Startpagina Korte Keten

Kiezen voor de korte keten is prima optie in stedelijke gebieden

Met de start van de Week van de Korte Keten 2026 in zicht zette Ann Detelder van het Steunpunt Korte Keten enkele recente cijfers en inzichten over deze bedrijfstak op een rijtje.

Leestijd : 4 min

Tijdens de Week van de Korte Keten – dit jaar van 16 tot 24 mei – zet de sector de korte keten in de kijker. Verschillende organisaties en producenten heten je welkom op hun activiteit. Ze plaatsen dan lokale producten recht van bij de boer in de schijnwerpers.

In de korte keten is er een rechtstreekse band tussen producent en consument. De verkoop kan evenwel op verschillende manieren gebeuren, denk aan een hoevewinkel, een (boeren)markt, een zelfpluktuin of -boomgaard, een automaat, via een groenteabonnement, een CSA-boerderij, een afhaalpunt of een ‘buurderij’. De landbouwer bepaalt daarbij zelf zijn prijs, de productiemethode en het aanbod. Met zo’n transparant systeem is hij niet enkel een ambassadeur voor zijn product, maar voor de hele korte keten. Als consument krijg je in ruil verse en kwaliteitsvolle producten recht van bij de boer, zonder veel voedselkilometers of verpakkingsafval. Bovendien ondersteun je zo de lokale economie.

Niet alle thuisverkoop is gekend

Maar wat stelt de korte keten voor in Vlaanderen? “Het exacte aantal korteketenbedrijven in Vlaanderen is niet gekend, aangezien bestaande landbouwbedrijven die eigen, niet-verwerkte producten verkopen bij geen enkele instantie een extra registratie moeten doen in het kader van hun korteketenverkoop”, legt Ann Detelder van het Steunpunt Korte Keten uit. “Cijfers over het aantal landbouwbedrijven die zelf verwerken zijn wél gekend. Dergelijke bedrijven moeten immers een extra toelating aanvragen bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).”

Provinciale verschillen naargelang de sector

Ann Detelder dook voor ons in die FAVV-gegevens. Recente cijfers (april 2026) over het aantal hoevezuivelaars, vleesverkopers en verwerkers van groenten en fruit in Vlaanderen tonen verschillen per sector en per provincie.

Hoevezuivelaars In april 2026 telde Vlaanderen 263 hoevezuivelaars (627 in België). Dit zijn melkveebedrijven die zelf melk verwerken tot desserten, ijs en/of kaas.

Detelder: “In absoluut aantal hoevezuivelaars zijn Oost- en West-Vlaanderen koplopers (figuur 1).

Figuur 1: Aantal hoevezuivelaars per Vlaamse provincie in 2026.
Figuur 1: Aantal hoevezuivelaars per Vlaamse provincie in 2026. - Bron: FAVV

Wanneer we kijken naar het percentage hoevezuivelaars tegenover het aantal melkveebedrijven per provincie ligt dit ietwat anders. Dan zijn Oost-Vlaanderen (8,7%) en Vlaams-Brabant (8,2%) het best vertegenwoordigd, gevolgd door West-Vlaanderen (5,6%), Antwerpen (5%) en Limburg (3,7%).”

Net geen 7% (6,9%) van alle Vlaamse melkveebedrijven verwerkt zelf (een deel van) hun melk tot zuivelproducten.

Hoevevleesaanbieders In april 2026 telde Vlaanderen 535 aanbieders van korteketenvlees (1.100 in heel België). Dit zijn voornamelijk vleesvee- en varkensbedrijven die ofwel zelf hun karkassen uitbenen en verwerken en een ‘echte’ hoeveslagerij uitbaten of die het uitbenen en versnijden uitbesteden en vleespakketten aanbieden.

“Ook hier zijn in absoluut aantal korteketenvleesverkopers West- en Oost-Vlaanderen koplopers, met respectievelijk 162 en 139 bedrijven (figuur 2).

Figuur 2: Aantal vleesverwerkers in de korte keten per Vlaamse provincie in 2026.
Figuur 2: Aantal vleesverwerkers in de korte keten per Vlaamse provincie in 2026. - Bron: FAVV/parlementaire vraag 2025

Bekijken we dit weer procentueel tegenover het aantal vleesvee- en varkensbedrijven per provincie dan steekt Vlaams-Brabant erbovenuit (19,4%), gevolgd door Oost-Vlaanderen (8,4%) en Limburg (7,3%). Antwerpen (5,6%) en West-Vlaanderen (5,3%) sluiten de rij.”

Net geen 9% (8,8%) van alle Vlaamse vleesvee- en varkensbedrijven biedt korteketenvlees aan.

