Startpagina Varkens

Opnieuw meer dierlijke mest verwerkt in Vlaanderen

In 2017 is ongeveer 44,1 miljoen kg stikstof uit dierlijke mest werd verwerkt in Vlaanderen en dat is iets meer dan een jaar eerder. Het grootste gedeelte (85 %) van de mestverwerking wordt gerealiseerd door de verwerking en export van varkensmest en van pluimveemest. Dat blijkt uit cijfers van het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM).

Leestijd : 2 min

Van het totale volume verwerkte mest bestaat 42,8% uit varkensmest en 41,7% uit pluimveemest. Voor varkensmest steeg zowel het volume dat verwerkt als het volume dat uitgevoerd werd. De export van ruwe varkensmest nam met 3% toe.

Pluimveebedrijven hebben meer mest afgevoerd naar verwerkingsinstallaties maar 4% minder ruwe pluimveemest rechtstreeks uitgevoerd naar het buitenland. VCM vermoedt dat dit samenhangt met de fipronilcrisis.

Rundermest

In 2017 is de verwerking van rundermest, inclusief kalvermest gestegen met 2 %. De stijging is opvallend want er werd minder rundermest geïmporteerd uit Nederland dan in 2016. De verwerking van de dikke fractie van rundermest is gedaald met 11 %, maar de export van ruwe rundermest naar Nederland (+11 %), de verwerking van dunne fractie van rundermest (+27 %) en de verwerking van runderstalmest (+5 %) zijn wel sterk gestegen.

Deze stijgingen kunnen een gevolg zijn van de strengere bemestingsnormen (fosfor) en uitrijregeling van MAP V, waardoor ook rundveebedrijven een groter aandeel van hun mest dienen te verwerken. De stijging heeft wellicht ook te maken met het wegvallen van de melkquota, waardoor het aantal melkkoeien gestegen is.

De export van biothermisch gedroogde mest naar Frankrijk is ten opzichte van 2016 gedaald met 4 %. Deze daling is vooral een gevolg van een verhoogde afzet van dit product in Duitsland en andere landen.

Installaties

Vlaanderen telt in totaal 124 operationele mestverwerkingsinstallaties, waarvan 111 installaties zijn ingeplant in agrarisch gebied. Nog eens 13 installaties zijn gevestigd op een industrieterrein. De biologie (biologische stikstofverwijdering uit de dunne fractie varkensmest, rundermest of digestaat) is nog steeds de meest toegepaste techniek (98 van de 124 installaties), gevolgd door biothermische droging (16 installaties).

Gemeten naar volume verwerkte stikstof is biothermische droging, al dan niet gecombineerd met drogen en korrelen, de belangrijkste methode. In 2017 werd 14,8 miljoen kg N – dus 40% - via biothermische droging verwerkt. Het gaat dan voornamelijk om pluimveemest, paardenmest, de dikke fractie van varkensmest en de dikke fractie van rundermest. Een gelijkaardige hoeveelheid stikstof wordt verwerkt via de biologische verwerking (13,1 miljoen kg N of 35 %).

De hoeveelheid stikstof verwerkt via biologische verwerking (-1 %) en de stikstofverwerking via biothermische droging (+2 %) zijn nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2016. De grootste hoeveelheid fosfaat (11,8 miljoen kg P2O5 of 66 %) wordt verwerkt via biothermische droging (al dan niet gecombineerd met drogen en korrelen).

In 2017 zijn 4 nieuwe installaties opgestart, waarvan 2 biologische mestverwerkingsinstallaties en 2 biothermische drooginstallaties. Eén installatie die operationeel was in 2016 heeft door een technisch probleem in 2017 geen mest verwerkt.

Lees ook in Varkens

Varkenshouder Jeroen Koks (NL): “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger”

Varkens De Nederlandse varkenshouder Jeroen Koks heeft een duidelijke mening over de toekomst van het EU-mestbeleid: “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger en je bent van veel problemen af. Wellicht kan de EU dit in het voorjaar van 2023 meenemen bij het besluit over een nieuw nutriëntenmanagementplan waarbij ook naar nieuwe ‘groene’ kunstmestvervangers wordt gekeken.”
Meer artikelen bekijken