Startpagina Groenten

“Eén middel dat je één keer mag spuiten, is echt een ‘no go’ ”, meent spruitenteler Kasper Kleijwegt (NL)

Volgens akkerbouwer en vollegrondsgroenteteler Kasper Kleijwegt uit het Nederlandse Mijnsheerenland is er voor de spruitenteelt over een paar jaar nog maar één chemisch middel over dat hij kan gebruiken tegen onder meer de melige koolluis (werkzame stof flupyradifurone). Als voorzitter van de Nederlandse landelijke spruitencommissie maakt hij zich ernstig zorgen over het voorbestaan van de Europese vollegrondsgroentesector.

Leestijd : 7 min

De opa van Kasper en Ab Kleijwegt, die als neven samen het akkerbouw- en vollegrondsgroentebedrijf Kleijwegt LTB runnen in het Nederlandse Mijnsheerenland, had aanvankelijk een akkerbouw- en vollegrondsgroentebedrijf met melkvee in Rozenburg, een dorpje dat tegen Rotterdam ligt. Omdat hij vanwege industrie-uitbreiding uit Rotterdam weg moest, kocht hij in 1970 samen met zijn zonen het huidige akkerbouwbedrijf in Mijnsheerenland. De bedrijfsomvang bedroeg in die tijd 35 ha. Ook de opa van Kasper en Ab had al spruitjes als hoofdteelt. Kasper: “Anders had hij in de winterperiode te weinig te doen en er moest wel brood op de plank komen natuurlijk.”

Managementfunctie

Ab Kleijwegt volgde een landbouwkundige opleiding en Kasper een technische opleiding. In eerste instantie ging Kasper niet op het akkerbouwbedrijf van zijn vader en oom werken. Kasper: “Ik heb een paar jaar een managementfunctie gehad bij een bedrijf dat locomotieven repareert. En dat verdiende prima.” Uit-eindelijk koos hij toch voor het akkerbouw- en vollegrondsgroentebedrijf van zijn familie. In 2017 nam hij 90% van het aandeel van zijn vader in de VOF over, zijn vader heeft hierin dus nog een aandeel van 10%. Ab nam in 2010 het volledige aandeel van zijn vader over.

Bij de overname van Kasper en Ab in 2017 had Kleijwegt LTB zo’n 130 ha en inmiddels heeft het bedrijf 160 ha. Volgens de vader van de neven zijn ze een van de families die in Nederland al het langst spruitkool telen. Van de 160 ha is zo’n 100 ha in eigendom, de rest huren ze bij of ze maken gebruik van langdurige pacht. De grondprijzen zijn in Mijnsheerenland zo rond de 9 euro/m2. De 30 ha die ze erbij huren (wisselende gronden) is voor de vruchtwisseling. Kasper: “We doen dit met name om meer spruiten te kunnen telen. In totaal telen wij op 65 ha spruiten, waarvan zo’n 30 ha op huurland.”

De familie Kleijwegt teelt in totaal 10 spruitenrassen, waarvan de belangrijkste rassen Abacus (15 ha), Marte, Marcantus, Steadia en Albarus zijn. Ze telen ook zo’n 25 ha friet- en tafelaardappelen met een rotatie van 1-op-5. De spruiten worden afwisselend geteeld met een rotatie van 1-op-5 en 2-op-5. Kasper legt het even uit. “Je moet het eigenlijk over een periode van 10 jaar zien. Wij telen over die 10 jaar 3 jaar spruiten, 2 jaar aardappelen, 1 jaar uien en 4 jaar tarwe of luzerne.” De familie Kleijwegt teelt verder in totaal zo’n 15 ha gele plantuien, 40 ha winter- of zomertarwe (afhankelijk van de voorvrucht) en zo’n 10 ha luzerne. Luzerne is volgens Kasper een ideale voorvrucht voor de teelt van aardappelen.

