Startpagina Tuin

Tips voor het drogen en bewaren van je houtvoorraad

Het nieuwe jaar is goed gestart voor wie een voorraad brandhout wil aanleggen. De winterprik rond de nieuwjaarsperiode zorgde ervoor dat de bodem, ook overdag, bevroren bleef en dat zelfs natte akkers en weilanden goed toegankelijk waren. Her en der in het Vlaamse land zijn mensen ook volop bezig met het knotten en snoeien van knotbomen en houtwallen.

Leestijd : 5 min

Het hout dat daarbij vrijkomt, vormt niet alleen een waardevolle beheeringreep in het landschap, maar ook een mooie basis voor propere, lokale energie uit brandhout. Brandhout is misschien een arbeidsintensieve brandstof, maar het is ook een eerlijke brandstof. Het vraagt tijd, werk en ruimte en wie ermee bezig is, weet dat warmte uit hout niet vanzelf komt. Hout kappen, klieven, stapelen en drogen: het zijn handelingen die arbeid vragen, maar ook rust brengen. Voor veel houtstokers is de houtmijt niet alleen een voorraad energie, maar ook een stuk landschap en traditie.

Proper stoken met hout

Of houtstook al dan niet als ‘proper’ kan worden beschouwd, hangt niet alleen af van de kachel, maar vooral van het hout zelf en van de manier waarop we ermee omspringen. Nat of ongeschikt hout leidt tot rook, teerafzetting en warmteverlies, terwijl goed gedroogd en correct verbrand hout een schone en efficiënte warmtebron kan zijn. Een blok nat hout kan meer rook en fijnstof veroorzaken dan 3 blokken goed gedroogd hout samen. Goed brandhout heeft een vochtgehalte lager dan 20%. Wie zelf hout hakt, kan dus maar best voldoende aandacht besteden aan het drogen en correct bewaren van zijn voorraad brandhout.

De keuze van de kachel

Een houtkachel werkt pas efficiënt wanneer het vermogen is afgestemd op de te verwarmen ruimte. Een te zwakke kachel krijgt de kamer niet warm, terwijl een te krachtige kachel vaak te laag wordt gestookt, wat leidt tot onvolledige verbranding, geurhinder en vervuiling van de schoorsteen. Het benodigde vermogen (in kW) hangt af van het volume en de isolatiegraad van de ruimte: 1 kW volstaat voor ongeveer 25 m³ in een goed geïsoleerde woning, 15 m³ bij matige isolatie en 10 m³ bij slechte isolatie.

Naast het vermogen speelt ook het rendement een cruciale rol. Kachels met secundaire naverbranding of warmteaccumulatie (zoals speksteenkachels) halen meer warmte uit dezelfde hoeveelheid hout en stoten minder vervuilende stoffen uit. Terwijl een open haard slechts 10 à 15% rendement haalt, komen moderne houtkachels uit op 75% of meer en kunnen warmteaccumulerende kachels een rendement halen tot 90%. Bovendien zullen ook het rookafvoerkanaal en de plaatsing van de kachel in de ruimte bepalend zijn voor het rendement. Laat je dus bij de aankoop van een houtkachel steeds goed adviseren door de verkoper.

Goed brandhout begint met een goede houtmijt

Vers gekapt hout bevat vaak meer vocht dan we vermoeden. Pas wanneer het wordt gezaagd, gekliefd en luchtig gestapeld, kan het langzaam veranderen in degelijk, schoon brandhout. Wie in de winter zaagt, vertrekt alvast met een voordeel: in die periode ligt het watertransport in de boom stil en bevat het hout minder vocht dan bij een zomerse velling. Zaag de stammen zo snel mogelijk op lengte en klief het hout meteen, want vers hout klieft makkelijker en droogt sneller. Ongekliefde blokken hebben bijna dubbel zoveel tijd nodig om uit te drogen.

Een goede houtmijt staat op een droge, verhoogde ondergrond, bijvoorbeeld op palletten of dwarslatten, zodat het hout geen contact maakt met de natte bodem en de lucht vrij kan circuleren. Wind is een grotere bondgenoot dan een volledig dichte opslag: in de eerste droogfase mag het hout gerust open en onbeschut staan, zolang regenwater vlot kan aflopen en de wind erdoor kan spelen. Zodra het hout voldoende is doorgedroogd, krijgt de stapel het best een eenvoudige overkapping die enkel voorkomt dat de stapel hout bovenaan nat wordt. De zijkanten blijven open, zodat de luchtstroming behouden blijft. Stapel het hout nooit strak tegen een muur, maar laat minstens 10 cm ruimte, anders raakt het droogproces in het gedrang.

