Boeren met bomen op de Ongenaerthoeve in Verrebroek

Tussen de wintereiken liggen mooie, groene grasstroken, ondanks de droogte.
Tussen de wintereiken liggen mooie, groene grasstroken, ondanks de droogte. - DC

Het begon met de wind. Dertig jaar geleden raasde die onbelemmerd in de weidse, open polder. François plantte een windscherm aan, met lijsterbes en zwarte es. Later omzoomde hij zijn hele bedrijf met een haag en een rij wilgen. Pas in 2012 begon hij met boslandbouw in de strikte zin van het woord.

Op de weide waar vroeger zijn biovarkens liepen, plantte hij verschillende rijen wintereiken. Op het perceel daarnaast kwamen niet-veredelde notelaars. Nog een ander perceel beplantte François recent met kerselaars en veredelde notelaars. Ertussen plaatste hij struiken: blauwe honingbes, gele kornoelje, blauwe bessen en hazelaars. Tussen de rijen teelt hij groente. Die moest hij tijdens de droogte wel degelijk beregenen. Welk nut heeft boslandbouw voor François? Zou u er ook wel bij kunnen varen?

Wat merkt u op het veld door de aanplant van de bomen?

“Als de bomen klein zijn, zoals hier bij de groenten, is er weinig verschil. In dat stadium zijn het meer de stroken gras of wilde bloemen tussen de bomen en de groentebedden die ecosysteemdiensten leveren. Ze trekken bijvoorbeeld predatoren aan.” “Wanneer de bomen groter worden, zoals in het weiland, zie je dat op zo’n 5 m van de bomenrij een mooi groene zone van 5 m breed ligt, ondanks de droogte. Pal naast de bomen en de struiken is het gras verdord. Hier ondervindt het nadeel van de competitie met de bomen.”

Hoeveel schaduw geven de bomen?

“Eik en niet-veredelde walnoot krijgen respectievelijk een gigantische en een redelijk grote kruin. Ze staan hier op het weiland op 10 m van elkaar, terwijl de rijen op 15 m afstand liggen. Eens ze volgroeid zijn, zorgen ze voor 80  % schaduw. Dan kan je hier geen groenten meer telen. Enkel gras gedijt zo.”

“Wind is de helft van het verhaal. Breek je de wind, dan heb je minder uitdroging”, ervaart François.
“Wind is de helft van het verhaal. Breek je de wind, dan heb je minder uitdroging”, ervaart François. - DC

Wat zal er dan gebeuren met het groenteperceel?

“Op het groenteperceel staan de bomenrijen 20 m uit elkaar. Aangezien het om kerselaar en veredelde notelaar gaat, blijft de kruin kleiner. Als je je bomenrijen noord-zuid oriënteert valt de meeste schaduw op de volgende boom, en niet op je veld. En soms is schaduw goed, dat hebben we vorige maand mogen merken.”

Nemen bomen nutriënten af van de gewassen?

“Bomen roven, wordt gezegd. Vlak naast de bomenrij krijg je inderdaad een mindere opbrengst. Maar de wortels van struiken en bomen zijn anders dan die van landbouwgewassen. Ze vormen een vangnet voor nutriënten die de éénjarige gewassen laten gaan. In de herfst stellen ze die nutriënten weer vrij, via de bladval. Dat maakt dat je geen verliezen hebt, en geen teveel aan stikstof en fosfor in het water.”

Hoeveel van uw areaal verliest u door bomen te planten?

“Je moet toch rekenen dat de bomen en de zones errond 5 à 10 % van je areaal innemen. In het begin zijn die stroken smaller, omdat de bomen nog jong zijn. Toch heb je in totaal meer biomassa-opbrengst. Bomen en struiken creëren reliëf in je systeem. Zo vang je meer licht in totaal.” “Uiteindelijk compenseren de bomen je opbrengstverlies. In eerste instantie doen ze dat door vruchten te produceren. Voor kerselaars duurt het weliswaar 10 jaar voor ze in volle productie komen. Notelaars hebben nog net iets langer nodig. Ten slotte kan je het hout oogsten.”

Dat duurt vast nog langer dan 10 jaar.

