ABS: soms is marktbescherming nodig

ABS is er trots op dat het bestuurd wordt door landbouwers. Wat voor bedrijf heeft u eigenlijk?

“We hebben vlakbij Oostende een akkerbouwbedrijf met de teelten die traditioneel passen bij het Polderland: suikerbieten, wintertarwe en vlas. Het bedrijf ligt op 500 meter van de duinen dus ik hoor en ruik ’s ochtends de zee. Ik heb het bedrijf in 1989 overgenomen van mijn vader. Vroeger was het een gemengd bedrijf met ook een zeer beperkt aantal zeugen en daarnaast melkvee. We zijn vrij snel gestopt met de zeugen en hebben het aantal melkkoeien uitgebreid naar 50. Op 2 december 2011 is de laatste melk opgehaald en zijn we verder gegaan met alleen akkerbouw.”

Waarom bent u gestopt met het houden van melkvee?

“Mijn vrouw werkte al 25 jaar buitenshuis en combineerde dat met het melken. Ze kon in 2011 een mooie stap maken in haar job en ik ben sinds 2009 voorzitter van ABS, wat ook veel tijd kost. Daar komt bij dat onze twee kinderen het bedrijf niet willen opvolgen. Het bedrijf ligt ook tussen de stad en de luchthaven, vlakbij de kust en heeft dus beperkte mogelijkheden op landbouwvlak in de toekomst.”

Het feit dat u de datum nog zo weet, betekent wel dat het waarschijnlijk een emotioneel besluit was.

“Dat is ook zo. We hebben een tijdje geprobeerd te werken met een halftijdse medewerker, maar je zag dat het niet hetzelfde is… De productie was altijd heel goed maar ging wat omlaag. De tussenkalftijd nam toe. Uiteindelijk heb ik ze over gelaten en het doet me deugd af en toe nog te horen van andere landbouwers te horen dat de koeien en vaarzen het goed doen. Je hoopt ook voor een stuk dat de selectie niet verloren gaat.”

U heeft het vertrek van eerst de varkens en toen de koeien vast gecompenseerd met een roedel honden, of wat schapen?

“Nee, er zijn nu helemaal geen dieren meer bij ons! We hadden een hond maar die is helaas twee jaar geleden doodgegaan. Alleen de hond van onze dochter komt af en toe bij ons logeren. Maar ik mis het wel. Met levende dieren op je bedrijf is er altijd wel geluid en beweging.”

Boerenbond is rijk, telt meer leden en heeft directe lijntjes met politiek en beleid. Waar ontleent ABS haar bestaansrecht aan?

“ABS is in 1962 opgericht vanuit de basis, vanuit de landbouwers zelf. De tijdsgeest was zo dat het leven in dorpen heel erg bepaald werd door de katholieke kerk en aanverwante organisaties. De pastoor, notaris, dokter en misschien schooldirecteur regelden alles. Als je wat uit de pas liep, werd je in de kraag gevat. Dan kwam bij wijze van spreken, maar soms ook echt, de pastoor langs. Boerenbond was verweven met die structuur en volgens sommige boeren onderdeel van het probleem.”

Is Boerenbond wat u betreft nog steeds onderdeel van een verstikkend weefsel?

“Misschien niet meer zo uitgesproken als toen maar het valt niet te ontkennen dat Boerenbond eigenaar of mede-eigenaar is van belangrijke partijen in de brede agro-voedingssector, stroomopwaarts en –afwaarts, gaande van veevoeding en fytoproducten, over machine-invoer en slachthuizen tot de grootste landbouwbank. Ze weten hoe wij erover denken.”

U zou niet met Sonja De Becker (voorzitter Boerenbond, red) willen ruilen? Het is mede door die belangen een invloedrijke partij.

“Ik vind dat je onafhankelijkheid en ongebondenheid nodig hebt om je syndicale rol te spelen. Als verdediger van een bepaalde groep kun je geen twee heren dienen. Het is die onafhankelijke geest en denkwijze die we steeds hoog in het vaandel gedragen hebben en ook absoluut willen bewaren. Dan loop je soms wel met de kop tegen de muur maar je zet zo toch ook vaak een voet tussen de deur.”

Ziet u ABS als een eenzame strijder tegen die machtige syndicale organisatie in Leuven?

