Startpagina Liefhebberstuin

Brandhout: hou het droog

Vorige week gaven we een overzicht van de bomen die geschikt zijn als leveranciers van brandhout uit eigen tuin en ook van hun snoeiwijze. Nu gaan we bekijken hoe we het geoogste (of gekochte) hout het beste kunnen bewaren. En waarschijnlijk heeft u op een koude winteravond zelf ook al gemerkt dat niet alle hout op dezelfde manier brandt en zijn warmte vrijgeeft, met andere woorden niet alle hout is zonder meer geschikt als brandhout.

Leestijd : 4 min

Een van de nadelen van houtstook is het feit dat hout slechts een geringe stookwaarde per gewichtseenheid heeft, dit wil absoluut niet zeggen dat het geen goede energiebron is, maar wel dat het een volumineuze brandstof is en dat men dus een relatief grote opslagruimte nodig heeft voor het aanleggen van energievoorraad. Voor de meeste tuineigenaars is dit nadeel echter geen bezwaar, een mooie houtmijt zorgt voor een authentiek element in de tuin. Bovendien zien veel tuinliefhebbers het kappen en verwerken van brandhout eerder als een hobby en een aangenaam tijdverdrijf dan als een bittere noodzaak. Hoog tijd om de verschillende aspecten van de houtstook eens tegen het licht te houden.

Verbrandingswaarde van hout

De verbrandingswaarde van een vaste stof zoals hout is de hoeveelheid warmte die vrijkomt bij volledige verbranding van 1 kg van die stof, in dit geval hout. De verbrandingswarmte van ovendroog loofhout schommelt rond de 17,8 MJ (megajoule)/kg, voor naaldhout rond de 19,7 MJ/kg. De onderlinge verschillen tussen de diverse loofhoutsoorten en naaldhoutsoorten zijn vrij klein. Naaldhout dankt zijn hogere verbrandingsenergie aan het feit dat er meer lignine (lijmstof die de plantencellen de nodige stevigheid geeft) en harsen in voorkomen dan in loofhout. Eigenlijk is de verbrandingswarmte die de verschillende houtsoorten vrijstellen niet zo heel verschillend omdat ze per kg uitgedrukt wordt, het is dus het gewicht per volume (het gewicht van de houtblok) dat bepaalt hoeveel warmte we uit 1 m³ droog hout kunnen halen. Zo zal 1 m³ licht hout veel minder warmte vrijgeven bij verbranding dan 1 m³ zwaar hout. In de praktijk betekent dit dat we van licht hout een groter volume moeten verstoken, de kachel dus vaker moeten bijvullen, in vergelijking met de zwaardere houtsoorten. Gezien hout meestal verkocht wordt per volume-eenheid is het interessant om te weten wat de warmte-inhoud is per volume-eenheid (m³ - stère). Licht hout zoals populier, wilg en vuren (400-500 kg/m³), vrij licht hout zoals els, linde en douglas (500-600 kg/m³), vrij zwaar hout zoals kastanje, beuk, esdoorn, kers en iep (600-700 kg/m³) en zwaar hout zoals eik, robinia en haagbeuk (700-800 kg/m³)

Goed brandhout = droog hout

Hout in verse toestand (bomen) bevat veel water, het vochtgehalte van hout wordt uitgedrukt in % van het drooggewicht. Het gemiddeld vochtgehalte van pas gevelde bomen is 75%, maar kan, naar gelang het seizoen van vellen, de standplaats en het soort hout (spinthout of kernhout), oplopen tot 200 % (!). Als men weet dat brandhout een maximaal vochtgehalte van 20 % mag hebben, dan ziet men onmiddellijk dat vers gezaagd hout absoluut niet geschikt is als brandhout en dat het pas na enkele jaren drogen zal kunnen gebruikt worden als volwaardige brandstof. Zo zal hout met een vochtgehalte van 50% slechts 11 Mj/kg warmte-energie vrijgeven, hout met een vochtgehalte van 20% zal 14,4 Mj/kg warmte-energie vrijgeven, luchtdroog hout (15% vochtgehalte) 15,2 Mj/kg en ovendroog hout (0% vochtgehalte) 17,8 Mj/kg. Een hoog vochtgehalte vermindert niet alleen de stookwaarde, maar geeft door een onvolledige verbranding een grotere luchtverontreiniging en leidt tot teer- en roetvorming in de rookkanalen. Bij naaldhout is het risico op teerafzetting, door de aanwezigheid van hars, een stuk groter. Naaldhout mag daarom enkel in zeer droge toestand verbrand worden. Teer verhoogt het risico op schoorsteenbrand. De brandbare teerafzettingen kunnen bij een plotse temperatuurspiek of door contact met de vlam vanuit de vuurhaard spontaan ontbranden.

Drogen en bewaren van hout

Wie zelf brandhout zaagt of vers brandhout koopt, zal dit eerst moeten drogen. Eens de boom geveld is, zal het vochtgehalte van het hout zeer vlug teruglopen. Het hout van een boom die geveld wordt in de zomer bevat veel meer vocht doordat het hout instaat voor het transport van water en voedingsstoffen naar de bladeren. Bomen voor brandhout (en ook voor andere toepassingen) worden dus het best 's winters gezaagd, omdat het watertransport dan stilligt en het hout veel minder vocht bevat. Probeer het hout zo snel mogelijk na het vellen van de boom op de juiste lengte voor uw houtkachel te zagen en te klieven. Dit versnelt het uitdrogen en bovendien laat vers hout zich gemakkelijker klieven. Ongekliefd hout heeft dubbel zoveel tijd nodig om uit te drogen. In eerste instantie kan het hout onbeschermd uitdrogen. Dit gebeurt het best op een droge ondergrond waar de wind doorheen kan blazen (paletten zijn hiervoor ideaal). Op die manier zal het hout binnen de 2 jaar uitdrogen tot een vochtgehalte van 15% of lager (luchtdroog en dus brandklaar). Eens het hout op deze wijze gedroogd is, wordt het beschermd tegen de regen, door middel van een overkapping. Ideaal is een muur op het oosten, zodat het hout beschermd is tegen de natte westenwinden en maximaal kan genieten van de drogende oostenwind. Zorg er steeds voor dat het hout los van de grond gestapeld wordt om het opzuigen van vocht uit de grond te vermijden. Als het hout langs een muur of in een drooghok wordt opgeslagen, is het beter om tussen de muur en de houtmijt minstens 10 cm afstand te bewaren om de luchtcirculatie niet te belemmeren. Te lang bewaren, zelfs onder ideale omstandigheden, is af te raden, omdat het hout door zijn natuurlijk afbouwproces tot 3% aan energiewaarde per jaar kan verliezen (afhankelijk van de houtsoort).

Wie vers hout hakt of koopt, dient dus steeds 2 jaar vooruit te denken. Hout dat deze winter gezaagd en gekliefd wordt, zal ten vroegste kunnen opgebrand worden in de winter van 2020-2021.

GB

Lees ook in Liefhebberstuin

Bereid je gazon voor op de winter

Liefhebberstuin De zachte herfst loopt nu echt wel op zijn einde en de natuur verandert langzaam van een kleurboek met alle tinten groen, geelbruin en rood naar een kaal, winters landschap. Ook het frisgroen van de weilanden wordt stilaan een eerder flets geelgroen, de kleur van gras dat zich voorbereidt op de komende winter. Dit is het ideale moment om het gazon nog een laatste keer onder handen te nemen en om ervoor te zorgen dat het ongeschonden de winter doorkomt.
Meer artikelen bekijken