“Makkelijk 50 jaar. Vroeger zei ik weleens dat ik die eiken plantte voor mijn pensioen. Dat klopt niet. Het is voor het pensioen van mijn kinderen (lacht, maar wordt meteen weer ernstig). De meeste boeren hebben leningen. Die hebben onmiddellijk rendement nodig. Ik heb het gedaan omdat het kon: mijn leningen waren afbetaald en mijn kinderen groot. Als ik het niet deed op dat moment, wie dan wel?”

“Op het groenteperceel staan de bomenrijen 20 m uit elkaar”, verduidelijkt François.
“Op het groenteperceel staan de bomenrijen 20 m uit elkaar”, verduidelijkt François. - DC

Heeft de droogte dankzij de bomen minder effect op uw gewassen? Ik zag dat u nog beregent.

“Wij beregenen vooral wanneer we net geplant hebben. Maar schaduw of geen schaduw, het blijft droog. Maar wind is de helft van het verhaal. Breek je de wind, dan heb je minder uitdroging. Dat is wat de bomen en struiken hier ook doen. Dat geldt niet alleen bij droogte. Ook vrieskou overleven gewassen beter met beschutting, achter een haag of een glazen plaat.” “Trouwens, toen er een tijd geleden zware hagel viel, heeft mijn glazen serre het overleefd. De bomen hebben toen de hagelbollen opgevangen.”

U werkt bio sinds 1994. Wat brengt boslandbouw nog bij?

“Ik koos jaren geleden voor bio, omdat ik minder inputs wilde gebruiken. Bio heeft dat niet helemaal waargemaakt voor mij. Ik bleef voor een stuk afhankelijk van de gangbare landbouw, vooral voor mest. Hoe meer bioboeren erbij zullen komen, hoe makkelijker het wordt om aan mest te geraken. Maar nu zijn de afstanden zo groot dat erom rijden geen steek houdt. Dan kies je voor organisch afval van de gangbare landbouw: vinasse, bloedmeel …” “Bomen vangen nutriënten op en geven ze opnieuw af. Daardoor ben ik minder afhankelijk van die inputs. Het maakt van boslandbouw en bio een ideale combinatie.”

Kan boslandbouw ook op een conventioneel bedrijf?

“Je kan ermee beginnen, maar je zult een keuze moeten maken. Veel van wat je opbouwt - bodemleven, natuurlijke bestrijders… - maak je weer kapot door bijvoorbeeld te gaan bespuiten.” “Boslandbouw is geen eindpunt voor mij. Ik evolueer nog verder. Op één perceel probeer ik permacultuur uit. Daar overheersen bomen en struiken. Het wordt een boomgaard met strookjes groenten, of een voedselbos.”

“Je krijgt te maken met heel veel teelten en gewassen. Met die diversiteit moet je om leren gaan”, beschrijft François.
“Je krijgt te maken met heel veel teelten en gewassen. Met die diversiteit moet je om leren gaan”, beschrijft François. - DC

U sloot eerder de varkenstak van het bedrijf af. Zou u niet opnieuw dieren willen houden voor mest?

“Ik sta te springen om er dieren bij te nemen, vooral herkauwers. En kippen! Ik zaai zelf graan uit. De kleine korreltjes zou ik aan de kippen willen geven. Ook varkens zijn goed in het valoriseren van restproducten. Ik wil alleen geen geiten, want die eten mijn bomen en struiken op (lacht).”

Hebt u steun gehad aan de Vlaamse subsidies voor boslandbouw?

“Bij de meeste aanplanten heb ik kunnen genieten van een terugbetaling van 80 %, op het bedrag zonder BTW. Wat struiken betreft komen hazelaars wel in aanmerking voor een subsidie, maar bessenstruiken niet.”

Welke aanpassingen heeft u moeten doen?

“Je krijgt te maken met heel veel teelten en gewassen. Met die diversiteit moet je om leren gaan. Ik heb cursussen gevolgd om bomen te snoeien. Bomen voor houtproductie kan ik nu zelf prima snoeien. De plaatselijke hoogstamfruitboomvereniging verzorgt de fruitbomen. Eigenlijk is boslandbouw niets nieuws. Vroeger liep het vee ook onder de hoogstamfruitbomen.”

Wie meer wil weten raadt François het boek ‘Herstellende landbouw’ van Mark Shepard aan. Ook op www.agroforestryvlaanderen.be vindt u veel informatie.

