Hoe moet je succesvol bessen snoeien?
De eerste tekenen van een naderende lente zijn er al: de sneeuwklokjes ontluiken en de hazelaar staat in bloei. Gelukkig zijn de meeste planten nog in rust en kunnen we profiteren van de mooie dagen die eraan komen – februari nooit zo fel of hij levert 3 zomerse dagen wel – om indien nodig de snoeischaar ter hand te nemen. Mits het naleven van basisregels levert dit bij bessenstruiken een rijkere oogst aan dikkere bessen op.

Bessenstruiken zijn van nature gulle groeiers en ook zonder snoei zullen ze wel bessen dragen. Veel energie gaat dan echter naar de groei van takken en na enkele jaren krijg je een dichte, warrige struik die maar een karige oogst aan kleine, zure besjes oplevert.
Bessensnoei
Een goede snoei bij bessenstruiken is niet alleen belangrijk om je van een flinke oogst te verzekeren. Hij maakt de struik ook luchtiger, zodat er voldoende licht tot in het hart van de plant geraakt. Dat helpt de bessen beter afrijpen en geeft ze meer smaak. Een open struik droogt bovendien sneller op na regen of dauw. En hoe sneller het blad en de twijgen opdrogen, hoe minder kansen schimmels krijgen om toe te slaan. Door elk jaar te snoeien, stimuleer je ook de ontwikkeling van jong, groeikrachtig hout. Precies dát hout zorgt voor een hoge productie en voor mooie, dikke, smakelijke bessen. Snoeien bij kleinfruit heeft dus eigenlijk alleen maar voordelen en met een beetje basiskennis is het helemaal niet zo moeilijk.
Vruchthout
Bij bessen is het wel belangrijk om te weten op welk hout ze vrucht dragen. Sommige soorten geven bessen op eenjarig hout (scheuten die in het voorjaar groeien en later datzelfde jaar al vrucht dragen). Andere bessensoorten geven bessen op tweejarig hout. De vruchten verschijnen dan op twijgen die vorig jaar gevormd zijn. Bij sommige soorten speelt ook meerjarig hout mee. De snoei moet er dus niet alleen voor zorgen dat er opnieuw licht en lucht in de struik komt, maar ook dat er voldoende jong en krachtig vruchtdragend hout aanwezig blijft.
Voor we beginnen met het echte werk nog een tip: ben je tijdens het snoeien niet zeker of je te maken hebt met een aalbes of een cassisbes? Wrijf dan over de takken en ruik aan je hand. Ruik je nauwelijks iets, dan heb je te maken met een aalbes. In het andere geval herken je de sterke, typische geur van de cassisbes.
Snoeien van verwaarloosde struiken
Voor je begint te snoeien, loont het de moeite om even naar je struik te kijken alsof je hem voor het eerst ziet. Staat hij mooi open? Of is het een kluwen van takken geworden? Zie je veel oude, donkerbruine takken met weinig zijscheuten? Dan weet je meteen: dit is een struik die dringend verjonging nodig heeft. Snoei bij voorkeur op een droge dag. Nat hout is gevoeliger voor infecties. Een handige basisregel: alles wat dood is, ziek oogt, beschadigd is, naar binnen groeit of kruist, mag eruit. Daarmee ben je al een heel eind op weg.
Rode en witte bes (aalbes)
De rode bes en de witte bes zijn rassen die voortkomen uit eenzelfde botanische variëteit (in de natuur voorkomende soort), namelijk Ribes rubrum . De snoei van beide soorten mag dus op dezelfde manier gebeuren. Een groot voordeel van de aalbes is dat hij ook vruchten draagt op meerjarig hout en dus ook zonder snoei bessen draagt, zij het veel minder dan een goed gesnoeide struik. Je kan dus het best streven naar een aantal gesteltakken (4 tot 5) die je gebruikt als dragers voor het meerjarige vruchthout. De snoei kan zich verder beperken tot het wegknippen van oude en afgedragen zijtakken en tot het jaarlijks toppen of halveren van nieuwe sterke scheuten. Oude takken zijn te herkennen aan de ruwe en groengrijze schors, jonge loten hebben een egaal grijze schors. De nieuw gegroeide zijtakjes mogen ieder jaar tot de helft worden teruggesnoeid. Zo ben je verzekerd van een goede jaarlijkse bessenoogst.
Zwarte bes (cassisbes)
De cassisbes of Ribes nigrum
Kruisbessen (‘Ribes uva crispa’)
Kruisbessen worden ook wel klap- of stekelbessen genoemd. Die laatste naam hebben ze zeker niet gestolen, gezien hun vele, venijnig scherpe stekels. Ze kunnen het best worden gesnoeid zoals aalbessen (bessen verschijnen aan meerjarig hout). Net vanwege hun scherpe stekels kan je het best voldoende aandacht besteden aan het ontwikkelen van de gestelvorm (5 tot 8 takken die je gebruikt als dragers voor het vruchthout). Geef de struik enkele jaren de tijd om stevige, rechtop groeiende gesteltakken te ontwikkelen. Vanaf dan volstaat het om ervoor te zorgen dat het hart van de struik voldoende luchtig blijft, om te oude zijtakken weg te snoeien en om nieuw gevormde zijtakken met de helft terug te snoeien.
Framboos (‘Rubus idaeus’)
Bij frambozen moeten we een onderscheid maken tussen zomer- en herfstframbozen. Zomerframbozen
Braambessen worden op dezelfde wijze gesnoeid als zomerframbozen.
Bessensnoei in 5 regels
1. Zorg voor licht en lucht. Een open struik rijpt beter af, smaakt zoeter en droogt sneller op.
2. Knip oud hout weg. Oude takken geven minder en kleinere bessen. Verjonging is de sleutel tot opbrengst.
4. Laat enkel sterke scheuten staan. Dunne, zwakke twijgen kosten energie en leveren weinig op.
5. Ken je struik: op welk hout draagt hij vrucht? Snoei anders bij soorten die op eenjarig hout vrucht dragen dan bij soorten die vooral op twee- of meerjarig hout vruchten produceren.





