Bezoek aan projecten rond watervoorziening
Met de Wereldwaterdag van 22 maart in het vooruitzicht organiseerden Inagro en Boerenbond een inspiratiereis doorheen Midden-West-Vlaanderen naar projecten die inspelen op het voorzien van voldoende water voor de land- en tuinbouw.

De studienamiddag werd begeleid door Dries Mergaert (watermakelaar bij Inagro) en Hans Mommerency (provinciaal secretaris Boerenbond). Dries Mergaert legde uit dat er gefocust moet worden op waterbeheer in de land- en tuinbouw. “In de eerste plaats op het meer vasthouden van water in de bodem, zodat dit beschikbaar is voor onze planten. Daarnaast moeten we ons watersysteem verduurzamen en ervoor kiezen om gewassen/rassen te telen die robuuster zijn tegen droogteperiodes. Wanneer er in droge periodes overgegaan wordt naar irrigatie, kunnen moderne precisielandbouwtechnieken, modelsturing, sensoren… ons helpen om efficiënter om te gaan met één druppel water.”
De focus van de studienamiddag lag echter bij het meer beschikbaar houden van water. Er moet voldoende water zijn om aan de behoeftes te voldoen, maar ook moet dit dichtbij beschikbaar zijn, legde Mergaert uit. Transport van water in droge periodes is niet duurzaam en weinig efficiënt. Hij bemerkte ook dat het water van goede kwaliteit moet zijn voor de toepassing die we beogen.
Open waterput met dubbele functie
Een eerste stopplaats tijdens de inspiratiereis was bij een open waterput die in verbinding staat met de ernaast gelegen waterloop. De waterput lag al aan alvorens een verbinding met de beek is gerealiseerd. Dries Mergaert legde uit dat de waterput kan helpen, zowel in droge periodes, maar ook bij wateroverlast door dan extra water te gaan bufferen. Hij onderstreepte dat hier een win-winsituatie is uitgewerkt, zowel voor de landbouwer als voor de betrokken overheden. Zij hebben met dit project een mogelijkheid gevonden om water te bergen tijdens periodes van wateroverlast. De waterput heeft een spaarfunctie, om in te spelen op watertekorten, én een buffergedeelte, om in te spelen op wateroverschot.
Tijdens de realisatie van het recente project werd een verbinding gerealiseerd tussen de waterput en de ernaast liggende waterloop. In die waterloop werd een knijpstuw gebouwd, die ervoor zorgt dat het water in de waterloop sneller wordt opgestuwd en richting de waterput kan stromen. Zo kan ook in de beek al een extra wateropslag gerealiseerd worden, door het vertragen en opstuwen van water. De buisverbinding met terugslagklep voorziet dan weer de ernaast gelegen put van water. Omgekeerd kan ook: wanneer er te veel water in de opslagput zit, kan deze gedoseerd water naar de beek laten lopen. Met een afsluiter kan de landbouwers het peil in de waterput zelf regelen.
Ter hoogte van de knijpstuw werd de oever wat verstevigd met betonroosters, omdat gezien werd dat erosie een nadelige invloed had op de stevigheid van de oevers. Ook werd er een trap voorzien om makkelijk onderhoud of inspectie aan de knijp te doen.
Private en publieke win-win situatie
Verschillende ondersteuningskanalen zijn beschikbaar voor de uitvoering van dergelijke projecten, waaronder Europese middelen. Ook de provincie West-Vlaanderen kan financieel tussenbeide komen. Daarnaast is er VLIF-steun voor niet-productieve investeringen in een buffer- en spaarbekken met ecologische inrichting.
Er moet nog bemerkt worden dat er bij bepaalde ondersteuningskanalen wel heel wat reglementering komt kijken, zoals dit het geval was voor het provinciaal waterputtenreglement. Dries Mergaert stelde nog dat er bij de realisatie van dit project zowel een private als gemeenschappelijke winst zit. De landbouwer heeft meer water beschikbaar voor zijn gewassen, de maatschappij heeft extra waterberging bij zware onweders.
