Plantentuin Meise tracht bloeiende reuzenaronskelk te bevruchten met Gents stuifmeel

Liefhebberstuin

In de Plantentuin van Meise staan sinds maandag twee reuzenaronskelken in bloei. Omdat de bloemen van de twee exemplaren van deze uitzonderlijke plant zich op dezelfde dag vormden, kon men niet zoals verhoopt de ene bestuiven met het stuifmeel van de andere. Maandagavond kreeg de Plantentuin echter diep gevroren stuifmeel aangeboden van de Plantentuin van Gent, waarmee dinsdagmorgen dan toch een bestuiving werd uitgevoerd.

©Plantentuin van Meise

Een nieuwe reuzenaronskelk in bloei in Plantentuin in Meise

Liefhebberstuin

Sinds maandagmiddag staat er in de Plantentuin van Meise opnieuw een reuzenaronskelk in bloei. Typisch aan deze bloei, waarbij zich uit de knol een grote rechtopstaande bloem ontwikkelt, is de wansmakelijke lijkengeur die de plant op dat ogenblik verspreidt.

Magnolia x Soulangeana

Magnolia: zo mooi kunnen bomen zijn

Liefhebberstuin

Magnolia’s zijn onopvallende, eerder klein blijvende bomen of flinke struiken die er een heel jaar in slagen om te doen alsof ze gewone bomen zijn. In het voorjaar echter, gedurende de korte periode dat ze volop in bloei staan, weten ze alle aandacht naar zich toe te trekken. Met hun grote op tulpen lijkende bloemen die overdadig te voorschijn komen op de nog bladerloze takken en hun zacht parfum weten ze moeiteloos het hart van iedere tuinliefhebber voor zich te winnen.

Clematis Henryi

Tuinplant van de maand april: Clematis

Liefhebberstuin

In de maand april staat Clematis in de verschillende verkoopkanalen extra in de kijker. Terecht, want het aanbod aan goede tuinplanten binnen het geslacht Clematis is enorm groot. Van planten die tot 15 m hoog klimmen tot laagblijvende kruipers, bloemen in allerlei kleuren, vormen en groottes, soorten die bloeien, in het voorjaar, de zomer of de herfst, soorten die geschikt zijn als potplant… Kortom er is een Clematis voor elke tuin of balkon.

Mulchen met houtsnippers.

Mulchen: bodembedekking houdt de grond gezond

Liefhebberstuin

We hebben het graag netjes in de tuin en het voorjaar is het moment om ook hier grote schoonmaak te houden. Borders worden geharkt en gewied en alles wat nog rest van afgevallen bladeren en takjes wordt netjes opgeruimd. Het oogt zo mooi maar een onbedekte bodem is een ideale groeiplaats voor onkruidzaden en is onderhevig aan erosie, afspoeling en uitdroging, kortom een blote bodem is een dode bodem.

Callcenter en winkelpunten geven de consument info bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Actueel

Bij de tuincentra en de doe-het-zelf zaken is er de laatste tijd veel veranderd op vlak van gewasbeschermingsmiddelen. En dus ook voor de klant en tuinliefhebber.

Vinca minor

Bodembedekkers: praktisch en mooi

Actueel

Bodembedekkende planten of bodembedekkers zijn planten die door hun groeiwijze (kruipende of spreidende groei), hun karakteristieken (dichte groei, grote bladeren, woekerend, wintergroen…) en de manier waarop ze aangeplant worden, ervoor zorgen dat de bodem praktisch vrij blijft van onkruiden.

Spitten is de klassieke manier om de moestuin zaai- of plantklaar te krijgen.

De moestuin: Spitten of niet spitten, dat is de vraag

Liefhebberstuin

Urbanus wist het in 1980 al. In een van zijn sketches had hij het over zijn tuin waar hij biologisch tuinierde. Een van de grote voordelen van biologisch tuinieren was volgens Urbanus dat “ge moet beginnen met uw tuintje niet om te spitten…”. Nu, bijna 40 jaar later, begint men zich ook in de gangbare moestuinderij af te vragen of het wel altijd nodig en even nuttig is om de teeltlaag jaarlijks ondersteboven te keren.

De beste manier om mos te voorkomen is zorgen voor een optimale groei van het gras.

Mos preventie en -bestrijding in het gazon.

Liefhebberstuin

Wie tuin zegt, zegt gazon en wie gazon zegt, zegt mos. Het lijkt wel alsof mosgroei onlosmakelijk verbonden is met het gazon. En eigenlijk is dat ook zo want een slecht groeiend gazon is de ideale biotoop voor mos. In dit artikel gaan we dieper in op de vraag hoe we mosgroei kunnen voorkomen en hoe we het indien nodig kunnen bestrijden.