DC

Plant bomen tegen droogte, mét subsidie

Plant bomen tegen droogte, mét subsidie

Landbouwers die een subsidie willen aanvragen voor de aanplant van een boslandbouwsysteem in het najaar 2018 - voorjaar 2019, kunnen vanaf nu tot uiterlijk 21 september 2018 inschrijven. Inschrijven kan via het e-loket van het Departement Landbouw en Visserij op www.landbouwvlaanderen.be

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 80% van de aanplantkosten (exclusief BTW). Hieronder vallen de aankoopkosten van de bomen, de kosten voor de arbeid en het machinale werk voor het planten, het verstevigen en beschermen van de bomen alsook de aankoopkosten voor het verstevigings- en beschermingsmateriaal voor de bomen.

De kosten worden enkel vergoed als de landbouwer deze uitgaven kan staven met factuur en betaalbewijs, en als ze betrekking hebben op het planten van bomen uitgevoerd na de goedkeuring van de inschrijving. Als de landbouwer zelf de bomen plant, wordt daarvoor een forfaitair bedrag van 200 euro per hectare uitbetaald.

Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de subsidie, moet de landbouwer eigenaar of gebruiker zijn van het boslandbouwperceel. Het perceel moet gelegen zijn in het Vlaamse Gewest, tijdens het huidige en voorafgaande jaar in landbouwgebruik geweest zijn en moet ten minste een halve hectare groot zijn. Het boslandbouwperceel moet een plantdichtheid hebben tussen de 30 en 200 bomen per hectare. De bomen moeten homogeen verspreid zijn over het perceel.

Laag- en halfstamfruitbomen, naaldbomen, Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Valse acacia komen niet in aanmerking voor subsidie. Ook erfbeplanting komt niet in aanmerking. De subsidie is niet combineerbaar met steun voor bebossing van landbouwgrond.

De landbouwer kan de subsidie pas als definitief verworven beschouwen als hij de bomen gedurende tien opeenvolgende jaren na het planten behoudt en tussen de bomen een landbouwteelt toepast die jaarlijks in de verzamelaanvraag als hoofdteelt wordt aangegeven.

Voor meer info kan u terecht op onze website www.vlaanderen.be/landbouw/boslandbouwsystemen

Vergroening

Percelen waarop een boslandbouwsysteem wordt aangeplant in het kader van deze aanplantsubsidie, zijn subsidiabel voor de betalingsrechten (directe inkomenssteun) als er niet meer dan 100 bomen per hectare op het perceel staan. Deze percelen kunnen ook in rekening gebracht worden als ecologisch aandachtsgebied (EAG) voor de vergroeningsvereisten van de directe inkomenssteun als het boslandbouwsysteem wordt aangelegd op (akker)bouwland (en dus niet op blijvend grasland). Dit geldt ook voor boslandbouwsystemen die vóór 2014 werden aangelegd met PDPO II-steun.

Subsidieaanvraag in twee stappen

De subsidieaanvraag gebeurt in twee stappen. Vóór de aanplant gebeurt de inschrijving, na de aanplant volgt een betalingsaanvraag.

Landbouwers die willen genieten van de subsidie voor de aanplant van een boslandbouwsysteem, moeten zich voorafgaand aan de aanplant inschrijven bij het Departement Landbouw en Visserij. De inschrijving voor de aanplant in het najaar 2018 - voorjaar 2019 verloopt uitsluitend via het e-loket van het Departement Landbouw en Visserij op www.landbouwvlaanderen.be en enkel van 27 juli 2018 tot en met 21 september 2018.

Alle inschrijvingen worden gerangschikt op basis van de variatie aan boomsoorten op het perceel en het type bomen, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan inheemse en multifunctionele bomen. Alleen steunaanvragen die de minimale doelmatigheidsscore behalen, komen in aanmerking voor de subsidie. Op basis van de ontvangen inschrijvingen en het beschikbare budget bepaalt het Departement Landbouw en Visserij het subsidiepercentage en stelt het de landbouwer daarvan uiterlijk op 15 oktober 2018 op de hoogte.

Na goedkeuring van de inschrijving en na de aanplant van het boslandbouwsysteem kan de landbouwer een betalingsaanvraag indienen via de verzamelaanvraag 2019. De landbouwer moet de bijhorende facturen en betaalbewijzen indienen vóór 30 juni 2019.

