De nieuwe Europese stap voor Non-Road Mobile Machinery
Op 31 januari publiceerde de Europese Commissie de eerste versie van het uitvoeringsbesluit omtrent de Non Road Mobile Machinery Regulation (NRMM). Dat is een ogenschijnlijk technisch document, maar met grote impact voor de landbouwsector, zo legt ons Hans Verstreken, coördinator federatiewerking bij Fedagrim, uit.

Voor fabrikanten en gebruikers betekent dit besluit een belangrijke stap richting meer uniformiteit, duidelijkheid en een eerlijker speelveld binnen Europa. Het belang van dit besluit voor Belgische constructeurs is moeilijk te onderschatten. Wie relevant wil blijven, bekijkt het best hoe het deze Europese homologatie kan behalen met haar machine.
Fedagrim volgt deze evolutie van nabij op en kwam via Kalina Hadzhieva, verantwoordelijk voor productveiligheid en homologatie bij CNH in Zedelgem, meer te weten over wat dit besluit concreet betekent voor de sector en welke kansen het biedt voor de toekomst.
Een dossier van lange adem
Kalina Hadzhieva geeft aan dat CNH al meer dan 35 jaar betrokken is bij het NRMM-dossier. Zelf volgt ze dit thema sinds 2011 op de voet. Ze legt uit dat de homologaties van onze zelfrijdende machines nu nog nationaal gebeurt door elke lidstaat binnen Europa. “Dit is een grote hindernis om vlot machines te produceren, maar ook om ze naderhand te verhandelen. Daarom zijn we reeds lange tijd vragende partij voor een harmonisatie.”
Tussen 2011 en 2019 hebben de 5 grote Europese associaties EGMF, CEMA, CECE, EUnited en FEM intensief samengewerkt aan de harmonisatie van technische eisen voor machines binnen de NRMM. “Individueel waren deze organisaties te klein om gewicht in de schaal te leggen, maar samen konden ze de Europese Commissie overtuigen van het belang van geharmoniseerde regelgeving.”
Nieuw regelgevend kader
De eerste concrete voorstellen kwamen er in 2019. Sindsdien is de sector vragende partij voor een wetgevend initiatief dat de versnippering in nationale homologaties moet wegwerken. Twee marktonderzoeken volgden, en in 2021 kwam er eindelijk een belofte van de Europese Commissie om werk te maken van een nieuw regelgevend kader.
“In 2023 is de Commissie effectief gestart met de voorbereiding van een nieuwe verordening, vergelijkbaar in structuur met de bekende Tractor Mother Regulation (TMR) 2013/167”, vertelt Kalina Hadzhieva verder uit. “Er komt een hoofdverordening met ondersteunende gedelegeerde en uitvoeringsverordeningen waarin de technische en administratieve vereisten worden vastgelegd.”
De publicatie van het eerste resultaat, de verordening 2025/8, volgde op 8 januari 2025. In mei 2025 verscheen bovendien een nieuw rapport van een Duits-Engels onderzoeksbureau dat de bestaande wetgeving inventariseerde, voor 95% in lijn met het oorspronkelijke voorstel van de sector.

Waarom is deze wetgeving zo belangrijk?
“De huidige situatie is voor fabrikanten én gebruikers complex. Nationale homologaties zorgen voor barrières in de interne markt”, legt Hadzhieva verder uit. “Een tweedehandsmachine die in één land is goedgekeurd, kan elders vaak niet worden verkocht. Dat beperkt de mobiliteit en verlaagt de restwaarde. Een geharmoniseerde EU-homologatie biedt klanten dus een duidelijke meerwaarde.”
Ook voor de fabrikanten zijn de voordelen groot: één wetgevend kader betekent minder administratieve rompslomp, lagere kosten en meer duidelijkheid.
“Voor CNH opent dit de deur om testen en homologaties centraal in Europa te organiseren. Dat is efficiënter en commercieel interessant. Op termijn zal dit er echter bijvoorbeeld ook voor zorgen dat zeer specialistische machines voor de groenteteelt uit België voortaan een veel bredere markt kunnen bereiken, mits ze die nieuwe Europese Homologatie behalen.”
De weg naar implementatie
De gedetailleerde technische eisen zullen in het voorjaar van 2027 beschikbaar worden. De eerste Europese homologaties kunnen vanaf 2028 worden aangevraagd. Toch waarschuwt Hadzhieva voor onderschatting van de transitie.
“We hebben uit de invoering van de Tractor Mother Regulationgeleerd dat sommige lidstaten de neiging hebben om te overhaast gelijk te schakelen, en dat kleinere constructeurs soms moeite hebben met de overstap. De autoriteiten moeten daarom constructeurs voldoende tijd geven, gebruik die 8 jaar transitieperiode om iedereen aan boord te krijgen.”
Sommige landen plannen specifieke maatregelen om de overgang te begeleiden. “Nederland bijvoorbeeld bevriest bepaalde eisen tot 2036”, zegt Kalina. “Maar hoe sneller fabrikanten zich voorbereiden, hoe beter. Werp hiervoor zeker al eens een blik op de eerste versie van de technische eisen.”
Specifiek voor haar werkgever CNH erkent ze dat ze verschillende interne ontwikkelteams hebben. “De komende 8 jaar moeten we al die teams klaarstomen om onze landbouwmachines aan te passen aan de nieuwe regelgeving. De teams die werken aan bouwmachines kennen dezelfde uitdaging.”
“Als je nu begint, ben je net op tijd. De technische eisen komen er snel aan.” Hans Verstreken treedt haar bij: “De wetgeving of procedure die nu is uitgewerkt, is dé weg vooruit.” Hij adviseert Belgische fabrikanten om hun tijd goed te benutten en om zich voor te bereiden, zodat ze klaar zijn tegen 2036. “Dan lopen we immers tegen het feit aan dat machines van buitenlandse fabrikanten vlotter op onze markt kunnen komen als die zich tijdig hebben aangepast aan de regelgeving.”





