“Volop inzetten op innovatie en organische groei is de

gezonde weg vooruit”

Vanden Avenne (VDA) in Ooigem is in alle schakels van de ‘vleesketen’ actief. Het bedrijf heeft een unieke positie. Het produceert op jaarbasis 580.000 ton veevoeder. De eigen slachterij, versnijderij en vleestransformerende entiteiten verwerken bovendien 100.000 ton vlees en vleeswaren per jaar.

Maar of het een grote integrator is? Vroeger werd VDA in één adem genoemd met bijvoorbeeld Danis. Die positie als integrator is het bedrijf al even kwijt, legt CEO en eigenaar Thomas Vanden Avenne uit. “En die positie willen we ook niet. Vroeger hadden we veel meer varkens. Het percentage van het voeder dat naar eigen integratie ging, lag vroeger veel hoger, en is de voorbije 20 jaar bewust omlaag gebracht.”

Waarom koos het bedrijf voor een minder grote voetafdruk in de varkenshouderij zelf? “Omdat het vrije ondernemerschap het meest productieve model is.” Commercieel directeur Raf Claerhout gaat verder. “Schoenmaker, blijf vooral bij uw leest. Ik denk dat het voor ons een goede stap geweest is om ons verder te specialiseren in veevoeder.”

Oud imago van integrator

De positie van grote integrator levert soms ook argusogen op, aldus Vanden Avenne. “We worden door concurrenten ook nog wel eens zo genoemd. Er zit de suggestie achter dat het bedrijf eerst zichzelf bedient en dan pas de rest. Zo werkt het natuurlijk helemaal niet, daarvoor is de Belgische markt voor veevoeders ook veel te competitief. De markt telt veel mengvoederbedrijven, groot en klein, maar men suggereert het toch.”

Niet dat de integratiebedrijven van VDA zelf slecht presteren, legt commercieel directeur Raf Claerhout uit. “Het moet erop zijn. Onze integratiebedrijven, grotendeels in Wallonië, worden geleid door gedreven varkenshouders, en dat met recente gecompartimenteerde stallen. We hebben bewust het aandeel integratie teruggebracht. Maar we zien ook een grote meerwaarde in het deels zelf varkens kweken. Het houdt onze kennis van de sector op pijl, en biedt ons de mogelijkheid om via deze weg, met ons eigen R&D-team, in te zetten op onderzoek en ontwikkeling. Dat is ook ons devies: volop inzetten op innovatie. Dat is de beste weg richting organische groei en de gezonde weg vooruit. We willen in onze sector sturend zijn in plaats van volgend.”

8% van de eigen tonnage mengvoeder gaat dus naar deze bedrijven, waarvan ruim de helft onder het Beter Leven-lastenboek werkt. Het is een concept dat ontwikkeld is door de Dierenbescherming in Nederland. Het is door VDA in België uitgerold in samenwerking met de slachterij en een supermarktketen.

Het is een concept, met een meerwaarde voor alle schakels, waar VDA duidelijk in gelooft.

Overnames en afsplitsingen

VDA kent een lange historie. De fundering werd door betovergrootvader Zeno in 1889 gelegd met een grondstoffenhandel. Met de start van de tweede generatie, werden de eerste stappen gezet in de mengvoederproductie. Het is dan weer de derde generatie die het bedrijf naar een hoger niveau tilt, met een nieuwe fabriek.

De jaren ’60 zijn veelbewogen. In 1962 gaat een deel van de familie hun eigen weg. Het handelsbedrijf voor grondstoffen splitst zo af. Vandaag is dit bedrijf - Vanden Avenne Commodities - het grootste Belgische grondstoffenhandelsbedrijf.

Omdat het kanaal Roeselare-Ooigem en de Leie begin jaren ’60 lange tijd was dichtgevroren, besluit VDA het logistieke risico te spreiden. In 1968 wordt daarom in het havengebied van Gent grondstoffen-overslagbedrijf Euro-Silo opgericht, samen met Cargill. Zo is het bedrijf voor toevoer niet meer alleen afhankelijk van wat ‘de gouden rivier’ genoemd wordt. Vandaag kan Euro-Silo 650.000 ton opslaan.

Ook in de jaren ’60 maakt de onderneming een zijsprong. De familie richt een spaanplatenfabrikant op, Spano. Het bedrijf was een antwoord op de moeilijke vlasmarkt.

