Veilingen en producenten engageren zich voor duurzame ontwikkeling

En dat er vooruitgang was, was duidelijk aan het goed gevulde rapport te zien. Het derde rapport trouwens, want sinds de opstart van het Responsibly Fresh project leverde het VBT tweejaarlijks een duurzaamheidsrapport af.

Het derde, en huidige, rapport rapporteert over de progressie in duurzame ontwikkeling over een periode van zes jaar, van 2012 tot 2018 dus. Het is ook in 2012 dat het VBT samen met haar leden-afzetcoöperaties en de aangesloten producenten het collectief duurzaamheidsproject en -keurmerk Responsibly Fresh de wereld instuurden.

“Onze sector stond toen voor een aantal belangrijke uitdagingen rond duurzame ontwikkeling en als coöperaties besloten wij die samen aan te pakken. Ook in dit domein waren we ervan overtuigd dat samenwerking binnen een coöperatie en over coöperaties heen een meerwaarde biedt voor alle aangesloten tuinders”, aldus de voorzitter van het VBT Rita Demaré. “De veruitwendiging van onze aanpak, via het Responsibly Fresh keurmerk, vormde een herkenningsteken voor onze afnemers en alle stakeholders geïnteresseerd in duurzame ontwikkeling in de versmarkt groenten en fruit”, gaat ze verder.

De deelnemers in het Responsibly Fresh project boekten duidelijk vooruitgang op vlak van duurzame ontwikkeling, zowel op economisch, ecologisch en sociaal vlak. VBT-verantwoordelijke duurzaamheidsrapport Lies Elsen: “De producenten zetten steeds meer in op duurzame teelttechnieken en het toepassen van nieuwe technologieën. De progressie is onder meer te danken aan de ondersteuning die de afzetcoöperaties bieden aan hun producenten. Nieuw in het rapport zijn de korte getuigenissen van verschillende producenten met voorbeelden van de innovaties voor duurzame ontwikkeling op hun bedrijf.”

En ook Joke Schauvliege is tevreden met de inspanningen in de fruit- en groentesector op vlak van duurzaamheid. “De tuinbouw heeft al veel obstakels moeten overwinnen de laatste tijd, zoals het Ruslandembargo en de vorstschade. Bij een tegenslag heeft men de neiging terug te vallen op de kernactiviteit, maar dat is niet gebeurd: producenten bleven inzetten op duurzaamheid, wat uiteindelijk ook economische voordelen geeft”, klinkt het. Ze kreeg dan ook het eerste exemplaar van het duurzaamheidsrapport overhandigd op de plechtigheid.

Bij het opstellen van het rapport is gebruik gemaakt van bedrijfsinterne en -externe gegevens van de afzetcoöperaties, informatie uit het collectief dossier en uit het charter Duurzaam Ondernemen. Het rapport werd opgesteld volgens de richtlijnen van het Global Reporting Initiative (GRI), de internationale referentie voor transparante communicatie rond ecologische, sociale en economische prestaties van een organisatie.

Responsibly Fresh

Responsibly Fresh is een initiatief is van het VBT, en dus zijn het de vijf leden-coöperaties die zich willen inzetten voor duurzame ontwikkeling: de Belgische Fruitveiling (BFV), BelOrta, Coöperatie Hoogstraten, Limburgse Tuinbouwveiling (LTV) en de REO Veiling. Samen goed voor meer dan 3.100 actieve producenten, die zich er dan ook toe moeten engageren duurzamer te worden. Zowel de producenten als de afzetcoöperaties moeten participeren aan externe initiatieven rond duurzame ontwikkeling. Een onafhankelijke controle hierop zorgt dan weer voor een verbeterde transparantie en geloofwaardigheid, wat belangrijk is voor de interne stakeholders, namelijk de VBT, de afzetcoöperaties en de producenten, maar ook de externe stakeholders, zoals de overheid, onderzoeksinstellingen, de afnemers, maar ook de consument. Het Responsibly Fresh keurmerk moet immers aan de buitenwereld tonen dat de groenten en het fruit wordt geproduceerd en vermarkt met oog voor duurzaamheid.

