Startpagina Actueel

“Samenwerking in de korte keten loont”

“Voor consumenten is het gemakkelijker om naar 1 punt te gaan en daar al je boodschappen te doen, dan om van boer naar boer te rijden en alles afzonderlijk te kopen. Het bundelen van de krachten in punten waar producten samen verkocht worden, moet zeker versterkt worden”, zegt minister van Landbouw Jo Brouns.

Leestijd : 5 min

In de commissie Landbouw van het Vlaamse parlement uitten Chris Steenwegen van Groen en Arnout Coel van N-VA op 17 mei hun bezorgdheid over de tanende populariteit van de korte keten bij de consument.

“Jammer genoeg moeten we vaststellen dat de verkoop via de korte keten het niet makkelijk heeft gehad het afgelopen jaar. Door verschillende redenen is de groei van tijdens de covidperiode opnieuw weggezakt. Het gemiddelde budget dat de Vlaming besteedt aan de korte keten is 1,2%. Dat ligt lager dan voor de coronaperiode en zeker lager dan het budget dat hij besteedde tijdens corona”, stelt Steenwegen.

“We zijn er dus niet in geslaagd om de groei vast te houden. De recente prijsstijgingen spelen daar natuurlijk ook een rol in, maar we moeten ook toegeven dat de steun voor de opschaling van de korte keten is uitgebleven”, meent Steenwegen.

Naar 1 op de 5

“Het is uw ambitie om van 1 op de 7 landbouwers die met die korte keten aan de slag gaan, naar 1 op de 5 te gaan. Daar zijn een heel aantal initiatieven voor. Het plan is weliswaar nog niet zolang in voege, maar we zien dat dit tot nu nog niet de gewenste resultaten oplevert”, zegt Arnout Coel.

“Onder meer de hoge inflatie in 2022 zorgde ervoor dat mensen op zoek gingen naar goedkopere afzetkanalen en producten. Daardoor was de verkoop op de hoeve in 2022 6% lager dan in 2019”, vertelt minister Brouns.

“Mijn diensten hebben een enquête gehouden waarvan de volledige resultaten waarschijnlijk tegen de zomer verwacht mogen worden. Ik geef alvast enkele voorlopige resultaten.”

Waardering en voldoening

“Korteketenproducenten zijn met stip de ambassadeurs van onze Vlaamse landbouw. Deze landbouwers willen met trots hun verhaal delen met de consument en halen hieruit voldoening en waardering. Die waardering is een vaak genoemde opmerking en zorg van de land- en tuinbouw.

57% van de korteketenbedrijven heeft meer dan één verkoopkanaal. Redenen om te stoppen met de korte keten zijn de te lage opbrengst, te veel administratie, de extra arbeid en de complexe wetgeving”, aldus minister Brouns.

Durven hogere kosten niet doorrekenen

“73% van de korteketenlandbouwers geeft aan dat de huidige energie- en koopkrachtcrisis hen niet doet overwegen om te stoppen met de korte keten. Tegelijkertijd blijkt dat heel wat korteketenproducenten de hogere kosten wegens de energie- en koopkrachtcrisis niet durven doorrekenen aan de consument.

76% van de korteketenlandbouwers kreeg al ondersteuning voor de korte keten. De grootste nood is de financiële ondersteuning van de overheid. Vier op de 5 van de bevraagde producenten heeft de afgelopen 5 jaar geïnvesteerd in een tak van de korte keten. De populairste investeringen waren in de verwerkingsruimte en in de verkoop.

Er worden heel wat extra mogelijkheden voor de korte keten gecreëerd in het nieuwe GLB. De eerste aanvraagperiode van dit jaar voor steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) is opengesteld. Het steunpercentage voor investeringen in de korte keten op landbouwbedrijven verhoogde van 30 tot 40%. Voor jonge landbouwers gaat dit naar 50%”, stelt Brouns.