“Strijden is misschien wat zwaar uitgedrukt. We zijn het ook wel eens hoor, en trekken dan samen op. Je mag niet vergeten, dat voor ABS bestond, weerstand tegen de verstikkende monopolistische situatie in het interbellum leidde tot de oprichting van het Boerenfront. Maar die telde ook veel Vlaamsgezinden, en had zich toch in de ogen van veel mensen te weinig verzet tegen de Duitse overheerser. Dat wreekte zich na de tweede wereldoorlog en Boerenfront viel als een kaartenhuisje in elkaar. ABS stelt zich van bij de oprichting politiek en economisch onafhankelijk op en schikt zich overigens naar de staatsstructuur zoals die geldt en wil vooral dat de positie van landbouwers versterkt wordt. Vandaag is dat vooral binnen de Vlaamse context, weliswaar met nog een aantal bevoegdheden op federaal niveau. Daar blijven we uiteraard ook ons ding doen.”

Is het positief dat landbouwbeleid grotendeels is geregionaliseerd, nu het woord Vlaanderen is gevallen?

“Ik denk dat het niet onbelangrijk is geweest dat Vlaanderen voor een groot deel zelf beleid kan voeren. De Waalse landbouw is een hele andere dan de Vlaamse. Kijk maar naar de productiewaarde, die ook deels door een gerichtheid op export wordt gerealiseerd. De landbouw in Vlaanderen heeft kunnen intensiveren omdat het vergunningenbeleid dat toeliet. Dat is in Wallonië toch heel anders gebleken. De regionalisering heeft ook de promotie van Vlaams product in het buitenland versterkt, met voornamelijk VLAM. De Walen zijn veel meer bezig met productie voor regionale consumptie. Ik denk dat het andere landbouwmodel van Wallonië ons in deze ontwikkelingen had geremd.”

Er zijn nog wat zaken federaal geregeld. Moet dat ook naar de gewesten?

“Ook met het oog op de export zijn we geen vragende partij om diergezondheid, plantgezondheid en volksgezondheid te regionaliseren. Het buitenland moet niet het beeld krijgen dat dit soort zaken in het ene gewest beter zijn georganiseerd dan in het andere.”

En Vlaanderen is een exportmotor.

“De landbouw was altijd al gericht op export. De exportondersteuning wordt ondertussen ook door de overheid steeds beter opgepakt en dat komt mede door de inzet van ABS en als antwoord op herhaalde vragen vanuit ABS. Twee, misschien drie jaar geleden telde de exportcel van het FAVV twee mensen. Dus twee mensen waren verantwoordelijk voor de uitgifte van exportcertificaten en alle andere zaken die komen kijken bij export. Nu zijn dat er tien. Ook de wisselwerking tussen FAVV, VLAM en investerings- en handelsagentschap FIT is sterk verbeterd. Het is ook een goede zaak dat tegenwoordig altijd iemand van het VLAM mee gaat op handelsmissies. Het belang van dat soort missies is lang onderschat. Handel is goed. Ook omdat het druk van de binnenlandse markt haalt.”

U bent zeer voor handel. Tegelijk bent u voor sterke regulering van markten, in Europees verband?

“Een belangrijk doel van het Europees beleid is dat de landbouwer met zijn bedrijf een goed inkomen kan verdienen. Export en handel buiten de EU kan daar toe bijdragen. Productiequota waren een belangrijk beleidsinstrument. De EU schermde enerzijds haar markt wat af voor de concurrentie en anderzijds werd de eigen productie beperkt. Het graaninterventiebeleid is afgebouwd en de melk- en suikerquota zijn afgeschaft. Wat hebben we gezien? In 2008 brak de financiële crisis uit in de VS en die leidde tot een spectaculaire val van de prijzen in 2009. Bodemprijzen van 19 cent per liter waren het gevolg. Nadien kwam er licht herstel, maar de volatiliteit op de wereldmarkten is zo groot geworden dat je daar als kleine Europese boer weinig tegen in te brengen hebt. De EU houdt beter de hand op de productie; het voorbeeld van Canada toont aan dat het wel kan. Alleen ontbreekt de wil en de durf binnen de EU om vol te gaan voor de bescherming van de eigen landbouwers.”

Maar uiteindelijk is in de zuivelcrisis ingegrepen.

“Vervolgens grijpt de Europese Commissie in 2016 in met een vrijwillige productiebeperking. Het heeft niet gewerkt. Nu zit de Commissie met tienduizenden tonnen melkpoeder in stock die op de prijs drukken. Een structureel en werkend instrument als het melkquotum is verruild voor een ad hoc en niet werkend instrument. Onbegrijpelijk. Dit heeft geld gekost aan de Europeanen. ABS is niet voor starre productiequota, zoals die in het verleden werden gehanteerd. Maar wel voor flexibele productiebeheersing.”

