Startpagina Recht

Nieuwe handhavingsregels in het omgevingsrecht: Wat bij vaststelling van een overtreding?

Zoals we in ons vorige artikel toelichtten, gelden er sinds 1 april 2026 nieuwe regels voor toezicht, controle en sancties in het Vlaamse omgevingsrecht. In deze tweede bijdrage leggen we uit wat er kan gebeuren als een toezichthouder of verbalisant een overtreding vaststelt en daarvan een proces-verbaal opmaakt.

Leestijd : 4 min

Als een toezichthouder of verbalisant een overtreding vaststelt, wordt dit in een proces-verbaal opgenomen (art. 9, §2 KVH). Dit proces-verbaal is de schriftelijke neerslag van de zaken die werden vastgesteld, meestal met een kadering van de geschonden regels en een historiek in geval van voorgaande inbreuken. Een afschrift van het proces-verbaal wordt steeds verzonden naar de beboetingsinstantie en de Procureur des Konings. Deze dubbele verzending gebeurt omdat het bij sommige misdrijven nog niet duidelijk is wie de overtreder zal bestraffen. Dit kan immers maar door één instantie. Ofwel volgt er een strafrechtelijke afhandeling voor de strafrechter ofwel volgt er een bestuurlijke beboeting door een bijzonder onderdeel van de administratie, de zogenaamde beboetingsinstantie.

Strafrechtelijke vervolging

Nadat de Procureur des Konings een proces-verbaal ontvangt, beschikt hij over een vaste termijn van 3 maanden om de beboetingsinstantie op de hoogte te brengen van het voornemen om een misdrijf strafrechtelijk af te handelen. Deze termijn kan verlengd worden tot maximaal één jaar. Het uitblijven van deze kennisgeving geldt als stilzwijgende seponering.

Indien de Procureur des Konings beslist om het misdrijf strafrechtelijk af te handelen, dan komt de zaak in beginsel voor de correctionele rechtbank. Voor de correctionele rechtbank kan de Procureur des Konings niet alleen de oplegging van een gevangenisstraf en geldboete vorderen, maar tevens de oplegging van een veiligheidsmaatregel en een bijzondere verbeurdverklaring.

Bestuurlijke afhandeling

Ingeval de Procureur des Konings beslist om het misdrijf niet strafrechtelijk te vervolgen of wanneer de Procureur des Konings niet tijdig antwoordt, kan de beboetingsinstantie de zaak administratief afhandelen. Uiterlijk bij de kennisgeving van de bestuurlijke vervolging kan de beboetingsinstantie in dat geval voorstellen dat er een geldboete wordt betaald om de zaak af te sluiten. Deze geldboete is vergelijkbaar met een minnelijke schikking bij een verkeersovertreding. Door de betaling van deze geldboete stopt de vervolging, maar over het bedrag van de geldboete kan niet geargumenteerd worden. Opgepast! Enkel een tijdige en integrale betaling verhindert de bestuurlijke vervolging definitief.

De beboetingsinstantie kan echter ook de bestuurlijke sanctieprocedure opstarten. In dat geval brengt zij de inbreukpleger en eventueel de burgerrechtelijk aansprakelijke daarvan per beveiligde zending op de hoogte. Een beveiligde zending is volgens art. 2, 9 KVH een elektronisch aangetekende zending, een aangetekende brief, een afgifte tegen ontvangstbewijs, een betekening door een gerechtsdeurwaarder of elke andere door de Vlaamse regering toegelaten betekeningswijze met zekere vaste datum van kennisgeving. In deze kennisgeving brengt de beboetingsinstantie de betrokkenen op de hoogte van de bestuurlijke vervolging aan de hand van een aantal verplichte gegevens, waaronder de mogelijkheid tot schriftelijk verweer, tot toegang tot het dossier en tot mondeling gehoord te worden door verschijning in persoon of via videoconferentie.

De sanctiebeslissing volgt binnen 180 dagen vanaf de kennisgeving van bestuurlijke vervolging en gebeurt door middel van het opleggen van een bestuurlijke sanctie. De bestuurlijke sanctie kan de vorm aannemen van een bestuurlijke geldboete, een verbeurdverklaring, een uitsluiting van (subsidie)steun of voordelen, of een publicatie van de sanctie. De sanctie wordt afgestemd op de ernst en de frequentie van de feiten, op de concrete omstandigheden en de verzachtende factoren.

Er kan parallel of nadien ook een herstelprocedure worden opgestart door de herstelinstantie. Zowel administratief als via de rechter kunnen publieke herstelmaatregelen, zoals de afbraak van een bouwmisdrijf, worden opgelegd (art. 52-55 KVH).

Beroep tegen de sanctie

Zowel bij een strafrechtelijke als bij een bestuurlijke beboeting is er de mogelijkheid om er hoger beroep tegen in te stellen. Tegen een vonnis van de correctionele rechtbank kan steeds beroep worden ingesteld bij het hof van beroep. Voor de bestuurlijke sancties is het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving iets minder eenvoudig. Tegen de eindbeslissing over de bestuurlijke vervolging kan in principe schorsend beroep worden aangetekend bij de Raad van State. Die oordeelt met volle rechtsmacht. Dit betekent dat de Raad van State zich niet zal beperken tot een controle op procedurefouten of schendingen van de wet, maar dat zij de feiten opnieuw zal beoordelen.

Voor kleinere inbreuken geldt een vereenvoudigde procedure, waarbij meteen een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd met bezwaarrecht en navolgend beroepsrecht bij de Raad van State, die ook hier oordeelt met volle rechtsmacht. Omdat het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving op dit punt niet echt duidelijk is, zal de praktijk moeten uitwijzen hoever de bevoegdheid van de Raad van State als beroepsinstantie zal reiken.

Jan Opsommer

Lees ook in Recht

Juridische verplichtingen voor landbouwers en hobbyhouders bij bijzondere dieren

Bijzondere dieren Op heel wat Vlaamse erven duiken de laatste jaren dieren op die tot voor kort vooral als uitzondering werden gezien: alpaca’s op de weide, damherten achter een sieromheining, lama’s of struisvogels naast de klassieke runderen en schapen. Zulke niet-traditionele diersoorten winnen aan populariteit, zowel bij professionele landbouwers, die ze als bedrijfstak uitbouwen, als bij particulieren.
Meer artikelen bekijken