Startpagina Biolandbouw

“Biologisch boeren, dat is ploeteren en trots zijn tegelijk”

Joris Pante (44) en Annelies Wybo (43) houden in Zedelgem 80 dubbeldoelkoeien en jongvee. De melk leveren ze aan Biomilk.BE, de Belgische afzetcoöperatie van biomelkveehouders. Lokaal zijn ze bekend voor vleespakketjes en vooral voor Hoeve-ijs Z. Na het zoeken, proberen en twijfelen van hun opstartjaren runnen ze met een steeds grotere trots hun melkveebedrijf.

Leestijd : 7 min

Joris nam in 2009 eerst alleen het bedrijf van zijn ouders over, dat toen bestond uit een combinatie van melk- en vleesvee en varkens. Het bedrijf was eerder kleinschalig en werd eerst gecombineerd met extern gaan werken. Annelies kwam er enkele jaren later bij en daarna volgde in 2016 de omschakeling naar bio. In 2021 maakten ze alsnog een groeisprong met de bouw van een grotere, houten stal. “Een stagiair van het opleidingscentrum Landwijzer had in 2007 al eens uitgedokterd of een omschakeling van het gangbare bedrijf naar biologisch haalbaar en interessant zou zijn. Een drietal jaar later werd de overweging nog eens gedaan, maar toen waren hier ook nog varkens en teelden we nog aardappelen. Een derde keer dat we biologisch boeren overwogen was in 2016. Toen zijn Joris en ik elk afzonderlijk naar een uiteenzetting over bio geweest, ik in Gent en Joris bij Inagro. Toen we thuiskwamen en er met elkaar over begonnen praten, werd snel duidelijk dat de omschakeling naar bio voor ons een mooie uitdaging was. Dat was de weg die we wilden volgen. Wij konden toen met het bedrijf in een verkorte omschakelperiode van 1,5 jaar biologische melk leveren”, vertelt Annelies.

Voor een stuk speelde het financiële aspect mee bij de omschakeling. “Voor biologische melk werk je met een stabielere melkprijs. Voor ons geeft het heel wat rust en zekerheid over kosten en opbrengsten en dus ook over mogelijke investeringen”, vertelt Joris. Hij ziet in bio bovendien een uitdaging als landbouwer. “Als gangbare landbouwer kregen we commerciële en andere adviseurs over de vloer. In bio leren de boeren vooral van andere bioboeren. De vakorganisatie Bioforum organiseert meerdere biobedrijfsnetwerken per jaar, ook al wonen bio-collega’s verder uit elkaar. In Whatsapp-groepen zie je prachtige teeltfoto’s van collega’s die iets uitproberen en erover in discussie gaan.”

Het maatschappelijke aspect speelde evenzeer een rol. “Ik ben opgegroeid op een varkensbedrijf en, hoewel ik het werk in de stallen heel graag deed, was het toch moeilijk om te gaan met kritiek op de intensieve veehouderij”, zegt Annelies. “Veehouderij die in evenwicht is met de omgeving, met de voederteelten en waar je met een hart voor dieren aan werkt, is een verhaal dat niet moeilijk uit te leggen is. Voor ons is het bioverhaal de beste variant om een antwoord te bieden op de verwachtingen van de maatschappij en toch de veeteelt niet los te laten. Als wij aan klanten vertellen wat we doen en hoe en waarom we doen wat we doen, dan krijgen we wel eens meer waardering”, aldus Joris.

Geen melkrobot

In 2018 verving Joris de bindstal met pijpleiding door een melkinstallatie (een 2x8 swing-over van Dairymaster). In 2021-2022 werden de stallen gebouwd. De melkveestal heeft een mestrobot op een volle vloer (Lely Collector) en de ligboxen worden gevuld met biobedding, er is immers ook geïnvesteerd in een mestscheider (Stallkamp). Waarom er niet voor een melkrobot gekozen werd? “Voor biologisch melkvee is beweiding cruciaal. Hier krijgen de koeien elke dag een vers stukje van de weide om te grazen in een 3 wekensysteem. Dat krijg je niet georganiseerd met een robot. Weidegang en melken zonder robot heeft bovendien een paar voordelen. Je ziet namelijk elke koe 2 keer per dag en van heel dichtbij. Het melken zonder robot geeft ook structuur aan je werkdag: je weet wanneer je er aan begint en wanneer het zal gedaan zijn”, meent Joris.