Oprichten, aankopen en verkopen

In 1972 kocht het bedrijf in Buggenhout een pluimveeslachthuis op, om deze om te vormen tot een vrieshuis. In 1977 wordt Frostimpex opgericht, een verticaal geïntegreerde producent en importeur van diepvriesgroenten.

Eind jaren ’80 werd het mengvoeder- en versnijderijbedrijf Bens overgenomen. Het overgenomen bedrijf werd gelijk aangepakt. In 1999 verscheen onder de naam Bens een nieuwe varkensvleesversnijderij in Westerlo. In 2001 werd opnieuw een pluimveeslachterij gekocht en omgevormd tot een uitsnijderij.

Het werd allemaal minder makkelijk om te overzien, aldus Thomas. “Het is moeilijk om een zo wijd vertakt bedrijf optimaal te runnen, en daarbij een rechtlijnige visie te kunnen aanhouden.” Spano werd uiteindelijk verkocht. Een tante en nonkel van Thomas gingen in 2004 met Frostimpex hun eigen weg, en maakten er Crop’s van. Het bedrijf ligt pal naast de site van VDA in Ooigem, en is vandaag een toonaangevend bedrijf in diepvriesgroenten en -fruit.

In 2010 betreedt VDA de Waalse markt, met Alia2. Het bedrijf is het resultaat van een 50/50 partnership tussen veevoederfirma Vanden Avenne-Ooigem en rundveevoederproducent en toeleverancier voor de landbouw SCAM uit Seilles. De nieuwe eenheid heeft een jaarlijkse productiecapaciteit van 225.000 ton, met mogelijke opschaling tot 330.000 ton mengvoeders, bestemd voor de veeteelt in volle breedte. Hetzelfde jaar neemt Vanden Avenne varkensslachterij De Lokery over. In 2011 nam VDA enkele vleeswarenproducenten over, om deze om te vormen tot Bens Retail, Bens Deli & Halal Supply.

Spiksplinternieuw slachthuis

In 2017 sluit De Lokery. De activiteiten worden overgebracht naar een nieuw slachthuis, Sus Campiniae, een samenwerking tussen VDA en Noordvlees Van Gool. De bouw van het nieuwe complex kostte circa 35 miljoen euro. Het slachthuis kan 720 varkens per uur (40.000 per week, 2 miljoen per jaar) slachten en afleveren voor verdere verwerking. “We zijn lokaal sterk, maar blijven ook exportgericht met ons kwaliteitsproduct, omdat we sterk geloven in de toekomst van onze duurzame en high end Belgische varkenshouderij. Morgen Azië, om erna een demografisch booming en daarenboven welvarender wordend Afrika te kunnen bedienen”, verklaart Vandenavenne.

Het slachthuis is een voorbeeld van efficiënte en duurzame productie, en werd dan ook met bombarie geopend door Eurocommissaris Phil Hogan. Het slachthuis voldoet aan de eisen van het Beter Leven-keurmerk dat mede door de Nederlandse Dierenbescherming is opgezet.

Ondanks de bewondering in de sector, zijn er al snel moeilijkheden met de vergunningen. Het slachthuis ligt pal naast een zonevreemd kerkhof. Maar de moeilijkheden zijn inmiddels opgelost, waarbij het bedrijf beloofde maatregelen te treffen om te voorkomen dat bezoekers van het kerkhof last ondervinden van het slachthuis.

“We zijn blij dat de operationele werking van het slachthuis nooit in het gedrang is gekomen, en gaan ervan uit dat de vergunningsperikelen nu van de baan zijn .”

Eenduidigheid troef

Eisen die afsplitsingen en aanwervingen geen tol, bedrijfsmatig? “Nee”, aldus Vanden Avenne. Het is voor de continuïteit goed dat VDA nu ligt bij 1 tak van de familie. “Een groot aantal aandeelhouders, kan ook tegen je werken. Om een duidelijke koers te varen is er het best slechts één kapitein aan het roer. Bovendien is het aantal activiteiten nu overzichtelijk, en sluiten ze op elkaar aan”, aldus Vanden Avenne.

Consoliderende veevoedermarkt

De hoofdactiviteit is nog altijd het veevoederbedrijf. De markt is behoorlijk competitief, geeft Claerhout toe. De Vlaamse markt kenmerkt zich door de aanwezigheid van veel middelgrote fabrikanten. In Nederland bijvoorbeeld zijn dat er al veel minder. “De gemiddelde taille van een Nederlands veevoederbedrijf is 3 à 4 keer groter”, aldus Claerhout.