Stinzenplanten: juweeltjes voor de tuin

Leucojum vernum of het lenteklokje doet het goed in de lichte schaduw op vochtige, voedselrijke bodems.
Leucojum vernum of het lenteklokje doet het goed in de lichte schaduw op vochtige, voedselrijke bodems.

Stinzenplanten is een term die men vooral in Nederland gebruikt en die zijn oorsprong vindt in Friesland. Het komt van het Friese woord stins, dat stenen huis betekent. Met stins bedoelde men de versterkte en met stenen gebouwde huizen van de Friese, middeleeuwse adel. Via hun handelskanalen brachten de middeleeuwse edellieden heel wat bijzondere en bij ons onbekende planten mee naar hun land waar het bezit van dergelijke planten een echt statussymbool was. Een aantal van deze planten deden het zo goed in de vaak kalkrijke tuinen van de ‘stinzen’ dat ze zich spontaan gingen vermeerderen en verwilderen.

In Friesland, waar de adel in de Middeleeuwen in goeden doen was, kregen deze nieuwe, onbekende planten met hun opvallende, vaak vroege bloei daarom al gauw de naam Stinzenblommekes. Deze naam wordt ook nu nog, zei het dan vooral in Nederland en Duitsland gebruikt, voor groepen planten die in een regio vooral voorkomen in tuinen of parken van oude, vaak vervallen of reeds verdwenen, landgoederen, kastelen, kloosters, boerenhoven, pastorieën, stadswallen, …

Vroegbloeiers

In de regel zijn het voorjaarsbloeiers, vaak bol-, knol- of wortelstokgewasjes, met opvallende bloemen, die hun natuurlijke verspreidingsgebied vaak veel zuidelijker hebben. De definitie is dus niet echt sluitend. Een plant die bij ons beschouwd wordt als inheems, kan in Nederland een stinzenplant zijn. De naam wordt commercieel vaak gebruikt voor vroegbloeiende bol- en knolgewassen die zich onder gunstige omstandigheden (kalkrijke grond, weinig betreding, schaduwtolerant) goed kunnen handhaven en zich spontaan gaan vermeerderen.

Bekende en minder bekende planten

Afhankelijk van de gebruikte definitie behoren heel wat gekende voorjaarsbloeiers tot de stinzenplanten. Boerenkrokus, maagdenpalm, sneeuwklokje, daslook, meiklokje en Pachysandra zijn de meest gekende. Maar er zijn ook heel wat minder gekende maar zeker niet minder mooie of minder sterke stinzenplanten die we courant in de handel aantreffen. Wie deze schoonheden graag in zijn tuin plant zal geduld moeten oefenen tot volgend voorjaar want de bolletjes moeten in het najaar geplant worden.

Lenteklokje

Leucojum vernum of het lenteklokje, zoals deze plant in het Nederlands heet, wordt weleens verward met het sneeuwklokje omdat ze in dezelfde periode bloeien. Toch zijn er duidelijke verschillen. Het blad van het lenteklokje is glimmend donkergroen, de bouw van de plant is grover en de groei forser (20 tot 30 cm hoog). Uit een rozet van smalle bladeren komt in februari/maart een hoge bloemstengel tevoorschijn met één, soms twee, bolvormige, knikkende spierwitte bloemetjes met aan het uiteinde van de bloemblaadjes een groengelige punt.

In de 15e eeuw werd dit plantje vanuit de berggebieden van Midden-Europa en de aangrenzende delen van Zuid-Europa in ons land geïntroduceerd waar ze zich op sommige plaatsen, ze zijn echter zeer zeldzaam, wisten te handhaven. Het plantje voelt zich in de tuin best thuis in de lichte schaduw op vochtige, voedselrijke bodems. Plant de bollen direct na de aankoop en hou er rekening mee dat het een jaar kan duren voor ze aan de groei gaan. Leucojum vernum ‘Podpolozje’ is een selectie met twee bloemetje per steel en gele puntjes.Leucojum vernum of het lenteklokje doet het goed in de lichte schaduw op vochtige, voedselrijke bodems.

Kievitsbloem

De kievitsbloem of Fritillaria meleagris komt van nature voor in Midden-Europa, van Midden Engeland en West-Frankrijk tot in Oekraïne. Ze is al sinds 1572 in cultuur en kwam als stinzenplant ook bij ons en in Nederland terecht. In Nederland is deze bloem nog af en toe aan te treffen in de natuur, plaatselijk is ze zelfs algemeen voorkomend, bij ons werd ze op het einde van de jaren 1800 voor het laatst waargenomen in de natuur. In de tuin voelen ze zich best op een schaduwrijke plaats op een vochtige, goed doorlatende bodem.

