Startpagina Stikstof

Lezersbrief: stikstofprobleem voor natuurgebieden is overroepen

De schade van de stikstof- uitstoot aan natuurgebieden door nabijgelegen boerderijen is overroepen en meer van sentimentele aard. Zo stelt lezer Hendricus Donne.

Leestijd : 6 min

De ‘schade’ van stikstof is meestal niet ingrijpend en de schade heeft ook andere oorzaken. En indien stikstof toch van invloed is, zullen de aanwezige planten integendeel beter groeien (en meer CO2 en stikstof opnemen, een klimaatvoordeel). Het uitzicht van het gebied, enkel nabij een boerderij, zal misschien wel een beetje veranderd zijn, met mogelijk iets andere en meer flora en fauna (het ene sentimenteel gevoelig vlindertje of vogeltje zal zich wel aanpassen of verhuizen...).

In de nabijheid van een boerderij is de biodiversiteit zeker niet verminderd, mogelijk wel iets veranderd of opgeschoven. Natuurgebieden en boerderijen liggen reeds jaren in elkaars nabijheid. Men moet eens objectief kijken naar wat er echt nadelig is. Is het enkel in de aangrenzende rand? De nabijheid van een natuurgebied is zeker niet nadelig voor het klimaat, integendeel.

Steun voor reductie

Indien men toch een meetbare hoeveelheid stikstof in de nabijheid van een landbouwbedrijf waarneemt, is het belangrijk en aanbevolen dat het bedrijf via de overheid advies en ondersteuning krijgt voor reductie! En ook dat men in de nabijheid het best struiken en bomen aanplant, of zelfs nog beter, dat men in de buurt een natuurgebied met bomen en struiken creërt. Wil men finaal minder stikstof in de ruimte, dan is de nabijheid van natuur bij een boerderij zelfs een voordeel, voor de opname van stikstof.

Biodiversiteit is ook belangrijk, maar die wordt ‘vooral’ beïnvloed door de overbevolking, verkeer, industrie, klimaat, enz. en niet door de landbouw. Rondom vele boerderijen en vooral rondom weiden werd veel groen aangeplant. Ook de fauna via land- en tuinbouw is zeer belangrijk en uniek (bijen, vogels).

De boerderijen waren er reeds voor er sprake was van (officiële) natuurgebieden. De bedrijven van nu zijn wel groter, met veel meer vee, maar als men vergelijkt waren er vroeger veel meer hoeves, wat ongeveer op hetzelfde aantal dieren neerkomt. Ook wordt er nu veel meer regelgeving gevolgd (bemesting). De toestand is dus reeds beter dan vroeger.

Zien onze natuurgebieden en bossen er slechter uit door de landbouw dan vroeger? Zou men hier bedrijven wegnemen, dan zal dezelfde voedselproductie toch elders in de wereld moeten gebeuren. Zeker is dat dit onder ‘niet-gecontroleerde’ omstandigheden zoals hier zal gebeuren, met meer uitstoot, wat dus een zeer slechte klimaatactie is.

Het probleem wordt nu vooral aangescherpt voor open, speciale natuurgebieden (vennen, heide). Deze gebieden ondervinden vooral invloed van klimaatopwarming, overbevolking, lucht van industrie en verkeer, maar zeker niet hoofdzakelijk van de nabije landbouw.

Eutrofiëring

Eerder sprak men vooral van eutrofiëring (met vaak dominantie van grassen) en legde men de oorzaak vooral bij de neerslag met meer nutriënten (door algemene luchtbezoedeling, overbevolking, industrie). Ook door de klimaatopwarming en door vaak langere sterk zonnige periodes of droogtes, die men nu al enkele jaren heeft, is onze flora ook fel beïnvloed (dennenbomen verdorren...).

Er is meer beheer en geld nodig, wil men in de natuurgebieden het ecosysteem behouden. Bijvoorbeeld voor het beheren van bramen, netels, berk, de Canadese gans, Aziatische hoornaar… moet men toch soms een maaibeurt, extra plassen voorzien… Vroeger werden distels, netels en bramen vaak behandeld met herbiciden. Sinds deze herbiciden niet meer toegelaten zijn, ziet men deze planten veel meer voorkomen en geeft men vaak de landbouw daarvan de schuld.

Slechts een kleine fractie van de miljarden die men nu wil uitgeven aan het wegnemen van vele landbouwbedrijven is maar nodig (en zal men maar hoeven uit te geven) voor het beheer, onderhoud en aanpassen van de kritische natuurgebieden. Zo kan men via maaien of manueel invasieve soorten (berk, es, braam) verwijderen. Ook kan men na een regelmatige bodemanalyse kalk toevoegen. Zo worden op de Kalmthoutse Heide de berkenscheuten regelmatig manueel uitgetrokken..

Men zou een deel van de grote sommen geld dat nodig is voor het wegnemen van zogenaamde kritische bedrijven beter besteden aan alle landbouwbedrijven voor advies en ondersteuning voor reductie van stikstofuitstoot (een algemeen plan betekent massaal minder uitstoot en een algemeen groter klimaatvoordeel).

Gelukkig zijn er nog boeren

Boeren moeten gewaardeerd en beschermd worden. Het is dan ook belangrijk om via onderwijs naast natuurkennis ook de realiteit van ‘onze’ voedselproductie aan te leren.

