Startpagina Groenten

Yacon, een nieuwe optie voor de teler

Vorige week werd yacon met succes gelanceerd. Het knolgewas is echter nog vrij onbekend. Wat is er zo speciaal aan yacon? Waarvoor kan men het gebruiken? En bovendien, hoe teelt men het? Leo Henckens stond Landbouwleven graag te woord.

Leestijd : 5 min

Yacon of Smallanthus sonchifolius komt oorspronkelijk uit het Andesgebergte en behoort tot de composietenfamilie, net als de schorseneer, de aardpeer en de zonnebloem. Hoewel het ook de ludieke namen Boliviaanse zonnewortel of grondappel heeft, zal het knolgewas vooral met de naam yacon in Vlaanderen bekend staan. De Kinrooise yacon kreeg de naam Tasty Yacon: men wil dus vooral toespelen op de smaak en het gezondheidsaspect.

Zeer gezond

Yacon is een belangrijke bron van inuline, wat een complex vruchtensuiker is. Het bevat geen zetmeel. In de dikke darm pas wordt de inuline afgebroken tot monosacchariden, waardoor maar een deel van de suikermoleculen in het bloed wordt opgenomen en de bloedsuikerspiegel constant blijft. Daarom geeft yacon voordelen naar diabetici toe, maar ook naar mensen met overgewicht, want het telt slechts weinig calorieën.

Verder dient inuline als prebioticum: het stimuleert de groei en de activiteit van goede bacteriën in de dikke darm. Eet men echter te veel yacon, dan is er kans op flatulentie en diarree. Yacon heeft ten slotte een zeer lage glycemische index, wat gunstig is naar het voorkomen van bepaalde kankers.

Rauw, of liever warm?

Yacon kan men rauw, maar ook warm eten. De manier van bereiden bepaalt ook de smaak van het knolgewas. Eet men het rauw, dan ligt de smaak tussen meloen en peer. Bovendien is het ook erg knapperig. Men kan het eten als tussendoortje, in een fruit- of groentesalade maar ook persen tot sap is mogelijk. Dat sap is dan ook eerder aan de zoete kant. Toevoegen van zuren is aan te raden om snelle verkleuring te voorkomen.

Kookt men yacon, dan herken je een lichte kastanjesmaak. Het verhitten of blancheren maakt dat de kleur behouden blijft. Het fruitaroma vermindert wel, maar de knapperige textuur wordt wel behouden. De neutrale smaak van warme yacon maakt het zeer geschikt om te mengen met andere groenten. Invriezen kan, maar enkel na blancheren.

Gedroogd, ingekookt of gefrituurd

Gedroogde yacon is ook een mogelijkheid. Die kan je bijvoorbeeld verwerkt worden met muesli of in graanrepen. Ook hier komt de zoete smaak naar boven: hier lijkt het zelfs een bananensmaak te hebben.

Yacon kan men ook perfect frituren, men een rozijnachtige smaak tot gevolg. Chips van yacon is ook het proberen waard. Kookt men het liever in tot een siroop, dan krijgt men een zeer sterke zoetsmaak. “Al heeft men dan veel yacon nodig. Met 35 kg yacon, maakt men zo’n 1 kg siroop”, geeft Leo Henckens ons mee. In de oven kan het knolgewas ook perfect bereid worden. Ook yaconsoep en yaconcake wordt ten huize Henckens best gesmaakt.

Knolgewas met veel loof

Het gewas kent ook een apart uiterlijk. Bovengronds kan het gewas tot 2,5 m groeien, met een stevige stengel en grote bladeren. Yacon wordt ook getypeerd door twee verschillende soorten knollen. Allereerst gaat het over de vegetatieve knollen, die langwerpig zijn en een schil hebben. Het zijn dan ook deze knollen die gebruikt worden ter consumptie.

Voor de oogst van de knollen wordt het loof met een klepelmaaier eraf geslagen.
Voor de oogst van de knollen wordt het loof met een klepelmaaier eraf geslagen.

Het tweede soort knol is generatief. Het zijn talrijke kleine broedknolletjes die samengeclusterd zijn. Elk knolletje van zo’n cluster wordt gebruikt als pootgoed, net als bij de aardappel. Deze broedknollen kunnen gemakkelijk gescheiden worden met een mes. Van één plant kan je uiteindelijk zeven planten creëren. Buiten vermeerderen met de knolletjes, is via stekken ook mogelijk. “Mij lijkt het althans gemakkelijker via de knolletjes”, vertelt Leo.

Op dit moment zijn er 11 rassen bekend. Leo heeft drie soorten liggen. De één heeft een rode schil en wit vruchtvlees, de ander heeft eerder een bruine schil en geel vruchtvlees en nog een laatste is dan weer gekend met bleke schil en wit vruchtvlees.