Liberalen zullen zeggen: mijn auto is Japans, mijn telefoon komt uit Taiwan en mijn TV uit Zuid-Korea. Waarom mag mijn voedsel niet uit Argentinië, Brazilië of de VS komen?

“Voedsel vertegenwoordigt een andere waarde dan auto's, telefoons of televisies. De landbouw staat voor meer dan een louter economische rol. Je kunt perfect leven zonder auto, telefoon of televisie. Voedsel daarentegen is een basisproduct in elke maatschappij en een noodzaak om te kunnen leven. Dat niet koesteren en uit handen geven zou een onvergeeflijke vergissing zijn. De landbouw speelt ook een cruciale rol op het platteland. Vlaanderen is geen Frankrijk bijvoorbeeld; het is dichtbevolkt. Ik denk daarom dat het probleem van ontvolking zich minder scherp stelt. Maar toch lopen ook hier de dorpen langzaam leeg. Dat proces versnelt als de landbouwers verdwijnen. Daar moet men ook binnen andere beleidsdomeinen dan landbouw oog voor hebben. Het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en de verdoemde betonstop is voor onze sector belangrijk op dat vlak.”

De wereldmarkt maakt voedsel wel goedkoper.

“Niet alle landbouwers kunnen meedraaien met de wereldmarkt en het is geen eerlijke vergelijking. Arbeid en grond zijn duur en de productie moet voldoen aan een pak randvoorwaarden op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn, het milieu en kwaliteitsborging. Dat is toch minder in de rest van de wereld. Binnen de EU is al geen sprake van een gelijk speelveld. Oneerlijke concurrentie wordt georganiseerd door Europees beleid. In Hongarije worden stallen gebouwd zonder luchtwasser. De regels voor bemesten zijn in Oost-Europa ook niet zo streng als hier. We moeten eerst dat level playing field waarmaken binnen de EU.”

U bent vast niet voor een handelsovereenkomst met het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur. Die exporteren alleen delfstoffen, graan, suiker, soja en vlees.

“We zijn zeker tegen een overeenkomst met Mercosur zoals die er nu ligt. Suiker en rundvlees zijn altijd aangemerkt geweest als gevoelige producten. Iedereen weet dat de Zuid-Amerikaanse landen alleen op het gebied van landbouw concurrerend zijn en op dat dossier dus vragende partij zullen zijn. Ik was vier jaar geleden in Uruguay en nog voor we ons konden voorstellen ging het over marktopening. De voorpagina's stonden er elke dag vol mee. Het lijkt soms alsof de Europese Commissie de broek al op de enkels, niet eens de knieën, heeft om maar een afspraak te kunnen maken.”

Hoe verklaart u dat de EU een handelsovereenkomst nastreeft met een handelspartner die zo eenzijdig is georiënteerd?

“Ik zie daar geopolitieke overwegingen achter zitten. De VS is onder Trump veranderd maar speelt zijn rol, Rusland koeioneert Europa steeds meer en China komt snel op als grootmacht. De EU zwemt daar een beetje tussenin. Ze wil niet dat China straks in Zuid-Amerika een leidende rol krijgt. Maar je mag de landbouw niet als pasmunt gebruiken.”

De politiek moet dus pas op de plaats maken, wat u betreft, met handelsliberalisering. Dat neemt niet weg dat de sector ook zonder onder druk staat.

“Dat is waar. De gemiddelde leeftijd van een landbouwer in Vlaanderen is 55+. Dus over 10 of 15 jaar is in theorie de helft weg. De sector wordt niet gedecimeerd maar gehalveerd. Voor de politiek is een periode van 10 of 15 jaar heel lang, maar voor een landbouwer niet. De meeste financieringen lopen voor 15 tot 20 jaar. De landbouw moet dus snel weer aantrekkelijker worden gemaakt voor jongeren, die nu niet voor de landbouw kiezen. Dat betekent dat een deftig inkomen moet worden behaald anders starten er straks nog minder jongeren dan vandaag reeds het geval is.”

Het aantal boeren daalt maar het aantal hectare en dieren nauwelijks. Is het eigenlijk erg dat het aantal landbouwers afneemt?

