven, aldus Walter Vervoort.
“De biologische maïscoating TSSV-2 is iets waar wij 100 % in geloven, aldus Walter Vervoort.

Waaruit bestaat de coating dan? “De maïskorrel krijgt eerst een laagje biopolymeer. Dat vorm een hard korstje rond het zaad, zodat er zich meer en fijnere wortels vormen. Vervolgens wordt de levende bacterie Bacillus amyloliquefaciens aangebracht. Die Rhizobiumbacterie is een biostimulant. Hij leeft in symbiose met de plant, en stelt daarbij fytase vrij. Dat enzyme breekt fosfaten in de bodem af, zodat het fosfor ter beschikking komt van de plant.” De coating toont zich dus ook nuttig waar door de strenge bemestingsnormen een fosfortekort heerst.

80 EUR winst

Het hele productieproces is erg delicaat en gecompliceerd, waardoor Limagrain ervan overtuigd is dat niemand hen dit na zal doen. Het product is dan ook niet goedkoop. Limagrain rekent een kostprijs van 18 EUR extra per hectare. Een proef in Denemarken wees uit dat de landbouwer mag rekenen op 80 EUR brutowinst per hectare voor korrelmaïs, en 84 EUR voor kuilmaïs.

“We brengen iets in de grond dat voor de volgende teelt ook nog iets oplevert”, pleit de heer Vervoort. “Ook is de coating volledig bio, en bio is een hot item tegenwoordig. Daar moeten we in meegaan.” De coating komt dit najaar op de markt, maar over de merknaam wordt nog even nagedacht.

Veldbonen

Naast maïs en wintergranen genieten ook veldbonen meer en meer populariteit als veevoeder. Marc Ballekens, directeur strategie en marketing, breekt een lans voor de teelt: “Op dit moment is de teelt nog klein, maar ze is wel degelijk belangrijk aan het worden. Twee jaar geleden zijn we met het ras Tundra gestart. Dat product lanceert zich wel degelijk. Er wordt veel gepraat over soja, over andere eiwithoudende gewassen, over klavers enzovoort. Wel, dit is een realiteit. Dit is een gewas dat effectief gedijt in onze contreien, met zeer goede opbrengsten het voorbije jaar. We zijn vertrokken met die trein, en we gaan ermee verder”, betoogt hij.

“Veldbonen gedijen effectief in onze contreien, met zeer goede  opbrengsten het voorbije jaar”, betoogt Marc Ballekens.
“Veldbonen gedijen effectief in onze contreien, met zeer goede opbrengsten het voorbije jaar”, betoogt Marc Ballekens.

Technisch specialist voedergewassen Thomas Truyen kan er niet genoeg op hameren: “Inzaaien doe je op 8 cm diepte. Bij ondiep zaaien bestaat het risico op vorstschade.” De teelt van veldbonen komt in aanmerking als ecologisch aandachtsgebied (EAG), met correctiefactor 0,7: 1 ha veldbonen is goed voor 0,7 ha EAG. Anderzijds is er ook een subsidie van 600 EUR/ha in het kader van de teelt van vlinderbloemigen (VLI-steun via PDPOIII). Een engagement voor vijf jaar is evenwel het minimum daarvoor.

D.C.

Wintertarwe en -gerst

Welke wintergranen kiezen dit jaar? Productmanager Ignace Ghekiere geeft advies op basis van verschillende rassenproeven. “Veel landbouwers kijken enkel naar de resultaten voor hun regio, maar je hebt minstens vier locaties nodig om te weten of een ras iets waard is”, geeft hij mee. “Wij gaan enkel verder met rassen die de laatste drie jaar boven het gemiddelde scoren in de proefveldresultaten. Zo bewijzen ze hun betrouwbaarheid. Met het veranderende weer wordt dat steeds moeilijker.”

Er zijn genoeg andere factoren om rekening mee te houden: zaaidatum, voorteelt, bodemtype, toepassing na oogst, vatbaarheid voor ziekten ... De heer Ghekiere stelt als eerste Anapolis voor, het grootste tarweras in België. Doordat het een goede resistentie naar gele roest, aarfusarium en meeldauw vertoont kan het gevoederd worden aan éénmagigen, en is het geschikt voor biologische teelt of geïntegreerde bestrijding.

RGT Reform is dan weer het grootste ras van Duitsland. Het is erg constant en betrouwbaar, met een hoog hectolitergewicht ondanks de droogte. Verder is het zeer wintervast. Ook in Polen en Tsjechië wordt het geteeld. Verder verdraagt dit ras veel stikstof en toont het zich zeer resistent tegen fusarium. Handig is dat het tolerant is voor chloortoluron, dat weer meer in gebruik geraakt.

In de zandleemstreek en de leemstreek raadt de heer Ghekiere RGT Sacramento aan. Met zijn brede roestresistentie (geel en bruin) is er weinig risico voor bladziekten. De teelt past na late suikerbieten of kuilmaïs, en laat toe om vroeg te oogsten en daarna nog groenten te verbouwen. De teelt toont hoge opbrengsten in onbehandelde proeven, wat dit ras geschikt maakt voor bioteelt.

In lichtere gronden vindt Ignace Ghekiere Cellule interessanter. Het is zeer legervast en heeft een goede bladgezondheid. Bij natte percelen komt de goede septoriaresistentie van pas. In minder goede percelen, of bij gelimiteerde stikstofgift biedt het late ras Benchmark uitkomst. Uit Deens onderzoek met bodemcamera’s bleek dat dit ras een groter wortelstelsel heeft dan de andere rassen.

“Tarwe is ook een beetje onderhevig aan mode”, verklaart de heer Ghekiere het feit dat Tobak minder wordt verkocht, ondanks de mooie cijfers die het kan voorleggen. Het toont een constante opbrengst, en overleefde koude (2012), natte (2016) en droge (2015 en 2017) weersomstandigheden. Het kan vroeg gezaaid worden en blijft vrij van gele roest en de oranje tarwegalmug.

Een buitenbeentje is de baktarwe Evina. “Baktarwe, en dan vooral biologische baktarwe, is een groeiende niche in België”, vermeldt de heer Ghekiere. Daarom is de goede bladgezondheid en de aarfusariumresistentie van het ras zo belangrijk. Het is zeker wintervast genoeg voor België, aangezien deze baktarwe ook in Tsjechië wordt geteeld.

De heer Ghekiere stelt verder nog drie rassen wintergerst voor. Rafaela noemt hij het beste vroege ras op de Belgische markt. Aangezien Argento uit productie gaat raadt hij aan de rest aan te vullen met Rafaela. Landbouwers die kosten willen besparen wijst hij op het bestaan van Veronika, dat later afrijpt en zo een beter rendement biedt. Bovendien maakt hij zich sterk dat deze wintergerst maar één bespuiting nodig heeft. Wie veel gerst in rotatie heeft verwijst hij door naar Hedwig. Dit ras onderscheidt zich door de resistentie tegen mozaïekvirus type II, dat verantwoordelijk is voor 10 à 20  % opbrengstverlies wanneer het erin slaagt via een schimmel de overstap te maken van bodem naar plant.

Meest recent

Meest recent