Startpagina Onderwijs

“Forse groei dankzij breed landbouwgericht aanbod”

Het Biotechnicum van Bocholt is een aantrekkingspool voor leerlingen uit een ruime regio in het noorden van Limburg. Door de brede waaier aan studierichtingen is er voor ieder wat wils. Landbouwgerichte opleidingen doen het goed dankzij de praktijkgerichte aanpak en de eigen schoolhoeve.

Leestijd : 7 min

De kerk, brouwerij Martens en het Biotechnicum domineren het centrum van de gemeente Bocholt. De lokale gemeenschap is rond deze 3 fundamenten opgebouwd. De landbouwschool dateert al van 1923.

Theorie en praktijk gaan hand in hand

We maken met directeur Bart Schijns, Geert Heynickx (TAC Pedagogisch) en Sander Palmans (TAC landbouw en coördinator PVL) ineens een sprong naar het huidige Biotechnicum. Het drietal werkt nauw samen bij de dagelijkse organisatie van de school.

“We bieden zowel de doorstroomfinaliteit (D) als de dubbele finaliteit (D/A) en de arbeidsmarktfinaliteit (A) aan”, legt Bart Schijns uit. De school is net als 103 jaar geleden nog steeds sterk gericht op de landbouwgerichte opleidingen.

Het Biotechnicum beschikt bijvoorbeeld nog steeds over een eigen schoolhoeve met 65 melkkoeien, eigen aanfok van jongvee en aanpalende weiden en akkers voor de teelt van voedergewassen. De school heeft bovendien een erg nauwe band met het naastliggende Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL), waar recent nog een nieuwe zeugenstal werd opgetrokken. Schijns: “Het Biotechnicum is de enige landbouwschool in Vlaanderen met zowel rundvee als varkens, en daar zijn we best trots op!”

In de provincie Limburg zijn er nog 2 landbouwscholen. De provinciale landbouwschool PIBO in Tongeren is voornamelijk gericht op akkerbouw en in Hasp-O Stadsrand in Sint-Truiden gaat meer aandacht naar de fruitsector. De 3 scholen liggen regionaal mooi gespreid en ze beschikken over een complementair aanbod. Gezien de ligging komen er ook enkele leerlingen uit Nederland naar het Biotechnicum.

Brede basis

Het Biotechnicum gaat er prat op de leerlingen een goede basis te geven voor hun latere beroepsleven. Schijns: “Die brede basisvorming start al in de eerste graad, waarin zowel Latijn als plant- en diervakken worden aangeboden. Via specifieke STEM-techniekvakken, respectievelijk agro- en biotechnieken in de A-richting en land- en tuinbouw in de B-richting, laten we de leerlingen in het tweede jaar al kennis maken met de mogelijkheden van de zogenaamde ‘bovenbouw’, onze tweede en derde graad. En die aanpak heeft duidelijk succes. Eens ze van die vakken hebben geproefd, willen ze meestal in die richting verder.”

Onderwijsvernieuwing creëerde breder aanbod

Volgens directeur Schijns kende het Biotechnicum vooral een mooie groei sinds het verbrede aanbod na de onderwijsvernieuwing. “We zijn nu in het vijfde jaar na de start hiervan in 2021 in de eerste graad. In de tweede en derde graad kwam er respectievelijk in 2022 en in 2023 de nieuwe richting Biotechnologie in de D-finaliteit en Biotechnieken in de D/A-finaliteit bij. In de dubbele finaliteit werden nog meer richtingen toegevoegd, namelijk het meer landbouwgerichte Agrotechnieken Dier en een extra aanbod in de groensector Natuur- en Groentechnieken.

In de A-finaliteit kwam er in 2023 in de derde graad naast de richting Dier en milieu ook Groenaanleg en -beheer bij. Dit bleek een goede keuze, want het niveau in de landbouwrichting steeg en voor jongeren die eerder in de groensector en tuinaanleg wilden terechtkomen beschikten we ineens over een extra optie.”

Leerlingen Groenaanleg en -beheer helpen ook op het schoolterrein.
Leerlingen Groenaanleg en -beheer helpen ook op het schoolterrein. - Foto: AV

Het Biotechnicum biedt op die manier 6 afstudeerrichtingen aan. Om volledig te zijn: in de A-finaliteit kunnen de leerlingen Dier en milieu nog een zevende jaar aanvatten als Productiemedewerker dier.

