Startpagina Varkens

Ras in de kijker: Belgische Piétrain. ‘We moeten fokberen selecteren met zowel goede karkaskwaliteit als groei’

Het meest bekende ras in de Belgische varkenshouderij is ongetwijfeld de Belgische Piétrain. De dieren zijn goed herkenbaar door hun gespierdheid en hun bonte haarkleed. Marc Peters en zijn ouders hebben een kleine Piétrainfokkerij in Millen. Hun fokberen – bekend door de naam ‘van de Sluizenweg’ – zijn gerenommeerd in de hele sector.

Leestijd : 7 min

Millen, een deelgemeente van Riemst, ligt in het glooiende landschap van Zuid-Limburg op een steenworp van de provincie Luik en ook vlakbij Nederland. Je zal er niet zoveel varkensbedrijven treffen. Arnould Peters en Annie Meers baten er sinds 1975 een gemengd bedrijf met vleesvee, varkens en akkerbouw uit op de… Sluizenweg. Op het ouderlijk bedrijf van Arnould hield men het Belgisch Landvarken (BL), Annies ouders hadden Belgisch witblauw vee. Na hun huwelijk bleven beide takken. Annie verzorgde de 40 zeugen en Arnould de 120 runderen. Ze deden toen al mee aan heel wat prestigieuze prijskampen.

Hun zoon Marc (47) rolde er van kleins af mee in. “De fokkerij, vooral bij de varkens, is mijn passie; maar ik werk vandaag nog wel buitenshuis.” Marc is senior teamleader bij Bpost. “Ik start mijn job vroeg ’s morgens, waardoor ik tijdens de namiddagen vrij ben en meehelp op het ouderlijke bedrijf. Ik neem onder meer de selectie en kruisingen voor mijn rekening.”

Omschakelen naar Piétrain

In de jaren 90 waren er nog maar 10 BL-fokkers. “Op prijskampen kamen er dus slechts een beperkt aantal reeksen van aan bod. We hadden stil-aan het gevoel dat we kampten tegen onszelf”, herinnert Marc. “Een heel verschil met de talrijke reeksen bij de Piétrains, waarvan er toen nog zo’n 120 fokkers waren. De BL-verkoop stelde niet veel meer voor en bovendien werd het aantal bloedlijnen erg beperkt, en dan stopt het verhaal vanzelf… We schakelden in 1997 over naar fokkerij van zuivere Belgische Piétrain, dat trouwens meer in de lijn lag met ons andere Belgisch paradepaardje, het Belgisch witblauwe vee.”

Zuivere fokkerij

De familie Peters begon in 1997 heel kleinschalig met 2 Piétrainzeugjes. En ook vandaag telt het bedrijf slechts 10 zuivereraszeugen. Marc: “Van bij aanvang richtten we ons op de productie van fokberen van topkwaliteit. We mikten hier dus nooit op vleesvarkens. Tijdens onze BL-periode verkochten we redelijk wat jonge zeugen aan varkensbedrijven die eigen aanfok van hun productiezeugen deden. Vandaag verkopen we slechts heel zelden eens een Piétrainzeug.

We kochten die eerste zeugjes bij een kleine fokker en insemineerden ze met sperma dat we in een KI-centrum kochten. In al die jaren hielden we trouwens ook nooit eigen fokberen. We kiezen en kopen steeds sperma bij KI-centra, daar zitten immers dé beste beren.” In de beginperiode reed Marc veelvuldig naar de andere kant van het land om het meest geschikte sperma tijdig te halen. “Als je iets wil bereiken, dan moet je er moeite voor doen!” zegt hij stellig. “En de meeste KI-centra liggen van oudsher natuurlijk in Oost- en West-Vlaanderen. Vandaag is het wel wat gemakkelijker. De dosissen sperma kunnen aan huis geleverd worden, maar indien nodig spring ik toch opnieuw de wagen in.”

Uitgesproken fokdoelen

Het gezin Peters stelde van bij aanvang belangrijke fokdoelen voorop. “Vader was al lang actief bij het toenmalige Vlaams Varkensstamboek (VVS), vandaag Vlaamse Piétrainfokkerij (VPF), en hij was ook keurder bij prijskampen van zowel witblauw als Piétrain. Hij wist dus goed welke richting we uit moesten met onze eigen fokdieren. Ik leerde enorm veel van hem.”