Investeringssteun

“Daarnaast kunnen landbouwbedrijven – wanneer ze dit wensen – de totale korf aan 300.000 euro steun voor de periode 2023-2027 richten op specifieke steun voor investeringen in de korte keten. Ook het minimuminvesteringsbedrag is naar beneden bijgesteld, wat kleinere investeringen in de korte keten een grotere kans op steun geeft.

We willen landbouwers die willen starten met vernieuwende korteketenactiviteiten een duwtje in de rug geven met de nieuwe maatregel ‘VLIF Opstart van of omschakeling naar een toekomstgerichte duurzame ondernemingsstrategie op een landbouwbedrijf’.

Ik denk dat dit ook een vaak gehoorde uitdaging of drempel is. Die omschakeling gaat niet van maand op maand. Dat heeft verschillende jaren nodig om tot een rendabel businessmodel te komen. Die omschakelsteun – die tot 40.000 euro kan bedragen – is toch wel heel belangrijk.”

Nog een aantal heel grote uitdagingen

“Er zijn echter een aantal heel grote uitdagingen. Ik stel vast dat er rond die omschakeling nog te weinig kennis is. Mensen hebben schrik. Lukt dat wel? Zal ik daar wel mijn boterham mee kunnen verdienen? Ik denk dat het belangrijk is om alle goede praktijken nog meer te delen. De verdienwijzer van ILVO wijdt daar ook een belangrijk onderdeel aan. Dat kanaal mag nog meer bekendgemaakt worden.

In tegenstelling tot de minder positieve resultaten van vandaag, heb ik iemand bezocht, een verdeler van Belgisch witblauw, die net het tegenovergestelde vertelde. Hij zei dat zijn verkoop er wel op vooruitgegaan is en dat zat voor een stuk in samenwerking”, vertelt de minister.

Rol van de veiling

Chris Steenwegen wijst in de discussie in de commissie op de rol van de veiling. Hij was onlangs op een bedrijf dat stopt met naar de veiling te gaan. “Ze mogen van de veiling nu minder thuis verkopen dan bij hun vroegere afspraak en ze moeten ook alle producten die ze produceren via de veiling brengen”, vertelt Steenwegen.

“Als ze één product deels via de veiling willen verkopen, zegt de veiling dat ze dan ook alle andere producten via die weg moeten verkopen. En van die andere producten, die ze allemaal thuis kunnen verkopen, mogen ze nog maar 15% thuis verkopen. De rest moet dan naar de veiling, voor een lagere prijs.

Dat is niet serieus. Dat zijn dingen die tegengaan dat boeren een stuk autonomie blijven behouden om hun werk te organiseren zoals ze willen. Ik begrijp de insteek vanuit de veiling, maar men moet daar toch proberen om naar andere evenwichten te gaan”, meent Steenwegen.

Te veel regels

Arnout Coel vindt dat de minister nog inspanningen kan doen inzake regelgeving en planlast. “Dat is typisch iets dat wij vanuit de overheid als ondersteuning zouden kunnen bieden. We moeten de regelgeving verduidelijken of verbeteren, zodat het minder als een obstakel wordt gezien, maar meer als het faciliteren van”, zegt Coel.

“Steeds meer korteketenverkopers zoeken samenwerking, willen hun aanbod bundelen. Ik denk dan aan distributie en logistiek. Daar kan nog het een en het ander rond gebeuren. En juist daar laat de regelgeving niet altijd toe om producten van collega’s op dezelfde locatie te verkopen. Het kan wel, maar er zijn toch nog wat obstakels die weggewerkt moeten worden. Ik denk dat we daarnaar moeten kijken, zonder de basisgedachte van die korte keten uit het oog te verliezen”, besluit Coel.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

Besnoitiose is nu een gereglementeerde ziekte

Veeteelt In overleg met de verschillende betrokken partijen werden recent 2 besluiten gepubliceerd om besnoitiose in België te voorkomen en te bestrijden. Dat meldt het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).
Meer artikelen bekijken