“Slotsom, dankzij die verbreding vinden nóg meer leerlingen een richting die op hun niveau en hun interesse is afgestemd en zo steeg ook de kwaliteit per richting. Een win-win dus voor de school en de leerlingen”, vindt directeur Schijns.

Landbouwrichtingen zijn populair

Hij herinnert zich nog een boost voor de school.. “Tijdens de coronaperiode hebben we sterk ingezet op afstandsonderwijs. Dat wierp zijn vruchten af, want het werd erg geapprecieerd. Mond-tot-mondreclame doet dan zijn werk. Dat zag je vooral in onze eerste graad, die toen bijna volzet was. Dat effect is gebleven.”

Geert Heynickx staaft deze groei met enkele cijfers. “In het schooljaar 2019-2020 – hét coronajaar – telde onze school 420 leerlingen. Door de stijgende instroom in de jaren die volgden, groeide ons totale leerlingenaantal fors. Vorig schooljaar bereikten we een piek van 580! Momenteel kiezen zowat de helft van de leerlingen in de tweede graad voor een landbouwgerelateerde richting. Nooit eerder hadden we zoveel afgestudeerden in die richtingen. Gezien de moeilijke situatie in de sector is dit toch wel opvallend.”

“Ook in onze D-richting staan we sterk”, legt Bart Schijns verder uit. “We bieden ze meer uren wiskunde, wetenschappen en laboratoriumtechnieken aan. We mogen terecht zeggen dat onze afgestudeerden echt wel klaar zijn voor het hoger onderwijs of de universiteit. We zien dat ze vaak jobs vinden in de toeleveringssector voor de landbouw en in de voedingssector, maar we hebben ook leerlingen die uitwaaien naar andere sectoren.”

Leerlingen van de D-finaliteit aan het werk in het nieuwe lab.
Leerlingen van de D-finaliteit aan het werk in het nieuwe lab. - Foto: AV

“Onze school besteedt veel aandacht aan een goede basiszorg en aan pedagogische begeleiding. Naast vakbekwaamheid zetten we immers ook hard in op persoonlijke vorming”, benadrukt Geert Heynickx. “De leerlingen leren hier omgaan met regels en routines, met waarden en normen. Het zijn zaken die belangrijk zijn in hun latere (beroeps)leven. Door dit totaalpakket blijven onze leerlingen graag op onze school. Hier heerst een goede sfeer en we beschikken over veel keuzemogelijkheden, vooral dus in land- en tuinbouwgerelateerde richtingen. Dankzij de brede basis hebben ze ook een brede waaier aan verdere studiemogelijkheden en/of werkmogelijkheden.”

Stages zijn belangrijk

“De leerlingen van de A-finaliteit komen al van in het eerste jaar in contact met dieren”, vertelt Sander Palmans, zelf oud-leerling van het Biotechnicum. “In het begin is dat heel laagdrempelig, met bijvoorbeeld cavia’s, konijnen, en dan bouwen we dat op naar een big, kalf…”

Vandaag de dag komt nog zo’n 10% van de leerlingen van een landbouwbedrijf. Voeling krijgen met de praktijk is dus belangrijk. Om dit te realiseren beschikt het Biotechnicum over 5 teeltoversten, naast de reguliere leerkrachten. Daarnaast moeten de leerlingen stages volgen. Palmans: “De leerlingen van de A-finaliteit krijgen vanaf het 5de jaar een individuele stage van 10 uur in ons melkveebedrijf en 8 uur bij de varkens. Dat vergt dus wel wat planning en organisatie op beide praktijkbedrijven. Ze krijgen ook een stage mechanisatie, dat zijn 7 uur tractorles en leren omgaan met machines.”

In de derde graad van de A-finaliteit doen de leerlingen, zowel in het 5de als in het 6de jaar, op vrijdag stage. “Ze maken dus kennis met de dagelijkse werking op 2 verschillende veebedrijven die wij voor hen kiezen. In de D/A-richting doen de leerlingen om de 14 dagen 1 dag stage op een veebedrijf. De meerderheid kiest voor de melkveehouderij, maar eigenlijk mogen ze hier de diersoort en hun stageplaats zelf kiezen. Hun stage loopt van januari in het 5de jaar tot januari in het 6de jaar – zo maken ze alle seizoenen mee.”

