Het effect van ‘Pano’-reportage ‘Boerenbedrog’

Het effect van ‘Pano’-reportage ‘Boerenbedrog’
Rikolto

Reporter Greet Pluymers van "Pano" onderzocht de lage prijzen waarmee veel Belgische telers genoegen moeten nemen wanneer ze leveren aan de veiling. Meer dan een half miljoen kijkers bekeek de reportage met de titel ‘Boerenbedrog’, en die miste zijn effect niet. Op sociale media regende het reacties, bij boeren, maar ook bij consumenten. Dat ging van steun aan de land- en tuinbouwers, over schattingen van wat zijzelf spenderen aan verse groenten en fruit, tot beschuldigingen en verwensingen aan het adres van de veilingen, de voedingsindustrie en de supermarkten.

Boerenbond onder vuur

Ook Boerenbond en haar voorzitter Sonja De Becker kregen het hard te verduren. De organisatie zou niet achter de eigen leden staan. In een opiniestuk in het ledenblad verdedigt ze zichzelf. “In een 2,5 uur durend interview met Pano heb ik uitgelegd hoe zwaar de inkomensonzekerheid weegt op onze bedrijven. Maar die uitspraak heeft men niet weerhouden in de uitzending. Wellicht omdat het niet paste in het verhaal…”, voert ze aan.

In een ander artikel pareert de journaliste van Pano deze kritiek.

Samen voor faire prijzen

Een aantal landbouwers roepen op om samen aan de kar te trekken. Ook heel wat consumenten willen de land- en tuinbouwers helpen door hun aankoopgedrag aan te passen, en vragen zich af hoe ze dat het beste doen. Consequent kiezen voor Belgische producten in de supermarkt, of rechtstreeks bij de boer kopen? De lofzangen op zelfplukboerderijen, hoevewinkels en ‘buurderijen’ zijn dan ook niet van de lucht.

Uit de reportage blijkt ook dat heel wat consumenten er niets mee inzitten om meer te betalen, als het de boer maar ten goede komt, en het liefst rechtstreeks. Enkele polls op Twitter bevestigen die vaststelling. De belangrijkste, die van Eén zelf, verzamelde 420 stemmen, waarvan 81  % aangaf absoluut meer te willen betalen voor fruit en groenten, als dat geld bij de tuinder zelf terechtkomt. Toch zijn er ook kritische geluiden te horen, als ‘er is te veel aanbod’, of ‘de productie moet efficiënter, dat is in andere sectoren ook zo’.

Praktijkvoorbeelden

Melkcoöperatie Fairebel noemt zichzelf in een reactie het levende bewijs dat de consument inderdaad meer wil betalen voor zijn producten. “Voor elke liter Fairebel gaat er 10 cent extra naar de boer. Supermarkten hanteren dezelfde verkoopprijs, zonder afprijzing. Sinds de start in 2009 zijn de producten in nagenoeg alle grootwarenhuizen verkrijgbaar en is de verkoop steeds maar gegroeid.”

Als verklaring voor het succes verwijst Fairebel niet alleen naar die bereidheid van de consument, maar ook naar de lokale productie, de herkenbaarheid, en het zich gestaag uitbreidende gamma. “Nieuw bij Fairebel was ook dat de boer zelf zijn product promoot in de winkel met zíjn gezicht, zíjn présence”, klinkt het. Naast Fairebel tapt ook ‘Het merk van de consument’ met de ‘Wie is de baas?!’-producten van hetzelfde kraantje, alleen bepalen consumenten er de prijs zelf.

Hoe moet het verder?

Wat Hendrik Vandamme, voorzitter van boerensyndicaat ABS het meeste stoort in de groenten- en fruitsector is dat een veiling geen drempel onder de klokprijs legt. “Een boerencoöperatie hoort alles uit de kast te halen voor haar leden”, vindt hij. Hij vraagt zich af of telers nog controle hebben over de gigantische Vlaamse coöperaties, binnen en buiten de groenten- en fruitsector.

