Risico’s voor erfbetreders… en de boer
Op een landbouwbedrijf komen heel wat mensen langs. Sommige zijn verwacht en welkom, maar soms dagen er ook ongenode gasten op. Wat gebeurt er als een van die erfbetreders op het landbouwbedrijf schade oploopt? Is de landbouwer daarvoor dan aansprakelijk?

Van de personen die op een landbouwbedrijf komen, is een deel daar omwille van de uitvoering van een overeenkomst. Zo komt de melkerij de melk ophalen, komt de veevoederfabrikant veevoeder leveren, worden verkochte dieren opgehaald... Met deze personen of hun werkgevers heeft de landbouwer dikwijls een contractuele relatie. Maar anderen, zoals een toezichthouder van de Mestbank of een toevallige bezoeker, komen soms langs zonder dat er sprake is een contractuele band met de landbouwer.
De (buiten)contractuele aansprakelijkheid
Al naargelang de situatie zal bij een schadegeval met zo’n erfbetreder sprake zijn van een contractuele aansprakelijkheid of een buitencontractuele aansprakelijkheid. Het is echter niet omdat er zich een schadegeval op een boerderij voordoet dat de landbouwer altijd (buiten)contractueel aansprakelijk is. Met een aantal voorbeelden trachten we een en ander duidelijk te maken.
Een van de categorieën van schadegevallen met erfbetreders is die van de lichamelijke schade die werd veroorzaakt door een dier. We denken daarbij aan een klassieke hondenbeet of een trap van een rund. Op grond van art. 6.17 van het Burgerlijk Wetboek is de bewaarder van een dier foutloos aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn dier. Onder de bewaarder wordt diegene verstaan die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle over het dier heeft. Dit is meestal de eigenaar en de wet voorziet ook in een weerlegbaar vermoeden in die zin. Deze aansprakelijkheid is in principe onafhankelijk van enige fout aan de zijde van de bewaarder: het volstaat dat er schade door het dier is opgetreden opdat de bewaarder van het dier aansprakelijk zou zijn. Wanneer het slachtoffer echter zelf een fout begaat (zoals zonder toestemming een omheinde weide met dieren betreden, dieren met veel lawaai en beweging benaderen...) en het dier reageert op een normale, voorzienbare manier (bijvoorbeeld een rund trapt, een hond verdedigt zijn terrein...), dan is de schade toe te schrijven aan het slachtoffer. In dat geval is de bewaarder/eigenaar niet aansprakelijk voor de gevolgen van het dierlijke gedrag.
Van omvallende bomen tot ontploffende mestzakken
Een volgende categorie van schadegevallen heeft te maken met goederen of zaken op het landbouwbedrijf. Art. 6.16 van het Burgerlijk Wetboek schrijft voor dat de bewaarder van een zaak foutloos aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door een gebrek van die zaak. Ook hier is de bewaarder de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over de zaak. Volgens de wettelijke bepaling wordt de eigenaar geacht de bewaarder van de zaak te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust. In het kader van een huur of pacht staat de eigenaar het genot van zijn goed juist af, zodat verwacht mag worden dat in die gevallen de pachter of huurder als bewaarder zal worden aanzien. Tot slot schrijft dit wetsartikel voor dat een zaak gebrekkig is wanneer ze door een van haar kenmerken niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten in de gegeven omstandigheden.
Concreet is een omvallende boom een klassiek voorbeeld van aansprakelijkheid voor zaken. Wanneer een omvallende boom op een geparkeerde wagen van een erfbetreder valt, zal die de exploitant van de hoeve kunnen aanspraken. Deze bewaarder kan enkel ontkomen aan zijn aansprakelijkheid indien hij aantoont dat er sprake is van overmacht, of van een fout van het slachtoffer. Exact hetzelfde geldt bij een ontploffende mestzak, al zal de landbouwer daar in sommige gevallen zijn aansprakelijkheid kunnen doorschuiven naar de verkoper van de mestzak. In zoverre de landbouwer zijn verkoper nog tijdig kan aanspreken, zou hij immers kunnen eisen dat deze verkoper hem moet vrijwaren van alle vorderingen die de schadelijders tegen de boer stellen.

Ook wanneer een vallende dakpan schade veroorzaakt, zal de landbouwer veelal aansprakelijk zijn. De bewaker van een gebouw (diegene die de feitelijke controle uitoefent) is immers foutloos aansprakelijk voor schade veroorzaakt door het instorten van het gebouw of delen die ervan loskomen, zoals een dakpan die naar beneden valt en schade veroorzaakt. Net zoals bij schade door dieren of zaken, zal ook hier de landbouwer maar aan zijn aansprakelijkheid ontsnappen als hij overmacht (bijvoorbeeld een uitzonderlijke storm) of de eigen fout van de schadelijder aantoont.
Belang van een verzekering BA Exploitatie
Landbouwers kunnen zich verzekeren tegen allerlei risico’s, ook voor de gevallen waarin ze aansprakelijk zouden kunnen zijn voor schadegevallen van erfbetreders. Een klassieke verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid (BA) Exploitatie voor een landbouwbedrijf beschermt de landbouwer tegen de financiële gevolgen van schade die onopzettelijk wordt toegebracht aan derden tijdens de dagelijkse bedrijfsactiviteiten. Gelet op de vele risico’s op een landbouwbedrijf en de soms ernstige schade die kan worden veroorzaakt, is een verzekering BA Exploitatie eigenlijk een must.





