Startpagina Liefhebberstuin

Een oude bekende: de vlier, een boom van hier

Tegenwoordig heeft iedereen het over vergeten groenten. Ze zijn weer hip en oude groentesoorten worden door topchefs, maar ook in de gewone keuken, enorm geapprecieerd omwille van hun authentieke smaak. Deze week stellen we u graag een vergeten fruitsoort voor: de vlier. Het is een rijk dragende bessenstruik waarvan de bessen zich prima lenen voor allerlei bereidingen met een originele, authentieke smaak.

Leestijd : 5 min

De vlierboom werd door onze voorouders op handen gedragen. De Germanen beschouwden de vlierstruik als een heilige boom, zinnebeeld van de wedergeboorte en vruchtbaarheid. Dat is meteen ook de reden waarom men eertijds een stek van de vlierboom plantte bij de bouw van een huis waarin een jong koppel zijn intrek zou nemen. Na de kerstening werd het oude gebruik om bij bomen en vlierstruiken te bidden en te offeren zwaar bestraft. Desondanks bleef de vlier tot diep in de 20ste eeuw in hoog aanzien staan in heel West-Europa en was hij alom tegenwoordig. In de moderne, strakke tuinen van de laatste decennia van de 20ste eeuw was echter geen plaats meer voor de vlier en werd hij massaal gerooid. Nochtans past hij perfect als schaduwboom boven de composthoop, als aanplant in de kippenren of als opbrengstboom in een hoek van de tuin of aan de rand van de boomgaard. En de nieuwste rassen met hun gele of donkerrode bladeren veroveren stilaan weer hun welverdiende plaats in de siertuin.

Botanisch

De gewone vlier (Sambucus nigra) is een plant uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae), een plantenfamilie die voornamelijk bestaat uit heesters maar ook een aantal kruidachtige planten omvat. De familie is onderverdeeld in 5 geslachten, waarvan het grootste (+/- 150 soorten en heel wat goede en mooie tuinvariëteiten) en het meest gekende toch wel het geslacht Viburnum is. Het geslacht Sambucus omvat een 20-tal soorten, meestal snelgroeiende, bladverliezende heesters, die vooral in de gematigde streken voorkomen. Bij ons in België komen naast de gewone vlier ook de tros- of bergvlier (Sambucus racemosa) voor, een soort met helderrode bessen die ook een aantal mooie tuinhybriden heeft voortgebracht, en de kruidvlier (Sambucus ebulus) voor. Deze laatste soort, met zijn oneetbare zwarte bessen, heeft geen houtige plantendelen en is dus geen echte struik, maar eigenlijk een vaste plant die in het najaar afsterft en in het voorjaar weer uitloopt om op 1 seizoen uit te groeien tot een kruidachtige plant van wel 1,5 m hoog. Vaak komt men ook de peterselievlier (Sambucus nigra cv laciniata), een cultuurvorm met geveerde en diepingesneden deelblaadjes, gewoon in het wild tegen.

Sambucus nigra cv laciniata heeft geveerde, diep ingesneden bladeren
Sambucus nigra cv laciniata heeft geveerde, diep ingesneden bladeren

De gewone vlier is een zeer winterharde, halfhoutige heester met samengestelde, gezaagde, donkergroene bladeren, die bij kneuzing sterk geuren. De talrijke jonge scheuten zijn aanvankelijk groen en met wratten bedekt. Bij het ouder worden verhouten ze, krijgen een grijsbruine kleur en vertonen grove lengteribbels. De takken zijn gevuld met een sponsachtig wit merg dat gemakkelijk kan verwijderd worden. Eind mei, begin juni verschijnen massaal de tweeslachtige bloemen in vlakke, schermvormige pluimen van 10 tot wel 25 cm op de eenjarige twijgen. Wat later verschijnen de aanvankelijk groene bessen, die bij het rijpen eerst rood en nadien glanzend zwart kleuren. Deze bessen zijn een lekkernij voor vogels, die de langlevende zaden (+5 jaar) massaal verspreiden.

Groeiplaats

In de natuur groeit de vlier op zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak kalkhoudende en omgewerkte grond. Men treft hem vaak aan in heggen en struwelen, in lichte loofbossen, in populierenaanplanten, op braakliggende gronden en langs waterkanten. Kortom, de vlier stelt bijzonder weinig eisen aan zijn groeiplaats, maar brengt wel meer bessen voort op vruchtbare, stikstofrijke bodems en de bessen rijpen gelijkmatiger af op een zonnige groeiplaats, wat de oogst en de verwerking een stuk makkelijker maakt.