Vandamme pleit dan ook tegen grote veilingen: “Waarom werken we nog met veilingen en niet gewoon met handelaars, waar we afnamecontracten mee kunnen afsluiten met gegarandeerde kostendekkende prijzen op jaarbasis? Studies tonen immers aan dat het coöperatief ledenvoordeel evenredig afneemt met de groei van de coöperatie.” Een andere mogelijkheid is een afslankingskuur om meer transparantie te brengen, geeft hij aan.

Een ongewone stem in het debat is de ngo Rikolto, het vroegere Vredeseilanden, dat de hetze aangreep om een aantal nieuwe prijsmechanismes voor te stellen. Het gaat onder meer om variaties op minimumprijzen.

DC

Veilingen onder vuur

De klok kan niet stoppen op een minimumprijs.
De klok kan niet stoppen op een minimumprijs. - Reo Veiling

De veilingen zijn historisch gegroeid uit het feit dat een landbouwer alleen zijn producten moeilijk verkocht krijgt, of ze moeten er heel veel moeite voor doen op vlak van marketing, de markt volgen, … Op dit moment tellen de veilingen samen 15.000 leden, waaronder 4.500 actieve producenten. Reo Veiling omvat hiervan 3.000 leden, 1.000 ervan zijn actieve tuinders. Dat is veel: het gaat om 90 tot 95% van de groente- en zacht fruittelers en 70% van de hardfruittelers (appel, peer). Qua omzet zijn tomaat, aardbeien, peren, paprika en appels de grootste producten.

België heeft de hoogste organisatiegraad in veiling wat de afzet van groente en fruit betreft in Europa. Hoewel België slechts voor 2 à 3 % van de Europese productie zorgt, staat ons land op de vierde plaats als het over impact op handel gaat. Zo een hoog aantal leden en dergelijke organisatiegraad moet je verdienen, en dat kan alleen als de veilingen het goed menen met de aangesloten tuinders. Algemeen secretaris van het verbond van Belgische Tuinbouwcoöperaties (VBT) Philippe Appeltans en voorzitter van REO Veiling Rita Demaré stonden Landbouwleven te woord.

Als je lid bent, heb je rechten en plichten. Over welke plichten gaat het hier?

Je kan lid worden van de veiling door een aandeel van de coöperatie te kopen. Als je toetreedt onderschrijf je de bepalingen van de statuten en het huishoudelijk reglement, die de spelregels vastleggen wanneer je met zoveel collega’s samen naar de markt gaat. Uiteraard moet je bepaalde kwaliteitssystemen volgen die onze afnemers van ons vragen. Voor groente en fruit is dit standaard GlobalG.A.P. Verder hebben ze een leverplicht, en eraan gebonden de veilingplicht. Hetgeen men levert, moet ook aan de markt worden aangeboden. Tuinders kunnen zelf bepalen hoeveel en wanneer ze leveren.

Om het gezamenlijk uitgebouwd verkoopapparaat te betalen, moet er een veilingcommissie betaald worden. Die bedraagt tussen de 1,5% en 3,5%.

Welke voordelen kleven aan het veilinglidmaatschap?

Inderdaad. Een veiling ontstond omdat een groep telers besloot om samen naar de markt te gaan. Zo krijg je een beter zicht, een betere kostenstructuur en effectief marktkracht. De producenten zijn dus eigenaar van de coöperatie en willen de beste prijs aan een zo laag mogelijke kost bekomen. Een veiling heeft eigenlijk geen winstdoelstelling.

Verder kan je met veel zaken geholpen worden, zoals bij de certificering en de voorbereiding van het lastenboek samen met de kwaliteitsmanagers. Je kan ook bij de teeltbegeleider terecht bij vragen waar je naartoe moet met je teelt. De marktmanagers hebben dan weer connecties met de retail en kunnen zo de leden laten weten wat de markt van groenten of fruit vraagt. Voor teelttechnische kennis kan je terecht bij een telersadviescoöperatie of een proeftuin. De factuur kan worden ingediend bij de veiling. De helft wordt terug betaald.