Nieuwe Tumoba met cameratechnieken

Bij de overname namen de beide neven uiteraard ook het hele machinepark over van hun vaders. Ze hebben 8 tractoren, voornamelijk van het merk Fendt. Kasper: “In het voorjaar hebben wij voornamelijk kleine tractoren nodig in de spruitenteelt voor de gewasverzorging en in het najaar juist weer wat grotere voor de zwaardere werkzaamheden, zoals ploegen.” Verder heeft Kleijwegt LTB zelf alle benodigde machinerie voor alle teelten, behalve voor de uien. De uien worden door een loonwerker geplant en gerooid.

In maart 2023 kocht Kleijwegt LTB een splinternieuwe 4-rijige spruitenplukker van Tumoba. Deze nieuwe oogstmachine heeft een vernieuwde optische sorteerder met moderne camera's. Daardoor kunnen wij op de oogstmachine zelf al een belangrijke kwaliteitsselectie maken, aldus Kasper.
In maart 2023 kocht Kleijwegt LTB een splinternieuwe 4-rijige spruitenplukker van Tumoba. Deze nieuwe oogstmachine heeft een vernieuwde optische sorteerder met moderne camera's. "Daardoor kunnen wij op de oogstmachine zelf al een belangrijke kwaliteitsselectie maken", aldus Kasper. - Foto: DvD

In maart 2023 bestelden ze een splinternieuwe 4-rijige spruitenplukker bij Tumoba. Deze nieuwe oogstmachine heeft een vernieuwde optische sorteerder met moderne camera's. "Daardoor kunnen wij op de oogstmachine zelf al een belangrijke kwaliteitsselectie maken", aldus Kasper. "En dat scheelt geld en tijd. De spruiten die uitgeselecteerd worden, worden door de oogstmachine gelijk weer teruggevoerd naar het veld, zodat ze daar weer als compost voor het volgende gewas kunnen dienen.” Een andere reden waarom selectie op de oogstmachine steeds belangrijker wordt, is omdat de spruiten steeds beter uitgesorteerd moeten worden. Dit heeft weer te maken met het steeds schraler wordende middelenaanbod in Europa om ziektes en plagen te bestrijden, waardoor er steeds minder gave spruiten aan een plant zitten.

Een reden waarom selectie op de oogstmachine steeds belangrijker wordt, is dat de spruiten steeds beter uitgesorteerd moeten worden. Kasper: “Dit heeft te maken met het steeds schraler wordende middelenaanbod in Europa om ziektes en plagen te bestrijden, waardoor er steeds minder gave spruiten aan een plant zitten.”
Een reden waarom selectie op de oogstmachine steeds belangrijker wordt, is dat de spruiten steeds beter uitgesorteerd moeten worden. Kasper: “Dit heeft te maken met het steeds schraler wordende middelenaanbod in Europa om ziektes en plagen te bestrijden, waardoor er steeds minder gave spruiten aan een plant zitten.” - Foto: DvD

Plagenbestrijding wordt een probleem

Kasper Kleijwegt werd in 2019 lid van de Nederlandse landelijke spruitencommissie die de spuitentelers in Nederland vertegenwoordigt. In 2020 vroeg deze commissie of hij voorzitter wilde worden. De jonge spruitenteler maakt zich ernstig zorgen om het voortbestaan van de volledige Europese vollegrondsgroentesector. “Door de afschaffing van bijvoorbeeld de zaadcoating hebben wij nu weer last van aardvlooien. Verder is de witte vlieg momenteel écht een probleem hier in deze regio. Schade door allerlei luizensoorten zit eraan te komen.” De genoemde soorten zijn altijd al een probleem geweest bij de teelt van spruiten, maar kunnen tot nog toe in de hand worden gehouden met Spirotetramat, maar in 2025 verloopt de toelating van dit middel in Europa. Kasper: “En de producent van dit middel ziet geen mogelijkheden om het voor Europa te behouden. Met het verdwijnen van dit middel wordt de bestrijding van de genoemde soorten echter écht een groot probleem.”