De plantjes worden 30 tot 40 cm hoog en hebben smalle, enigszins blauw getinte bladeren die verspreid staan langsheen de bloemstengel. Aan het einde van de bloemstengel verschijnen in april de hangende, klokvormige, ruitvormig getekende bloemen in kleuren die variëren tussen paars en wit. De gesloten eivormige bloemen lijken met hun typische tekening net kievitseieren, bovendien bloeien de planten net op het moment en op dezelfde plaats, vochtige weilanden, dat de kieviten er terugkeren uit het Zuiden.

De naam kievitsbloem is dan ook bijzonder goed gekozen. Er zijn heel wat goede selecties van deze goede tuinplant op de markt. ‘Alba’ met zuiver witte bloemen, ‘Jupiter’ met grote, dieprode, dambordachtig getekende bloemen en ‘Pink Eveline’ met lichtroze bloemen die naar wit en grijsroze verkleuren om er maar enkele te noemen.

De kievitsbloem of Fritillaria meleagris heeft hangende, klokvormige bloemen met ruitvormige tekening.

Chionodoxa soorten

De Nederlandse naam sneeuwroem komt van het Griekse chion, wat sneeuw betekent, en doxa, wat voor eer of roem staat. In het oostelijk Middellandse Zeegebied, waar ze in het wild voorkomen bloeien ze vaak in de smeltende sneeuw. Het is een goede verwilderaar die men soms in groten getale aantreft onder bomen of heesters op de typische stinzen groeiplaatsen.

Eens goed ingeburgerd, zorg voor een licht beschaduwde tot zonrijke groeiplaats en een humusrijke grond, vermeerdert dit plantje zichzelf vanuit de rijkelijk gevormde zaden. De bladeren van dit plantje zijn smal en lang met een duidelijke, soms gootvormige middennerf. Al in februari kunnen de eerste stervormige bloemetjes in trossen verschijnen aan de tere bloemstelen.

Het geslacht telt 6 soorten, waarvan er een 3-tal beschouwd worden als stinzenplant. Chionodoxa luciliae of grote sneeuwroem heeft aan iedere bloemsteel één of twee lichtblauwe bloemetjes met een wit hartje, die trots omhoog wijzen. Chionodoxa forbesii bloeit heel vroeg, verwildert fantastisch goed en kan met zijn bloemetjes die in losse trossen van 4 tot 12 bij elkaar staan een heel gazon blauw kleuren. Chionodoxa sardensis is een rijk bloeiende sneeuwroem soort met helderblauwe, egaal gekleurde bloemetjes. Elke bloemsteel bevat 8 tot 12 dicht bij elkaar staande bloemetjes.

Winterakoniet

Eranthis hyemalis of de winterakoniet voldoet perfect aan de definitie van een stinzenplant: vroeg en rijk bloeiend (vanaf eind januari), eind 16e eeuw geïmporteerd vanuit Zuid-Europa, verwilderd voorkomend op de typische stinzenplaatsen in Friesland en Groningen, gedijt best op een kalkrijke, vochtige, niet te natte grond en als echte bosplant doet ze het bijzonder goed onder bladverliezende bomen en struiken.

Het plantje wordt niet veel hoger dan 15 cm en bloeit met grote, gele bloemen omgeven door een kraag van opvallende stengelbladeren. Op een geschikte groeiplaats kunnen ze zich met hun piepkleine bolletjes of door zaad dat door de mieren verspreid wordt, snel en sterk uitbreiden. Net als de meeste andere stinzenplanten slaan deze planten beter aan als men ze groen (na de bloei, met blad) verplant. Anders geldt de regel, net als voor de meeste andere stinzenplanten: plant de bolletjes zo vers mogelijk.

Geert Brantegem

Clematis macropetala ‘Spicky’

Tuinplant van de maand april: Clematis

Liefhebberstuin

Vorige week vertelden we al dat er heel wat soorten en cultivars van deze schitterende tuinplant op de markt zijn. Als we weten dat de meeste Clematissen genoeg hebben aan een lapje grond en een vrije muur om ze omhoog te leiden dan mogen we echt spreken van een plant die past in elke tuin. Voorzie wel een goede klimsteun want clematis hecht zich niet vast tegen een muur, ze hebben nood aan een klimstructuur waaraan ze zich met hun rankende takken kunnen omheen winden.

De biologische bewuste tuinier zal eerder kiezen voor organische meststoffen die wat langzamer werken, maar een meer gelijkmatige groei garanderen.

Bemesting in de moestuin: Klaar voor de start?

Liefhebberstuin

Bemesting is de sleutel tot succesvolle teelten in de moestuin. In een natuurlijke omgeving waar planten groeien, bloeien en afsterven, ontstaat in de bodem een natuurlijk evenwicht tussen de mineralen die opgenomen worden door de planten en de mineralen die terug in de bodem terechtkomen wanneer de planten afsterven. In de moestuin waar we planten telen om ze nadien te oogsten, worden de opgenomen mineralen afgevoerd, waardoor de bodem jaarlijks aan vruchtbaarheid inboet.