Een ander groot voordeel is dat je niet moet investeren in marketing, verpakkingen, kwaliteitswake, onderzoek en ontwikkeling, promotie,... want daar gaat wel wat geld naartoe. In 2015 vroeg de overheid aan 1.900 producenten hoeveel al die zaken op individueel niveau zou kosten. Meer dan de helft antwoordde dat het meer dan 10 % van de totale omzet zou zijn. Voor 25 % was dat zelfs meer dan 30 %.

Wat niet onbelangrijk is, is de betaling. Een teler krijgt zijn geld 14 dagen na de verkoop, wat onder de termijn van 30 dagen is die door Europa wordt beoogd. De veiling is ook verzekerd tegen wanbetalers.

Wat we wel willen benadrukken is dat de landbouwer nog steeds de beslissingen neemt voor zijn bedrijf. We zeggen niet wat de landbouwer moet doen, want op die manier draag je ook de verantwoordelijkheid. We kunnen ze wel adviseren, en aanraden om bijvoorbeeld een andere teelt te starten als het al langer slecht gaat.

Hebben die leden iets te zeggen over de werking van de veiling?

Ja, want ze kiezen zelf democratisch de Raad van bestuur, die trouwens uit tuinders bestaat. Die stellen dan een directie aan die personeel, logistiek,... regelt. Die zet de lijnen uit wat er mag gebeuren in de veiling.

De leden hebben leverplicht, maar wat gebeurt er met het geleverde op de veiling?

Eerst oogst de landbouwer zijn producten naar kwaliteitsklasse. In de veiling wordt de oogst geïnventariseerd: van welk product is er hoeveel, in welke maatsortering en in welke kwaliteitsklassen. De keurder bepaalt dat manueel en de producent is hier aanwezig. Een juiste kwaliteitsklasse toekennen is nodig om het vertrouwen te behouden bij de afnemers.

Hoe wordt de prijs van die producten bepaald? Zijn die niet te streng waardoor de prijs lager wordt?

Voor verse producten is er een dagelijkse verkoop, zodat versheid naar de afnemers wordt gegarandeerd. De prijs wordt bepaald door het type product, de maatsortering, de kwaliteitsklasse en het aanbod en de vraag van die dag. De prijs voor de producten is dus elke dag anders.

De kwaliteitseisen op zich vinden we niet te streng want dat zorgt voor marktdifferentiatie. Voor alle maatsorteringen en kwaliteitsklassen wordt wel een markt gevonden. Weersomstandigheden kunnen bijvoorbeeld voor mindere kwaliteiten zorgen, maar dan kunnen we er nog wel voor zorgen dat het verkocht wordt. De versmarkt kan niet altijd, maar dan is bijvoorbeeld de industrie een optie.

Het is voor sommige producten, zoals nieuwigheden en nicheproducten, mogelijk om contractueel een volume en prijs op voorhand te bespreken.

Het product wordt verkocht via de veiling. Hebben jullie veel afnemers? Welke afspraken hebben jullie met hen?

Over de veilingen is er een koperbestand van zo’n 500 afnemers uit verschillende landen. En die moeten kredietwaardig zijn. Verder moeten zij zelf voorzien in het vervoer van de gekochte goederen, net na de verkoop in de veilingzaal.

We streven als veilingen naar ketenverkorting zodat retailers zich rechtstreeks bij ons kunnen bevoorraden. Bepaalde retailers schakelen dan weer een service provider in om voor hen aan te kopen.

De leden zelf zijn niet aanwezig bij de verkoop zelf, werd op Pano beweerd.

De landbouwer is inderdaad niet aanwezig, maar hij kan alles online volgen via een applicatie of aanwezig zijn in de verkoopzaal waar alle klokken geprojecteerd worden. Het is een transparant systeem zodat hij direct weet voor welke prijs zijn product is verkocht.

De verkoop zelf verloopt via klokken. Hoe werkt dat?