Groevewater als alternatieve waterbron
Op de tweede stopplaats tijdens de inspiratiereis werd de locatie bezocht waar een foliebassin gaat aangelegd worden dat een capaciteit heeft om 80.000 m3 water op te vangen afkomstig van de kleiontginningssite in Kortemark. Steenbakkerij Wienerberger pompt jaarlijks een mix van grond- en hemelwater op. Dit groevewater, zo’n 100.000 m3 op jaarbasis, is nodig voor de kleiwinning om bakstenen te produceren. Na gebruik vloeit dit water grotendeels weg in de nabijgelegen beek richting de zee.
In 2021 is een project opgestart dat uiteindelijk vorig jaar leidde tot de oprichting van de coöperatie ‘Het Speyebekken’, genoemd naar de ernaast liggende beek. De coöperatie is nodig voor de financiering en het beheer van het foliebassin, pompinfrastructuur, leidingnetwerk…
Wienerberger geeft toelating om minstens 20 jaar het foliebassin op hun terrein te laten staan. Zij gebruiken water voor de productie van bouwmaterialen. Na het opzuiveren hiervan tot drinkwaterkwaliteit zal ook het ernaast gelegen groenteverwerkende bedrijf Verduyn water betrekken. Tot slot zijn er nog een vijftal deelnemende landbouwers die het water kunnen benutten. Voor hen wordt er naast het waterbassin een leidingnetwerk aangelegd richting hun velden, zodat ze via aftakpunten water kunnen gebruiken op hun velden voor irrigatie van gewassen en zodat ze hun eigen waterputten kunnen aanvullen.
Niet direct naar de zee
Het bassin zal zo’n 2 ha ruimte in beslag nemen, een diepte van 3 m kennen en taludhoogtes van 5 m hebben. Door de aanleg van die taluds zal bijna al de vrijgekomen grond op het terrein kunnen hergebruikt worden.
Landbouwers aan het woord
Landbouwer Stefaan Vulsteke uit Kortemark bracht voor de deelnemers aan de inspiratiereis over waterbeheer een reflectie uit de praktijk. Zelf is hij varkenshouder en teelt daarnaast ook akkerbouwgewassen en industriegroenten. Hij heeft al een ruime ervaring met beregenen en merkte al lachend op dat het hoofdzakelijk nachtwerk is. Een ander punt waar hij de aandacht op legde, was dat er eigenlijk veel water voorhanden moet zijn. Hij geeft graag een irrigatiebui van 25 l/m2 per beurt en houdt graag een watervoorraad van 1.000 l/ha aan. “Eens je begint te beregenen, dan weet je dat de waterput snel leeg is”, bemerkte hij fijntjes.
’s Nachts beregenen doet hij omwille van de efficiëntie. “Het is dan windstil en je hebt geen verdamping.” Om in te spelen op de arbeidsbehoefte bij de beregening, heeft hij dit deels geautomatiseerd, maar menselijke opvolging en menselijk ingrijpen blijven nodig. Een applicatie op de smartphone laat zo bijvoorbeeld toe de positie van het waterkanon en de beregeningshaspel op te volgen. “Maar automatisatie heeft ook zijn kostprijs”, laat de pientere landbouwer weten.
“ Eens je gezaaid hebt en je komt dan in een droge periode, betekent niet beregening dan ook dat je niets gaat oogsten. Beregenen wil niet zeggen dat je uw kosten hiervoor sowieso dan vergoed ziet worden. Vorig jaar heb ik mijn vroege aardappelen beregend, maar iedereen weet ondertussen wat er met de aardappelprijs is gebeurd…”
Landbouwer Vulsteke vertelde ook dat hij start met beregenen zodra het droog wordt. Hij wil de toplaag niet laten uitdrogen. Hier botst hij echter op de visie van andere landbouwers, teeltbegeleiders… die zeggen dat je eerst de wortels van planten de kans moet geven om dieper in de grond op zoek te gaan naar water.