Boeren zijn wel klimaatvriendelijk. In de pers en door natuur- en klimaatwetenschappers wordt de uitstoot via de landbouw sterk overschat weergegeven. Het is niet te geloven dat de uitstoot van de landbouw zo’n hoog aandeel heeft, vergeleken met verkeer, industrie, energieproductie, huizenverwarming, enzovoort. Deze studies moeten eerlijk gebeuren.

Ook de akkers en weiden nemen veel extra CO2 op uit de lucht: een veld maïs neemt meer CO2 op dan een (kreupelhout)bosje, wat momenteel veel aangelegd wordt door Natuurpunt. En ook de akkerbouw en het grasland waarmee het vee gevoed wordt, zullen de extra uitstoot van het vee veel compenseren. Ook de landbouw zorgt voor een zekere biodiversiteit (kievit, haas, raven, bijen, hommels…).

Om eerlijk te zijn moet men voor de landbouw de resultante maken van zijn nadeel (uitstoot) met zijn voordeel (opname CO2 en stikstof, en bomen in hun beheer).

Geen decreet noch strengere regelgeving:

Strengere regelgeving voor landbouw in nabijheid van natuurgebieden mag er absoluut niet komen! Vele kleine weiden en voormalige landbouwgebieden worden/werden opgekocht door natuurverenigingen (Natuurpunt, ANB,…). Om allerlei redenen is de aankoop vaak nadelig voor een nabije boer (aankoopsom te hoog, oppervlakte te klein, afgelegen, geen akkerbouw mogelijk,..). Via natuurvriendjespolitiek worden deze voormalige landbouwgebieden dan (mogelijk) verder aangeduid als beschermd natuurgebied met gevolg dat de nabije boer dan ook onder de strengere regelgeving valt (code oranje of rood). En hij was er eerst.

Ook sommige fanatieke natuurliefhebbers (Natuurpunt, ANB,…) zullen bij bezoek aan hun favoriete gebied meestal de meeste nabije gebuur ontmoeten, een landbouwer, en deze onterecht beschuldigen van (mogelijke) biodiverse wijzigingen. Men vergeet ook vaak dat er vroeger geen officiële natuurgebieden bestonden (enkel landbouw, bos en woongebieden) en er toch een zeer grote biodiversiteit bestond, die recentelijk door de overbevolking is veranderd. Vele natuurgebieden waren voorheen landbouw (vaak opgekocht door Natuurpunt) en zijn niet groot genoeg om een stabiel ecosysteem te krijgen zoals sommigen wensen (en ze willen de omringende landbouw er nog bij…).

Indien er toch landbouwgebied wordt omgevormd tot natuur of bos, moet men verplichten deze voor bosbouw, houtwinning, te beplanten en behouden in toekomst (is klimaatpositief en er geen boskap en vervoer van hout uit Zuid-Amerika). De randen van deze bossen kunnen beplant worden met soorten die zorgen voor biodiversiteit.

De extreme lobby voor natuur (o.a. sommige Natuurpunters) in pers en politiek (Vlaams, federaal, Europa) is te groot en vaak niet objectief, te dominant, en niet eerlijk, vergeleken met deze van de landbouw. Vaak ontmoet men bijvoorbeeld een Natuurpunter die sentimenteel één beestje of plantje per se daar zonder beetje stress wil houden, ook al is er geen gevaar voor uitsterven of een totaal natuurnadeel… Zo bijvoorbeeld ook (sentimenteel via Europa) de wettelijke ondersteuning en bij ons inbrengen van de wolf was een grove fout. De biodiversiteit ervan is in tegenstelling men beweert minder (reën, herten, hazen , bevers, weidevogels enz. hebben nu een predator).Was het vooral bedoeld om de jagers te jennen? De landbouw is hierbij ook niet geraadpleegd. Gelukkig lopen er nu minder vaarzen in de weiden en beemden zoals vroeger. En menige publicaties tonen wel gevaar voor mensen. En de beheerskosten zijn veel te hoog….

Landbouw maakt ons voedsel

Vlees, melk, ei en granen zijn primair noodzakelijk in onze voedselketen. Alles wat in Vlaanderen en Nederland geproduceerd wordt via land- en tuinbouw is nodig als voedsel, en moet niet geïmporteerd worden. Mogelijk dat er een beetje export is van enkele producten, dan kan men argumenteren dat er beter hier gecontroleerd geproduceerd wordt dan zeer vervuilend elders in de wereld. Wij zijn een productieregio, hebben enkel onze akkers en weiden als grondstoffen en onze duurzaam nastreefbare know how; ook voor industrie. Ook deze exportbeperking heeft een grote invloed op onze Vlaamse toekomst.

Ook nu en zeker voor 2050 wordt ernstig voedseltekort voorspeld. Onze landbouw afbouwen en nog strengere regelgeving zal zeer dom zijn. Ook moeten wij bij de Europese overheid de regelgeving tegen landbouw niet laten overheersen door enkele sentimentele biodivers denkende groene politici.

Hendricus Donne

Lees ook in Stikstof

Advocaat Keuleneer: “Zolang we landbouw zien als noodzakelijk kwaad zal de rechtszekerheid niet verbeteren”

Stikstof Hij heeft meer dan 40 jaar ervaring als jurist op de teller, maar ook de opiniemaker in Fernand Keuleneer houdt graag een betoog, namelijk voor een klimaat waarin landbouw in ere wordt hersteld en waarin langetermijninvesteringen weer mogelijk worden. “Maar landbouw wordt nu gezien als iets schadelijks dat je tot een minimum moet beperken. Zo geraken we natuurlijk niet vooruit.”
Meer artikelen bekijken