Eén keer toepassen, is echt een ‘no go’

Hetzelfde geldt volgens Kasper voor de melige koolluis (Brevicoryne brassicae). Daar had de spruitenteler tot mei 2023 nog 7 chemische toepassingen beschikbaar voor (hij mocht dus maximaal 7 keer bespuiten). Kasper: “De toelating van Closer en Sequoia in de buitenteelten zijn echter al ingetrokken c.q. niet verlengd.” Het aantal werkzame stoffen dat nu bewezen werkt tegen de melige koolluis staan nu op 3 middelen.

Kasper: “Op dit moment heb ik nog 5 toepassingen op jaarbasis en, als de Spirotetramat niet toegelaten blijft, dan heb ik over 2 jaar nog één toepassing met één werkzame stof over, namelijk Sivanto Prime (werkzame stof flupyradifurone). Dat is dus écht een ‘no go’ en betekent mogelijk het einde van de spruitenteelt in Europa. Nog sterker, ik denk dat dat het einde betekent van een groot deel van de Europese vollegrondsgroentesector.” Het grote gevaar van één middel maar één keer toe mogen passen, is natuurlijk resistentie. En verder is de houdbaarheid van aangetaste vollegrondsgroenten volgens de teler vele malen minder.

Als deze belangrijke middelen over 2 jaar niet meer toegepast kunnen worden, dan wordt de kans op misoogsten ook vele malen groter volgens Kasper. “En één grote misoogst kunnen wij niet overleven. Dat kost ons namelijk ruim 900.00 euro. En al zou de helft mislukken, dan blijven wij nog met een gigantische strop zitten. Dus zou ik tegen Brussel willen zeggen: laat het rationalisme weer terugkomen en neem geen emotiegestuurde beslissingen meer. Laat je niet beïnvloeden door natuurorganisaties en dergelijke.”

Selectieve middelen

Vrijwel alle huidige middelen die de spruitenteler spuit, zijn zogeheten ‘selectief’, dus ze bestrijden alleen die insecten die schade veroorzaken aan de spruitkoolplant. Kasper: “Deze middelen tasten de biodiversiteit dus juist níét aan. En omdat deze selectieve middelen over een paar jaar allemaal verboden zijn, moeten wij teruggrijpen op (biologische) middelen die een heel breed werkingsspectrum hebben en die de biodiversiteit dus juist wel aantasten. Los van het feit dat wij als Nederlandse spruitentelers dit echt niet willen, hebben wij binnen ons collectief jaren geleden al vastgesteld dat je met het spuiten van breedwerkende insecticiden meer kwaad doet dan goed. Met name de natuurlijke vijanden gaan eraan en je daadwerkelijke doelinsect raak je bijna niet.”

Precisiebespuiting nodig

Ook het verbod op zaadcoating zorgt voor veel meer ellende volgens de spruitenteler, omdat zaadcoating het gewas de eerste 1,5 tot 2 maanden goed beschermde tegen insecten. Nu dat niet het geval is, moet de teler al met bespuiten beginnen als het gewas zo’n 10% bodembedekking heeft. “En dat betekent dat veel van het middel op de grond terecht- komt, iets dat je juist niet wil hebben als vollegrondsgroenteteler.”

De vollegrondsgroentesector heeft volgens Kasper razendsnel nieuwe technieken nodig om ervoor te zorgen dat de teelt van koolsoorten in Europa nog een toekomst heeft. “Ik denk dan bijvoorbeeld aan de shot per plant-techniek, oftewel de ‘toediening-per-plant-techniek’. Deze techniek is er al, maar de etiketten van de fabrikanten moeten wettelijk gezien aangeven dat de middelen middels deze techniek mogen worden toegepast. En dat is nog niet het geval. En verder moeten wij naar rijenbespuitingen die in een verhoogde driftreductieklasse vallen.” De jonge spruitenteler is ook een groot voorstander van de zogeheten Crispr-Cas-methode. Daarbij is het mogelijk om het veredelen van plantensoorten te versnellen, zodat er sneller resistenties kunnen worden ingebouwd tegen ziektes en plagen.

