Startpagina Actueel

Hulpdiensten zijn een meerwaarde voor Boeren op een Kruispunt

Hulpdiensten kunnen bij een brand of arbeidsongeval een rol spelen om de getroffen boer(in) naar Boeren op een Kruispunt te leiden. Het structureel verankeren van die rol in een protocol is een federale of lokale bevoegdheid, maar het krijgt alvast de steun van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v).

Leestijd : 3 min

Land- en tuinbouwers worden bij ingrijpende incidenten, zoals stalbranden, arbeidsongevallen of uitbraken van een dierziekte, geconfronteerd met zware materiële, administratieve en mentale gevolgen. “Daarom vraagt Boeren op een Kruispunt om structureel te worden opgenomen in de protocollen van hulpdiensten, zodat getroffen landbouwers sneller worden geleid naar gepaste ondersteuning”, geeft Vlaams parlementslid Eva Ryde (N-VA) aan in de commissie Landbouw van 25 februari.

Impact van crisissen wordt vaak onderschat

“De organisatie wijst erop dat de impact van dergelijke crisissen vaak wordt onderschat en dat uitstel van begeleiding de problemen kan verergeren, zowel op financieel als op psychologisch vlak. Vandaag vindt niet elke landbouwer in nood tijdig de weg naar gespecialiseerde hulp. Een structurele en laagdrempelige verankering van doorverwijzing binnen de noodhulpverlening lijkt me daarom aangewezen om escalatie en langdurige uitval te voorkomen”, stelt Eva Ryde.

Hulpdiensten kunnen meerwaarde zijn

Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns erkent dat het een grote meerwaarde kan zijn als brandweer- en politiediensten goed op de hoogte zijn van de werking van Boeren op een Kruispunt en als ze de reflex hebben om de landbouwer op een warme manier te informeren over het aanbod van die organisatie. “Ik ben het ermee eens dat een structurele, maar laagdrempelige verankering van doorverwijzing in de noodhulpverlening een meerwaarde kan betekenen. Ik wil echter toch sterk benadrukken dat het enkel kan gaan over het informeren van de landbouwer en het voorstellen van het aanbod van Boeren op een Kruispunt. Het is cruciaal dat de landbouwer steeds de vrijheid heeft en zich ook vrij voelt om al dan niet die organisatie te contacteren”, stelt minister Brouns.

Landbouwer moet zelf stap zetten

Het is voor de minister altijd de landbouwer zelf die de stap moet zetten naar Boeren op een Kruispunt. “Er bestaat immers een groot risico dat landbouwers niet zullen openstaan voor hulp als zij zich verplicht voelen om contact op te nemen met Boeren op een Kruispunt. In de protocollen zou dus wat mij betreft het best kunnen opgenomen worden dat de landbouwbedrijven altijd de contactgegevens van Boeren op een Kruispunt aangereikt zullen krijgen, maar die protocollen zijn federale en lokale bevoegdheden”, geeft minister Brouns aan.

Ondanks dat Vlaanderen niet rechtstreeks bevoegd is, kan het volgens Eva Ryde geen kwaad om vanuit Vlaanderen een gerichte voorzet te geven om daar ook aan te denken als lokale besturen toch die protocollen moeten maken. “Ik stel vast dat bij het opmaken van communicatie in noodplannen door lokale besturen vaak diensten verantwoordelijk zijn die weinig kennis hebben van landbouw. Communicatiediensten maken vaak de link niet”, meent Eva Ryde.

Voelsprieten ontwikkelen

Minister Brouns is akkoord om zoveel mogelijk kanalen, en zeker niet in het minst de lokale besturen, te betrekken bij Boeren op een Kruispunt via de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) of via het Agentschap Binnenlands Bestuur. “We hebben er alle belang bij om alle erfbetreders die contact hebben met de landbouwer, van welke expertise, achtergrond of kennis ook, vanuit hun domein de link te laten leggen naar mentaal welzijn. Dat zijn de voelsprieten die we daarvoor moeten ontwikkelen”, besluit minister Brouns.

FVDL

Lees ook in Actueel

FAVV-actie brengt risicozones rond zware metalen in groenten in Luik en Namen in beeld

Groenten In 2025 voerde het FAVV een gerichte controleactie in de provincies Luik en Namen uit. Daarbij liet het cadmium analyseren op gewassen die zijn geteeld in gebieden waarvan verondersteld wordt dat ze door historische industriële activiteiten vervuild zijn. De resultaten bevestigen dat er een verhoogd risico bestaat in die gebieden, waar de concentraties van zware metalen ook in de bodem hoger liggen.
Meer artikelen bekijken