Vraag raad en begeleiding
Voor zijn watervoorziening kan Stefaan Vulsteke terugvallen op eigen watervoorraden én in de toekomst op voornoemd lagedrukleidingnetwerk dat verbonden is aan het waterbassin dat groevewater opvangt. Hij is een van de deelnemende landbouwers in dit project. “Dat leidingnetwerk gaat zeker meer mogelijkheden bieden, maar het makkelijkst is toch als het water gratis en gedoseerd uit de lucht valt”, besloot Stefaan al lachend. “Dan heeft ieder hoekje en kantje ook voldoende water gekregen.”
Als laatste gaf hij nog de tip mee om goed na te denken over de diameter van de beregeningsbuizen, bij welke waterdruk en bij welk debiet gewerkt wordt, enzovoort. “Ga zeker niet overdimensioneren, maar vraag raad en laat je begeleiden”, weerklinkt het nog.
Jan Degryse, collega-landbouwer van Stefaan, vulde diens verhaal verder aan en bemerkte dat hijzelf gebruikmaakt van druppelirrigatie, een andere techniek die hier niet eerder vernoemd is. “Een groot voordeel daarvan is dat je minder water verbruikt. Een nadeel is dan weer dat de installatie veel geld kost. De aanvoerleidingen en druppelslangen aanleggen vraagt wel wat werkuren en alles aansluiten is een kritiek punt. Daarnaast is ook een regelmatige controle nodig, om te kijken of de installatie nergens ongewild lekkage vertoont.”
Gecontroleerd overstromingsgebied in Staden
Projectcoördinator bij de provincie West-Vlaanderen, Marjan Dewulf, gaf toelichting op de laatste stopplaats. Deze lag langsheen de Luikbeek in Staden. Hier was voorheen bij felle onweersbuien vaak wateroverlast op de straat en aan woningen, bedrijven... Een gecontroleerd overstromingsgebied moet voornoemd probleem verhelpen. Tevens stelt het water beschikbaar voor de landbouw en werd er een extra natuurbeleving gecreëerd.

Het overstromingsgebied werd voorzien van een bufferbekken, dat tijdelijk water kan bufferen bij zware neerslaghoeveelheden. Tevens kan dit bufferbekken in de zomer water beschikbaar stellen voor de landbouw. Daarom is er een specifieke ruimte ingericht waar landbouwers water kunnen komen laden met hun tractor en tank. Zij staan in een afgescheiden zone, weg van het verkeer op straat, en hebben toegang tot de locatie via een badgesysteem. Enkel landbouwers met een bedrijfszetel of akkers in Staden kunnen toegang krijgen tot dit waterpunt.
De vrijgekomen grond is zoveel mogelijk ter plaatse hergebruikt bij de aanleg van de taluds of voor de ophoging van naastgelegen akkers. Het waterbekken is niet met folie, maar met een natuurlijke kleilaag bekleed. Daarom mag het niet droog komen te staan in de zomer. Het project is in uitvoering en was op het moment van ons bezoek nog niet volledig voltooid. De weersomstandigheden hadden voor wat vertraging gezorgd.
Net stroomopwaarts van voornoemd gecontroleerd overstromingsgebied loopt tevens een proefproject waar het water uit de Luikbeek gezuiverd zal worden door een rietveld. Zo wil men via dit integraal waterproject ook werken aan een betere waterkwaliteit. De focus ligt hierbij in eerste instantie op het verwijderen van de nitraten in het oppervlaktewater.
Aandachtspunten en tips
Hans Mommerency, provinciaal secretaris Boerenbond, gaf de deelnemers aan het studiemoment nog enkele aandachtspunten mee bij de realisatie van een (eigen) watervoorraad. Hij adviseerde de geïnteresseerden om zich goed voor te bereiden en om een uitgebreide, onderbouwde motivering uit te werken. “Staar je niet blind op één locatie om je wateropslag uit te werken, maar bekijk verschillende locaties. Zo kan je makkelijker schakelen als je hindernissen en uitdagingen moet overwinnen bij de vergunningsaanvraag”, adviseerde hij nog.
Na afloop van de busrit werden ook nog enkele infostandjes voorzien rond bodemvochtsensoren en irrigatiemodellen, duurzaam bodembeheer, beregeningstechnieken en de beregeningstool, en rond het EU-project Aquagri-know over verbeterd watermanagement in de Europese landbouw.