Leerlingen van ‘4 Plant-, Dier- en Milieutechnieken’ tijdens een praktijkles van Katleen Meermans, waarbij ze het gewicht van de koeien moeten inschatten.
Leerlingen van ‘4 Plant-, Dier- en Milieutechnieken’ tijdens een praktijkles van Katleen Meermans, waarbij ze het gewicht van de koeien moeten inschatten. - Foto: AV

Voorlopig vindt de school nog voldoende stagebedrijven. “We hebben een goede samenwerking met deze landbouwers. We danken hen jaarlijks voor hun nauwe betrokkenheid en hun inspanningen met een stagefeest.”

In de D-finaliteit lopen de leerlingen geen stage, maar komen ze via uitstappen of via hun geïntegreerde proef wel in contact met bedrijven in de periferie van de landbouw of in de voedingssector.

Het onderwijzend personeel besteedt ook aandacht aan de actualiteit in de landbouwsector. “We belichten de grote thema’s en proberen daar onze rol in te spelen”, stelt Sander Palmans. “Denk bijvoorbeeld aan het Stikstofdecreet. We gingen niet mee betogen in Brussel, maar deden wel lokaal een actie. Enkele leerkrachten zijn nog actief in de sector en dat vertaalt zich ook wel in de lessen.”

School moest meegroeien

Deze forse groei van de voorbije jaren betekende natuurlijk ook dat de school een tandje moest bijsteken inzake onderwijzend personeel, organisatie en faciliteiten. “We zijn trots dat we die extra leerkrachten steeds hebben kunnen aantrekken”, vertelt directeur Schijns. “Voor bepaalde vakken is dit immers niet evident. Dit is echt wel te danken aan de goede reputatie van onze school.”

De school moest ook haar infrastructuur aanpassen aan de groei in leerlingen en richtingen. De goede samenwerking met het naastliggende PVL hielp daarbij. Het Biotechnicum kon er enkele leslokalen huren. Daarnaast kwamen er de voorbije jaren een nieuw laboratorium en een nieuwe jongveestal. En de nieuwe zeugenstal van het PVL laat de leerlingen ook kennismaken met actueel onderzoek in de varkenshouderij.

Leerlingen van de tweede graad van de D/A-finaliteit doen praktijkervaring op in de nieuwe zeugenstal van het PVL.
Leerlingen van de tweede graad van de D/A-finaliteit doen praktijkervaring op in de nieuwe zeugenstal van het PVL. - Foto: AV

“Hoewel de school pal in het centrum ligt, zijn we een groene school”, stelt Bart Schijns. “Onze groene speelplaats werd trouwens (deels) aangelegd door de leerlingen. De nabijheid van de stallen is een enorm voordeel. We verliezen hierdoor bijvoorbeeld geen tijd voor verplaatsingen. De leerlingen zien letterlijk hoe het er op een landbouwbedrijf aan toegaat. De koeien zien lopen, straalt ook rust uit. Het inkuilen van de voedergewassen is hier trouwens een jaarlijkse belevenis. Dan staan alle leerlingen aan de poort te kijken.”

De boerderij is trouwens ook een extra aantrekkingspool bij de jaarlijkse opendeurdag van de school, dit jaar op 10 mei. Ook dat is een jaarlijkse grootse gebeurtenis waar veel bewoners op afkomen.”

Directeur Schijns besluit ons gesprek met een dankwoordje voor Geert en Sander. “Modern onderwijs vergt een brede aanpak. Samen vormen we een goed team, wat bijdraagt aan het succes van onze school!”

Anne Vandenbosch

Lees ook in Onderwijs

Persoonlijke aanpak staat voorop bij het PCLT

Onderwijs De land- en tuinbouwsector evolueert snel en vraagt om goed voorbereide ondernemers. Overweeg je een eigen landbouwbedrijf op te starten of over te nemen? Of wil je je verdiepen in hoe een modern land- of tuinbouwbedrijf werkt? In deze opleiding bij het PCLT bouwen we dit samen.
Meer artikelen bekijken