Startpagina Korte Keten

Coupe Douze verwent klanten met roomijs en eigen baktarwe

Je eigen producten verkopen in de korte keten lijkt soms enkel weggelegd voor groenten en vleesvee. Dat ook akkerbouwers met bijvoorbeeld granen een plaats kunnen hebben in de korte keten, bewijzen Liesbet (32) en Chris Persoons (67) in Lemberge (Merelbeke) met hun baktarwe.

Leestijd : 7 min

Liesbet wil graag het ouderlijke landbouwbedrijf aan de Burgemeester van Gansberghelaan voortzetten. Via verkoop in de korte keten wil ze op termijn voor zichzelf een inkomen uit landbouw kunnen halen.

“Ik werk momenteel bij een lokale bakker en mijn man werkt bij het ILVO en in bijberoep bij een loonwerker. Zijn grootouders waren landbouwers. Beiden voelen we de drang om de boerderij van mijn ouders voort te zetten. De korte keten lijkt ons daarbij de beste weg om te volgen. We hebben al veel advies gevraagd en gekregen en we hebben al vele opties overwogen en weer opgeborgen, tot er op een moment 2 zaken samenkwamen.”

Hoeve-ijs als vertrekpunt

“Met mijn bakkersopleiding aan Ter Groene Poorte in Brugge heb ik veel affiniteit met het maken van roomijs. Jaren geleden heeft mijn vader de keuze gemaakt om over te schakelen naar vleeskoeien en we hebben dus geen eigen melk. Wel hebben we familie in de buurt (Scheldewindeke) en die hebben wel melkkoeien. Zij hebben niet de tijd en de mensen om daar zelf mee aan de slag te gaan. Zo maak ik sinds 2021 artisanaal roomijs met een deeltje van hun melk. Dat ijs verkoop ik dan samen met nog wat eigen hoeveproducten in het vroegere melkhuis van onze hoeve onder de naam ‘Coupe Douze’. In Scheldewindeke zijn ze ook gelukkig, want een deel van het ijs komt terug in hun hoevewinkeltje dat volledig op zelfbediening draait.

Daarnaast was er in diezelfde periode een oproep om in deze regio een project te starten met lokaal geproduceerde baktarwe. Daar was mijn papa Chris de geschikte man voor. Hij heeft ervaring met het verbouwen van tarwe en zo zijn wij samen met onze buurman Pascal Braekman (hoeve ZonneVeld) in het project van het Rodelandbrood gestapt”, vertelt Liesbet.

Rodelandbrood

Met granen kan je de keten niet veel korter maken dan met de aanpak van het Rodelandbrood. “Het idee kwam over van in de polders, waar er een paar gelijkaardige projecten lopen. Wij zaaien en oogsten de baktarwe, laten die zo lokaal mogelijk malen tot bloem en die wordt dan geleverd aan een achttal lokale bakkers. Die bakken er het Rodelandbrood mee, elk naar hun eigen recept. De ene maakt er zuurdesembroden mee, een andere zemelenbroden. De gemeenschappelijke naam Rodelandbrood maakt een directe link met het Land van Rode, zoals deze regio in de buurt van Gent vroeger genoemd werd. Die naam wordt tegenwoordig opnieuw vaker gebruikt.”

Baktarwe wordt niet vaak gezet in Vlaanderen. “Daar zijn een aantal evidente redenen voor”, weet Chris Persoons, de vader van Liesbet. “Baktarwe vergt meer zorg en een iets grotere investering dan voedertarwe, inzake zaaigoed en bemesting bijvoorbeeld. En als kort voor de oogst het weer tegenslaat, zijn al die inspanningen voor niets geweest en moet je die baktarwe met verlies verkopen als voedertarwe. Bovendien wordt de prijs van baktarwe bepaald door de wereldmarkt. Als er op het moment dat je in Vlaanderen baktarwe oogst net een overschot is op de wereldmarkt, of als er nog maar een vermoeden van een te verwachten overschot is, dan keldert je verkoopprijs.