Hout dat op een dergelijke manier gedroogd wordt, kan binnen 2 jaar uitdrogen tot ongeveer 15% vochtgehalte en is dan geschikt als brandhout. Te lang bewaren heeft dan weer weinig zin: door natuurlijke afbraak kan hout jaarlijks een stukje van zijn energiewaarde verliezen. Wie zelf hout hakt of vers brandhout koopt, denkt daarom het best 2 winters vooruit. Het hout dat vandaag wordt gezaagd en gekliefd, zal ten vroegste kunnen worden opgestookt in de winter van 2027-2028.

Invloed van de houtsoort

De boomsoort bepaalt niet zozeer hoeveel warmte er per kilogram vrijkomt – die blijft bij de meeste houtsoorten vrij vergelijkbaar – maar vooral hoe het hout brandt. Zo brandt berk hevig en snel, waarbij de warmte in korte tijd wordt afgegeven, terwijl eik en beuk traag en gelijkmatig branden en hun warmte veel langzamer afgeven. Gemiddeld levert 1 kg loofhout ongeveer 4.300 kcal/kg, terwijl 1 kg naaldhout, door het hogere harsgehalte, rond 4.700 kcal/kg haalt. Het echte verschil in warmteopbrengst zit echter in het soortelijk gewicht. Haagbeuk weegt bijvoorbeeld ongeveer 850 kg/m³, terwijl populier slechts 450 kg/m³ haalt. Uit één kubieke meter haagbeuk kunnen we dus aanzienlijk meer warmte halen dan uit hetzelfde volume populier, simpelweg omdat er meer massa in zit. Naaldhout (den, spar, lariks, douglas) brandt sneller en feller en is handig bij het aanmaken van het vuur, maar het hars verhoogt het risico op teerafzetting in de schoorsteen. Daarom mag naaldhout alleen goed droog worden gestookt.

Conclusie: je kan even goed verwarmen met licht hout zoals wilg, populier of berk als met hardhout zoals eik, beuk of es, alleen zal bij het stoken van zachthout de kachel wat vaker moeten worden bijgevuld.

Ecologisch verantwoord

Brandhout kan een ecologisch verantwoorde energiebron zijn als het afkomstig is uit lokaal en cyclisch beheerde landschapselementen, zoals knotbomenrijen, houtkanten en hakhoutstoven. Door regelmatig te knotten of hakhoutbeheer toe te passen, blijven bomen vitaal en verjongen ze voortdurend, terwijl ze tegelijkertijd nest- en schuilplaatsen bieden voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. In dat geval wordt brandhout geen vorm van roofbouw, maar een bijproduct van natuurbeheer. Omdat het hout in de directe omgeving wordt geoogst én verbruikt, blijven de transportafstanden kort en blijft de ecologische voetafdruk beperkt. De CO₂ die vrijkomt bij de verbranding is dezelfde die de boom tijdens zijn groei heeft vastgelegd en wordt opnieuw opgenomen door jonge, opgroeiende bomen, op voorwaarde dat er hergroei of heraanplant plaatsvindt.

Duurzame houtstook betekent dus oogsten met mate, geen gezonde bomen kappen uitsluitend voor brandhout, en werken in een landschap dat zichzelf kan herstellen. Zo levert hout tegelijk warmte, biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit.

Geert Brantegem

Lees ook in Tuin

Een wilg voor elke tuin

Tuin ‘Een wilg voor elke tuin’: dat mag je letterlijk nemen, als je weet dat er meer dan 400 soorten zijn binnen het geslacht van de wilgen (Salix). Wie ‘wilg’ zegt, denkt vaak aan knotbomen langs een kronkelende beek of aan de rand van een natte weide. De wilg is echter meer dan een landschapsicoon van vroegere tijden. Ook in de tuin kan deze onvermoeibare groeier zijn plaats vinden: van een imposante treurwilg die met zijn takken tot in het water reikt tot de laag bij de grond blijvende kruipwilg en alles ertussenin.
Meer artikelen bekijken