Wat de jonge spruitenteler ook eerlijk zou vinden is dat indien Europa het uitfaseren van middelen koste wat het kost wil doorzetten, dat het zorgt voor een eerlijk speelveld. “Nu worden massa’s groenten die totaal niet aan Europese eisen voldoen zo- maar toegelaten in Europa. Dat is natuurlijk concurrentievervalsing. Die importproducten moeten uiteraard aan dezelfde eisen voldoen als de producten die wij leveren. Ook daar zou Brussel eens wat meer mee aan de slag moeten.” De bovenwettelijke eisen die supermarkten in Europa in dat kader aan telers stellen, vindt de spruitenteler niet eens zo bezwaarlijk. “Op zich is dat best nobel. Enkel als het gaat om de gehaltes aan residuen moeten ze geen zwaardere eisen stellen dan de Europese wetgeving natuurlijk. Als uit Europees onderzoek blijkt dat een bepaalde hoeveelheid residu veilig is, dan is dat ook zo en dan hebben zwaardere eisen geen zin.”

Voor groei is de toekomst te ongewis

Naast alle teelten heeft Kleijwegt LTB ook 4 ha bloemrijke akkerranden om natuurlijke vijanden van schadelijke insecten aan te trekken en om bufferzones te creëren naar het oppervlaktewater. Wat de ecoregeling betreft, zit de Nederlandse spruitenteler op ‘goud’. De nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)- regels inzake braakligging, vindt hij onzin. “Dat is zonde van die vruchtbare Nederlandse akkerbouwgrond. We hebben nog wel iets geluk in dit kader, omdat wij in een waterrijk gebied zitten. Daardoor hebben wij relatief veel onbeteelde slootranden en -kanten, watergangen en slootinsteken die meetellen.”

De spruiten worden afwisselend geteeld met een rotatie van 1-op-5 en 2-op-5. Kasper: “Je moet het eigenlijk over een periode van 10 jaar zien. Wij telen over die 10 jaar 3 jaar spruiten, 2 jaar aardappels, 1 jaar uien en 4 jaar tarwe of luzerne.”
De spruiten worden afwisselend geteeld met een rotatie van 1-op-5 en 2-op-5. Kasper: “Je moet het eigenlijk over een periode van 10 jaar zien. Wij telen over die 10 jaar 3 jaar spruiten, 2 jaar aardappels, 1 jaar uien en 4 jaar tarwe of luzerne.” - Foto: DvD

De neven Ab en Kasper hebben ook een gezin en kinderen. Kasper: “Vandaar ook dat wij ons bedrijf zeker willen voortzetten. Groei zien Ab en ik voorlopig echter niet zitten. De toekomst is in Nederland wat ons betreft gewoonweg té ongewis momenteel. Voor de gehele vollegrondsgroentesector in Europa trouwens, vinden wij.” De enige uitbreiding die er de komende tijd mogelijk in zit, is het huren van een paar hectares extra akkerbouwgrond voor de teelt van spruiten. Het machinepark en het personeel kunnen dan iets efficiënter ingezet worden. “En de splinternieuwe Tumoba moet natuurlijk wel terugverdiend worden”, besluit Kasper.

Dick van Doorn

Lees ook in Groenten

Franky en Chantal kozen voor kersen, aardbeien en gesneden prei

Fruit Franky Neirynck en Chantal Desmet telen kersen en prei in openlucht en aardbeien onder glas. Het is daarmee een opvallend diverse en moderne onderneming. Met hun diversiteit zijn ze een typisch voorbeeld van de West-Vlaamse tuinbouw. Ook Franky en Chantal zijn heel preus (fier) dat ze door Agro Expo werden aangeduid als ambassadeurs voor de tuinbouwsector.
Meer artikelen bekijken