Het Departement Landbouw en Visserij betaalt de subsidie in één keer uit nadat het alle controles heeft uitgevoerd. Meer info kan u vinden op www.vlaanderen.be/landbouw.

Landbouw en Visserij

De boer en zijn aandeelhouders

“Pomona is in feite een kruising tussen een CSA-bedrijf en De Landgenoten”, legt groenteboer Koen Doggen uit.
“Pomona is in feite een kruising tussen een CSA-bedrijf en De Landgenoten”, legt groenteboer Koen Doggen uit. - Pomona

Op het coöperatieve boslandbouwbedrijf in Verrebroek werken op dit moment twee landbouwers. François Ongenaert, de oorspronkelijke landbouwer-eigenaar, doet voornamelijk de akkerbouwtak, met granen en quinoa voor humane consumptie. Koen Doggen staat in voor de groenteteelt.

De coöperatie is deze zomer nog maar opgericht, maar rekent op 50 Wase gezinnen die instappen tegen het einde van het jaar, om uiteindelijk door te groeien naar 200. Wie instapt heeft vier aandelen van €1.250 aangekocht. De coöperant belooft daarbij minstens vijf jaar lid te blijven. Gedurende die tijd nemen de leden minstens één groentepakket per week en één aardappelpakket per maand af. Wie geen groenten wil, kan als privé-investeerder toetreden. Zo iemand kan minimum één en maximum vier aandelen kopen.

De leden van de Raad van Bestuur van Pomona poseren samen met boslandbouwer François Ongenaert. Tim De Roeck (uiterst rechts) is voorzitter van de coöperatie.

Van dat geld gaat een groot deel naar de aankoop van nieuwe grond. De rest dient om de operationele kosten te dragen en nieuwe machinerie aan te kopen. Dat de consumenten aandelen hebben, betekent ook dat ze inspraak krijgen. Samen met de boeren beslissen ze welke producten er in de pakketten terechtkomen.

Pomona schat dat de aandeelhouders zeker 80  % van hun voeding van het bedrijf kunnen halen. Omdat hij aan boslandbouw doet, zullen er de komende jaren meer en meer noten en fruit in het aanbod zitten. Op termijn wil ze ook brood aanbieden, gemaakt met de granen van François. Ten slotte zijn er plannen om in de toekomst dieren te gaan houden, te beginnen met legkippen. Alles hangt af van wat de coöperanten en de boeren samen beslissen. Geen gemakkelijke uitgangspositie voor een boer, lijkt ons. Koen vertelt er ons alles over.

Pomona is een coöperatief boslandbouwbedrijf. Is dat te vergelijken met CSA (Community Supported Agriculture, gemeenschapslandbouw)?

“Het is in feite een kruising tussen een CSA-bedrijf en De Landgenoten, een coöperatie die biogrond opkoopt. Van het geld dat de coöperanten aanbrengen met hun aandelen gaat vier vijfden naar aankoop van grond, en één vijfde naar machinerie en operationele kosten. Een CSA-lid heeft minder inspraak in de bedrijfsvoering. Als aandeelhouder heeft de consument veel meer in de pap te brokken, maar hij loopt ook meer risico.”

Waarom ben je met Pomona in zee gegaan?

“Voor mij was Pomona een uitgelezen kans om in de landbouw te kunnen werken. Ik kom zelf niet uit een landbouwersfamilie. In 2015 heb ik me omgeschoold. Aan landbouwgrond geraken is de grootste hinderpaal om als landbouwer te starten. Aan de andere kant: als we willen dat landbouw duurzamer wordt, dan moet vooral de consument mee in het bad worden getrokken. Pomona is daar een extreem voorbeeld van.”

Hoe bedoel je?

“Als je als boer milieuvriendelijke maatregelen wil nemen, moet je er altijd zelf de financiële gevolgen van dragen. Het maakt je producten pakken duurder. Zolang mensen niet meer willen betalen, zie ik het niet goedkomen voor duurzame landbouw. De coöperanten hier zijn net vragende partij voor meer biodiversiteit, om kringlopen te sluiten, bomen te planten en koolstof op te slaan, én ze engageren zich op lange termijn, als aandeelhouder van het bedrijf. Dat vind ik een prachtige formule.”

Aandeelhouders-consumenten met inspraak, wat betekent dat voor de bedrijfsvoering?