Verzorging

Zoals ook uit voorgaande blijkt, is de vlier uiterst bescheiden en vraagt hij weinig extra zorg. Wie graag veel en grote bessen heeft, kan best een goed ras aanplanten en een jaarlijkse onderhoudssnoei voorzien. Deze onderhoudssnoei gebeurt het best in de rustperiode (november tot maart) en bestaat erin het dode hout weg te snoeien samen met ongeveer een kwart van de oude takken, hierdoor ontstaan veel jonge scheuten, waarvan men er ieder jaar een 10-tal behoud als vruchthout. Oude, verwaarloosde struiken kan men gemakkelijk verjongen door ze radicaal terug te zetten tot 30 à 50 cm boven de grond en van de vele scheuten die hieruit zullen ontstaan er een 10-tal over te houden die men van dan af regelmatig verjongt. Wil men de vlier opkweken tot een boomvorm (snoei alle scheuten weg behalve 1 sterke, rechte scheut die pas getopt wordt als men de gewenste stamhoogte heeft bereikt) dan is een steunpaal voor deze oppervlakkige wortelaar echt wel nodig.

Goede besdragers

Tegenwoordig bestaan er vele goede rassen van de gewone vlierboom, met bessen die veel lekkerder en groter zijn dan die van de oorspronkelijke soort. De bekendste is 'Haschberg', een Oostenrijkse selectie die krachtig groeit, met grote bloemschermen die gevolgd worden door grote, zwartblauwe bessen. Vogels lijken de bessen niet zo lekker te vinden, waardoor er minder vogelvraat is. Andere aanraders zijn de Deense rassen 'Sambu' en 'Sambal', beide matige groeiers met extra grote bessen.

Mooie siervlier

Net zoals we in de inleiding van dit artikel spraken over de vlier als vergeten fruitsoort kunnen we hier eindigen met de vlier als vergeten sierplant. Omdat de vlier zo gemakkelijk groeit en overal voorkomt wordt hij niet altijd naar waarde geschat. Nochtans betreft het hier een prachtige bloesemstruik, die lang en rijk bloeit met lekker ruikende bloesems en prachtige bessen. Bovendien zijn er soorten op de markt met fraai geel of donkerrood blad. Zo heeft Sambucus nigra cv laciniata 'Black Lace’ , een variant van de peterselievlier, diep ingesneden donkerrode bladeren en witroze bloemschermen.

Sambucus nigra cv laciniata 'Black Lace' heeft diep ingesneden donkerrode bladeren en witroze bloemschermen.
Sambucus nigra cv laciniata 'Black Lace' heeft diep ingesneden donkerrode bladeren en witroze bloemschermen.

Sambucus nigra 'Black Beauty' heeft decoratieve bijna zwarte bladeren en naar limoen geurende roze, vlakke bloemschermen. Sambucus racemosa 'Plumosa Aurea' een variant van de trosvlier, heeft goudkleurige, diep ingesneden bladeren en bloeit al in april mei met witte bloemen in opstaande bloemschermen die al gauw gevolgd worden door kleine, rode besvruchten.

Sambucus nigra 'Linearis' is dan weer een kleinblijvende (2,5 m hoog na een 10-tal jaar), smalbladige struik met grijsgroen loof, die al vanaf mei bloeit met geurige witte bloemen.

En wie met dit weer last heeft van een kriebelige keel of een flinke verkoudheid te pakken heeft, kan een beroep doen op de geneeskrachtige werking van een zelfbereide vlierbessensiroop, die door wetenschappers zelfs als natuurlijk preventiemiddel tegen griep wordt aangeprezen.

Geert Brantegem

Lees ook in Liefhebberstuin

Appels vergelijken met peren

Liefhebberstuin De eetbare tuin is in, en terecht. Vers geplukte appels, peren, kersen en pruimen smaken zoveel beter als je ze kan plukken uit de tuin. Niet alleen zijn ze knapperig vers, de keuze aan fruitrassen – en dus ook aan smaak – is veel ruimer dan de keuze binnen het gangbare, inlandse fruitassortiment dat wordt aangeboden in de supermarkt.
Meer artikelen bekijken