“Het klassieke melken met de melkmachine is bovendien iets dat nog sterk tot de verbeelding spreekt, bij het brede publiek maar net zo goed in de sector. Regelmatig zien we dat stagiairs bij ons komen aankloppen voor een stageplaats, net omdat wij zonder robot melken”, vult Annelies aan. De koeien geven gemiddeld 6.500 l biomelk met goede gehaltes (4,2% vet en 3,6% eiwit) en een verhoogde vleesopbrengst. “Dat we zonder kunstmest werken op lichte zandgrond en dat we soja en kuilmaïs in het rantsoen vermijden of beperken, maakt het minder intensief. Duurzamer en extensief produceren kan ook rendabel zijn. Je krachtvoerleverancier zal je dat niet vertellen. Het opzoeken van natuurlijke evenwichten maakt het zelfs mogelijk om zonder droogzetters te werken. Dat geeft minder stress voor de melker”, getuigt Joris.

Grasklaver, mengteelten en voederbieten

Inzake voer krijgen de koeien van Joris en Annelies de oogst van de akkers die ze zelf bewerken zonder kunstmest of fyto: grasklaver, triticale-veldbonen en natuurgras van enkele natuurgebieden in de regio en voederbieten. “Alle voer moet biologisch zijn. Door de hoge onkruiddruk en lage opbrengsten is het op onze zandgronden zo goed als onmogelijk om op een biologische manier maïs te telen. Daarom wisselen we uit met collega’s in de biosector. Zij telen voor ons extra grasklaver of biologische maïs op zwaardere grond. Indien mogelijk qua afstand keert biologische mest terug en maakt het de kringloop rond”, duidt Joris. Dat je de voorbije jaren steeds minder voederbieten zag in de gangbare melkveehouderij, daar heeft hij zelf geen verklaring voor. “Daar ligt de focus vooral op maïs. Al zie ik in het gangbare steeds meer een kentering waarbij men terugkeert naar de voederbiet. En waarom ook niet. Het is heel productieve teelt met een hoge voederwaarde, waarvan niets verloren gaat. In de winter zijn voederbieten de beste bron van mineralen en vitamines.” Het rantsoen komt dan in evenwicht tussen blad en stengel en wortel.

In 2021 maakte Hoeve Pante een groeisprong met de bouw van een grotere, houten stal.
In 2021 maakte Hoeve Pante een groeisprong met de bouw van een grotere, houten stal. - Foto: FVDL

Joris en Annelies hebben enkel Fleckvieh-koeien in hun stal. “Wij willen robuuste, hoornloze dubbeldoelkoeien die vooral het ruwvoer makkelijk kunnen omzetten in liters melk en niet de hoogproductieve rassen die je enkel met duur krachtvoer kan laten renderen. Met Fleckvieh verloopt het kalven enorm vlot en blijven de kosten voor de dierenarts heel beperkt. De ruime, luchtige stal en veel weidegang helpen daarbij. We zien de veearts om de 6 weken met de scanner voor drachtcontrole. Bij een keizersnede, slepende melkziekte of kalfziekte is het vaak uitzoeken hoeveel jaar geleden het nog is voorgevallen”, vertelt Joris. Met blauwtong hadden de koeien van Joris en Annelies weinig problemen. De teruggelopen vruchtbaarheid zorgde wel voor een langere droogstand en een uitgestelde afkalfpiek afgelopen zomer. Na de verplichte vaccinatie van vorig jaar hebben ze hun kudde dit jaar opnieuw laten vaccineren tegen blauwtong. Hun melkvee gaat op een gemiddelde leeftijd van 6 jaar naar het slachthuis. “Omdat onze koeien extra bespierd en biologisch zijn, krijgen we voor het vlees een mooie meerprijs”, weet Annelies.

