Proefbedrijf bio bestaat 25 jaar
Het proefbedrijf biologische landbouw van Inagro bestaat 25 jaar. Wat in 2001 begon als een gedurfde investering van de Provincie West-Vlaanderen groeide uit tot een vaste waarde binnen de Vlaamse landbouwsector. Vandaag is het proefbedrijf een referentie voor praktijkonderzoek in de biologische landbouw en inspireert het niet alleen biolandbouwers, maar ook steeds vaker gangbare landbouwbedrijven.

Een kwarteeuw lang werden er teelttechnieken, gewasrotaties, bodembeheer en innovatieve landbouwsystemen getest onder praktijkomstandigheden. Die opgebouwde kennis helpt landbouwers om duurzame keuzes te maken en hun bedrijf weerbaar te houden in een snel veranderende landbouwcontext.

In vesteren in de toekomst van biologische landbouw
Toen eind jaren 90 beslist werd om binnen Inagro een onderzoeksafdeling landbouw uit te bouwen, was dat geen evidente keuze. Dankzij de visie van toenmalig directeur André Calus, gedeputeerde Gerard Naeyaert en de steun van de Provincie West-Vlaanderen werd in 2001 een aanpalende hoeve met 12 ha grond aangekocht.
De ambitie was duidelijk: een praktijkbedrijf uitbouwen waar biologische landbouw niet alleen onderzocht, maar ook daadwerkelijk toegepast en gedemonstreerd werd.
“Het proefbedrijf bio is al 25 jaar een plek waar onderzoek en praktijk elkaar versterken”, zegt Lieven Delanote, adviseur biologische productie bij Inagro. “De kennis die hier wordt opgebouwd, vertrekt steeds vanuit de uitdagingen van landbouwers. Dat maakt het proefbedrijf vandaag tot een belangrijke referentie voor de biologische sector in Vlaanderen.”
Die kennisdeling blijft een belangrijke pijler van het proefbedrijf. Zo zijn de biovelddagen eind juni en eind oktober uitgegroeid tot vaste inspiratie- en ontmoetingsmomenten voor de sector, waar jaarlijks ondertussen zo’n 150 landbouwers samenkomen om kennis en praktijkervaring uit te wisselen.

Een sterk teeltsysteem als vertrekpunt
Een van de opvallendste constanten doorheen de geschiedenis van het proefbedrijf is de zesjarige vruchtwisseling waarin groenten en rustgewassen elkaar afwisselen: granen, kolen, aardappelen, grasklaver, prei en wortelen of knolselder. Deze robuuste rotatie vormt al 25 jaar de ruggengraat van de bedrijfsvoering. Ze zorgt voor een gezonde bodem, een natuurlijke beheersing van ziekten en plagen en stabiele opbrengsten.
Ook de samenwerking met biologische veehouders uit de regio speelt daarbij een belangrijke rol. Via grasklaver en de aanvoer van biologische mest wordt de link gelegd met een gemengd landbouwsysteem op regionale schaal.
Sinds 2016 wordt bovendien ingezet op niet-kerende bodembewerking. Die aanpak draagt bij aan een betere bodemstructuur en een grotere weerbaarheid tegen extreme weersomstandigheden.

Van proefveld naar modern praktijkcentrum
Doorheen de jaren groeide niet alleen de kennis, maar ook de infrastructuur. De bouw van een nieuwe loods in 2011 betekende een belangrijke stap voorwaarts. De moderne infrastructuur maakte een efficiëntere verwerking, beoordeling en bewaring van proefresultaten mogelijk en gaf het proefbedrijf een professionele uitstraling die paste bij zijn groeiende rol binnen de sector. Later volgden bijkomende investeringen, waaronder een vernieuwde bedrijfswoning en een tweede machineloods.
Bij de verdere uitbouw van de site werd niet alleen gekeken naar functionaliteit, maar ook naar duurzaamheid en landschappelijke integratie. Landschapselementen zoals hagen, knotwilgen, een hoogstamboomgaard en nestgelegenheden voor nuttige soorten maken intussen integraal deel uit van het bedrijf en illustreren hoe landbouwproductie en biodiversiteit hand in hand kunnen gaan. Zo groeide het proefbedrijf geleidelijk uit van een klassiek onderzoeksbedrijf naar een volwaardig landbouwlandschap waar onderzoek, productie en biodiversiteit elkaar versterken.
Vandaag beschikt het proefbedrijf over ongeveer 14 ha proefpercelen waar onderzoek gebeurt rond akkerbouw, groenten, voederteelten, bodemkwaliteit, biodiversiteit en klimaatrobuuste landbouwsystemen.

Onderzoek dat mee evolueert met de sector
De voorbije 25 jaar veranderde de biologische landbouw ingrijpend. Nieuwe rassen, verbeterde mechanisatie, innovatieve technieken voor onkruidbeheersing en nieuwe inzichten rond bodemvruchtbaarheid zorgden voor meer stabiele opbrengsten en een professionelere bedrijfsvoering.
Ook op het proefbedrijf werden die evoluties van dichtbij opgevolgd en mee vormgegeven. Zo maakten precisiewiedeggen, torsiewieders en cameragestuurde schoffels het mogelijk om de arbeidsbehoefte voor onkruidbestrijding sterk te verminderen. Nieuwe aardappel- en preirassen zorgden voor een grotere weerbaarheid tegen ziekten en een stabielere productie.
Daarnaast tonen bodemanalyses aan dat de bodemkwaliteit op het proefbedrijf er de voorbije 25 jaar op vooruitging. De bodem bevat meer organische koolstof, is beter bewerkbaar en kan beter omgaan met periodes van droogte en intense neerslag.

Blik op de volgende 25 jaar
Ook de komende jaren blijft het proefbedrijf inzetten op praktijkonderzoek dat landbouwers ondersteunt bij actuele uitdagingen zoals klimaatverandering, bodemgezondheid, biodiversiteit, natuurlijke plaagbeheersing en economische weerbaarheid.
Binnen die evolutie krijgt ook functionele biodiversiteit een steeds prominentere plaats. Het proefbedrijf onderzoekt hoe natuur en landbouw elkaar kunnen versterken en hoe biodiversiteit kan bijdragen aan robuuste teeltsystemen.
“De uitdagingen voor de landbouw worden steeds complexer. Daarom blijft onafhankelijk praktijkonderzoek belangrijker dan ooit. Het proefbedrijf bio zal ook de komende jaren een plaats blijven waar nieuwe ideeën worden getest, gevalideerd en vertaald naar concrete oplossingen voor landbouwers”,besluit Delanote.





