Startpagina Melkvee

Meerwaarde van verlengd koe-kalfcontact blijkt nog onvoldoende in de praktijk

Het brede publiek stelt zich vragen bij het snel scheiden van moeder en kalf, wat nochtans op veel melkveebedrijven de gangbare praktijk is. Gescheiden opfok is volgens melkveehouders en adviseurs immers beter voor de gezondheid van koe en kalf, maar wetenschappelijk wordt dit vaak niet bevestigd. Volgens een enquête bij 90 Vlaamse en Nederlandse melkveehouders zien zij er momenteel ook geen meerwaarde in.

Leestijd : 6 min

De discrepantie tussen wat de sector als normaal beschouwt en het wetenschappelijke en maatschappelijke draagvlak zorgt ervoor dat de Europese politiek de gangbare praktijken meer en meer in vraag begint te stellen. Maar wat met de toepasbaarheid van deze systemen in onze hedendaagse melkveehouderij?

Waarom vroeg scheiden?

Heel vaak denken we dat het onmiddellijk scheiden van koe en kalf kort na de geboorte de kans op overdracht van pathogenen van koe naar kalf vermindert. Pasgeboren kalveren hebben echter een beperkte immuniteit en zijn op die manier gevoeliger voor ziekten. Ook het individueel voeren maakt het mogelijk om de kwaliteit en kwantiteit van biestopname beter te regelen, net zoals de opgenomen melk en voer in de weken nadien. Voorstanders van een vroege scheiding halen verder het economische voordeel (meer verkoopbare melk), en efficiënter melken aan. De band tussen koe en kalf wordt bij vroeg scheiden niet gevormd, waardoor de dieren minder stress ervaren bij de scheiding.

Voordelen vanuit de literatuur

Verlengd contact tussen een kalf en de moeder, of het gebruik van pleegkoeien voor meerdere kalveren, kunnen bijdragen aan een positiever imago van de sector, maar bieden potentieel ook voordelen op het gebied van kalvergezondheid.

Zo zorgt de meer gespreide opname van verse melk voor minder (voedings)diarree en voor een grotere dagelijkse groei. Hoewel het vroeg scheiden van koe en kalf als maatregel is opgenomen in het bestrijdingsprogramma van paratuberculose bijvoorbeeld, blijkt hier ook weinig wetenschappelijke basis voor te bestaat. Bovendien kan ook de gezondheid van de koeien positief beïnvloed worden, doordat studies vaak aantonen dat het risico op mastitis vermindert bij een verlengde zoogperiode. Bijkomend leidt een langer koe-kalfcontact tot een beter sociaal gedrag bij kalveren en het komt daarnaast ook tegemoet aan de natuurlijke gedragsbehoeften van zowel koe als kalf, wat wordt gezien als een belangrijk welzijnscriterium.

Enquête over verlengd koe-kalfcontact

Er zijn zeker een aantal argumenten om een kalf langer bij de koe te houden, maar hoelang deze periode dan precies moet zijn en met welk systeem, kunnen we op basis van de huidige wetenschappelijke literatuur niet besluiten. Maar wat met de toepasbaarheid van deze systemen in onze hedendaagse melkveehouderij? Vorig jaar werd een masterproef uitgevoerd aan de UGent, die zich vooral focuste op de perceptie en bereidheid van melkveehouders om systemen die verlengd koe-kalfcontact toe laten, te implementeren.

Voor ons onderzoek werd een enquête verspreid onder Vlaamse en Nederlandse melkveehouders. Hoewel het aantal respondenten (90, waarvan 45 uit België en 45 uit Nederland) relatief beperkt was en hoewel de steekproef niet representatief is voor de volledige populatie melkveehouders in België en Nederland, bieden de gegevens waardevolle inzichten. De resultaten zijn mogelijk gekleurd doordat vooral geïnteresseerde veehouders met een sterke mening de enquête hebben ingevuld. Veel andere veehouders gaven aan dat ze het nut van onderzoek naar dit onderwerp niet inzien, wat mede de lage respons kan verklaren.

Waarom kiezen we voor vroege scheiding van koe en kalf?

Uit de enquête blijkt dat het direct scheiden van koe en kalf nog steeds de norm is in België en Nederland. Bijna 65% van de melkveehouders haalt het kalf binnen de 10 uur weg, waarna ruim de helft van de veehouders (59%) de kalveren individueel huisvest.

Deze werkwijze sluit aan bij de rest van West-Europa en wordt vooral gedreven door de dagelijkse bedrijfsvoering. De belangrijkste drijfveren voor het huidig beleid zijn: diergezondheid en ziektepreventie (77%), optimalisatie van de melkproductie (20%), en ruimte en infrastructuur die het niet toelaten om alternatieve systemen te implementeren (17,8%).