“Aan een landbouw met grotere bedrijven kleven ook nadelen. De kapitaalsbehoefte wordt steeds groter. Er kan een zeepbel ontstaan en als het dan mis gaat, dan kunnen bedrijven failliet gaan. Het familiale karakter van bedrijven wordt bovendien aangetast en mogelijk krijgen andere partijen steeds meer te vertellen binnen het bedrijf. Daar komen vragen bij over de leefbaarheid, de werkbaarheid en ook de wensen van de consument bij. Een landbouw met meer en familiale bedrijven is ook een soort verzekering avant la lettre. Je stopt de eieren in verschillende mandjes.”

Laten we naar de actualiteit kijken. Wat vindt u van het Waalse initiatief om te komen tot een nieuwe suikerfabriek?

“Ik vind elk initiatief waarbij onderzocht wordt of landbouwers het heft in eigen hand kunnen nemen lovenswaardig. Landbouwers moeten zelf wel veel, zo'n 25.000 tot 30.000 euro meebrengen om de fabriek mogelijk te maken. Ik heb begrepen dat 3.000 landbouwers naar de plannen gaan luisteren. De vraag is of ook 1.500 landbouwers bereid zijn om de financiële inbreng te doen om te kunnen starten. De op stapel staande fabriek zelf belooft een kostendekkende prijs plus wat marge, zelfs wanneer de suikerprijs zoals nu erg laag is.”

Is de zaak nog wat belangrijker geworden, nu de onderhandelingen met de Tiense Suikerraffinaderij zo moeilijk liepen. Südzucker, eigenaar van de fabriek, stelde zich hard op. Is dat een probleem, dat buitenlandse coöperaties het buitenland als wingewest zien?

“We hebben gezien dat de solidariteit bij de Duitse bietenplanters ontbrak, en ook FrieslandCampina uit Nederland heeft een keer in 2015 de helft van de Belgische melkveehouders buiten gezwierd. Ik vind dat coöperaties ook buitenlandse landbouwers de kans moeten geven te participeren. Nu kunnen de bietenplanters die leveren aan de fabriek van Tienen nauwelijks invloed uitoefenen op moederbedrijf Südzucker en ook niet mee profiteren van het dividend dat de onderneming uitkeert. Dit in tegenstelling tot hun Duitse collega’s. Terwijl ze wel een belang hebben in de fabriek.”

Zijn de Belgische coöperaties zelf sterk genoeg?

“FrieslandCampina betaalt de Belgische melkveehouders altijd wat minder dan de Nederlandse. Dat ligt ook aan de structuur van de Belgische markt. Milcobel is een coöperatie en de grootste melkophaler. Het bedrijf zet veel melk om in poeders en voegt te weinig waarde toe met haar kazen of ijs. FrieslandCampina Belgium laat de prijs die ze betalen afhangen van de tweede dinsdag van de maand, als Milcobel haar te lage melkprijs bekendmaakt. Ik heb zelf aan Milcobel geleverd en steeds met een kritisch oor en oog deelgenomen aan leveranciersvergaderingen. Het bedrijf is op dit moment een beperkende factor voor de Belgische melkveehouderij. De coöperatie speelt een zo belangrijke rol in het Belgische zuivellandschap dat elke Belgische melkveehouder de gevolgen draagt van het gebrek aan creatie van toegevoegde waarde binnen hun productportefeuille.”

Wat is uw grootste zorg voor de Belgische landbouw op dit moment?

“Eerder is een Europees rapport verschenen dat bewees dat in de agrofoodketen sprake is van oneerlijke handelspraktijken. Het is opgesteld onder leiding van Cees Veerman, die eerder landbouwminister was in Nederland en zelf ook akkerbouwer is. Ik blijf op mijn honger zitten: bij de grote aankoopcentrales heeft zoveel machtsconcentratie plaatsgevonden dat de hele keten onder druk staat. De supermarkten hebben de meeste macht, dan de voedingsbedrijven en de handel en ten slotte zit de landbouwer in de zwakste positie.”

Wat moet daaraan gebeuren?

“De vrijwillige gedragscode die we nu hebben werkt onvoldoende en Europese stappen om landbouwers meer mogelijkheden te geven om samen te werken in producentenorganisaties en misschien brancheorganisaties hebben ook te weinig impact. ABS pleit voor een onafhankelijke ombudsman met politionele macht zoals die bestaat in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.”

J.C.B.

Meest recent

Meest recent