Startpagina Actueel

‘Relatief’ voedselverlies in landbouw slechts 4%

Ook op het vlak van de beheersing van voedselverliezen scoort onze Vlaamse landbouw goed. Dat blijkt uit gegevens die Vlaams parlementslid Arnout Coel aan landbouwminister Hilde Crevits opvroeg. Die cijfers dateren van enkele jaren geleden. Een nieuw rapport wordt in de loop van 2021 verwacht.

Leestijd : 2 min

In de volledige landbouwsector ontstaan er naar schatting 449.000 ton voedselreststromen, waarvan 63% in de tuinbouw, 32% in de akkerbouw en 5% in de veehouderij. “Het hoge tonnage voedselreststromen is verklaarbaar door het grote productievolume (hoge productie per eenheid in vergelijking met andere landen) dat toeneemt door de sterke en stijgende exportgerichtheid.” Een belangrijk (maar onbekend) deel van de voedselreststromen in de landbouw is toe te schrijven aan de productie voor buitenlandse markten. Ook de specifieke productieomstandigheden in de landbouw spelen een belangrijke rol.

Valoriseren reststromen

“De landbouwer is immers direct afhankelijk van ‘natuurlijke’ productieomstandigheden (zoals bijvoorbeeld het klimaat) die hij zelf niet in de hand heeft. Deze omstandigheden kunnen een grote impact hebben op bijvoorbeeld oogst-, sorteer- en bewaarverliezen. “Op het niveau van de gehele landbouwsector gaan 70% van de voedselreststromen terug naar de bodem, 11% krijgt de bestemming voeder voor dieren (veevoeder).

De belangrijkste bestemming van voedselreststromen uit de tuinbouw is de bodem (onderploegen), goed voor 62%. Op de tweede plaats volgt veevoeder (18%). De cascade-index weegt de voedselreststromen die vrijkomen in een sector in functie van hun positie op de cascade van waardebehoud.” De cascade-index van de landbouw bedraagt 7,9. De landbouwsector scoort sterk op valorisatievlak. Het valoriseren van voedselreststromen als bodemverbeteraar of veevoeder maakt dan ook integraal deel uit van het kernproces van de landbouw. Dit draagt tevens bij tot het sluiten van natuurlijke kringlopen.

“Wanneer we binnen de voedselreststromen een onderscheid maken tussen de eetbare en de niet-eetbare fractie, krijgen we zicht op de voedselverliezen, respectievelijk nevenstromen. De 449.000 ton voedselreststromen in de landbouw bestaan uit 74% voedselverliezen (of 330.000 ton) en 26% nevenstromen (of 119.000 ton). In de tuinbouw kan de voedselreststroom ingedeeld worden in 79% voedselverliezen (223.000 ton) en 21% nevenstromen (60.000 ton).”

Wanneer we het voedselverlies uitdrukken in vergelijking met van de totale productie, bekomen we het relatieve voedselverlies. Het relatieve voedselverlies in de Vlaamse landbouw bedraagt slechts 4%. In de tuinbouw bedraagt dit 11%.

Lieven Vancoillie

Lees ook in Actueel

Zeven goedgekeurde projecten voor bijenteelt

Actueel Via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB 2023-2027) financieren Europa en het Agentschap Landbouw en Zeevisserij van de Vlaamse overheid het Strategisch Plan Bijenteelt. Voor de eerste periode 2023-2025 werden 7 projecten goedgekeurd en uitgevoerd. Voor de tweede periode 2026-2027 werden opnieuw 7 projecten goedgekeurd.
Meer artikelen bekijken