Voordelen en struikelblokken van alternatieve koe-kalfsystemen

In onze enquête werden de veehouders ook bevraagd over de eventuele voordelen die verlengde koe-kalfcontactsystemen zouden kunnen hebben op hun bedrijf. De helft van de melkveehouders gaf aan voordelen te zien in het langer bij elkaar houden van koe en kalf. De belangrijkste pluspunten zijn een verbetering van dierenwelzijn (zowel voor kalf als koe) (23,3%), positieve consumentenperceptie (35,6%) en een mogelijke verbetering van de kalvergezondheid (25,6%).

Opvallend is dat diezelfde gezondheidsrisico’s door de overgrote meerderheid (76%) juist als het grootste risico worden gezien. Naast de angst voor ziektes weerhouden vooral de extra werkdruk (60%) en een lagere melkproductie (71%) veehouders ervan om over te stappen naar alternatieve systemen.

Dit alles maakt dat veehouders vandaag de dag bang zijn voor de economische verliezen die gepaard gaan met deze alternatieve systemen (figuur 1).

Figuur 1: Verwachting hoe alternatieve koe-kalfsystemen de economische toestand op je bedrijf zullen beïnvloeden.
Figuur 1: Verwachting hoe alternatieve koe-kalfsystemen de economische toestand op je bedrijf zullen beïnvloeden. - Bron: UGent

Consumentenperceptie

Hoewel 36% van de veehouders ziet dat de consument positief kijkt naar verlengd koe-kalfcontact, heeft dit nauwelijks invloed op hun eigen keuzes. Veehouders ervaren maatschappelijke wensen vaak als ‘druk van buitenaf’, die niet aansluit bij de dagelijkse realiteit op het erf (figuur 2).

Figuur 2: Invloed van de consumentenperceptie op beleidskeuzes op melkveebedrijven.
Figuur 2: Invloed van de consumentenperceptie op beleidskeuzes op melkveebedrijven. - Bron: UGent

In de besluitvorming wegen diergezondheid, werkdruk en rendement zwaarder dan de publieke opinie. Pas als maatschappelijke wensen vertaald worden in harde regelgeving of een betere melkprijs, worden ze echt relevant. Bovendien zorgt de ‘consumentenparadox’ voor wantrouwen: de consument vraagt in enquêtes om meer welzijn, maar kiest in de supermarkt nog te vaak voor de laagste prijs.

De resultaten van ons onderzoek bevestigen dat consumentenperceptie op zich onvoldoende sturend is voor bepaalde beleidsveranderingen op melkveebedrijven. Willen alternatieve systemen daadwerkelijk ingang vinden, dan zal er, naast maatschappelijke druk, ook gewerkt moeten worden aan praktische haalbaarheid en economische incentives. Zo worden veranderingen niet uitsluitend gevoeld als een opgelegde verplichting, maar ook als een haalbare en zinvolle keuze binnen de bedrijfsvoering.

EFSA-advies

In 2023 heeft de Europese voedselveiligheidsautoriteit een advies geformuleerd waarin wordt aanbevolen om het contact tussen koe en kalf na de geboorte te verlengen, om het welzijn van beide dieren te verbeteren. Wetenschappers schrijven in hun advies dat dieren die een beperkt contact hebben met hun moeder, vaak last hebben van stress, sociale isolatie en een onvermogen om te zogen. Om het welzijn van koe en kalf te beschermen, adviseren zij om de jonge dieren minstens één dag bij de moeder te huisvesten, en liever nog langer. Ook raden wetenschappers af om kalveren apart te huisvesten, maar raden ze aan om hen in groepen van 2 tot 7 op te delen met voldoende plaats om te rusten met een comfortabele bedding. Daarbij bevelen ze een oppervlakte van ongeveer 20 m2 per kalf aan. Dit wetenschappelijke advies moet een basis vormen voor een grondige revisie van de Europese wetgeving over dierenwelzijn, waarbij verder onderzoek nodig is op grote schaal om te kijken wat de beste opties zijn op commerciële bedrijven.

Moeilijk realiseerbaar in de praktijk

Hoewel het toepassen van verlengd koe-kalfcontact op papier aantrekkelijk lijkt, is het voorlopig in de praktijk verre van realiseerbaar om kalf en koe langer bij elkaar te houden. Bovendien bestaat er binnen de wetenschappelijke literatuur nog geen consensus over welke vorm van verlengd koe-kalfcontact het meest geschikt is. Onderzoek is vaak nog heel kleinschalig en methodologisch te divers, waardoor resultaten moeilijk vergelijkbaar zijn. Ook met factoren zoals huisvesting, voeding, bedrijfsmanagement, en houding van de sector wordt er niet altijd voldoende rekening gehouden. Dat maakt het moeilijk om de bevindingen te vertalen naar de praktijk.

Via deze enquête hebben we een poging gedaan om de visie van Vlaamse en Nederlandse melkveehouders in kaart te brengen, omdat het van cruciaal belang is om te begrijpen welke uitdagingen veehouders tegenkomen voor de eventuele implementatie van deze alternatieve systemen. Deze info kan in rekening gebracht worden bij de bepaling of, en op welke manier, een verandering binnen de Vlaamse en Nederlandse melkveehouderij haalbaar is.

Celien Kemel (UGent)

Lees ook in Melkvee

Meer artikelen bekijken