Marc omschrijft de belangrijkste kenmerken waaraan hun fokberen moeten voldoen. “Een Piétrain moet groot zijn, of zoals wij in vakjargon zeggen: voldoende maat in de hoogte hebben. Hij mag dus geen korte poten hebben. Een groot dier heeft vooreerst meer gewicht. Daarnaast komt zo het ‘type’, het voorkomen, beter uit. Maar sowieso moet het beenwerk optimaal zijn. Het is een kenmerk waar problemen sterk vererven. Goede poten zijn gunstig voor de langleefbaarheid. Fokberen komen meestal terecht in KI-centra. In zo’n centrum moeten de fokberen tweemaal per week op de bok springen voor het aftappen van het sperma dat gebruikt wordt voor kunstmatige inseminatie (KI). Hiervoor, maar ook voor natuurlijke dekking, zijn stevige, lange poten noodzakelijk. Daarnaast wensen we ‘lengte’, de beer moet een mooi ruglijn hebben.”

Voor Marc is de karkaskwaliteit een héél belangrijk kenmerk van het Piétrainras. “Fokzeugen worden in de meeste Belgische varkensbedrijven geïnsemineerd met sperma van Belgische Piétrainberen. Dit ras zorgt immers voor de noodzakelijke karkaskwaliteit en bevleesdheid bij de nakomelingen, de slachtvarkens.” Om goede kruisingen te realiseren, is kennis nodig. Maar ervaring en het oog van de meester doen natuurlijk ook veel… “Je moet bloedlijnen (her)kennen en aan elkaar kunnen koppelen”, zegt Marc bescheiden. “De genetische informatie kan je vinden op de website van VPF.” Marc is trouwens lovend over de fokkerijorganisatie. “Dankzij de werking en informatievergaring van het VPF komen er vandaag gelukkig geen slechte beren meer in het circuit.”

De indexlijsten van VPF helpen dus bij de keuze van de fokbeer. Marc kent de belangrijke gegevens door en door. “Door steeds goed te combineren, willen we verbeteren. Het eindproduct moet immers ‘de top’ zijn.”

Meer selectie op groei

De dracht duurt 3 maanden, 3 weken en 3 dagen of zo’n 115 dagen. De Piétrainzeugen hebben meestal niet zoveel biggen per worp als de hoogproductieve hybriderassen die veelal in de gangbare varkenshouderrij worden ingezet. Toch behaalt Marc met zijn Piétrains een mooie 9 biggen per worp. “Eens de biggen er zijn, kan je aan de groei ervan al zien of het goed zit. Ondanks het grote belang van de eerder aangehaalde fokdoelen is de dagelijkse groei vandaag dé belangrijkste eigenschap geworden voor Piétrainberen. Ze geven dit kenmerk door aan hun nakomelingen. Hoe sneller een vleesvarken kan worden afgeleverd, met behoud van een uitstekende vleeskwaliteit, hoe gunstiger. Dit resulteert dan meestal automatisch ook in een goede voederconversie. We mikken daarom op een dagelijkse groei vanaf geboorte (levensgroei) tussen 600 en 670 g.”

Kenmerken opvolgen tijdens opfok

Na 5 à 6 weken krijgen de biggen een tatoeage en een Sanitel-oormerk. Marc geeft dan de dekdatum, het aantal zeugjes en beertjes van de worp en de tatoeagedatum en -nummers door aan VPF. Vervolgens worden de biggen gespeend. “Dat is later dan in de gangbare productie, maar we streven hier niet naar een hoge worpindex zoals in de vermeerdering. Ik check op dat moment ineens het aantal tepels. Ik mik naar 14 tepels per dier, zowel bij de zeugjes als bij de beertjes, want ze geven dit kenmerk ook door aan de nakomelingen.”

Alle biggen van een worp zitten tot 25 kg tezamen in een ruim hok. Alle varkens zijn hier trouwens gehuisvest in ruime, eenvoudige hokken op stro. “Dat was altijd al het geval. We hebben dankzij onze akkerbouwtak – met graan, maïs en weiland voor de runderen – voldoende stro en er is hier ook voldoende plaats beschikbaar. Stro is onder andere goed voor de pootontwikkeling.”

Marc Peters hanteert het ‘oog van de meester’ bij de selectie. Een goede groei wordt  alsmaar belangrijker.
Marc Peters hanteert het ‘oog van de meester’ bij de selectie. Een goede groei wordt alsmaar belangrijker. - Foto: AV

Rond een gewicht van 40 kg worden de jonge zeugen en beren van elkaar gescheiden. De beren worden apart of per 2 gehuisvest. “Ik zie bij deze jonge dieren al vlug wanneer het goed zit. De gewenste kenmerken komen immers ‘bovendrijven’.”