Zoeken en proberen

“De eerste hefboom die wij vonden en die past bij de ligging van het bedrijf was de korte keten: vleespakketjes sinds 2009 en hoeve-ijs sinds 2014. Deze takken waren er al voordat het land en de koeien omgeschakeld zijn naar bio en voordat we een bio-certificaat kregen voor de melk en later ook voor de dieren. Toch zijn het de klanten van de hoevewinkel en van aankoopsamenwerkingen zoals voedselteams en boeren en buren die kritische en interessante vragen durven stellen. Om voor het ijs en het vlees ook een certificaat te bekomen, is er nog wat werk aan de winkel. Bijvoorbeeld de tussenstappen: slachthuis en beenhouwerij waar ik bij het versnijden ga verpakken, zouden dan ook een biocertificaat moeten bekomen. We werken eraan om op relatief korte termijn de extra ingrediënten in onze ijsreceptuur toch met een biocertificaat aan te kopen (zoals fruit, chocolade...), omdat het biologische verhaal een wezenlijk deel is van de hele boerderij”, vertelt Joris. Naast de ijsverkoop op de hoeve verhuren ze een ijskar (triporteur) met of zonder bediening voor allerlei feesten.

Joris en Annelies bij hun koeien, met op de achtergrond hun houten melkveestal.
Joris en Annelies bij hun koeien, met op de achtergrond hun houten melkveestal. - Foto: FVDL

Joris kijkt naar de toekomst, voor zijn bedrijf en voor het biologisch boeren in het algemeen. “Zonnepanelen en slim gestuurde boilers hebben we al, net als de uitgestelde tankspoeling en warmteterugwinning. In de nabije toekomst volgt waarschijnlijk een dynamische batterijopslag, omdat wij in elektriciteit toch ook de pieken van het melken willen opvangen met zonnestroom. De sterke mechanisatiegolf in het landwerk interesseert mij ook. Hangt de tractor (van de loonwerker) in de toekomst vol met cameragestuurde schoffelende werktuigen? Of heeft elke (bio)boerderij binnenkort zijn teeltspecifieke veldrobot met plantherkenning voor mechanische onkruidbestrijding? Dat is een acuut vraagstuk waarvan de antwoorden in een grote stroomversnelling op ons afkomen.”

Leren doseren

Het korteketenaspect krijgt op dit moment iets minder aandacht van het koppel. “In de korte keten moet je als landbouwer heel wat verschillende petten opzetten: producent, marketeer, boekhouder, logistiek manager, controleur… Toen we startten, waren we daar heel enthousiast in en probeerden we het onderste uit de kan te halen. Als ouders van 3 kleine kinderen (9, 7 en 5 jaar) kan de korte keten naast de gewone bedrijfsvoering al eens een uitdaging zijn. Ik wil dat luik van onze boerderij evenwel niet laten schieten. We hebben leren doseren in onze korte keten. Voor het maken en verkopen van de ijsjes hebben we de openingsuren verminderd en arbeidsprotocollen uitgewerkt, zodat we een deel van dat werk aan een externe persoon kunnen doorgeven. Het is ook wel aangenaam om jobstudenten te hebben die het kennen en kunnen én die graag terugkomen. Ook de vleespakketten staan op een laag pitje. Als de kinderen wat ouder zijn, kan daar opnieuw meer tijd en energie naartoe gaan. Dat zien we nog wel”, zegt Joris.

De 80 Fleckvieh-runderen van Hoeve Pante krijgen  elke dag een vers perceel om te grazen.  Met 21 afgebakende perceeltjes duurt het 3 weken  voor de koeien terugkeren naar het eerste perceel.
De 80 Fleckvieh-runderen van Hoeve Pante krijgen elke dag een vers perceel om te grazen. Met 21 afgebakende perceeltjes duurt het 3 weken voor de koeien terugkeren naar het eerste perceel. - Foto: FVDL

Het vinden van een goede balans tussen werk en gezin was een uitdaging voor Annelies en Joris. “Het is niet dat wij onvoorbereid in dit landbouw-avontuur gestapt zijn. Over elk aspect hebben we lang en goed nagedacht en we hebben onderbouwde keuzes gemaakt. Toch was het langer dan verwacht wachten tot de goede intenties zich vertaalden in operationele en financiële resultaten. We zijn efficiënter beginnen werken en nu hebben we nog meer reden om trots te zijn op wat we elke dag realiseren op onze boerderij. Ooit lazen we een quote van een bedrijfsleidster: ‘ondernemen is ploeteren en trots zijn tegelijk’. Dat is voor ons heel herkenbaar”, besluiten Joris en Annelies.

Filip Van der Linden

Lees ook in Biolandbouw

Meer artikelen bekijken