Broedknolletjes planten

Half april/mei worden de knolletjes in het veld geplant. Leo koos ervoor om ze op 90 cm op 1,10 m in de rij te planten. “Ik had liever geplant op 1,20 à 1,30 m in de rij, maar dat kwam niet uit met de tractorsporen. Qua plantdichtheid en -afstand werden er vorig jaar proeven gedaan met het PCG en hieruit bleek dat de opbrengst steeds dezelfde waren. Bij een hogere plantdichtheid bleek dat we meer dunne knollen hadden, in tegenstelling tot bij een lagere dichtheid, waar meer dikke knollen werden bekomen.”

Yacon is breukgevoelig, en dus op leemgrond moeilijker te telen. Als het regent en de bodem te hard wordt zijn er dus veel problemen. Telen op zandgrond is gemakkelijker. “Als je kan kiezen, ga dan voor een lichte grond”, tipt Leo. Als het om de knolletjes gaat, wil hij het volgend seizoen wel anders aanpakken: “Dan wil ik de knolletjes al in bloempotjes zetten met potgrond en zo de plantjes al laten groeien. Die worden gestockeerd en in januari terug warm gezet. De opgegroeide plantjes worden dan uiteindelijk uitgeplant.”

Talrijke kleine broedknolletjes zijn samengeclusterd.
Talrijke kleine broedknolletjes zijn samengeclusterd.
Elk knolletje van zo’n cluster wordt gebruikt als pootgoed.
Elk knolletje van zo’n cluster wordt gebruikt als pootgoed.

Gemakkelijke teelt

In de eerste acht weken groeien de planten maar traag op, maar die gaat daarna snel over naar een explosieve groei. Het is wel oppassen, want het gewas is gevoelig voor vorst. Het is belangrijk dat het niet in de grond vriest.

“Onkruid verwijderen is in de teelt het moeilijkst. Om het toch te verwijderen legden we een vals zaaibed aan, lieten dat twee à drie weken liggen om het onkruid te laten schieten om het erna te verwijderen. Erna hebben we geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, en verwijderden enkel manueel. Verder hebben we geen ziekten of vraatschade gezien. Qua meststoffen kozen we enkel voor een standaardbemesting.”

Oogsten en sorteren

Op dit moment beslaat yacon slechts 60 are van zijn areaal. Het oogsten valt nog mee, maar het sorteren neemt veel tijd in beslag omdat alles manueel gebeurt. Best is te oogsten voor de vorstperiode, in november. Plant- en eetknollen worden dan samen geoogst. In het algemeen krijg je 30 en 50 ton per ha opbrengst.

Allereerst wordt het loof met een klepelmaaier eraf geslagen. Omdat het loof uit 95 % water bestaat, vindt men er niets meer van terug op het veld. PCG dacht eraan om het loof te gebruiken als voeding naar melkvee toe, maar er zit te weinig in voor voer. Het werd ook ontleed voor biogas, maar omdat er zo veel water in zit is dat ook geen optie.

“Met een beddenlichter worden de knollen losgemaakt. De clusters knollen worden manueel opgeraapt. Het is belangrijk voorzichtig te oogsten zodat de knollen niet worden beschadigd. Dan kan men ze net als aardappelen bewaren tot einde mei”, gaat Leo verder. Ook de sortering gebeurt met de hand. “Ik denk eraan om het sorteren te laten verlopen op een transportband. Ik sorteer ze in vier categorieën: de grote knollen voor de restaurants, de middelgrote knollen voor de supermarkt, de gebroken knollen om te verwerken tot hapjes, gin, siroop,... en ten slotte de te kleine knollen. Voor die laatste zoeken we een manier om te schillen zodat men er uiteindelijk mee kan maken wat men wil.”

Bij de sortering zijn de grote knollen bestemd voor de restaurants.
Bij de sortering zijn de grote knollen bestemd voor de restaurants.
Voor de te kleine knollen wordt gezocht naar een manier om ze te schillen.
Voor de te kleine knollen wordt gezocht naar een manier om ze te schillen.

Bewaring van de knollen kan in een aardappelloods aan maximum 10 °C, en als ze droog zijn. Bij een lange bewaring moet uitdroging voorkomen worden. De knollen worden ook bedekt met een laag aarde.

M.V.

Lees ook in Groenten

Innoverend onderzoek in monitoringstechnologieën bij Inagro

Groenten Al meer dan 20 jaar stuurt Inagro waarnemings- en waarschuwingsberichten voor verschilende openluchtteelten zoals (biologische) prei, kolen en witloof. Dankzij onderzoek naar nieuwe monitoringstechnologieën kan Inagro voortaan nog nauwkeuriger insecten tellen en de verkregen data sneller verwerken.
Meer artikelen bekijken