Voorwaarden

voor gebruik

Wil men het Responsibly Fresh keurmerk gebruiken, dan moet voldaan zijn aan drie gebruiksvoorwaarden. En daar zijn de individuele producenten als de afzetcoöperaties jaar na jaar in geslaagd, klinkt het op de festiviteit. Zo behaalden de vijf deelnemende afzetcoöperaties jaarlijks het certificaat voor het charter Duurzaam Ondernemen of Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Dit betekent dat ze erin geslaagd zijn verschillende acties te realiseren op het vlak van milieu maar ook op sociaal en economisch gebied. Die acties kunnen onder verschillende thema’s binnen het Charter Duurzaam Ondernemen onder gebracht worden. Tot nu toe werden 349 acties gedefinieerd waarvan 269 succesvol zijn uitgevoerd, voornamelijk onder de thema’s mensvriendelijk ondernemen, communicatie en dialoog, rationeel energieverbruik, duurzaam materialenbeheer en behoorlijk bestuur.

Ten tweede moeten de producenten een geldig certificaat hebben voor een kwaliteitssysteem om aan te tonen dat ze bewust bezig zijn met duurzame ontwikkeling. Dan kan het Vegaplan zijn, GLOBALG.A.P., of beide. Na een externe controle door een onafhankelijke certificatie-instelling krijgen de producenten dit certificaat voor een bepaalde duur. Hernieuwing kan als ook bij de volgende controle aan de vereisten is voldaan. 91 % gaf aan over de certificaten van zowel Vegaplan als van GLOBALG.A.P te beschikken.

In een derde gebruiksvoorwaarde staat dat de afzetcoöperaties de vooruitgang bij de aangesloten producenten opvolgen in een collectief dossier, die 52 duurzaamheidscriteria omvat. Elsen vertelde erbij dat het collectief dossier van 2017 wel licht herzien was ten opzichte van 2013 en 2015. “Een eerste herziening is het schrappen van de ondertussen wettelijke verplichte of expliciet opgenomen eisen binnen de standaarden. Daarnaast is er meer gefocust op innovaties. De bevraagde maatregelen in het collectief dossier omvatten verschillende duurzaamheidsthema’s gaande van energie- en waterbesparende technieken, geïntegreerde teelt, verpakkingsmaterialen, naar specifieke voorzieningen voor medewerkers en socio-culturele activiteiten van de producent.”

2.428 producenten, allen met een omzet van meer dan €25.000, werkten mee en gaven hun gerealiseerde en geplande inspanningen aan in het collectief dossier. Ook de resultaten van 2015 en 2013 staan weergegeven. Naast de hoofdstukken Charter duurzaam ondernemen en duurzaamheid in kwaliteitssystemen, werd het rapport onderverdeeld in drie hoofdstukken waarbij de geleverde inspanningen in detail worden omschreven: onder het economische hoofdstuk staan inspanningen rond bijvoorbeeld omzet en export en naar coöperaties toe omschreven, onder het ecologische hoofdstuk de inspanningen naar water, energie, bedrijfsafval,... en ten slotte wordt in het sociale hoofdstuk uitgelegd welke inspanningen er gebeurden naar bijvoorbeeld democratische besluitvorming en naar het welzijn medewerkers toe.

Nieuwe strategie

Na het derde rapport stop het niet. Demaré schetst dan ook hun visie voor de toekomst: “In de komende jaren zullen wij verder bouwen aan duurzame ontwikkeling in onze sector. Duurzaamheid is echter een dynamisch gegeven. Nieuwe inzichten en maatschappelijke verwachtingen stimuleren ons om onze duurzaamheidsstrategie aan te passen.”