Verwerkers van fruit en groenten In april 2026 telde Vlaanderen 524 verwerkers van groenten en/of fruit (1.050 in heel België). Dit betekent niet dat al deze bedrijven zelf instaan voor de verwerking. Velen besteden de verwerking uit.

“In absoluut aantal zijn West- en Oost-Vlaanderen opnieuw koplopers (figuur 3).

Figuur 3: Aantal verwerkers van groenten en fruit in de korte keten per Vlaamse provincie in 2026.
Figuur 3: Aantal verwerkers van groenten en fruit in de korte keten per Vlaamse provincie in 2026. - Bron: FAVV

Bekijken we hier het aantal verwerkers tegenover het aantal fruit- en groentebedrijven, dan steekt Oost-Vlaanderen erbovenuit (41,3%), gevolgd door Vlaams-Brabant (27,3%), West-Vlaanderen (22,6%) en Antwerpen (18,3%). Limburg (8,2%) sluit de rij.”

Zowat 20% van alle fruit- en groentebedrijven biedt verwerkte fruit- en groentebereidingen aan.

Meer dan 20% van bedrijven

In 2023 deed ALZ een enquête om een inschatting te maken van het totaal aantal korteketenondernemers in Vlaanderen. Deze enquête werd toen naar alle Vlaamse land- en tuinbouwers gestuurd (23.325). De respondentiegraad bedroeg 14% (3.271 respondenten). Hiervan gaven 741 bedrijven aan een korteketentak te hebben op het bedrijf. Dit is 23% van de respondenten.

“Als we dit percentage extrapoleren naar de hele land- en tuinbouwsector, dan zouden we met enige voorzichtigheid kunnen besluiten dat er 5.365 (of 23%) korteketenbedrijven zijn in Vlaanderen”, meent Ann Detelder. “Dit zijn natuurlijk niet allemaal hoevezuivelaars, hoeveslagers of verwerkers van groenten of fruit, maar ook bedrijven die bijvoorbeeld gedurende slechts een paar weken per jaar kleinfruit ambulant verkopen.”

Wanneer we dit op een zelfde manier procentueel bekijken per sector, dan is het aandeel aan korteketenbedrijven 31% in de tuinbouw (groenten en fruit), 14% in akkerbouw (voornamelijk aardappelen), 13% bij melkvee (hoevezuivelaars), 7% bij vleesvee (rundvlees), 7% bij varkens (varkensvlees) en 4% voor pluimvee (eieren).

Succesvol in verstedelijkt gebied

West-Vlaanderen is in absolute cijfers koploper in het aantal korteketenbedrijven, maar toch zien we een ander beeld wanneer we het aantal korteketenbedrijven uitzetten ten opzichte van het totaal aantal land- en tuinbouwbedrijven in een gemeente of provincie. “Zo zien we dat de korte keten vooral succesvol is in eerder verstedelijkte regio’s waar bedrijven vaak niet meer kunnen groeien door meer hectares of meer dieren, en dus op zoek moeten naar andere manieren om hun bedrijf toekomstbestendig uit te bouwen. De korte keten is hierbij een goede optie”, stelt Ann Detelder.

Vlaams-Brabant, delen van Limburg, het zuid-oosten van Oost-Vlaanderen en Antwerpen vallen hierbij op (figuur 4).

Figuur 4: Aandeel van de bedrijven per gemeente dat minstens 1 korteketenactiviteit uitoefent in 2023.
Figuur 4: Aandeel van de bedrijven per gemeente dat minstens 1 korteketenactiviteit uitoefent in 2023. - Bron: Agentschap Landbouw en Zeevisserij op basis van Statbel

Dit zijn voornamelijk regio’s waar de klant (consument) zeer nabij woont. Het staat vast dat het provinciale beleid een zeer grote impact heeft op de ontwikkelingskansen van de korte keten en verbrede landbouw in het algemeen.

Anne Vandenbosch

Lees ook in Korte Keten

Feestmenu: Veelzijdige kropjes als specialiteit bij witloof- en akkerbouwbedrijf Magnus

Groenten Tine en Sam Magnus stapten een tiental jaar geleden mee in het bedrijf van hun ouders. Miniwitloof is hun specialiteit, maar ze telen ook gewoon witloof, maïs, tarwe, gerst, gewone en zoete aardappelen. Tine combineert haar job op het bedrijf met haar grote passie: eventing, een paardensportdiscipline. “Dankzij de steun en inzet van mijn ouders en van Sam lukt dat prima”, zegt Tine.
Meer artikelen bekijken