Startpagina Varkens

Varkens voederen zonder soja kan, maar kost meer

Uit een eerste proef van het demonstratieproject ‘Sojavrije varkens en kippen’ blijkt dat vleesvarkens sojavrij voederen technisch mogelijk is, maar dat het meer kost en dat het een lagere uitbetaling met zich meebrengt omwille van een lager slachtrendement. Als varkenshouder moet je dus bijkomend vergoed worden om deze meerkost te kunnen compenseren.

Leestijd : 4 min

E uropa is een grote importeur van eiwitrijke grondstoffen, in het bijzonder van soja. Hiervoor wordt regelmatig kritisch naar de veehouderij gekeken. De wereldwijde grote vraag naar soja heeft immers geleid tot grootschalige ontbossing van het Amazonewoud in Brazilië, al is er soms discussie of de vraag naar sojaolie dan wel deze naar sojaschroot de drijvende kracht is.

Europese diervoederproducenten reageren hierop door in te zetten op duurzamer geteelde soja en/of alternatieve eiwitbronnen, zoals veldbonen, lupinen, koolzaadschroot en erwten. Ook in de Vlaamse eiwitstrategie wordt gehamerd op de zoektocht naar nieuwe lokale eiwitbronnen.

Een eerste varkensproef binnen het demoproject ‘Sojavrije varkens en kippen’ focuste op de vleesvarkens. Het doel van dit demonstratieproject (1 april 2021 - 31 maart 2023) is om aan te tonen dat het technisch mogelijk is om varkens en kippen groot te brengen op voeders met alternatieve Europese eiwitbronnen. Naast het opvolgen van de dierprestaties, wordt ook het effect op de kostprijs per kg vlees en de milieu-impact meegenomen.

In de proef werd een sojavrij voeder vergeleken met een conventioneel praktijkvoeder waarin sojaschroot als eiwitbron werd ingesloten.

Welke eiwitbronnen vervangen sojaschroot?

Om een praktijkconform sojavrij voeder te maken, rekening houdend met alle pro’s en contra’s van verschillende eiwitbronnen, werd overlegd met nutritionisten van diverse veevoederbedrijven. Het werd meteen duidelijk dat soja niet één op één kan worden vervangen door een andere eiwitbron in het varkensvoeder. Elke eiwitbron heeft immers haar eigen aminozuursamenstelling. Daarnaast bevatten plantaardige grondstoffen regelmatig antinutritionele factoren. Deze hebben een negatieve invloed op de spijsvertering, waardoor het aandeel van deze bron het best niet overdreven wordt. Om soja te vervangen werd een combinatie van 6 sojavervangers gebruikt, namelijk aardappeleiwit, erwten, lupinen, koolzaadschroot en DDGS (bijproduct uit bio-ethanolindustrie).

In totaal werden 12 hokken met 10 vleesvarkens (kruising van Belgische Piétrain-beer en hybride zeug) opgevolgd, die enerzijds voor de helft werden gevoederd met een conventioneel praktijkvoeder met soja en anderzijds met een sojavrij voeder. Deze werden gevoederd volgens een voederschema in 3 fasen (fase 1: 25-50 kg; fase 2: 50-80 kg en fase 3: 80-115 kg). Op basis van de opgevolgde groei en het voederverbruik per hok werd de voederconversie berekend. In het slachthuis werden individuele karkasgegevens van alle vleesvarkens verzameld.

Hogere voederkosten

Het gebruik van de alternatieve eiwitbronnen heeft een prijsverhogend effect op het voeder. Zo waren de voederkosten in de eerste fase 15 euro per ton hoger. In de tweede fase bedroeg het prijsverschil 10 euro. In de laatste fase was er geen prijsverschil tussen het sojavrije en conventionele voeder. Dat is vooral het gevolg van het feit dat de behoefte aan eiwit en aminozuren afneemt naarmate de varkens zwaarder worden.

Figuur 1. Dagelijkse groei van de vleesvarkens (g/dag)
Figuur 1. Dagelijkse groei van de vleesvarkens (g/dag)

Groei en voederconversie vergelijkbaar, maar uitbetaling lager bij sojavrij gevoederde varkens

Er was geen aantoonbaar verschil in de dagelijkse groei en in de voederconversie tussen de vleesvarkens gevoederd met het sojavrije en het conventionele praktijkvoeder. De dieren haalden over het hele traject (25-115 kg) een gemiddelde groei van ongeveer 770 g/dag (figuur 1) en een voederconversie van 2,40 (figuur 2).

Figuur 2: Voederconversie van de vleesvarkens
Figuur 2: Voederconversie van de vleesvarkens

Op het vlak van slachtkwaliteit bleken de varkens op het praktijkvoeder een hoger slachtrendement en hogere vleesdikte te hebben in vergelijking met de sojavrij gevoederde dieren. Het slachtrendement van sojavrij gevoederde varkens ligt vermoedelijk lager, doordat het maagdarmpakket zich sterker ontwikkelt door het voederen van de alternatieve grondstoffen. De invloed op de vleesdikte zou kunnen te maken hebben met een licht afwijkend verteerbaar aminozuurgehalte. Bij soja is de aminozuurverteerbaarheid beter gekend dan bij alternatieve grondstoffen. Door deze verschillen hadden de controledieren een betere conformatie en hadden ze een grotere uitbetalingswaarde. Dit waardeverschil bedroeg zo’n 2 euro per vleesvarken.

Varkenshouders vergoeden voor de meerkost

De hogere voederprijzen en de lagere uitbetaling van de varkens gevoederd op het sojavrije voeder zorgen ervoor dat sojavrij voederen enkel rendabel is als de varkenshouder effectief vergoed wordt voor deze meerkost. Daarbij willen we wel aanhalen dat soja reeds jaren in de markt zit, terwijl alternatieve eiwitbronnen ook teelttechnisch nog heel wat verbeterpotentieel bezitten. Het project wil zich in een latere fase dan ook toespitsen op de akkerbouwers die met een gerichte teeltkeuze ook een rol kunnen spelen in de voorziening van lokaal eiwit voor de dierlijke productie.

Sander Palmans, PVL; Sam Millet, ILVO; Sarah De Smet, Varkensloket

 

Het demoproject werd gefinancierd door de Vlaamse Overheid met ondersteuning van Europa. Het wordt gecoördineerd door Proef- en vormingscentrum voor de landbouw (PVL), in samenwerking met Algemeen Boerensyndicaat (ABS), Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), Proefbedrijf Pluimveehouderij en Inagro.

Lees ook in Varkens

Varkenshouder Jeroen Koks (NL): “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger”

Varkens De Nederlandse varkenshouder Jeroen Koks heeft een duidelijke mening over de toekomst van het EU-mestbeleid: “Sta dierenurine toe als kunstmestvervanger en je bent van veel problemen af. Wellicht kan de EU dit in het voorjaar van 2023 meenemen bij het besluit over een nieuw nutriëntenmanagementplan waarbij ook naar nieuwe ‘groene’ kunstmestvervangers wordt gekeken.”
Meer artikelen bekijken