Studenten op ontdekkingstocht in Denemarken
In oktober trokken de derdejaarsstudenten Agro- en Biotechnologie Landbouw van HoGent op studiereis naar Denemarken. Ze blikten terug op een bijzonder leerrijke week.

Bezoeken aan landbouwbedrijven, toeleveranciers en innovatieve pioniers gaven de studenten een brede kijk op hoe de Deense landbouwsector vandaag de dag functioneert. Dat resulteerde in enkele opvallende vaststellingen.
Landbouw als wereldspeler in de toeleveringsketen
De bezoeken aan de productiesites van de firma’s Lemken in Alpen en Kverneland in Kerteminde maakten duidelijk hoe groot het economische belang van de Deense landbouwmechanisatie is, zowel in Europa als wereldwijd. Efficiënte productielijnen, continue innovatie en strikte kwaliteitscontrole verklaren het internationale succes van hun machines. Tegelijk werd duidelijk hoe internationale gebeurtenissen, zoals de oorlog in Oekraïne of de beleidskeuzes in de Verenigde Staten, ook hier voelbaar zijn via verstoorde handelsstromen en concurrentie op de arbeidsmarkt door de wapenindustrie.
Grotere schaal en vakmanschap kunnen hand in hand gaan
Op het akkerbouwbedrijf Kalsbol Estate en op een batch-melkveebedrijf in Hammel zagen de studenten dat ondernemen op een schaal die in Vlaanderen zeldzaam is, perfect kan samengaan met innovatie, hoge productiviteit en een niveau van vakmanschap dat bewondering afdwingt.
Beweiding is geen gangbare praktijk meer
Op het hoogste punt van Denemarken, in Skanderborg, lichtte Holger Poulsen toe hoe een landbouwbedrijf een toeristische meerwaarde kan creëren.

De studenten stelden vast dat beweiding met melkvee in Denemarken vrijwel uitsluitend voorkomt in de biologische sector of onder contract met afnemers, tegen vergoeding. In andere gevallen blijven de koeien op stal. De gebruikskruisingen tussen Jersey en Black Angus, met hun variatie aan vachtkleuren, zullen de studenten nog lange tijd herinneren. Een keizersnede lijkt in Denemarken immers onbetaalbaar.
Bekende uitdagingen over de grens
Bedrijfsovername, toegang tot grond en diergezondheid – met salmonella als het Deense IBR – zijn uitdagingen van Deense landbouwers die bij de studenten wel zeer herkenbaar in de oren klonken.
Vlaamse durf in Denemarken
Een avondbezoek bij de Vlaming Robin Kenis leverde een inspirerend verhaal op van ondernemerschap en ambitie. Dit jonge Vlaamse gezin nam in Denemarken een bestaand melkveebedrijf over en bouwde het in 3 jaar tijd uit tot een bedrijf met 2 melkrobots en een jaarproductie van 14.200 kg meetmelk.
Innovatieve voederstrategieën
Bij de firma KWS leerden de studenten hoe ze een ‘bietenbrownie’ konden maken. Eerst moet je de bieten 3 weken laten drogen op het veld/op het bedrijf, daarna vermalen en inkuilen boven op de maiskuil (of gras), maar onder de kuilmuren tot maximaal de hoogte van de kuil. Niet vastrijden en gewoon afdekken.
Diversiteit in schaal en productiemethodes
Ook in Denemarken is er een variatie in schaal en productiemethodes in de sector.
Hoewel de meeste bezochte bedrijven groter zijn dan in Vlaanderen, kon men op het biologische geitenbedrijf Nørgaards Geder vaststellen dat de korte keten hier werkt. Bedrijfsleider Tobias was dan ook erg fier dat hij de R&D-afdeling van Arla heeft kunnen verslaan met de verkiezing tot beste harde kaas in 2024 bij de Gourmet Award van de Deense zuivelvereniging.
Op het bedrijf van de familie Jensen zagen de studenten hoe batch milking daadwerkelijk in de praktijk verloopt. Zeven groepen koeien worden 2 tot 3 keer per dag gemolken door 14 robots, aan een tempo van 112 koeien per uur.
Circulariteit als beleidskeuze
Een bezoek aan Ausumgaard gaf inzicht in de vergisting van mest en eiwitextractie uit gras. Opvallend is hoe de Deense overheid erin slaagde om dierlijke mest economisch te valoriseren via biogasproductie. Op veel bedrijven wordt mest eerst vergist en pas daarna opgeslagen nabij de percelen waar ze wordt uitgereden. Efficiënt en circulair toch?
“Het was bijzonder om te zien hoe Denemarken landbouw en duurzaamheid verenigt,” vult Steffie Denis, landbouwstudent bij HoGent aan. “Deze reis heeft onze blik echt verruimd en inzichten gegeven die we kunnen gebruiken om onze Vlaamse land- en tuinbouw verder mee vorm te geven.”