“Dat ik ze zo goed mogelijk betrek bij het werk op de boerderij. Dat kan gaan over of ik biopesticiden gebruik of niet, of er koelcellen komen, waar de elektriciteit daarvoor vandaan moet komen, waar ik mijn irrigatiewater haal... Op termijn komt er een echte structuur voor regelmatig overleg. Op de aandeelhoudersvergadering beslissen de coöperanten wel al mee wat we produceren op het bedrijf.”

Is dat niet verschrikkelijk irritant?

“Je hebt echt een match nodig tussen boer en consumenten, maar ik heb niet veel irritaties. Landbouw is zo’n complex gegeven, dat je als consument vertrouwen moet hebben en een beetje bescheidenheid moet tonen. Pomona staat nog aan het begin: iedereen is nu hard aan het werk om het bedrijf uit de startblokken te krijgen. Misschien hebben ze gewoon nog niet de tijd om zich met teeltzaken te bemoeien? Nee, serieus, ik voel bij iedereen een groot respect voor de expertise van de boer.”

Als het erop aankomt, hoeveel zeggenschap heb je dan als boer?

“Ik heb er als boer op gestaan om hier als zelfstandige coöperant te werken, niet in loondienst. Ik heb dus geen baas. Wat de groenten betreft: ik heb hier 60 à 70 verschillende soorten staan. De kleine keuzes van het boeren maak ik gewoon zelf. Wat de grote beslissingen betreft: ik heb meegeschreven aan de statuten van de coöperatie, vanuit het standpunt van de boer. Om beslissingen te kunnen doorvoeren is een goedkeuring van de meerderheid van de boeren nodig. Wanneer 90 % van de consumenten asperges willen, en twee boeren niet, dan komen er geen asperges. Andersom kunnen de boeren geen dure machine aankopen zonder het akkoord van de meerderheid van de consumenten. Respect voor beide partijen zit ingebakken in de statuten.”

Werk je voltijds voor Pomona? Hoeveel coöperanten bedien je?

“Ik bewerk nu 1 ha en maak wekelijks 81 pakketten klaar. Een derde daarvan is voor de Pomona-coöperanten, twee derde voor mijn eigen klanten. Die bedien ik vanuit mijn eigen groentebedrijfje: ‘De groenten van de Koen’. Ik reken mijn werkuren en onkosten voor de coöperanten door aan Pomona. Dat is de deal. Mijn pakketten lever ik in Zwijndrecht, op Linkeroever en in Antwerpen, buiten het werkgebied van de coöperatie.”

Wat ga je doen wanneer er meer coöperanten komen?

“Intussen kreeg ik een aanbod om 2 ha grond in Zwijndrecht, mijn eigen gemeente, te gaan bewerken. Ik heb moeten kiezen. Met pijn in het hart heb ik mijn keuze voor Zwijndrecht meegedeeld aan Pomona. De coöperatie is nu op zoek naar een andere groenteboer.”

Zou je die job aanraden aan andere landbouwers?

“Ik zou ze niet zomaar aan iedereen aanraden. Voor deze job heb je iemand nodig die graag overlegt, die zijn eindgebruikers betrekt bij de productie en inkijk geeft in zijn bedrijf. Het is niet alle landbouwers gegeven om op deze manier samen te werken met consumenten. Boeren kunnen supergoed zijn in hun vak, maar minder goed in het communiceren met consumenten. Dat is jammer, want ik vind dat alle landbouwers de kans moeten krijgen om op lange termijn te kunnen werken. In zowat elke vorm van korte ketenlandbouw is de boer ook verkoper en handelaar, terwijl hij gewoon boer zou moeten kunnen zijn.”

Overweeg je met je eigen bedrijf ook een coöperatieve structuur?

“Bij Pomona zijn het allemaal vrijwilligers die de coöperatie uit de grond gestampt hebben. Alleen kan ik dat niet. Als er een initiatief komt vanuit mijn consumenten, dan sta ik er zeker voor open. Ik laat Pomona met spijt in het hart achter. We hebben hier iets moois neergezet. Als je ervoor openstaat, kan het boeren in een prachtig kader zijn, met heel veel respect van de consument.”

Meer info over Pomona vindt u via www.pomonacoop.be of pomonacoop@gmail.com.

DC

Meest recent

Meest recent