Bovendien kunnen wij in Vlaanderen, met onze kleine perceeltjes, nooit zo kostenefficiënt werken als in pakweg de Verenigde Staten, Australië of Rusland. Daar hebben ze akkers die soms zo groot zijn als een halve provincie bij ons. Bij baktarwe is de hoeveelheid en het moment van bemesten van belang. Ik kijk naar de bodem, naar de evolutie van de plant, naar de weersvoorspelling… en dan bemest ik volgens wat de plant nodig heeft. Hier in Vlaanderen zijn er echter zoveel regeltjes over bemesten, waardoor het in de praktijk soms heel moeilijk is om te bemesten volgens de noden van de plant. Ook dat is een reden waarom de meeste in Vlaanderen gebruikte baktarwe uit het buitenland komt. In Frankrijk bijvoorbeeld hebben landbouwers meer vrijheid om het moment van bemesten en de hoeveelheid bemesting te kiezen.”

Beroepsfierheid

Dat Chris en zijn buurman Pascal toch in het project stapten, heeft een aantal redenen, weet dochter Liesbet. “Het is belangrijk dat er een goede omkadering is. Voor het telen worden we gevolgd door HoGent. Daarnaast worden afspraken gemaakt over de afname van het volume dat wij en onze buurman oogsten aan een prijs die minstens kostendekkend is. We worden er zeker niet rijk van. Er zijn subsidies en er zijn inspanningen inzake marketing en evenementen. Op termijn moet het project echter zelfbedruipend zijn, zonder subsidies. Wat ook een beetje meespeelt, is dat mijn papa er fier op is dat hij en Pascal de enigen in de regio zijn die het telen van baktarwe voor elkaar krijgen.”

De prijs van de baktarwe speelt een cruciale rol in het kunnen overleven van het Rodelandbrood-verhaal. “Alle bakkers zeggen dat onze lokaal geproduceerde baktarwe een stuk duurder is dan de baktarwe die ze ergens anders afnemen. Bakkers zijn misschien wat verwend door de constante kwaliteit en de lage prijzen op de wereldmarkt. De extra kosten voor onze bloem verdienen ze terug door aan de consument het verhaal van de lokaal geproduceerde bloem te vertellen. Voor brood met een lokaal verhaal wil de klant al iets meer betalen. Voor veel consumenten lijkt het evident dat de granen voor hun broden uit hun eigen streek komen en dan schrikken ze als je hun vertelt dat onze baktarwe eigenlijk een uitzondering is.”

Liesbet hoopt dat het Rodelandbrood nog vele jaren gebakken zal worden bij de lokale bakkers. “Het is iets unieks. Weinig andere bakkers kunnen zeggen dat ze bakken met tarwebloem uit eigen streek. Toch is het elk jaar afwachten of iedereen opnieuw meedoet. En het is ook hier de boer die moet instaan voor opslag en logistiek en die de grootste risico’s draagt. Als één oogst helemaal mislukt, kan het snel gedaan zijn met dit initiatief, maar daar gaan we niet van uit.”

Elke schakel telt

De toekomst van het Rodelandbrood hangt niet enkel af van het lukken van de oogst, maar ook van elke schakel in de korte keten. “De bakkers die meedoen, zijn doorgaans zelfstandige en iets oudere bakkers. Jonge zelfstandige bakkers komen er nauwelijks bij in de sector. Ook een maalderij die kan en wil meegaan in ons verhaal is heel belangrijk.”

Liesbet verkoopt een klein deel van de baktarwe in haar hoevewinkel Coupe Douze, in pakken van 5 kg, zowel fijne bloem als grof gemalen.
Liesbet verkoopt een klein deel van de baktarwe in haar hoevewinkel Coupe Douze, in pakken van 5 kg, zowel fijne bloem als grof gemalen. - Foto: FVDL

De rassenkeuze is van belang voor baktarwe en dit advies wordt ook meegeven via de HoGent. Het eerste jaar zaaide Chris de variant Wiwa in en samen met Pascal kwamen zij aan een areaal van ongeveer 3 ha baktarwe. Het tweede jaar stond er Crossway-tarwe bij Chris en Liesbet en samen met Pascal kwamen ze aan een 6 ha. Regen in de oogstperiode zorgde echter voor een in verhouding iets lagere opbrengst. In het derde jaar zaaide Chris de variant Moschus, waar zijn buurman Pascal eerder goede ervaringen mee had. Ze hopen nu op een goede oogst.