De grotere Nederlandse spelers, maar ook kleinere spelers vlakbij de grens, roeren zich steeds meer op de Belgische markt. ForFarmers nam Voeders Algoet over, Agrifirm kocht Quartes.

“Ik denk dat met de stikstofproblematiek de Nederlanders zich nog meer gaan roeren”, stelt Claerhout. VDA is niet onmiddellijk van plan om zelf concurrenten te gaan kopen om aan omvang te winnen. “We zijn zelf in eerste aanleg gericht op organische groei.” “Het bedrijf beschikt in Ooigem over de grootste productie-eenheid van België”, legt hij uit. “Een fabriek met een productiecapaciteit van 450.000 ton per jaar. Onze schaal is goed genoeg om strijdvaardig te zijn met eender wie”, aldus Vanden Avenne.

“Ook zien we mogelijkheden voor groei in Wallonië.” Maar, aldus Vanden Avenne, het bedrijf kijkt wel voortdurend om zich heen: “Strategische verbonden gaan we niet uit de weg, zolang we onze eigen koers kunnen blijven varen”. En: “In elke schakel van de voedselketen willen we aanwezig zijn, zonder gehele verticale integratie na te streven.”

Een veranderend cliënteel

De veehouderij is een sector waarin steeds minder ondernemers actief zijn. De bedrijven die over blijven, zijn groter en professioneler. “Die hebben zelf veel kennis in huis, daarom moet je ze niet vertellen wat ze moeten doen. Je moet, denk ik, wel een goede sparringpartner kunnen zijn. Daarmee bedoel ik niet dat we willen boksen met de klant, maar wel dat we samen ideeën aftoetsen”, meent hij.

Is het gemakkelijk daarvoor de mensen te vinden? “Goede mensen zijn schaars, maar het lukt wanneer je ze kan begeesteren en achter ons familiaal langetermijnproject kunt scharen”, zegt Vanden Avenne. “En we hebben er jaren aan gewerkt om een dynamisch team uit te bouwen, het zijn stuk voor stuk gedreven professionele krachten”, vult Claerhout aan. “Met een gezonde leeftijdsopbouw, van twintigers tot vijftigers. Overigens is het niet zo dat jonge boeren per definitie beter gediend zijn met een twintiger en een oude boer met een vijftiger – het kan juist net andersom zijn.”

Lage prijzen

VDA realiseert 45% van haar tonnage met varkensvoeder, alsook 45% met pluimveevoeder. De rest wordt gerealiseerd met rundveevoeder, en dan voornamelijk voor de melkveehouderij. De pluimveesector is de laatste jaren snel gegroeid. “Er zijn 35% meer braadkippenplaatsen bijgekomen in de laatste 5 jaar, maar onze nutritionele voorsprong en kennis heeft een groei van 100% voortgebracht”, aldus Claerhout.

De varkenssector was lang eerder een zorgenkind, en hetzelfde geldt voor de vleesveehouderij. Prijzen zijn vaak (te) laag en het is lastig voor boeren om opvolging te vinden. “Als er langdurig niets verdiend wordt, is dat het gevolg”, aldus Claerhout.

Nu zijn prijzen hoog, maar de varkenshouderij werd lang geraakt door mindere tijden. Soms wordt gesuggereerd dat de voederrekening dan als eerste niet wordt voldaan. Speelt Vanden Avenne wel eens ‘bank’? “Het is iets dat we natuurlijk willen beperken”, stelt Claerhout. “Maar als familiebedrijf zijn we steeds bereid met de klant mee te denken. En we zijn er van overtuigd dat elk technisch goed draaiend bedrijf, in welke markt ook, op de lange termijn een goeie partner is voor VDA.”

In elk geval verdient de veehouderij een gezonde toekomst, vinden Vanden Avenne en Claerhout. "We staan als landbouw wereldwijd voor de opgave om 10 miljard mensen te voeden. Onze sector heeft meer respect voor milieu- en dierenwelzijnsaspecten dan in veel andere landen. Bovendien is onze veehouderij erg duurzaam. De dieren worden voor 100% verwerkt. Net zoals de prairie-indianen tonen we respect voor de dieren door ze geheel te verbruiken.”

Jan Cees Bron

Meest recent

Meest recent