Er zal verder gestreefd worden naar een samenwerking met stakeholders en de aansluiting met externe duurzaamheidsinitiatieven, zoals de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals; SDG’s) van de Verenigde Naties, die een internationaal referentiekader vormen voor de grote maatschappelijke uitdagingen tegen 2030. Elsen: “In de nieuwe strategie zal de coöperatieve organisatiestructuur duidelijk naar voor komen, want het biedt een belangrijke troef naar duurzaamheid toe. We willen werken aan de duurzaamheid bij de producent, maar we willen ook de consument bewust maken van de duurzame productie.” Begin februari 2019 wordt de nieuwe strategie voorgesteld op FruitLogistica in Berlijn.

MV

Duurzaamheidscriteria op het tomatenbedrijf Primato

De familie Pittoors in Pitte, die het tomatenbedrijf Primato runt, hechten ook veel belang aan duurzame ontwikkeling. Jaarlijk produceren ze 7.000 ton tomaten, waarbij de vermarkting gebeurt via BelOrta. Net als vele andere producenten gaf de familie hun gerealiseerde en geplande inspanningen aan in het collectief dossier. Ze hebben ingezet op moderne uitrusting, energie, watergebruik, geïntegreerde bestrijding, ecologische impact en personeelsbeleid. Enkele voorbeelden:

Zo zorgden ze voor 100% recirculatie van het water. “Hierdoor is op het bedrijf nog slechts een minimum aan leidingwater nodig. Aan het bedrijf liggen drie grote vijvers voor de opvang van het regenwater, wat gezuiverd en gemengd wordt met de meststoffen, om de tomatenplanten te begieten. Daarenboven wordt ook het overtollige drainwater opgevangen, gezuiverd en opnieuw gebruikt”, vertelt Kevin Pittoors.

Verder zijn de serres voorzien van diffuus glas met dubbele AR-coating, wat voor een hogere lichttransmissie zorgt. Bovendien is er sprake van een betere verspreiding van het licht over het gewas, waardoor een hogere productie mogelijk is met dezelfde input van grondstoffen. De helft van de serre is voorzien met assimilatiebelichting. 6 ha werd voorzien met SON-T bovenbelichting en 2,6 ha met LED-tussenbelichting. Hier zorgt de rode en blauwe kleur voor het ideale kleurenspectrum voor fotosynthese. “Op die manier kunnen we jaarrond kwaliteitstomaten aanbieden.” Bovenaan en aan de zijkanten van de serre is ook een verduisteringsscherm voorzien om de lichtuitstoot naar de omwonenden te beperken en energie te sparen. In de niet-belichte serre wordt een energiescherm gehangen om de energiekosten te drukken.

De familie installeerde ook twee warmtekrachtkoppeling (WKK) installaties op het bedrijf. Die moeten zorgen voor de verwarming van de serre’s en voorzien elektriciteit voor de belichting ervan. Ze zuiveren ook de rookgassen die vrijkomen bij de verbranding, zodat de vrije CO2 wordt aangewend als voeding voor de tomaten.

Het monitoren van plagen en ziekten moet sowieso gebeuren op het bedrijf om tijdig te reageren. Wanneer nodig worden nuttige insecten ingezet voor de beheersing van ziekten en plagen. Bovendien zetten ze hommels in voor een verbeterde bestuiving.

In het bedrijf zijn 40 vaste werknemers in dienst, waarbij in het hoogseizoen nog eens 60 seizoenarbeiders bijkomen. Omdat ze denken aan het welzijn van het personeel, wordt naast de goede facilitaire voorzieningen ook wel eens activiteiten georganiseerd, zoals een barbecue. Verder vinden ze ergonomie belangrijk: zo investeren ze in de automatisatie van het verpakkingsproces, aangezien dat zwaar werk is zorgen teeltgoten voor werk op ideale hoogte.

Meest recent

Meest recent