Dagelijks worden verse producten verkocht via een veilschema. Die producten worden aangeboden die dag, en moeten ook die dag verkocht worden. De aankopers kunnen aankopen via de zaal, maar ook via e-commerce vanuit hun kantoor. Als ze drukken, zijn zij verplicht af te nemen, en hievoor is een minimum en maximum afname vastgesteld, die afhangen van het type product en het seizoen. De koper kan dus niet met één druk op de knop al het product aankopen.

De verkoop gebeurt simultaan met alle veilingen, wat wil zeggen dat in alle veilingen de klok loopt voor één product van een bepaalde variëteit, maat en kwaliteit. De eerste die drukt van het kopersbestand heeft een aandeel van het totale volume. en het lopen van de klok gebeurt vrij snel, dus de koper moet snel drukken. Op die manier wordt er ook een druk gelegd op de aankoper.

Sommige retailers, en vooral de groten, willen echter ook vaste prijsafspraken via contract. Dat kan, maar niet voor meer dan 30 % van het volume, omdat elke dag er het spel is van vraag en aanbod. Door de combinatie van pieken en dalen in prijs zal op jaarbasis de gemiddelde prijs voor hetzelfde product 15 % hoger liggen in vergelijking met de veiling in Nederland, die enkel met contracten werkt. Op lange termijn is dus een combinatie van contracten en de klokverkoop het meest efficiënt om de beste prijs te krijgen.

Zou die klok niet moeten stoppen op een minimumprijs voor de landbouwer?

10 cent meer, dat werdt op Pano gezegd. Maar de kostprijs is bedrijfsafhankelijk, dus een uniforme prijs is moeilijk. Een hogere prijs zetten lukt niet als je op Europees vlak en met grote volumes werkt. De productprijs zal omhoog gaan als je enkel binnenlands werkt en er minder leden zijn om minder productie te hebben. Maar dat kunnen we niet maken. We houden ons ook aan de minimumophoudprijzen, een soort interventieprijs die Europees bepaald is. Daaronder wordt niet verkocht. Dat bedraagt 30 % van de laatste vijf jaar.

Technisch is het mogelijk om de minimumprijs hoger te zetten, maar dan wordt waarschijnlijk meer product niet verkocht en gaan de afnemers ergens anders. Meer verspilling dus.

Kan u vertellen welk product op de veiling het best de kosten van de landbouwer dekt?

Dat is moeilijk eenduidig te zeggen omdat de productiekost voor een product voor elk bedrijf verschillend is. We werken ook met prijzen die volatiel zijn, net als het aanbod. De ene winter kunnen ze duur zijn, de andere goedkoop. Bijvoorbeeld bij een zachte winter is er een grote productie van wintergroenten, en is de vraag lager. Als dit dan in heel Europa zo is, dan zijn de prijzen jammer genoeg lager.

Als er een structureel overaanbod is, zoals we die gehad hebben bij prei, zit de landbouwer in de veiling nog gewapend om de moeilijke periode te overwinnen omdat hij nog snel zijn prijs krijgt en geen geld heeft moeten geven aan marketing, enz. Dat is ook het geval wanneer hij schade leed door klimatologische problemen.

De markt kan zich heel snel herstellen wanneer vraag en aanbod terug meer in evenwicht zijn. Structurele crisissen proberen we als veiling op te lossen door bijvoorbeeld in te zetten op differentiatie in variëteiten of nieuwe groenten zoals de vergeten groenten. Er zijn marktverschuivingen en die moeten we volgen.

Is het slim om langer te wachten om te leveren om een betere prijs te krijgen?

Er zijn producten die we kunnen bewaren, zoals hardfruit. Sommige telers hebben een afzetplan en zetten het product gefaseerd op de markt om minder risico te hebben. Iedere bedrijfsleider bepaalt dat voor zichzelf, maar wordt geadviseerd vanuit de coöperatie, bijvoorbeeld over de evolutie van de markt.

Wat gebeurt er met de niet verkochte producten?

Over alle producten samen over alle veilingen wordt minder dan 1 % niet verkocht. En hier werken we met een systeem cascade van het waardebehoud, en waarbij elke bestemming zijn kwaliteitssystemen heeft. Eerst wordt het aangeboden aan de voedselbanken, daarna diervoeding, voor biovergisting, en als laatste optie als groenbemester op het land.