Liesbet verkoopt een klein deel van de baktarwe in haar hoevewinkel Coupe Douze, in pakken van 5 kg, zowel in de vorm van fijne bloem als grof gemalen. Het malen gebeurt bij de Molens van Oudenaarde. Die leveren de bloem dan rechtstreeks aan de bakkers. Zelf brood bakken en verkopen is een verre droom van Liesbet. “Ik heb wel de kennis en de ervaring, maar ik kan maar moeilijk gaan concurreren met de lokale bakkers die in dit project gestapt zijn. Ik heb daar ook de tijd en de infrastructuur niet voor. Met de zakjes bloem bedien ik de thuisbakkers en dat is toch een ander publiek.”

Hooi, stro en aardappelen

Naast de eigen bloem en het hoeve-ijs verkoopt hoevewinkel Coupe Douze nog eigen hooi en stro en aardappelen. “Op de boerderij hebben we witblauw vleesvee, maar dat zelf te laten slachten en het vlees als pakket te verkopen is voorlopig geen optie, enerzijds omdat er letterlijk 2 straten verder al een rundveehouder in de korte keten zit en anderzijds omdat dat bepaalde andere investeringen vergt. Inzake tijd die daarvoor nodig is, zou dat trouwens opnieuw een grote sprong zijn.

In Coupe Douze geniet ik van de babbels met de klanten en dat is bovendien wederzijds. Hier in deelgemeente Lemberge zijn er nog nauwelijks klassieke handelszaken als een bakker en beenhouwer of cafés en steeds meer mensen vinden de weg langs onze lange oprit voor ijs of voor een zak bloem of aardappelen.”

De naam ‘Coupe Douze’ verwijst naar ijscoupes en naar het huisnummer. “Ik wou geen klassieke naam, geen ‘Hof ter …’, maar iets jong en luchtiger. Van alle voorstellen bleef ‘Coupe Douze’ wat langer hangen dan de andere namen.” Naast de immer populaire vanillesmaak is in de hoevewinkel van Liesbet de stracciatella de populairste smaak in het roomijs. “Misschien omdat ik niet zuinig ben met chocolade. Een goede stracciatella moet genoeg chocolade hebben.” Coupe Douze maakt op bestelling ook ijstaarten, ijslammetjes en frisco’s en er is een ijskar voor kleine, familiale evenementen aan huis. In de zomer schept Liesbet graag een vers ijsje voor je vanuit de scheptoog thuis.

De naam ‘Coupe Douze’ verwijst naar ijscoupes en naar het huisnummer van de hoevewinkel.
De naam ‘Coupe Douze’ verwijst naar ijscoupes en naar het huisnummer van de hoevewinkel. - Foto: FVDL

De boerderij in Lemberge heeft momenteel ruim 30 witblauwe runderen en op de akkers staan behalve baktarwe nog voedertarwe, voederbieten, aardappelen en maïs. “Ik heb toen ik de boerderij overnam van mijn ouders de keuze gemaakt om niet uit te breiden, wat toen het advies was. Ik wou niet vasthangen aan langlopende leningen en contracten en koos ervoor om de boerderij wat af te bouwen en om deeltijds voor een extern bedrijf te gaan werken”, vertelt Chris.

Liesbet en haar man willen de boerderij in Lemberge voortzetten, in bijberoep of nog liever er een inkomen uit halen voor een van hen. “Als korteketenwinkel zijn er nog wel wat mogelijkheden. Wat vandaag niet interessant of haalbaar is, kan dat morgen misschien wel zijn. We zien wel hoe het loopt. Voorlopig niet te ver springen in deze rare tijden en tijdig genieten van een ijsje tussendoor”, besluit Liesbet.

Filip Van der Linden

Lees ook in Korte Keten

Edito: (H)eerlijk dichtbij, maar... voor de consument soms te veraf

Edito Tijdens de ‘Week van de Korte Keten’ – dit jaar van 18 tot 26 mei – zetten weer heel wat producenten hun aanbod aan (h)eerlijke producten extra in de kijker. Verser kunnen de producten niet op je bord belanden, maar toch raakt die consument niet altijd meer op het boerenerf.
Meer artikelen bekijken