Wanneer de dieren 6 tot 7 maanden oud zijn komt er een medewerker van VFP alle dieren wegen en de spekdikte en carré meten. Op 7 maanden is een gewicht van 140 kg (ongeveer 665 g/d levensgroei) ideaal. “VPF is natuurlijk vooral geïnteresseerd in de gegevens van de jonge beren, maar voor mij is die informatie over de zeugen ook nuttig voor de toekomst van ons bedrijf.”

Sinds begin dit jaar laat Marc ook een genoomtest doen bij de beren. “VPF neemt een DNA-staal en laat dit ontleden. Deze informatie ondersteunt momenteel de fokwaardeschatting van kraamstalkenmerken zoals genetische gebreken, zwemmers en breuken, maar ook bigvitaliteit. Alle parameters moeten een minimale score van 120 behalen. Voor mij is dit weer extra informatie om sneller en beter te selecteren.”

Klaar voor dienst

Na 7 tot 8 maanden gaat de opfok naar een eindfase. Vanaf dan worden de uitverkoren beren ‘geprepareerd’ voor hun latere leven in het KI-centrum. “De KI-centra volgen alle beschikbare cijfers van potentiële beren van nabij op. Zijn ze geïnteresseerd in de aankoop van een fokbeer dan nemen ze meestal rechtstreeks contact met me op, ofwel komen ze hier kijken naar de beer ofwel bestellen ze hem gewoonweg op basis van de VPF-cijfers.”

Aan welk bedrag een fokbeer uiteindelijk wordt verkocht kan Marc moeilijk zeggen. “Het is dankzij VPF dat er nu een minimumverkoopprijs van 850 euro geldt. Ik bepaal de verkoopprijs naargelang de kwaliteiten van de specifieke beer. De groei en vleeskwaliteit zijn daarbij belangrijk. De kopers zijn meestal goed geïnformeerd, ze kennen bijvoorbeeld ook de vadervererving. Dikwijls staat/stond de vader van de nieuwe fokbeer zelfs op hetzelfde KI-centrum!

Wij zorgen er vervolgens voor dat die fokberen op een leeftijd van 9 maanden naar het KI-centrum kunnen. Ze moeten tegen dan goed kunnen ‘springen’; ze moeten onder meer voldoende deklust hebben. Natuurlijk moeten ze letterlijk goed sperma kunnen geven. De penis moet lang genoeg uitschachten om vlot sperma te kunnen aftappen in het KI-station. Het KI-centrum controleert zelf de kwaliteit van het sperma. Ligt dit onder 75-80% dan wordt de verkoop alsnog geannuleerd. Eens een beer is verkocht, geven we dat ook weer door aan VPF. Zo wordt steeds bijgehouden waar de fokberen zich bevinden.”

Mooie prestaties

Ondanks het lage aantal dieren op dit fokbedrijf scoren de fokberen van de familie Peters erg goed in de predikaat berenlijsten. “Momenteel staan er zo 9 beren op die gunstig werden getest in het nakomelingenonderzoek van de selectiemesterij. Bovendien staan er ook nog 10, met een gunstige afstammingsindex, op de wachtlijst van de beloften. Daar zijn we best fier op!”

Marc Peters en zijn ouders namen veelvuldig deel aan prijskampen, zowel met de beren als met de runderen.  Toortel van den Sluizenweg was reservekampioen op Agriflanders 2015. Deze beer was nadien erg populair op het KI-station.
Marc Peters en zijn ouders namen veelvuldig deel aan prijskampen, zowel met de beren als met de runderen. Toortel van den Sluizenweg was reservekampioen op Agriflanders 2015. Deze beer was nadien erg populair op het KI-station. - Foto: AV

Marc is ervan overtuigd dat de Piétrain de eindbeer voor de toekomst blijft: “Vandaag is de moderne VPF-Piétrainbeer trouwens al volledig gericht naar groei, een goede voederconversie en performantie in de kraamstal.” Marc volgt hier dan ook de nieuwe wind die binnen VPF waait.

Anne Vandenbosch

Lees ook in Varkens

Varkenshouder Jeroen Koks (NL): “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger”

Varkens De Nederlandse varkenshouder Jeroen Koks heeft een duidelijke mening over de toekomst van het EU-mestbeleid: “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger en je bent van veel problemen af. Wellicht kan de EU dit in het voorjaar van 2023 meenemen bij het besluit over een nieuw nutriëntenmanagementplan waarbij ook naar nieuwe ‘groene’ kunstmestvervangers wordt gekeken.”
Meer artikelen bekijken