Kan de boer hiervoor geen geld meer ontvangen?

Europa voorziet dat de veiling een stuk van de kosten kan recupereren. Dat geld wordt ook uitbetaald aan de leden.

Pano kreeg waarschijnlijk dezelfde uitleg als ik. Hoe verliep die samenwerking met de zender?

In eerste instantie waren we positief gestemd. Ze hebben met keurders en producenten gesproken, een rondleiding gekregen,.. We zijn er uren mee bezig geweest en zijn teleurgesteld dat het slechts fragmentarisch getoond werd. Ze brachten geen boodschap, maar richtten zich vooral op de negatieve getuigenissen terwijl er zoveel positieve stemmen zijn. Ze lieten zelfs een landbouwer aan het woord die niet verbonden was aan een veiling. Het is jammer voor de mensen die het wel goed menen. Sommige veilingen bestaan al zo lang. De geschiedenis leert dat dit systeem werkt en zal werken in de toekomst.

Ze geven harde cijfers. 4 op de 10 moet rondkomen met minder dan  € 1.000. Wat vindt u van die cijfers?

Ze zijn al niet duidelijk over de cijfers. Over welke soort landbouwers gaat het? De sector is in evolutie. Wij zitten midden in de schaalvergroting. Anderen kiezen voor nicheproducten en diversificatie. Er is plaats voor elke teler op de veiling en hij kan bij mensen van de veiling terecht voor advies als men wil omschakelen.

Pano beweert ook dat 40 miljoen subsidies gegaan is naar zaken die er niet toe doen, zoals vakanties. Hoe reageren de veilingen hierop?

De overheid controleert het gebruik van de subsidies. Als fraude zou zijn vastgesteld, dan moet dit vervolgd worden.Dat klinkt als veel geld, maar voor 4.500 actieve producenten is dat €8.888 gemiddeld per producent. Voor dat geld moet een programma opgesteld worden dat de overheid moet goedkeuren. Nadien moet je alle kosten bewijzen. Daar wordt op gecontroleerd door verschillende overheden en instanties. Om een visie te geven: 7 % wordt besteed aan productieplanning, prognoses maken, enz ; 32 % aan het waken en productkwaliteitverbetering; 26 % aan de verbetering van de afzet, promotie, zoeken van nieuwe markten en producten; 6 % aan onderzoek en ontwikkeling; 5 % aan opleiding; 5 % aan crisisbeheer en -preventie (waaronder de hagelverzekering); 17 % aan milieumaatregelen (zoals waterzuivering); 1 % overige. De cijfers zijn opvraagbaar bij de overheid, dus het is een transparant systeem.

MV

Waarom Pano-journaliste ‘Boerenbedrog’ maakte

Journaliste Greet Pluymers van Pano.
Journaliste Greet Pluymers van Pano. - Johan De Mulder

Pluymers: Ik ben blij met de reacties. Als het over eten gaat, zijn mensen geïnteresseerd. Gelukkig weten ze nog steeds dat boeren voor ons eten zorgen. Ik ben niet vertrokken met het idee om de veilingen of de Boerenbond zwart te maken. Wat ik wilde doen is de boeren een stem geven en de consumenten wakker schudden. Wel, veel boeren hebben me laten weten dat ze zich gehoord voelen, en ik zie veel reacties van mensen die hun koopgedrag willen veranderen. Daar ben ik heel blij mee.

Toch kreeg Boerenbond de volle laag. Voorzitter De Becker voelt zich onheus behandeld.

Ze heeft gezegd wat ze heeft gezegd. Op mijn vraag rond het verdwijnen van landbouwers in Vlaanderen antwoordde ze meteen dat de productie stijgt. Wat verdedig je dan? Natuurlijk is het een complexer verhaal dan het fragment dat ik toonde. Maar zij weten ook hoe de media werken. Dat ik daar een kleiner stuk uithaal moet hen niet verbazen. Boerenbond neemt een dubbelzinnige houding aan. “Beter iets dan niets”, redeneren zij, maar die aanpak zorgt niet voor betere prijzen. Natuurlijk willen ze de boeren verdedigen, maar er is iets dat hen weerhoudt om dat voluit te doen, bijvoorbeeld door afdwingbare maatregelen. Ze bereiken niet veel met het ketenoverleg waar ze zo aan vasthouden.

Waarom ben je je op de veilingen gaan richten?

Na een vorige reportage bleef ik in contact met de landbouwwereld. Ik hoorde verhalen over drie grote veilingen, die steeds weer terugkwamen, uit verschillende hoeken. Dan klopt er iets niet. Binnen de veiling zijn boeren beter af dan erbuiten, waar ze niet beschermd zijn tegen oneerlijke handelspraktijken, dacht ik. Als de boer zich daar niet in terugvindt dan is er een probleem. Ik moest dus iemand spreken van binnen de veiling.

Welke reacties zijn je in het bijzonder bijgebleven?

Eerst en vooral heb ik geen enkele reactie van de veilingen gezien (zie volgende pagina, nvdr). Dat vind ik pijnlijk. Dat doet een zeker schuldbesef vermoeden. Via jullie website las ik een tweet die stelde dat de reportage beter geweest is voor het imago van de boer dan dure mediacampagnes. Bizar, toch? Boerenbond is net heel hard bezig met dat imago. Ze doet veel moeite om de boer een positief imago te geven, en weg te sturen van het cliché van de altijd klagende boer. Toch zie je dat de mindere kanten tonen meer mensen mobiliseert. Boerenbond wil een imago tonen, ik wil realiteit.

Hoe moet het verder volgens u?

Hoe meer ik te weten kom, hoe minder ik dat weet. Ik heb maar een heel klein verhaal verteld over iets wat je op veel grotere schaal kan bekijken. Ik heb ook geen kant- en klare oplossingen. Maar ik weet dat er iets niet klopt. Degenen die ons eten maken lijden honger. Minimumprijzen vermoorden de concurrentiekracht, maar iemand moet beginnen. Je moet je eigen mensen toch beschermen? Ik heb de indruk dat Hogan en Macron meer aandacht hebben voor het inkomen van de boer. Dat geeft me hoop.

DC

Vlaamse fruit- en groentenboeren beschuldigen veilingen van wanbeleid

Vlaamse fruit- en groentenboeren beschuldigen veilingen van wanbeleid

Reporter Greet Pluymers van "Pano" vroeg zich af hoeveel van de prijs op uw supermarktticket naar groenten en fruit gaat. "Het is amper wat we uitgeven aan ons mobieltje en doorgaans veel minder dan de boer investeert om de nodige kwaliteit te leveren", stelde Pluymers vast.

Volgens "Pano" heeft de boer reden tot klagen. "Belgische boeren leveren topkwaliteit zonder dat ze er een eerlijke prijs voor krijgen", aldus Pluymers. "Pano" zocht uit hoe dat komt. Het zit veel telers naar verluidt hoog dat ze maar lage prijzen krijgen voor hun producten, terwijl de directies en besturen van veilingen morsen met geld dat volgens de boeren voor hen bestemd is.

In "Pano" hebben klokkenluiders van binnen de veilingen het over privéreizen die als dienstreizen worden geboekt én over oneigenlijk gebruik van Europese subsidies. Het zou gaan om vele miljoenen euro's. Het Verbond van Belgische Tuinbouwveilingen reageert in de reportage "verbaasd". "Mocht er fraude zijn opgetreden, dan moeten die strafrechtelijk en juridisch worden nagekeken. Maar het zou mij verbazen. Die middelen komen altijd ten goede van de tuinder", zegt Philippe Appeltans van het Verbond Belgische Tuinbouwveilingen. "Knolraap en lof, schorseneren en prei. Waar loopt het mis voor de boer", woensdag 11 april in "Pano", om 21.30 uur op Eén.

Belga

Meest recent

Meest recent